Huiselijk geweld komt in alle lagen van de bevolking voor. U hebt er als professional ook mee te maken. Maatje achter de Voordeur traint vrijwilligers die geweld hebben overwonnen en die weer positief in het leven staan. In 60% van de meldingen over huiselijk geweld, is sprake van een her-melding. De kans op terugval is dus groot. Bij hulpverleners kan zo’n situatie een gevoel van machteloosheid oproepen. Professionele hulp is nodig, maar een maat(je) kan een waardevolle toevoeging zijn. Dit extra paar oren en ogen kan zich identificeren met het gezin of de persoon in kwestie. En het maatje kan bijdragen aan de intrinsieke motivatie om het huiselijk geweld te doorbreken. Het project Maatje achter de Voordeur is een aanvulling op de bestaande hulpverlening. De vraag om steun bij herstel van het gezin of de individu staat centraal. Als zorgprofessional kunt u een gezin of individu met een vraag om steun bij verder herstel doorverwijzen naar Maatje achter de Voordeur.
Hebt u als hulpverlener of professional in de sociale sector contact met mensen die mogelijk als maatje willen werken? Hebt u als hulpverlener of professional in de sociale sector contact met mensen die steun kunnen gebruiken? U speelt een rol in Maatje achter de Voordeur. Fatma is met haar kinderen pas in de wijk komen wonen. U weet dat zij vanwege geweld is gevlucht vanuit een andere stad. Het lijkt of ze moeite heeft haar leven weer op te bouwen. Ze durft niet goed naar buiten te gaan. Harry heeft al een keer eerder aangifte gedaan tegen zijn vriend wegens geweld. Hij is nu bij hem weg maar hij blijft gevoelig voor de woorden van zijn ex. U bent bang dat hij toch weer terug zal gaan. U hebt al een tijd contact met Saïda. Ze is, tegen de wil van haar familie, gescheiden van Mo. De familie oefent nu sociale druk op haar uit om het weer goed te maken. Door alert te zijn op de behoefte aan steun, speelt u een rol in Maatje achter de Voordeur.
Als u in de wijk loopt, ziet u Jack staan en maakt een praatje. Tijdens zijn scheiding had hij moeite om rustig en consequent te blijven. Hij weet als geen ander hoe lastig het is als de spanningen hoog oplopen. U weet dat hij een maat(je) gemist heeft. Hij ziet vaak andere mannen die tegen hetzelfde aanlopen en probeert hen dan te steunen. Uw buurvrouw heeft wel eens verteld over haar verleden. Geweld speelde toen een grote rol in haar relatie. Na een moeilijke tijd heeft ze haar leven weer opgebouwd en een leuke nieuwe relatie. Zij weet als geen ander hoe belangrijk steun is bij het overwinnen van huiselijk geweld. Zij wil hier graag anderen bij helpen. Help ons door potentiële vrijwilligers binnen uw netwerk te wijzen op dit motiverende project.

Achter de voordeur komen om mensen te bereiken die zelf niet snel om hulp vragen, is echt een uitdaging voor wijkteams. Een actieve, outreachende benadering - voordat het daadwerkelijk bemoeizorg wordt - is steeds meer nodig nu 24-uurszorg vaker in de wijk plaatsvindt. Inhoud Achter de voordeur komen, een actieve outreachende aanpak om mensen te bereiken die zelf niet snel om hulp vragen, is echt een uitdaging voor wijkteams. Wijkteammedewerkers krijgen vaak vragen (code geel/oranje) vanuit Veilig Thuis met het verzoek om contact te leggen met een inwoner. Wanneer de wijkteammedewerker contact zoekt achter de voordeur, beschikt hij/zij vaak over beperkte informatie over de inwoner en weet niet precies wat hij/zij zal aantreffen. Er kan sprake zijn van overlast, terwijl de bewoner zelf geen problemen ervaart, of het kan bijvoorbeeld gaan om een situatie van huiselijk geweld. Je leert hoe je open/transparant blijft over de feiten en tegelijkertijd je eigen veiligheid bewaakt.
Werkwijze en motivatie van bemoeizorg
In deze cursus wordt ingegaan op hoe je als hulpverlener ervoor zorgt dat je, met voorafgaand beperkte informatie, doorziet wat er gaande is bij de inwoner. Hoe zorg je dat je contact mag maken in een gevoelige situatie na een melding van Veilig Thuis? Wat wil iemand aan zijn situatie of gedrag veranderen? Wat is de motivatie? Wat zijn iemands kwaliteiten om iets aan zijn situatie te doen? Er is altijd een bepaalde motivatie bij mensen aanwezig om iets te veranderen aan hun probleem of probleemsituatie. Zo is er een natuurlijke neiging om zich gezonder te willen voelen, goed met geld om te gaan, aardig te willen zijn naar anderen, minder pijn te voelen, weer aan het werk te gaan. Mensen ervaren echter vaak ambivalente gevoelens ten opzichte van deze veranderingen. Motiverende gespreksvoering biedt handvatten om ingang te vinden bij de inwoner en om de ambivalentie bij de inwoner te verhelderen en te verminderen. Motiverende gespreksvoering gaat uit van de autonomie van de cliënt, zijn of haar beslissingen zijn leidend.
- De cursus wordt ondersteund met een digitale leeromgeving. Zo heb je altijd toegang tot het lesrooster, digitale literatuur en contact met mededeelnemers en docenten. Wil je gezamenlijk met je hele team deze cursus volgen? Dat kan!
- De ene keer staat hij voor de deur bij een oudere man met verzamelwoede, die hem na weken aanbellen eindelijk binnenlaat, de stank beneemt hem de adem. De andere keer bij een verslaafde jongen met psychische problemen die al eerder zijn tv uit het raam gooide en gelooft dat de hele wereld tegen hem samenspant. Of bij een oudere dame in tranen die niet meer weet waar ze woont.
- Veel van zijn cliënten zijn de weg kwijt, zegt Ton Derks. Hij is sinds 2019 wijk-GGD’er in de gemeente Heusden en schrikt niet meer zo snel. Niet van viezigheid, niet van chaos of onbegrepen gedrag. Derks werkte jaren in de psychiatrie, was manager in de zorg maar miste de rauwe praktijk. Nu rijdt hij rond in de regio. Hij kent de schrijnende verhalen achter de voordeur maar al te goed.

Al bijna tien jaar werkt de GGD Hart voor Brabant - inmiddels in zeven gemeenten - met wijk-GGD’ers. Het van oorsprong Amsterdamse concept vindt navolging op tal van plaatsen in het land. Bijna altijd zijn het ervaren professionals die soms wekenlang door een brievenbus praten en de meest mensonterende situaties tegenkomen. Van bedorven eten tot rottende teennagels. Overal in Nederland zijn teams onder allerlei benamingen en vanuit verschillende organisaties bezig met bemoeizorg. Theo* was gedesoriënteerd, zorgde niet goed voor zichzelf en liet geen hulpverlener meer binnen in de boerderij. Hulpverlener Jacqueline ging langs en stond inderdaad voor een gesloten deur. Ze ging op een bankje in de tuin zitten en at haar boterham. De volgende dag nam ik ook voor hem lunch mee. Daar zaten we dan, buiten op het bankje.
Bijna twee weken lang, ‘ook op zaterdag’, ging ze langs met een lunchpakketje. ‘Daarna mocht ik binnenkomen en kon ik hulp voor hem regelen: maaltijdservice, thuiszorg.’ Een half jaar lang heeft de oude man nog thuis gewoond. Ouderen wonen langer thuis, er zijn minder bedden in de geestelijke gezondheidszorg en wachtlijsten in de jeugdzorg, verklaart Derks de ontwikkeling naar bemoeizorg. “Mensen zo lang mogelijk zelfstandig in de wijk laten wonen, dat is een mooi uitgangspunt. Maar niet iedereen kan dat zonder hulp.”
En ondertussen wordt de samenleving almaar complexer. “Het aantal mensen groeit dat niet meer kan meedoen. In de verzorgingsmaatschappij werden deze mensen opgevangen, maar in de huidige participatiesamenleving? De beweging ‘naar de wijk’ is al jaren aan de gang zonder dat we de ambulante hulp goed hebben opgetuigd.” Met alle gevolgen van dien. “De politie wordt er hoorndol van. De meldingen over onbegrepen gedrag bij de politie nemen toe. De politie registreerde in 2023 een recordaantal zogeheten E33-meldingen: 141.724. Ook de inzet van de Dienst Speciale Interventies is steeds vaker nodig bij gevaarlijke situaties, waarbij personen met verward gedrag betrokken zijn. In 2020 gebeurde dat nog 83 keer, vorig jaar liep het aantal op tot 199.

In de landelijke politiek zijn zorgmijders en mensen met onbegrepen gedrag dan ook een terugkerend item. Zeker na de moord op oud-minister Els Borst door een ernstig verwarde man, dit jaar tien jaar geleden. Meierijstad is een van de gemeenten met een eigen aanpak. Het Team Outreachende en crisiszorg Meierijstad (TOM) is begin dit jaar gestart. De zes teamleden - wijk-GGD’ers, bemoeizorg en crisisinterventieteammedewerkers - werken hierin samen. “We zijn van de crisis én van de lange adem”, zegt coördinator Joyce Cadée, voorheen werkzaam bij de politie.
De eerste maanden zijn er al zestig meldingen binnengekomen. De samenwerking tussen zorg en veiligheid heeft prioriteit in Meierijstad, zegt wethouder Rik Compagne. “Er waren in onze gemeente veel verschillende partijen bezig met onbegrepen gedrag. Allemaal met net een andere opdracht, werkwijze en bereikbaarheid. Die partijen hebben we nu samengebracht in een integraal team. Heel duidelijk voor bewoners: ze kunnen dag en nacht terecht bij één telefoonnummer.” De wethouder hoopt dat TOM - naast ingrijpen bij acute situaties - ook preventief werkt. “Dat een inwoner die zich zorgen maakt over een buurman contact opneemt. Of een apotheker of winkelier die een oudere klant verward ziet rondlopen.
De Brabantse wethouder weet dat gemeenten met de vele meldingen en verschillende teams in de maag zitten. Hij stond zelf jaren terug aan de wieg van de wijk-GGD in de gemeente Vught. “Ik zeg niet dat TOM nu de heilige graal is, maar ik geloof wel in deze integrale manier van werken. We zijn nog maar net begonnen. Ik ben benieuwd naar de casuïstiek die we gaan tegenkomen.”
Ab* is van ver gekomen. Zijn woning lag vol met troep - alleen een klein paadje naar zijn stoel was nog begaanbaar - en het water was afgesloten. Het leven hoefde voor hem niet meer, hij wilde er een einde aan maken. Op dag reed hij met 90 kilometer per uur tegen een boom. Ab had geen schrammetje. Elisabeth van het gemeentelijk outreachteam kreeg een seintje van de agent die zich zorgen maakte. Zijn woning werd opgeruimd en er werd meer hulp ingeschakeld. Inmiddels heeft hij weer contact met zijn zus. Ook de gesprekken met de psycholoog die Elisabeth heeft weten te regelen, hebben hem geholpen.
Projectleider Sonja van Rooijen van Movisie doet al lange tijd onderzoek naar ambulante teams en outreachend werken. Samen met collega’s werkt ze nu aan een leer- en verbetertraject voor lokale teams die zich bezighouden met bemoeizorg, gefinancierd door het ministerie van VWS. Ze heeft de afgelopen maanden een verkennend onderzoek gedaan en met mensen achter allerlei initiatieven gesproken. De diversiteit van de teams, in doelgroep, taakstelling en samenwerkingspartners, is erg groot, ziet ze. Er wordt onderscheid gemaakt tussen zorgmissers, zorgmijders en overlastgevers. “Maar deze groepen zijn niet zo scherp te onderscheiden. Het is goed om ons daarvan bewust te zijn. Een zorgmijder kan op een bepaald moment ook voor overlast zorgen of boos de straat op gaan.”
Het verschil met de multidisciplinaire teams van de jaren negentig is volgens de onderzoeker de uitstroom. “Veel achterdeuren zitten dicht. Door wachtlijsten, door het gebrek aan woningen. De overheid én de samenleving moeten accepteren dat er altijd mensen zijn die een goed vangnet nodig hebben, vindt Van Rooijen. “Dit is geen pleidooi voor de terugkeer van de gesloten instellingen, maar wel voor goede intensieve ambulante zorg. Vanzelfsprekende schatplichtigheid, noemde een lector het onlangs. Daar ben ik het helemaal mee eens.”
Het is een gezamenlijke opgave, benadrukt ze. “Dit vraagt om structurele middelen, om een goede samenwerking tussen partijen die niet cliënten bij elkaar over de schutting gooien. Directeur-bestuurder Lex Staal van Sociaal Werk Nederland schreef onlangs met Valente, de brancheorganisatie voor maatschappelijke opvang, een brief aan de vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid over de problematiek van verward gedrag in wijken en buurten. Zijn boodschap is helder: de afgelopen decennia is een groot deel van het opbouwwerk en de laagdrempelige inloopvoorzieningen wegbezuinigd. “De overheid heeft zich teruggetrokken. Daar merk je de volgende dag en de volgende week niets van. Mensen met onbegrepen gedrag, mensen die overlast veroorzaken, het zijn volgens Staal eigenlijk verkeerde termen. “Talloze mensen in dit land hebben problemen die in een veel eerder stadium relatief eenvoudig aangepakt hadden kunnen worden. Nu komen we in actie omdat zaken uit de hand lopen, omdat er overlast ontstaat. Het is gecreëerde problematiek. Staal benadrukt dat veel problematiek in dezelfde kwetsbare wijken terechtkomt. Hij juicht het toe dat lokale instellingen en gemeenten allerlei bemoeizorginitiatieven zijn begonnen. “Maar het is een verdronken kalf. Ik vrees dat een hele hoop mensen geen zorgmijder waren geworden als er eerder ondersteuning was gekomen.”

Het onderwerp roept volgens hem fundamentele vragen op: wat voor land willen we zijn? “Ik vind het een grondrecht dat er naar je wordt omgekeken. Of je dat nu wilt of niet. Hoe we met de meest kwetsbare mensen omgaan, zegt heel veel over de mate van beschaving, die brokkelt op bepaalde plaatsen af. Toen Claudia de man met verslavingsproblematiek bij de eerste ontmoeting naar zijn wensen vroeg, werd hij boos. ‘Ik vind jou eng’, was zijn reactie. Ze hield vol en tijdens een latere wandeling durfde hij te vertellen dat hij graag een aquarium wilde hebben. ‘Ik ben met hem gaan onderzoeken wat er allemaal nodig was om die wens te vervullen. Er bleek een vrijwilliger met verstand van vissen bij de zorgorganisatie actief te zijn.’ Na een paar maanden kwam het aquarium er. Claudia ging mee om de vissen te kopen. ‘Dat was een enorme stap.

Terug naar Heusden, naar Ton Derks, die weet hoe die afbrokkeling van beschaafd Nederland er in de praktijk uitziet. “De aandacht voor mensen in kwetsbare situaties vraagt om een andere aanpak. Als wijk-GGD’er leg ik contact met mensen die hulp nodig hebben, maar hier niet zelf om vragen en vaak ook nog niet in beeld zijn.” Hij pleit voor een grondige analyse van de problemen, waar hij en zijn collega’s in het land tegenaanlopen. “Hoe komt het dat deze cliënt deze problemen heeft? Hoe komen mensen in een bepaalde situatie terecht? Waarom hebben ze de weg niet gevonden? Wat zijn de structurele knelpunten, de systeemfouten? Bemoeizorg is geen zorginnovatie én geen nieuwe term. Het woord werd volgens de Canon Sociaal Werk in 1993 geïntroduceerd door Arend Jan Heerma van Voss, destijds hoofdredacteur van het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid. Hij zette het boven een artikel van Henrie Henselmans.
| Onderwerp | Belang | Uitvoering |
|---|---|---|
| Achter de voordeur | Comprehensive beeld van situatie | Hulpverleners achter de voordeur komen |
| Bemoeizorg | Preventie, vroegsignalering | Ambulante, intensieve zorg |
| Auteuritieve controle | Veiligheidsbeheer | Regie tussen zorg en politie |
Deze hulpverlener in de acute psychiatrie werkte aan een proefschrift over ongevraagde hulp voor psychotische patiënten, dat hij vervolgens ook de titel ‘Bemoeizorg’ gaf. Henselmans was ook de initiatiefnemer van een Rotterdams project waarin psychiatrische patiënten actief thuis werden opgezocht. De methode is niet onomstreden. Discussies tussen voor- en tegenstanders gaan vaak over hele principiële kwesties als privacy en de overheid die vooral niet verder dan de voordeur zou moeten komen. Terwijl onderzoek aantoont dat de mensen die een team over de vloer krijgen, uitzondering daar gelaten, daar vaak behoorlijk positief over zijn. Eindelijk worden ze gezien, wordt er naar ze geluisterd. Discussies zouden beter over de uitvoering kunnen gaan.
De Amsterdamse Rekenkamer deed onlangs onderzoek naar de methode zoals die werd toegepast in Amsterdam en kwam met vernietigende conclusies over de uitvoering. De kamer vergeleek de aanpak in een paar stadsdelen en de verschillen bleken groot en onverklaarbaar. Hoe kan het dat het ene stadsdeel niet verder komt dan 30 huisbezoeken in een jaar, en een andere tot 1.300? En waarom kost de aanpak in het ene deel van de stad vijf keer zoveel als in een ander deel? Daarbij was onduidelijk wat de stadsdelen eigenlijk met de bezoeken wilden bereiken en wat het resultaat voor de bezochte mensen was geweest. Het lijkt erop dat de ambtenaren niet veel verder komen dan vragen en onderzoeken. De vervolgstap, problemen ook daadwerkelijk helpen oplossen, wordt niet gezet. We zien dat kinderen en volwassenen soms te lang moeten wachten op passende bescherming of hulp. Dat is ernstig.

Achter iedere melding bij Veilig Thuis zit een mens in een kwetsbare situatie. Wanneer signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling niet snel genoeg leiden tot veiligheid, moeten we daar eerlijk over zijn: dat brengt risico’s met zich mee. Veiligheid van kinderen en volwassenen moet altijd voorop staan. Huiselijk geweld en kindermishandeling spelen zich vaak af achter gesloten deuren. Daardoor blijven signalen soms lange tijd verborgen en ontwikkelen situaties zich geregeld over langere tijd. Soms is sprake van langdurige angst, controle, vernedering of geweld binnen gezinnen, terwijl dit voor de buitenwereld nauwelijks zichtbaar is. Kinderen zwijgen uit loyaliteit, angst of omdat zij gewend raken aan een onveilige situatie. Slachtoffers houden geweld verborgen uit schaamte, afhankelijkheid of dreiging. Dat vraagt professionals die zorgvuldig kijken, doorvragen, patronen herkennen, risico’s kunnen inschatten en signalen van verschillende betrokkenen met elkaar verbinden. En die zorgen niet te snel loslaten wanneer veiligheid onzeker blijft.
Juist daarom is het essentieel om altijd met kinderen zelf in gesprek te gaan. Niet als formaliteit, maar om te begrijpen wat een kind ziet, voelt en meemaakt. Veilig Thuis blijft investeren in kennis en vaardigheden die nodig zijn om signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling eerder te herkennen, patronen beter te duiden en moeilijke gesprekken zorgvuldig te voeren.
Druk neemt toe. Veilig Thuis ziet de druk op de organisatie én op de hele keten dagelijks toenemen. Het aantal adviesvragen en meldingen stijgt al jaren. Ook het aantal acute situaties neemt toe. Tegelijk kampen gemeenten, jeugdbescherming, ggz, lokale teams en zorgaanbieders met grote personeelstekorten en wachtlijsten. Daardoor blijven gezinnen langer in beeld bij Veilig Thuis en duurt het vaker te lang voordat passende hulp beschikbaar is. Iedere melding die bij Veilig Thuis binnenkomt wordt direct beoordeeld op acute onveiligheid. In crisissituaties wordt dezelfde dag gehandeld. Maar we zien ook dat wettelijke termijnen voor het afronden van veiligheidsbeoordelingen in niet-acute situaties onder druk staan. Dat is ernstig en vraagt verbetering. Niet iedere melding betekent dat mishandeling is vastgesteld, maar iedere melding vraagt wel om een zorgvuldige beoordeling van veiligheid.
Samenwerking en maatschappelijke opdracht
Samenwerking is essentieel. Veilig Thuis heeft een wettelijke taak in het beoordelen van veiligheid, het doen van onderzoek, het verbinden van informatie, het inzetten van vervolgstappen en het monitoren van risico’s. Van Veilig Thuis mag worden verwacht dat signalen zorgvuldig worden beoordeeld, risico’s in beeld worden gebracht en dat waar nodig wordt opgeschaald. Tegelijk kunnen wij veiligheid niet alleen organiseren. Daarbij is samenwerking tussen zorg en straf essentieel. Ernstige onveiligheid vraagt soms niet alleen hulpverlening, maar ook begrenzing, bescherming en opschaling. We moeten als systeem stoppen met het verspreiden van verantwoordelijkheid over te veel schakels en overlegtafels. Kinderen verdwijnen niet alleen uit beeld doordat signalen gemist worden, maar ook doordat niemand tijdig regie neemt op de veiligheid. Daarom is het nodig om sneller gezamenlijk op te trekken, met kortere lijnen tussen zorg, politie en justitie en duidelijkere regie op veiligheid. Dat vraagt ook iets van Veilig Thuis zelf. We moeten transparant zijn over waar het beter moet, blijven investeren in onze kennis van huiselijk geweld en kindermishandeling, en scherper kijken naar de vraag of kinderen en volwassenen écht veilig zijn. Niet alleen naar processen of protocollen. Het vraagt om een andere manier van samenwerken. Minder denken vanuit losse organisaties en meer vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veiligheid. Dat betekent: sneller informatie verbinden, eerder gezamenlijk optrekken met zorg en straf, minder overdrachten tussen organisaties, duidelijkere regie per gezin en vasthouden totdat veiligheid voldoende stabiel is. We zien in de praktijk wat wél werkt. Professionals weten elkaar steeds beter te vinden. Er wordt eerder advies gevraagd. Signalen worden vaker eerder gedeeld, waardoor geweld sneller zichtbaar wordt. Op veel plekken werken zorg, politie, justitie en gemeenten intensiever samen om ernstige situaties eerder te herkennen en sneller in te grijpen.
De maatschappelijke opdracht is groot. Daarom moeten we blijven bouwen aan een systeem waarin kinderen en volwassenen kunnen rekenen op tijdige bescherming, duidelijke regie en passende hulp. Door de interviews die de studenten met buurtbewoners houden vergroten we de kennis over de ervaringen en hulpbehoeften van mensen met geldzorgen. Vanaf studiejaar 2020-2021 loopt het project Achter de Voordeur. Het project keert jaarlijks terug. De studenten die deelnemen krijgen een training. Hier leren zij hoe zij inwoners werven voor dit onderzoek, hoe ze interviews afnemen en oefenen zij met data analyse en de rapportage van kwalitatief onderzoek. Doordat het onderzoek een aantal jaren loopt, leren we steeds meer over de redenen van mensen om wel of geen gebruik te maken van hulpverlening. Deze kennis over het vroegtijdig bereiken en helpen van mensen met geldzorgen is van belang voor onze partner de gemeente Utrecht. Samen met de gemeente Utrecht wordt er gekeken of er andere producten ontwikkeld kunnen worden. Binnen dit project worden er ideeën aangedragen door studenten. De belangrijkste doorwerking is het leerproces van de studenten die meedoen aan dit project. Studenten van verschillende opleidingen binnen de HU kunnen deelnemen. Ben jij proactief, nieuwsgierig en nauwkeurig? Vind jij het leuk om de wijken in te gaan om interviews af te nemen en bij te dragen aan het verbeteren van de schuldenaanpak in Utrecht? Sluit je dan aan bij ons onderzoeksteam als afstudeerstudent!

Interessant is hoe de overheid steeds vaker achter de voordeur komt. In het verleden rustte er zelfs een taboe op wat toen ‘huisbezoek’ heette. Die verschuiving heeft invloed op bemoeizorg, maatschappelijke opvang en integrale aanpakken. De discussie gaat over privacy, autonomie en de publieke verantwoordelijkheid. Achter de voordeur komen, verbetert de kwaliteit van de dienstverlening. Omdat het persoonlijker is dan een afspraak op kantoor en vanuit de verwachting dat persoonlijker contact tot meer wederzijds vertrouwen leidt en daardoor tot betere dienstverlening. Dienstverlening achter de voordeur is efficiënter. Als iemand een betalingsachterstand heeft, dan is het handig dat achter de voordeur de aanmaningen binnen handbereik liggen. Ten slotte is er de preventieve werking. In het debat over de vraag of sociaal werkers wel of misschien wel meer achter iemands voordeur zouden moeten komen, met welk doel dan ook, is het van uiterst belang dat we ons blijven realiseren dat iemands huis een privédomein is. En dat sociaal werkers met specifieke bedoelingen achter de voordeur komen. Vanuit de sociaal werker bezien, heeft achter de voordeur werken nog een andere kant waarover het debat niet vaak gaat. Thomas Kampen is socioloog en is als universitair docent verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek.