Kenmerken en geschiedenis van klassieke gevels in naoorlogse en stedelijke architectuur

Dit artikel gaat over de manier waarop in de naoorlogse architectuur gevels zijn geconstrueerd en bevestigd. Van oudsher was de gevel onderdeel van de draagconstructie van het gebouw. Dit gold vooral voor de zijgevels, maar ook de voor- en achtergevels dienden minimaal hun eigen gewicht te dragen.

Met de komst van het betonskelet werd het gewicht van de constructie geheel via de kolommen afgedragen. Dat ontlastte de gevels en zorgde tevens voor een vrij indeelbare plattegrond: la façade libre en le plan libre waren twee van vijf in 1926 door Le Corbusier opgestelde basisprincipes voor een nieuwe architectuur. De dragende en de omhullende functies werden gescheiden waardoor in de gevel onbelemmerd openingen voor brede ramen en deuren konden worden aangebracht. Uiteindelijk werden zelfs volledige glasgevels gerealiseerd: de vliesgevel, gordijngevel of curtain wall.

Vliesgevel hoofdkantoor Nationale Nederlanden in Rotterdam uit 1991. Foto: R.

Van stick- en panelconstruction naar gedifferentieerde buitenwand

In de jaren dertig ontstond het idee van de ‘gedifferentieerde buitenwand’: een gevelconstructie bestaande uit verschillende lagen die elk één (of meerdere) functie vervulde. Zoals glad waterkerend materiaal aan de buitenzijde, een tochtwerende laag daarvanachter, isolatiemateriaal in het midden en aan de binnenkant een gladde hygiënische afwerking die kon worden geschilderd of behangen en waaraan een schilderij kon worden opgehangen.

Dergelijke samengestelde gevelconstructies presteerden beter dan traditionele gevels waarin baksteen dominant was. Gesteund door wetenschappelijk onderzoek werden allerlei combinaties doorgerekend en beproefd, en de bevindingen werden internationaal uitgewisseld. Als gevolg hiervan kwamen er talloze nieuwe materialen en bouwproducten, die in dit soort lichte samengestelde constructies konden worden toegepast, zoals panelen van geperste houtvezels of metaal, geïmpregneerde papier-, textiel- en kunststofproducten voor tocht- en vochtkering en luchtige vezel- en schuimproducten voor thermische isolatie.

Soms werd één van de lagen wat robuuster uitgevoerd, zodat de rest daarop kon worden bevestigd. Dikwijls werd als isolerende laag cellenbeton of drijfsteen gebruikt. Een mogelijkheid die na de oorlog steeds vaker werd toegepast, is het aanbrengen van een secundaire draagconstructie die alleen dient om de onderdelen van de gevel zelf te dragen.

Moderne stick- en panelconstruction - schematic voorbeeld.

Deze werd meestal opgebouwd door metaalprofielen als verticale stijlen aan de buitenzijde tussen de vloeren te plaatsen en deze te voorzien van horizontale regels. Daartussen werden dan kozijnen en isolatieplaten aangebracht en gevelpanelen van bijvoorbeeld metaal of beton voor de borstweringen en dichte geveldelen gehangen. Dit uit losse onderdelen opgebouwde stijl- en regelwerk werd stick construction genoemd.

Een andere methode was het integreren van kozijnen en borstweringen in een verdiepingshoge component die in zijn geheel tussen de stijlen werd geplaatst. Hiertoe ontwikkelde men gevelpanelen die sterk en stijf genoeg waren om zonder secundaire draagconstructie de afstand tussen vloer en plafond te overbruggen. Dit werd een modulair systeem of panel construction genoemd. Voorbeelden hiervan zijn geïntegreerde sandwichpanelen waarin isolatieschuim tussen twee metalen platen is verkleefd, en geprefabriceerde betonpanelen waarin een isolatielaag met daarin een raamkozijn is verwerkt.

In de jaren zeventig zorgde de introductie van verdiepingshoge sandwichpanelen van prefab- en schokbeton ervoor dat de gevels opnieuw een dragende functie kregen en devloeren weer op de gevels kwamen te rusten. Dit is te zien in het kantoorgebouw Cementrum in ‘s-Hertogenbosch (D. Zuiderhoek, 1979).

Naast volledig geïntegreerde gevelpanelen werden ook hybride gevels toegepast, met een dragend binnenblad van prefab betonpanelen dat aan de buitenzijde was bekleed met een vliesgevelsysteem. Een voorbeeld daarvan is het hoofdkantoor van de Nationale Nederlanden in Rotterdam (A. E.J. Siedler, Die Lehre vom Neuen Bauen. J.B. R. Mens, B. Lootsma en J. W. de Jonge en A. Doolaar (ed.), Curtain Wall Refurbishment. Dit is een bewerking van: Wessel de Jonge, ‘Gevelbekleding - principes’, in: Kees Somer en Ronald Stenvert (red.), Bouwmaterialen 1940-1990. Vernieuwing, constructie, toepassing, Rotterdam 2024, p. Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 14 apr 2025 om 11:51.

Voorgevel en zijgevels van een modern kantoor - voorbeeld van gevelbekleding.

Soorten gevels en hun functies

De gevel aan de straatzijde heet de voorgevel, verder zijn er zijgevels en een achtergevel te onderscheiden. Meestal is een gevel van steen, glas of hout, en soms van andere materialen zoals metaal gemaakt. De voegen tussen de bakstenen worden gevuld met voegspecie, een soort mortel aangemaakt met zo min mogelijk water. In de gevel zitten openingen voor de ramen en deuren die vanaf 1 meter overspannen worden met een Latei. Bij overspanningen kleiner dan 1 meter kan ook een Hanenkam of Strek gemetseld worden. Moderne gevels worden vaak uitgevoerd als spouwmuur. Door deze constructie wordt de doorslag van vocht van buiten naar binnen voorkomen.

De gevels van woonhuizen zijn in de loop der eeuwen geëvolueerd, hetgeen te zien is bijvoorbeeld aan de grachtenhuizen in Amsterdam, Delft of andere oude steden. De ontwikkeling begon met de traditionele trapgevel en evolueerde via een halsgevel naar de klokgevel in de Gouden Eeuw. Tegenwoordig (2003) worden gevels veel minder als decoratie gebruikt, hoewel er wel veel gevelreclame wordt toegepast. Ook wordt er door derden wel graffiti aangebracht, hetgeen de meeste mensen echter niet als versiering ervaren.

Uitgebreide terminologie en voorbeelden uit Amsterdam

Amsterdam staat bekend om haar historische grachtenpanden, die worden versierd door prachtige gevels. Deze gevels zijn in vele soorten en maten te vinden en geven inzicht in de geschiedenis van een pand. Het design van de gevels is namelijk gebonden aan trends binnen bepaalde tijdsperiodes. Je bewondert deze gevels het beste vanaf een bootje op de grachten.

1. Trappengelige gevels zijn typische voorbeelden uit de geschiedenis van Amsterdam. Voorbeeld: Torenachtige trapgevels bij Herengracht 168 en stamt uit 1636.

2. Halsgevels en klokgevels geven een rijke versieringshistorie weer, met klokgevels vaak uit de 18e eeuw en halsgevels met decoraties zoals fruit- of bloemmotieven.

3. Tuitgevels komen veel voor bij pakhuizen en hebben een kenmerkende halve cirkelvorm met luiken.

4. Lijstgevels verschenen in de 19e eeuw en zijn soberder, zonder beeldhouwwerken.

Historische Amsterdamse gevels langs de grachten - illustratief overzicht.

De klassieke bouwstijl is terug te voeren tot de 17e- en 18e-eeuwse vestingstadjes, met vaak hoge huizen, klassieke indelingen en symmetrie als ordeningselement. Het vakmanschap van metselwerk en het gebruik van handvorm bakstenen geven de gevels een kenmerkende textuur.

Samenvatting van geselecteerde termen

  • Vliesgevel - niet dragend, opgebouwd uit lichte materialen zoals glas
  • Panel construction - modulair, tussen stalen stijlen geplaatst, vooringestelde panelen
  • Stick construction - draagdelen uitgespaard rondom een regelwerk
  • Borstwering - horizontale afsluiting onder vensters, beschermt tegen afglijden
  • Risaliet - uitbouw van een gevel die hoogte doorloopt, vaak met ingangspartij
  • Kraagsteen/Console - steekt uit voor gewichtdrage van balkons of lijstwerk
  • Spouwmuur - dubbele muur met isolatie daartussen
  • Fronton - bekroning boven een gevel of venster
Detail van verschillende geveltypes en ornamenten - ornamenten en draagstructuur in één beeld.

Praktische aandachtspunten voor onderhoud

Bij gemetselde gevels is het nodig het voegwerk goed te onderhouden. Sterk vervuilde gevels kunnen worden gereinigd en soms geïmpregneerd met een vochtwerend middel.

De beweging van vocht en temperatuur vereist aandacht voor spouwmuurendichtheid, ventilatie en periodieke inspectie van ramen, kozijnen en borstweringen. Modern toepassing van geveltechnieken vraagt aandacht voor prefab-onderdelen, luchtkanalen en isolatielagen.

Geopietra Steenstrips - uitleg over unieke wand- en gevelbekleding | The Flagstone Company

De gevels vervullen niet alleen een esthetische functie maar voldoen ook aan technische en Bouwbesluit-eisen. De ontwikkeling van gevels laat de geschiedenis van bouwkunst zien: van traditioneel metselwerk tot geavanceerde, lichte en dragende, modulair opgebouwde systemen.

tags: #afbeelding #klassieke #gevels