De verwerking van dierlijk afval, zoals kadavers, staat meestal ver van ons af. Toch hebben we er allemaal wel degelijk mee te maken. Via de veeteelt, maar ook als onze huisdieren dood gaan. Hoe dat gebeurt, gaat vaak helemaal buiten ons om. En wat ze er vroeger mee deden, daar weten we meestal helemaal niets van.
Al in de Oudheid werden de niet eetbare delen van dode dieren gebruikt. Huiden werden verwerkt tot leer voor kleding en schoeisel en daarnaast werden van botten, hoeven en horens allerlei gebruiksvoorwerpen gemaakt. Ook won men een paar duizend jaar voor onze jaartelling al zeep uit vet en lijm uit botten en vellen, en dienden darmen als snaren voor muziekinstrumenten van de oude Egyptenaren en Mesopotamiërs. Hoewel de producten erg gewild waren, wilde niemand het verwerken van de kadavers voor zijn rekening nemen: lange tijd werden daarom maatschappelijke verschoppelingen verplicht om deze taak op zich te nemen, de vilders.
Dit betekende dat deze mensen nergens recht op hadden, dat ze buiten de stad of het dorp moesten wonen en niet door andere mensen mochten worden aangeraakt. In de herberg mochten ze bijvoorbeeld alleen maar in een afgezonderde hoek komen om iets te drinken. Het werk was onaangenaam, smerig en er lagen allerlei besmettingsziekten op de loer. Pas halverwege de 18e eeuw kregen de vilders officieel burgerrechten.
Gedurende de hele geschiedenis werden kadavers begraven of verbrand, wat zorgde voor een enorme stank. Daarnaast kwam het geregeld voor dat de kadavers die begraven waren door honden en varkens werden opgegraven. Daarnaast kon het voorkomen dat de kadavers niet volledig verbrandden. Hier kwam in de 19e eeuw verbetering in door de eerste verwerkingsprocessen. Hierin werd het rotten gestopt, de ziektekiemen gedood en werd uit het kadavermateriaal vet en diermeel gewonnen. Men deed dit eerst door de kadavers handmatig in hompen te hakken en in open ketels met water of met zwavelzuur te verkoken tot een dikke brij, waarop een laag vet van een slechte kwaliteit lag.
Om de kwaliteit van vet en mest te verbeteren ging men halverwege de negentiende eeuw over tot verkoken met stoom. De kwaliteit van de meststof verbeterde hierdoor zodanig, dat dit ook voor honden- en varkensvoer kon worden gebruikt. In 1884 ontwierp de directeur van het Antwerpse slachthuis, Florent de la Croix, hier één van de eerste industriële installaties voor. In het belang van de volksgezondheid en de gezondheid van het vee werden al gauw wettelijke maatregelen noodzakelijk voor de verwerking van kadavers en van afgekeurd vlees. Pas in 1923 werd in Nederland de Vleeschwet en de Veewet van kracht.
Rond de millenniumwisseling kregen we te maken met een aantal uitbraken van dierziekten. Voor de dierlijke afvalverwerking brak hiermee een zeer turbulente periode aan. Met name door de “gekke-koeien-ziekte” werd kadavermateriaal in veevoer verboden. Ook mocht dit niet meer als mest worden gebruikt. In één klap waren toen dierlijke eiwitten en vetten van waardevolle toevoegingen in veevoer veranderd in ‘gevaarlijk’ afval. De wettelijke verplichting van het verwerken van het afval, zoals kadavers, bleef bestaan en de kosten hiervan stegen alleen maar.
Er gelden strikte regels voor het verwijderen en verwerken van kadavers van landbouwhuisdieren, hobbydieren en dierentuindieren. Houders van landbouwhuisdieren zijn dieren die gefokt of gehouden worden voor de productie van dierlijke producten, zoals melk, vlees, eieren en wol. Houders van hobbydieren zijn landbouwhuisdieren die in kleine aantallen en zonder commercieel doel worden gehouden. Voor het verwijderen van dode hobbydieren gelden dezelfde eisen als voor het verwijderen van dode landbouwhuisdieren. Het is verboden om dode hobbydieren te begraven. Deze informatie is niet bedoeld voor eigenaren van huisdieren zoals honden en katten. Voor het afvoeren van dode huisdieren gelden andere regels. Is uw dier overleden? Meld het kadaver aan bij verwerkingsbedrijf Rendac. Doe dit uiterlijk op de eerstvolgende werkdag na het overlijden van het dier. Bied het kadaver op de met Rendac afgesproken plaats aan. De ophaaldienst van Rendac komt het kadaver daar ophalen. Zorg dat het kadaver is afgedekt en niet zichtbaar is voor voorbijgangers. Voor paarden geldt een uitzondering. In plaats van afvoeren en verwerken door Rendac mag een dood paard ook verbrand worden in een erkend huisdierencrematorium.
Voor het vervoeren van kadavers is geen handelsdocument nodig. Regels voor bewaren van dode dieren: bepaalde kadavers mag u een aantal dagen bewaren voordat ze worden opgehaald. Hiervoor moet u met Rendac een vast ophaaldag afspreken. Kleine kadavers tot 25 kg en kadavers van varkens tot 200 kg mag u maximaal 2 weken bewaren. U moet de dieren gekoeld bewaren, bij een temperatuur van maximaal 10 ºC. Kadavers van pluimvee zoals kippen en eenden mag u maximaal 4 weken bewaren. U moet de dieren gekoeld bewaren, bij een temperatuur van maximaal 5 ºC. Overige kadavers mag u niet bewaren.
Wat moet ik doen bij een stalbrand? Dieren die bij een stalbrand zijn omgekomen moet u ook bij Rendac aanmelden. Zijn de kadavers of resten van kadavers door de brand verontreinigd geraakt, bijvoorbeeld met bouwmaterialen van de stal? Kijk of het mogelijk is om het bouwmateriaal van de kadavers te scheiden. Waren de kadavers verontreinigd met asbest? En heeft u het asbest van het kadaver kunnen scheiden? Dan moet u aan Rendac een asbestvrij-verklaring kunnen overleggen. Is het niet mogelijk om kadavers van andere materialen te scheiden? Geef bij uw aanmelding bij Rendac aan wat de toestand van de kadavers is. Hieruit moet blijken dat scheiding niet mogelijk is. Het is mogelijk dat Rendac de verontreinigde kadavers dan niet zelf kan verwerken. Het verwerkingsbedrijf zoekt in zo’n geval een andere manier om de kadavers te verwijderen. Rendac moet hiervoor een ontheffing aanvragen bij de NVWA. De wettelijke ophaalplicht van Rendac blijft gelden. Het bedrijf zal de afvoer van de verontreinigde kadavers coördineren.
Wat zijn de kosten voor het afvoeren van kadavers? U betaalt aan Rendac de kosten voor het verwijderen en verwerken van kadavers. Dit is vastgelegd in artikel 3.3, 3.4 en 3.5 van het Besluit dierlijke producten. De tarieven worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Waarom moet ik kadavers afvoeren? Kadavers zijn onhygiënisch, trekken ongedierte aan en stinken. Het ophalen en afvoeren van overleden dieren roept in de praktijk regelmatig vragen op: wie is waarvoor verantwoordelijk, en onder welke wetgeving valt dat precies? Voor dierenambulances wordt uitgelegd hoe de gemeentelijke zorgplicht is geregeld en welke afspraken vaak worden gemaakt met Rendac.
Wettelijke taken en bevoegdheden ophalen van kadavers: Rendac is in Nederland steeds de aangewezen ondernemer. Dierenambulances maken contractueel nadere afspraken met gemeenten. De daadwerkelijke uitoefening van de wettelijke verplichting die een gemeente heeft ten aanzien van kadavers van gezelschapsdieren, wordt in zo’n contract vaak uitbesteed aan een dierenambulance. Rendac werkt veelal samen met dierenambulances en schrijft hen dan ook vaak direct aan bij facturatie. Wilde dieren vallen over het algemeen niet onder het stelsel van de Verordening (EG) 1069/2009. Dit is alleen anders wanneer wordt vermoed dat zij met een overdraagbare ziekte zijn besmet.
De verantwoordelijkheid voor het opruimen van een kadaver van een wild dier is afhankelijk van de plek waar het dier wordt gevonden. Eigen terrein: de eigenaar van het terrein draagt verantwoordelijkheid voor het opruimen van het kadaver; openbaar terrein: in beginsel is de gemeente verantwoordelijk voor het opruimen van kadavers. Wildopvang springen vaak in de bres en geven hier vervolgens (na het verkrijgen van de benodigde vergunningen) handen en voeten aan. Landelijke wetgeving voorziet niet in bepalingen over de zorg voor overleden wilde dieren. Wildopvangcentra beheren vaak het terrein en dragen financieel bij aan de opvang van wilde dieren. Gemeenten dragen meestal kosten voor het opruimen van kadavers via contracten of beleidskaders. De Wet Dieren schrijft voor dat de kosten van destructie volledig in rekening worden gebracht bij de aanbieders. Rendac stelt jaarlijks een begroting op van de kosten voor het ophalen, verwerken en vernietigen van kadavers.

Daverende kadavers
Belangrijke termen en verantwoordelijke instanties
- Rendac - officiële verwerkingsdienst voor kadavers in Nederland; ophaal- en verwerkingsdiensten.
- Veewet en Vleeschwet - vroegere wetten die de verwerking van dierlijk afval regelden; nu vervangen door EU-regelgeving en nationale regelgeving.
- EG-Verordening 1069/2009 - classificatie van dierlijke bijproducten in categorieën; bepaalt hoe met gezelschapsdieren en wilde dieren wordt omgegaan.
- Wet Dieren - regelt zorgplicht en kostenverhaal bij kadavers; bepalingen over wie de kosten draagt.
- NVWA - Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; betrokken bij ontheffingen en toezicht.
- Omgevingswet - invoering van vergunningen en regels rondom milieubelastende activiteiten, waaronder destructie en verwerking van kadavers.
Praktische afvoerregels voor verschillende kadavers
- Honden- en kattenkadavers: meld bij Rendac, aflevering op afgesproken locatie, gekoeld bewaren tot ophaalmoment.
- Paardenkadavers: vaak alleen verwerkingen via Rendac; mogelijkheid tot crematie bij erkend crematorium.
- Pluimvee kadavers: beperkte bewaartermijn en gekoelde opslag volgens gestelde temperatuur.
- Bij stalbranden: meld bij Rendac, scheid verontreinigingen zoals asbest en bouwmaterialen waar mogelijk; Ondertussen wordt gezocht naar alternatieve verwijdering indien scheiding niet mogelijk is.
- Wildkadavers: verantwoordelijkheid meestal bij terreinbeheer of gemeente; gemeenten en wildopvangcentra dragen bij aan opvang en kosten op basis van contracten.
Vooruitkijken: de wetgeving blijft zich ontwikkelen rondom de verwijdering en verwerking van kadavers, waarbij volksgezondheid, diergezondheid en milieubelasting centrale begrippen blijven. De EU-verordening en nationale regels blijven het kader vormen voor de classificatie van dierlijke bijproducten en de bijbehorende verwerkingstechnieken en milieueisen.
tags: #afvoer #kadavers #insectenkweek