Een nieuwe Europese EU-richtlijn op het gebied van asbestsanering vereist aanpassingen in de Nederlandse regelgeving. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) werkt aan de implementatie van deze richtlijn en betrekt hierbij diverse stakeholders, waaronder Aedes, de vereniging van woningcorporaties. Deze update belicht de eerste keuzes, het vervolgproces en de inzet van Aedes in deze transitie.
Vergunningsplicht en Bewijs van Naleving
Een van de meest significante wijzigingen is de invoering van een vergunningsplicht voor bedrijven die asbest verwijderen. Conform de richtlijn dienen asbestsaneerders een 'bewijs van naleving' te overleggen bij de aanvraag van een vergunning. Dit bewijs moet aantonen dat het bedrijf op de juiste wijze werkt en de werknemers adequaat beschermd zijn.
De staatssecretaris heeft aangekondigd dat voor een groot deel van de werkzaamheden certificering zal gelden als bewijs van naleving. Dit markeert een belangrijk verschil met de huidige certificatieplicht, die momenteel enkel van toepassing is op risicoklasse 2(A). Het bestaande certificatieschema zal worden verbeterd en aangepast aan de nieuwe eisen.

Uitzondering: Géén Certificatieplicht voor Sporadische Werkzaamheden
Voor werkzaamheden met een sporadisch karakter en een zeer geringe blootstelling aan asbest zal géén certificatieplicht gelden. Bedrijven die dergelijke werkzaamheden uitvoeren, kunnen op een alternatieve wijze aantonen dat zij correct werken. Het ministerie werkt nog aan de precieze invulling van het 'bewijs van naleving' voor deze specifieke categorie werkzaamheden.
Het Implementatieproces en de Rol van Aedes
Lidstaten hebben twee jaar de tijd om de Europese richtlijn te implementeren, waarbij veel details nog ingevuld moeten worden. De Europese Asbestrichtlijn zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de Nederlandse asbestregelgeving. Het ministerie streeft naar een zorgvuldige implementatie, waarbij de betrokkenheid van stakeholders cruciaal is. Hiertoe is een klankbordgroep opgericht, met Aedes als actief lid. Aedes draagt input aan op de voorstellen en ideeën van het ministerie.

Aedes' Inzet: Proportionaliteit en Kostenbeheersing
Bij de verdere uitwerking van de EU-richtlijn focust Aedes consequent op proportionaliteit, uitlegbaarheid en het voorkomen van onnodige administratieve lasten en kosten. Het behoud van de bestaande woningvoorraad en het realiseren van duurzaamheidsambities vereisen een goedkopere, snellere en veilige verwijdering van asbesttoepassingen, die veelvuldig in woningen zijn toegepast.
Aedes pleit al geruime tijd voor een meer proportioneel en veilig asbeststelsel, gekenmerkt door een risicogerichte aanpak. De richting die het ministerie kiest voor de invulling van de vergunningsplicht betekent dat een groter deel van de asbestwerkzaamheden onder het (momenteel niet optimaal functionerende) certificatiestelsel zal vallen. Aedes beschouwt dit als een onnodige nationale aanvulling op Europese regelgeving, die niet logisch voortvloeit uit de richtlijn zelf.
Kritiek op het Huidige Asbeststelsel
Regelmatig komen aspecten als gesjoemel, slechte controles en conflicten tussen overheidsinstanties rondom asbest in het nieuws. Woningcorporaties uiten twijfels over de doelmatigheid en kosten van het huidige asbeststelsel. Aedes heeft daarom zijn visie op het asbeststelsel voorgelegd aan staatssecretaris van Ark (SZW).
De leden van Aedes nemen hun wettelijke verantwoordelijkheid voor alle risico's die kunnen ontstaan bij het (ver)bouwen van hun woningen, niet enkel voor asbest. Zij streven ernaar hun huurders en eigen medewerkers te beschermen. Aedes constateert dat de asbestregelgeving steeds verder wordt uitgebreid zonder voldoende aandacht voor effectiviteit en proportionaliteit.
Feitelijke Risico's als Uitgangspunt
Corporaties zijn de grootste opdrachtgevers voor asbestsanering. Vaak geldt uit veiligheidsoverwegingen de hoogste risicoklasse, simpelweg omdat er te weinig informatie beschikbaar is over het werkelijke gevaar van blootstelling aan asbest. Aedes pleit daarom voor het nemen van de reële risico's als uitgangspunt bij de omgang met asbest.
Onderzoek wordt momenteel uitgevoerd om na te gaan hoe asbesthoudende materialen, zoals vensterbanken, tegen lagere kosten veilig en verantwoord kunnen worden verwijderd.

Behoefte aan Onafhankelijke Normstelling en Toetsing
Het asbestcertificeringsstelsel kent diverse gebreken. Aedes is van mening dat de normstelling niet langer mag plaatsvinden binnen een structuur waarin de asbestbranche haar eigen regels bepaalt. Dit proces dient onafhankelijk te gebeuren, evenals de toetsing van gelijkwaardige oplossingen en werkmethoden voor asbestverwijdering.
Afsprakenstelsel en Efficiënte Samenwerking
Het is niet noodzakelijk om het toezicht op asbestwerkzaamheden anders te organiseren dan voor andere risicovolle activiteiten. Corporaties kunnen in protocollen beschrijven hoe zij hun opdrachtnemers op een veilige en gezonde manier laten werken. Het ligt voor de hand om hiervoor gebruik te maken van een afsprakenstelsel met de toezichthouders.
Aedes heeft reeds het initiatief genomen voor een efficiënte samenwerking tussen enkele omgevingsdiensten en corporaties die volgens strikte kwaliteitscriteria werken.
Wetenschappelijk Onderzoek Ondersteunt Risicogestuurd Beleid
Onderzoek suggereert dat het wonen en werken in een huis met asbest, evenals het verwijderen van asbestdaken, aanzienlijk minder risico's met zich meebrengt dan tot nu toe werd aangenomen. In veel gevallen zijn de risico's verwaarloosbaar en zijn beschermingsmiddelen niet noodzakelijk. Wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen blootstelling, gezondheidsrisico's en de kosten van beschermingsbeleid toont aan dat het huidige asbestbeleid niet realistisch is.
Woningcorporaties pleiten daarom voor een risicogestuurde benadering op basis van feiten. Dit onderzoek, uitgevoerd door onafhankelijke onderzoekers van TNO, Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit Nijmegen en Crisislab, ondersteunt staatssecretaris Van Ark bij het ontwikkelen van realistisch asbestbeleid. Branchevereniging Aedes en de woningcorporaties Talis, Woonbron, Vestia en Mitros hebben het onderzoek laten uitvoeren bij gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing van het huidige beleid.
JOOST -- de risico's van asbest voor werknemers
Veiligheid Voorop, maar met Realiteitszin
Voor woningcorporaties staan de veiligheid en gezondheid van bewoners, medewerkers en opdrachtnemende partijen voorop. Zij vinden het belangrijk dat iedereen weet hoe ze veilig met asbest moeten omgaan. Voor saneerders die dagelijks plafondplaten met niet-hechtgebonden asbest slopen, is het cruciaal dat de juiste beschermingsmaatregelen worden genomen, gezien het hoge blootstellingsrisico. In deze specifieke situaties is het huidige asbestbeschermingsbeleid terecht streng.
Echter, in veel andere onderzochte situaties zijn de risico's verwaarloosbaar en zijn beschermingsmaatregelen daarmee niet noodzakelijk. Corporaties vinden dan ook dat de huidige praktijk is doorgeslagen. De wettelijke normen, complexe werkwijzen en de daaraan gekoppelde kosten staan in veel gevallen niet in verhouding tot het werkelijke risico. Dit onderzoek naar beschermingsmiddelen bevestigt dat het doorgeslagen asbestbeleid aangepast moet worden.
Rapport Ondersteunt Risicogestuurd Asbestbeleid
Aedes en de betrokken corporaties hebben het onderzoeksrapport aangeboden aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De resultaten bieden staatssecretaris Van Ark waardevolle inzichten om het asbeststelsel aan te pakken en risicogestuurd te maken.
Tweede Kamer Positief over Risicoverlaging
Op 6 maart besprak de Tweede Kamer de asbestvisie van staatssecretaris Van Ark (SZW) en het onafhankelijke asbestonderzoek. Vrijwel alle partijen stemden in met de strekking om de risicoklasse voor het verwijderen van asbest waar mogelijk te verlagen. De staatssecretaris gaf aan open te staan voor differentiatie in de risico's: "Als het goedkoper net zo veilig kan, wordt dat de nieuwe standaard."
Daarnaast wil zij de onafhankelijke beoordeling van de risico's beter borgen. Niet alleen asbestdaken en vensterbanken, maar alle saneringen met een laag risico kunnen naar een lagere risicoklasse gaan, mits er wetenschappelijke onderbouwing is. Dit biedt ook ruimte voor innovatieve, kostenbesparende verwijderingsmethoden die momenteel nog geen kans maken.
Verder Onderzoek naar Afschaling Saneringswerkzaamheden
Aedes onderzoekt, samen met woningcorporaties, of bepaalde saneringswerkzaamheden kunnen worden afgeschaald naar een lagere risicoklasse. Dit met het oog op het sneller en goedkoper, maar altijd veilig, verwijderen van asbest. Eerder zijn de saneringen van asbesthoudende vensterbanken en beglazingskitten al succesvol naar een lagere risicoklasse overgeheveld.
Om saneringswerkzaamheden te kunnen afschalen, is het verzamelen van bewijslast over werkmethoden en blootstellingsniveaus essentieel. Deze data worden verwerkt in zogenaamde asbestvalidatierapporten. Indien deze rapporten aantonen dat eenvoudigere werkwijzen niet leiden tot hogere risico's, kan een sanering worden afgeschaald. Aedes roept alle corporaties op om asbestvalidatierapporten te delen en tijdig af te stemmen over te valideren werkmethode.
Sanering van Borstweringspanelen: Potentieel voor Risicoklasse 1
Recentelijk is onderzocht of saneringswerkzaamheden aan asbesthoudende borstweringspanelen kunnen worden afgeschaald naar risicoklasse 1. Met behulp van proeflocaties is gemeten in hoeverre saneerders worden blootgesteld aan asbest. Uit de blootstellingsdata blijkt dat volledige sanering van gevelpanelen mogelijk is zonder overschrijding van de grenswaarde. Dit betekent dat saneerders de gevelpanelen veilig onder het regime van risicoklasse 1 kunnen verwijderen, evenals gevelpanelen in combinatie met asbesthoudende montagekit.
Het rapport bevat een werkmethodiek, waarin ook ervaringen van eerdere validatietrajecten zijn verwerkt. Hoewel het verzoek tot afschaling nog ter beoordeling ligt bij het Validatie- en Innovatiepunt (VIP), biedt dit onderzoek hoop op kosteneffectievere en efficiëntere saneringen. Containment van de saneringslocatie is bij risicoklasse 1 namelijk niet meer nodig, wat leidt tot kortere wachttijden en vervallen laboratoriumkosten. Bij binnensanering van gevelpanelen kunnen de kosten zelfs aanzienlijk lager uitvallen.

Aanpassing van het Asbeststelsel
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft aangegeven de werking van het huidige certificeringsstelsel te willen onderzoeken, om de Tweede Kamer te informeren over het functioneren ervan en mogelijke varianten aan te reiken. In de regel is een inventarisatie door een gecertificeerd bedrijf vereist alvorens asbest wordt verwijderd, met enkele beperkte vrijstellingen.
Een rapport van NSOB, op verzoek van Aedes, stelt dat het huidige asbeststelsel, dat grotendeels gebaseerd is op zelfregulering en marktwerking, publieke waarden onvoldoende waarborgt. Het stelsel heeft een fundamentele herziening nodig, waarbij kleine aanpassingen niet volstaan. Belangrijke principes voor een nieuw stelsel zijn functiescheiding van regulering, uitvoering en toezicht, en een scherper onderscheid tussen private (uitvoering) en publieke belangen (normstelling).
Perverse prikkels moeten worden weggenomen door belangen en risico-indeling te ontkoppelen. De indeling in risicoklassen voor asbestverwijdering moet plaatsvinden op basis van een actueel classificatiesysteem dat onder beheer valt van een onafhankelijke partij. Bovendien moeten marktpartijen die goed en innovatief willen ondernemen, ruimte en kansen krijgen.