Acinetobacter baumannii isolatie richtlijnen en preventie: overzicht, toepassing en uitvoering

In deze richtlijn staan adviezen over hoe te handelen bij (bijzonder resistente micro-organismen) in extramurale zorgsituaties.

De richtlijn Isolatie betreft de herziening van de WIP-richtlijnen ‘Indicaties voor isolatie’, ‘Bouw- en inrichtingseisen: Ventilatie isolatiekamers’, ‘Aerogene isolatie’, ‘Contactisolatie’, ‘Druppelisolatie’, ‘Strikte isolatie’ en ‘Onderzoek en behandeling van geïsoleerde patiënten’.

Onder andere deze richtlijnen zijn samengevoegd tot één overkoepelende richtlijn isolatie die voor de verschillende zorgdomeinen toepasbaar is.

Met het uitbrengen van deze richtlijn komen bovengenoemde richtlijnen te vervallen.

Doel en scope van de isolatie richtlijn

In deze richtlijn wordt beschreven bij welke infectieziekten of (potentieel) pathogene micro-organismen, of een verdenking hierop, aanvullende infectiepreventiemaatregelen nodig zijn boven op de algemene voorzorgsmaatregelen (AVM).

Daarnaast wordt er beschreven hoelang de genomen infectiepreventiemaatregelen moeten duren, op welke wijze transmissie van het (veroorzakend) micro-organisme plaatsvindt en welke eisen gesteld worden aan de ruimte waar de isolatiepatiënt verpleegd/behandeld wordt.

In de richtlijn Isolatie komen de volgende onderwerpen aan bod:Indicaties voor isolatie en isolatieduur, Isolatieduur norovirus, Infectiepreventiemaatregelen voor contact-, druppel- en/of aerogene isolatie, Infectiepreventiemaatregelen, Mobilisatie, Speelgoed/domotica, Eisen (isolatie)kamer, Ventilatie bij contact- en/of druppelisolatie, Isolatiekamer: ventilatievoud, Isolatiekamer: drukhiërarchie en -verschil, Isolatiekamer: positie luchtroosters.

BRMO en zorg in de isolatiecontext

In deze richtlijn staan adviezen over hoe te handelen bij (bijzonder resistente micro-organismen) in extramurale zorgsituaties.

Voor de BRMO opgenomen in deze richtlijn is gekozen om dezelfde micro-organismen op te nemen als in de SRI-richtlijnen Infectiepreventie BRMO.

Hierin is rekening gehouden met drie kerncriteria: Het micro-organisme kan ziekte veroorzaken; Het micro-organisme heeft resistentie verworven, eventueel in combinatie met intrinsieke resistentie, die (eerste keus) therapie belemmert; Het micro-organisme of het resistentiedragende plasmide kan zich verspreiden wanneer naast algemene voorzorgsmaatregelen geen aanvullende maatregelen worden getroffen.

Wat wordt beschouwd als BRMO in de guideline

Dit zijn Enterobacterales, Acinetobacter spp, Pseudomonas aeruginosa, Enterococcus faecium en Candidozyma auris.

Candidozyma auris is een gist, de overige micro-organismen zijn bacteriën.

Onderstaande tabel toont op basis van welke resistentie de opgenomen micro-organismen in deze richtlijn worden geclassificeerd als BRMO.

Transmissie, incubatie en ziekteverschijnselen

De besmettingsweg van BRMO tussen mensen is gelijk aan de besmettingsweg van de gevoelige variant.

Na transmissie met een BRMO kan een persoon gekoloniseerd worden of er kan een infectie ontstaan.

Een incubatietijd voor de verschillende BRMO’s is niet goed aan te geven, omdat infectie vanaf uren na transmissie tot de gehele duur van het dragerschap kan optreden.

In de meeste gevallen zal dragerschap met Enterobacterales, Acinetobacter spp., P. aeruginosa, E. faecium en C. auris niet leiden tot ziekte, ook niet wanneer ze resistentie hebben verworven en dus BRMO zijn.

Infecties met resistente bacteriën leiden tot hogere morbiditeit, mortaliteit en langere ziekenhuisopnames.

Pas als de BRMO is gekweekt en het resistentiepatroon bekend is, kan gerichte therapie worden gestart. Soms hebben de behandelopties die nog werkzaam zijn een inferieure klinische uitkomst, daarnaast kunnen de behandelopties gepaard gaan met meer toxiciteit of moeten meerdere middelen tegelijkertijd worden gegeven.

Immuniteit, reservoirs en milieu

Er ontstaat geen beschermende immuniteit tegen BRMO. Langdurig dragerschap, persisterende infecties en herinfecties komen voor.

Er zijn twee reservoirs te onderscheiden van waaruit verspreiding van BRMO kan plaatsvinden: humane en dierlijke reservoirs.

Het humane reservoir van BRMO is gelijk aan het reservoir van de gevoelige variant van het betreffende micro-organisme.

Er zijn verschillende bronnen die bijdragen aan milieu-contaminatie en overdracht via oppervlakken en handinfectie.

Besmettelijkheid, dragerschap en einddesinfectie

BRMO worden effectief overgedragen via contact met lichaamsvloeistoffen of uitscheidingsproducten zoals bij wondzorg en hulp bij toiletgang.

BRMO-dragerschap en -infectie zijn besmettelijk totdat de kweken meermals negatief zijn.

Na ontslag of overplaatsing van een BRMO-patiënt vindt einddesinfectie van de kamer plaats omdat de omgeving hevig gecontamineerd kan zijn.

Praktische uitvoering: kamerindeling, materialen en verzorging

De cliënt wordt bij voorkeur verzorgd op een 1 persoonskamer; de cliënt beschikt bij voorkeur over een eigen toilet of postoel; de cliënt beschikt bij voorkeur over een eigen badkamer; indien geen eigen badkamer beschikbaar: laat de cliënt als laatste gebruik maken van de badkamer en reinig daarna de badkamer.

Bij gebruik van een tillift moet de cliënt over een eigen tilliftband beschikken; na gebruik van de tillift, deze eerst alvorens de tillift naar een andere kamer gaat.

Bij voorkeur staan er geen stoelen met stoffen bekleding.

Schoonmaak en (eind)desinfectie van verpleegmaterialen: verwijzingen naar protocollen zoals Reiniging en desinfectie van (verpleeg) materialen en einddesinfectie na ontslag of overlijden van de BRMO-patiënt.

Infectiepreventiemaatregelen omvatten de inzet van PBM en het dragen van een schort bij de verzorging/behandeling van BRMO-patiënten met direct patiëntcontact en/of contact met de directe omgeving van de patiënt.

Er is weinig tot geen wetenschappelijk bewijs dat het dragen van alleen een schort door medewerkers verspreiding van BRMO voorkomt, maar de combinatie van PBM en schort is gangbaar in veel ziekenhuizen.

Bij acinetobacter baumannii en Candida auris wordt geadviseerd tot isolatiekamer voor bronisolatie en emphasis op eenpersoonskamers waar mogelijk.

Infographic: overzicht van BRMO-resistentie en transmissiewegen

Zoals bij ESBL-E, kunnen isolatiestrategieën op niet-IC en niet-haematologieafdelingen worden toegepast; bij gebrek aan eenpersoonskamer mag isolatie op meerpersoonskamer plaatsvinden.

Evidence en studies

Kluytmans-van den Bergh et al. onderzochten isolatiestrategieën in Nederlandse ziekenhuizen en vonden dat isolatie op eenpersoonskamers bij ESBL-E effectiever kan zijn, maar niet altijd verplicht.

Verschillende studies tonen aan dat eenpersoonskamers kunnen bijdragen aan minder milieucontaminatie en betere naleving van infectiepreventiemaatregelen.

IP & AMR Animatie: 'Ik heb een BRMO, wat nu?'

Overige aandachtspunten

Mobilisatie van BRMO-patiënten vereist maatwerk in overleg met de deskundige infectiepreventie of arts-microbioloog.

Reiniging en desinfectie van ruimten dient volgens richtlijnen te gebeuren; einddesinfectie is noodzakelijk na ontslag/overplaatsing/overlijden.

Infectiepreventiemaatregelen dragen bij aan het voorkomen van transmissie van BRMO in de zorg van een BRMO-positieve patiënt.

PathogeenReservoirBesmettelijke routeIsolatiemaatregel
ESBL-EMenselijk darmkanaal; omgevingContactEenpersoonskamer bij voorkeur; eigen toilet/badkamer
A. baumanniiHumaan/dierlijk en omgevingAerogeen mogelijk; hoofdzakelijk contactBronisolatie, eenpersoonskamer
Candida aurisOmgeving; persisterende uitbrakenContactIsolatiekamer, aandacht voor vochtige omgevingen

De algemene voorzorgsmaatregelen blijven gelden bij ieder patiëntcontact, maar BRMO vereist aanvullende infectiepreventiemaatregelen bovenop AVM.

tags: #acinetobacter #baumannii #isolatie