Door het dak gaan is een uitdrukking die verwijst naar het verliezen van zelfbeheersing, het in grote mate opgewonden raken van iets en het beleven van een intense ervaring.
Oorspronkelijk gesignaleerd in jeugdige kringen, is deze uitdrukking tegenwoordig al passé en vervangen door een meer verkorte vorm: dakken.
Dak in de betekenis van hoofd of kop is niet nieuw, zoals de zegswijze ‘op zijn dak krijgen’ laat zien.
In marineslang komt dak in de zin van hoofd frequent voor, vooral in de zinswending ‘pijn in z'n dak hebben’.
Soms wordt het versterkt tot 'uit zijn dakpan gaan'.
Achtergrond en voorbeelden uit de literatuur en cultuur
Zij moeten uit hun dak kunnen gaan, zij moeten kunnen pogoën op de vulkaan.
Toen in januari '76 de eerste Ramones-plaat uitkwam ging ik helemaal uit mijn dak.
Door dat soort dingen ga ik uit mijn dak van woede.
Tot diep in '42 gaat de Berlijnse swingjeugd uit z'n dak op de ‘hot’ klanken van swingbands uit de Lage Landen.
Die junk was uit zijn dak gegaan en had met een mes een heel rek regenjassen toegetakeld.
Fantastisch, ik ging helemaal uit mijn dak.
Het publiek ging uit z’n dak.
Ik ga volledig uit mijn dak, ’k buk mij om mijn sigaret op te rape…
Wat is dansen eigenlijk makkelijk! Je moet gewoon uit je dak gaan alsof je net gescoord hebt.
Gelukkig was hij helemaal uit zijn dak van de coke, dus hij sloeg een paar keer mis en viel op de grond.
En néé, ik hoef niet te zien hoe anderen al schreeuwend en zwetend uit hun dak gaan onder leiding van Tony.
Het plan is dat we naar Berlijn rijden om daar compleet uit ons dak te gaan.
Het testbeeld heeft plaatsgemaakt voor beelden van Roos en Naat, die uit hun dak gaan op Time of my Life.
In haar fleurige paardenbloemenjurk ging zij volledig uit haar dak.
Gezellig vijf avonden achter elkaar in zo’n foute skihut samen met Anton aus Tirol uit ons dak gaan.
Het jaar daarop speelden we zelfs Slayer weg op de grootste editie van Dynamo. Daar stonden 120.000 man uit hun dak te gaan, zo ver als je kon kijken.
Historische en taalkundige nuance over dak en verwante uitdrukkingen
Wanneer het heel warm is zeggen mensen vaak dat het zo warm is dat de mussen dood van het dak vallen.
Over deze uitdrukking bestaat veel onduidelijkheid; niemand weet precies waar deze uitdrukking vandaan komt.
De uitdrukking is pas in 1976 opgenomen in de Van Dale, maar bestond vermoedelijk al langer.
De uitdrukking ontbreekt in bekende standaardwerken over spreekwoorden en gezegden.
Er bestaat een theorie dat de uitdrukking niet over mussen maar over mos zou moeten gaan, maar taalkundigen twijfelen aan deze uitleg.
Sanders wijst erop dat mosschen tot ver in de 19e eeuw een gangbare spelling was voor het tegenwoordige mussen.
Beets gebruikte in zijn tekst mogelijk de spelling mosschen, maar dit zegt weinig over de oorsprong.
Er zijn twee theorieën over de herkomst van de uitdrukking over mussen: bonthandelaren die katten in zakken verhandelden en volksverhalen over een wisseldaarder.
Bijbelteksten en de combinatie van woordbetekenissen leveren een andere betekeniscontext op voor spreekwoorden zoals “Er valt geen mus van het dak zonder dat het zo bedoeld is.”
Er bestaan vier grote bronnen van spreekwoorden die in identieke bewoordingen in Europese talen zijn opgenomen, volgens Mieder.
De eerste bron zijn Latijnse spreuken uit de Klassieke Oudheid, vaak via Romeinen en Grieken verbreid.
Een gegeven paard hoor je niet in de bek te kijken is een bekend Latijns-Latijnse volkswijsheid, gebruikt in Europa.
Pluk de dag - carpe diem - komt uit Horatius en is breed verspreid door Erasmus en zijn Adagia.
Erasmus speelde een grote rol in de verspreiding van klassieke wijsheden in Europa.
De Bijbel en andere religieuze teksten leveren ook een rijke bron voor spreekwoorden die veelal ingeburgerd zijn geraakt.
Wie wind zaait zal storm oogsten en Oog om oog, tand om tand stammen uit Bijbelse tradities.
In vertalingen kon de boodschap soms anders luiden door vertalerskeuzes of taalgevoeligheid van de doelgroep.
Klassieke Latijnse wijsheden vormden lange tijd een lingua franca tot Engels die de overdracht naar andere talen faciliteerde.
No news is good news, Time is money, en A picture is worth a thousand words zijn voorbeelden van Engelse leenwoorden en uitdrukkingen die in het Nederlands voorkomen.
In de moderne tijd ontstaan spreekwoorden ook uit persoonlijke lijfspreuken en massamedia, zoals What happens in Vegas stays in Vegas of You’ll never walk alone.
Spreekwoorden als kennisdragers
De herkomst van spreekwoorden laat zien hoe culturele uitwisseling werkt en hoe taal zich ontwikkelt door vertalingen en lenen.
Een spreekwoord is een korte, algemeen bekende zin van het volk, die wijsheid, waarheid, moraal en traditionele opvattingen bevat, op een metaforische en gedenkwaardige manier, zoals Mieder beschrijft.
Een spreekwoord vervult de menselijke behoefte om ervaringen en observaties samen te vatten in kant-en-klare opmerkingen.
Er bestaan spreekwoorden voor elke denkbare context, en dus zijn ze zo tegenstrijdig als het leven zelf.
Wanneer iets gesmeerd ging zei men in de Zaanstreek vroeger ook wel dat iets glooi liep.
Moderne ontwikkeling en creatie van spreekwoorden
Spokenwoorden kunnen ontstaan door groepen en individuen die unieke uitingen bedenken die uiteindelijk als spreekwoord worden opgenomen.
Iedereen kan een zin maken die een waarheid bevat en klinkt als een spreekwoord, maar de spreuk moet in omloop zijn onder het volk en regelmatig worden herhaald.
En dat gebeurt niet zo één-twee-drie: spreekwoord-achtige leuzen kunnen in de huidige tijd van computers en internet snel de wereld over reizen, maar blijven ze hangen?
Met andere woorden: kun je zelf ook een spreekwoord uitvinden? Zeg nooit nooit.

Hoe ontstaan spreekwoorden? (groep 8) | Squla legt uit | Squla
Marloes Zandbergen bespreekt in haar werk met Wolfgang Mieder de dynamiek van spreekwoorden, hun herkomst en hoe moderne spreuken ontstaan en verspreid raken.