In de bouwsector werden tientallen jaren lang tonnen aan asbest gebruikt.
Al sinds het begin van de jaren negentig is de productie, de verkoop en het gebruik voor woningbouw in Duitsland en Zwitserland verboden vanwege zijn kankerverwekkende eigenschappen, en soortgelijke voorschriften zijn vervolgens in veel landen van kracht geworden.
In België is het produceren, verhandelen of hergebruiken van asbesthoudende materialen sinds 1998 verboden.
Tóch zorgt de gevaarlijke stof vandaag de dag nog steeds voor uitdagingen voor gespecialiseerde bedrijven, omdat asbesthoudend materiaal vaak wordt ontdekt tijdens renovatie- of sloopwerkzaamheden aan oude gebouwen.
Asbest bestaat uit natuurlijke, silicaat, vezelachtige mineralen.
Het is niet brandbaar en ongevoelig voor hitte en veel chemicaliën.
Door zijn hoge elasticiteit en bindvermogen kan het gemakkelijk tot talloze producten worden verwerkt.
Hechtgebonden asbestproducten zoals asbestcement (bijvoorbeeld Eternit) hebben een grijzig, homogeen en hard oppervlak.
Niet-hechtgebonden asbestproducten hebben daarentegen een zachter oppervlak en zijn te herkennen aan duidelijk uitstekende vezelbundels aan gebroken of gesneden randen.
De individuele vezels van niet-hechtgebonden producten kunnen gemakkelijk loskomen.
Asbest bestaat uit de fijnste vezels met een diameter tot 2 micrometer.
Deze microscopisch kleine vezels kunnen gemakkelijk worden ingeademd en longkanker veroorzaken.
Alleen al in Duitsland werd tussen 1950 en 1985 ongeveer 4,4 miljoen ton asbest gebruikt.
De gevaarlijke stof is sinds 1993 in Duitsland verboden; België volgde 5 jaar later met een verbod op het produceren, verhandelen of hergebruiken van asbesthoudende materialen, en in 2005 volgde een verbod op asbest voor alle EU-lidstaten (huidige EU-richtlijn 2009/148/EG).
In 2013 heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen om asbest in Europa tegen 2028 volledig te elimineren.
Zolang hechtgebonden asbestproducten met rust worden gelaten, bestaat er bij normaal gebruik geen risico voor de gezondheid door het vrijkomen van asbestvezels.
Alle werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van mechanica (boren, zagen, slijpen, frezen, afbreken of slopen) zijn gevaarlijk bij het verwijderen van asbest.
In Duitsland bijvoorbeeld vereisen sloop-, renovatie- en onderhoudswerkzaamheden in combinatie met asbest goedkeuring (bewijs van deskundigheid volgens de Technische Regels voor Gevaarlijke Stoffen 519) van het Deelstaatsbureau voor Arbeidsveiligheid, Consumentenbescherming en Gezondheid (LAVG).
In België moet voor het begin van sloop-, onderhouds- of renovatiewerkzaamheden een destructieve asbestinventaris worden opgemaakt, waarin alle asbestmaterialen die in het gebouw aanwezig zijn, beschreven worden.
In het geval dat er asbest aangetroffen wordt, wordt er een risico- en werkplan opgesteld door de aannemer.
Alleen materiaalonderzoek kan uitsluitsel geven of een bouwstof asbest bevat.
Afhankelijk van de asbestvezelconcentratie (v/m³, asbestvezels per kubieke meter) moeten maskers met geschikte deeltjesfilters, volgelaatsmaskers met ventilatoren en deeltjesfilters of hoogwaardige ademhalingsbeschermingsmiddelen worden gedragen.
Het gebruik van herbruikbare beschermingspakken wordt niet aanbevolen bij het verwijderen van asbest.
Bij de omgang met asbest mogen alleen emissiearme processen worden toegepast.
Voordat asbestproducten worden verwijderd of afgevoerd, worden op de te verwijderen materialen stofbindende middelen, zogenaamde vezelbinders, aangebracht.
Voor het opzuigen van asbesthoudend stof mogen in Duitsland bijvoorbeeld alleen H-asbeststofzuigers worden gebruikt die voldoen aan de testvereisten van stofklasse H, met een aanvullende “asbesttest” volgens TRGS 519.
Op de stofzuiger en het stofafzuigapparaat moet een typeplaatje staan waarop het luchtdebiet en het gewicht vermeld staan, evenals een duidelijke vermelding over asbest.
De apparaten moeten bovendien een typekeuring hebben ondergaan en door de autoriteiten of wettelijke ongevallenverzekeraars worden erkend.
De normen en regelgeving met betrekking tot de verwijdering van asbest variëren aanzienlijk van land tot land en moeten worden nageleefd.
In België regelt titel 3 van boek VI van de codex over het welzijn op het werk de verwijdering van asbest sinds 2005.
In Frankrijk moet er een asbestinventarisatie (RAT) worden uitgevoerd in gebouwen die vóór 1997 zijn gebouwd.
In Zwitserland gelden de volgende normen: OTConst en CFST 6503, vergelijkbaar met TRGS 519.
Ook Oostenrijk heeft soortgelijke voorschriften.
Stofzuigers voor de verwijdering van asbest regelen automatisch de luchtsnelheid.
Als de grenswaarde onder de 20 m/s komt, klinkt er een akoestisch waarschuwingssignaal.
De afgezogen lucht wordt zodanig geleid of gereinigd dat er geen asbestvezels in de ademlucht van de gebruiker terechtkomen.
Voor stofvrije verwijdering zijn veiligheidsfiltersets bijzonder veilig in het gebruik.
Ze bevatten een vlieszak met filter, die in een PE-zak zit.
Dit elimineert het risico voor de gebruiker om in contact te komen met gevaarlijke asbestdeeltjes.
Voor stofzuigers met een stroomverbruik tot 1,2 kW is een eentrapsfiltering voldoende.
Vanaf een stroomverbruik van 1,2 kW is een extra, reinigbare voorfilter van stofklasse M vereist.
Na gebruik moet de asbeststofzuiger van binnen en van buiten worden afgezogen.
Eventueel achtergebleven stof in het gehele werkgebied moet worden verwijderd door alle oppervlakken vochtig te reinigen.
Voor het transport zijn H-stofzuigers uitgerust met een afsluitbaar spruitstuk en beschikken over een afsluitbare transporttas voor accessoires.
Vóór transport moet de gebruiker de afsluitplug van de H-stofzuiger in de zuigopening steken.
Bij het afvoeren van asbesthoudend afval moeten de nationale en/of regionale afvalvoorschriften in acht worden genomen.
Niet-hechtgebonden asbestproducten mogen in Duitsland door particulieren worden afgevoerd, als het afval volgens de voorschriften van TRGS 519 is verpakt.
In het ideale geval krijgt een gespecialiseerd bedrijf, dat over de benodigde kennis beschikt en de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen kan nemen bij het verwijderen en transporteren van filterzakken, opzogen materiaal, PE- of afvoerzakken, de opdracht.
In de bouw houdt de term saneren of sanering in het verbeteren door wat verouderd en vervallen is te verwijderen.
In tegenstelling tot de meeste asbest verwijderingsbedrijven is Buijs Asbest niet ontstaan vanuit de sloop.
Dat maakt dat wij anders naar de opdrachten kijken.
We zijn gewend om te werken in bewoonde situaties en werken altijd met een reparatie gedachte.
Een inventarisatierapport met daarin de risicoklasse indeling en verwijderingsvoorwaarden.
Voordat u werkzaamheden in gebouwen van vóór 1994 mag uitvoeren moet u een volledige asbest inventarisatie bij de melding overleggen.
Uit het asbest inventarisatierapport blijkt of en zo ja, waar in het bouwwerk of het gedeelte daarvan asbest is toegepast.
In het rapport staan de resultaten van de inventarisatie.
Dit rapport heeft u geruime tijd voor aanvang van de werkzaamheden nodig.
Op basis daarvan weet u of een sloopmelding nodig is voor het verwijderen van asbest en aan welke eisen het asbest verwijderingsbedrijf moet voldoen.
Het asbest inventarisatierapport moet aan specifieke eisen voldoen en geschreven zijn door een gecertificeerd inventarisatiebedrijf.
In het asbest inventarisatierapport staat aangegeven onder welke risicoklasse de asbestverwijdering valt.
Afhankelijk van de indeling van de risicoklasse bepalen we tijdens de voorbereiding de maatregelen die bij uitvoering getroffen dienen te worden.
Ga naar het Omgevingsloket om te zien of u een sloopmelding moet indienen een waar de melding aan moet voldoen.
Ons doel is om u te ontzorgen in het gehele traject.
Het verwijderen van asbest kan plaatsvinden onder verschillende omstandigheden.
Bij asbestverwijdering in gebouwen moet er een containment gemaakt worden.
Een containment is een besloten werkruimte waarbinnen de asbest werkzaamheden plaatsvinden en ook het asbeststof vrijkomt.
Bij het verwijderen van hechtgebonden asbestbevattende materialen die zich aan de buitenzijde van een bouwwerk of object bevinden, is het niet noodzakelijk om compartimentering en in onderdruk houden van de ruimte toe te passen.
Voor de asbest werkzaamheden zijn we gewend om te werken in bewoonde situaties daarom ontzorgen we de bewoners zoveel mogelijk.
Tot en met de eindcontrole mogen alleen bevoegde personen het gebied dat we gesaneerd hebben betreden.
De personen die hiervoor bevoegd zijn, zijn de DTA’ers Deskundig Toezichthouder Asbestsloop en DAV’ers Deskundig Asbest Verwijderaar.
Zodra de asbest werkzaamheden zijn uitgevoerd meet het laboratorium tijdens de eindcontrole de concentratie van asbestvezels na de sanering in de lucht.
Pas als dit in orde is wordt het gebied dat gesaneerd is opgeleverd.
Bij het asbesthoudend materiaal wordt veelal gedacht aan verwijderd asbesthoudend materiaal.
Diegene die opdracht geeft de afvalstoffen te vervoeren, moet een begeleidingsbrief verstrekken.
Het transport dient altijd voorzien te zijn van een begeleidingsbrief.
Als er sprake is van vervoer tegen vergoeding, dan moet de vervoerder vermeld staan op de VIHB lijst.
Een aannemer die afvalstoffen uit eigen bedrijfsvoering met eigen voertuig vervoert, hoeft niet ingeschreven te staan op de VIHB lijst.
Wilt u asbest in of om u huis laten verwijderen door een gecertificeerd saneringsbedrijf? We helpen u graag verder.
Door de invoering van de Atex-richtlijnen is ook het explosiegevaar bij afzuiginstallaties sterk in de belangstelling gekomen.
Het uitgangspunt bij de veiligheid van afzuiginstallaties is dat voorkomen moet worden dat hierin een explosie plaats kan vinden.
Voor buitenopstellingen geldt enkel dat moet worden voorkomen dat een stofexplosie naar binnen slaat.
Dit kan eenvoudig worden gerealiseerd door het aanbrengen van explosie-ontlastingspanelen op de filterkast, een terugslagklep in de zuigleiding en een U-bocht constructie met ingebouwde ontlasting in het retourkanaal.
De drukopbouw bij een explosie van houtstof kan oplopen tot 10 bar.
Omdat een afzuigunit dit niet aankan, wordt de druk altijd met explosiepanelen gereduceerd tot een voldoende laag niveau.
Soms is het plaatsen tegen de buitengevel niet mogelijk.
Dan ontstaat een situatie die niet door de Atex-richtlijnen of andere regelgeving is afgedekt.

Hierover ontstond aanvankelijk bij de invoering van de Atex-richtlijnen grote verwarring.
De afzuigunit is geheel gesloten en werkt volgens het onderdrukprincipe.
Bij onderdruk is de ventilator na het filter geplaatst en is de afzuigunit vrij van ingebouwde ontstekingsbronnen.
Aanzuigen van externe vonken blijft evenwel altijd mogelijk.
De omkasting is voldoende drukstootvast geconstrueerd.
Wat ‘voldoende’ is, is onduidelijk.
In Duitsland wordt 0,2 bar aangehouden.
Dit is echter veel te weinig omdat de explosiedruk kan oplopen tot 10 bar.
De unit beschikt over een ingebouwde automatische brandblusinrichting.
Een stofexplosie wordt bijna altijd voorafgegaan door brand in de unit.
Een groot deel van de binnen opgestelde afzuiginstallaties is nog van het ouderwetse overdrukprincipe.
Deze apparaten geven stof af en als dat langer dan 1000 uur per jaar blijft liggen, is Atex wel van toepassing.
Voor bestaande apparatuur moet per geval een risico-analyse worden gemaakt en de noodzakelijke aanpassingen worden gedaan.
Sinds 1994 is het verhandelen en het toepassen van asbest verboden.
Ook het bewerken van al aanwezige asbestmaterialen is (bijna altijd) verboden.
Maar er is nog veel asbest aanwezig in gebouwen, installaties en schepen.
Om werknemers te beschermen tegen de risico’s van asbest is er strenge regelgeving.
Het Arbeidsomstandighedenbesluit bevat een apart hoofdstuk over asbest.
Er geldt een strenge grenswaarde.
In de lucht die de werknemer tijdens het werk inademt, mogen zich maximaal 2.000 asbestvezels per kubieke meter lucht bevinden.
Is het gehalte aan asbestvezels in de lucht lager dan deze grenswaarde, dan valt het werk in risicoklasse 1.
Is het gehalte aan asbestvezels in de lucht hoger dan deze grenswaarde, dan valt het werk in risicoklasse 2 of 2A.
Er gelden dan aanvullende regels.
In inventariseren, melden, verwijderen en vrijgeven
Bij werkzaamheden met kans op blootstelling aan asbestvezels, bijvoorbeeld onderhoud, reparatie of sloop van een gebouw of installatie, is de werkgever verplicht een aantal zaken te regelen voor de werknemers.
Vóór aanvang van het werk moet het asbest verwijderd zijn, tenzij de werksituatie daarmee onveiliger wordt.
Hiertoe moet er een asbestinventarisatie plaatsvinden.
Deze is verplicht bij gebouwen en objecten die vóór 1994 gebouwd zijn.
Bij schepen is het ook verplicht als ze ná 1994 gebouwd zijn.
Alleen een gecertificeerd asbestinventarisatiebureau mag deze inventarisatie uitvoeren.
Als uit de inventarisatie blijkt dat het verwijderen van het asbest in risicoklasse 2 of 2A valt, dan mag dit alleen worden uitgevoerd door een gecertificeerde asbestverwijderaar.
Als blijkt dat het verwijderen in risicoklasse 1 valt, dan mogen ook niet-gecertificeerde bedrijven dit uitvoeren.
Het verwijderen van asbest moet minimaal 2 dagen van tevoren worden gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie en bij risicoklasse 2 of 2A ook in het Landelijk Asbestvolgsysteem.
Na afronding van de asbestverwijdering moet een eindbeoordeling worden uitgevoerd om de locatie weer te kunnen vrijgeven voor de gebruiker.
Lees hier meer over asbestverwijdering.
De Nederlandse Arbeidsinspectie stuurt geen ontvangstbevestiging meer aan de melder, bevoegde instanties en certificerende instellingen.
Deze ontvangstbevestigingen blijven wel verstuurd worden vanuit het LAVS en zijn anders opgebouwd dan de berichten die door de Nederlandse Arbeidsinspectie werden verzonden.
Ze bevatten dezelfde gegevens.
Het verwijderen van asbest is aan strikte regelgeving gebonden.
Deze is verankerd in verschillende wetten en besluiten.
Bij verwijdering van asbest uit gebouwen, uit objecten en vanaf het maaiveld moet eerst inventarisatie plaatsvinden van de aanwezigheid van het asbest.
Als blijkt dat er asbest aanwezig is, wordt per asbesthoudende toepassing vastgesteld in welke risicoklasse de verwijdering van het asbest valt.
Er zijn 3 risicoklassen.
Bij verwijdering van asbest uit de bodem gelden aparte voorwaarden.
Werkplan werkvoorbereiding asbestverwijdering
Het is verplicht om werkzaamheden met asbest minimaal 2 dagen voor aanvang te melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Verbouwen of onderhoud? Ga naar checklistasbest.nl
Gaat u een bestaand gebouw verbouwen of slopen? Controleer altijd of u met asbest in aanraking kunt komen.
Bedrijven die werkzaamheden in gebouwen gaan uitvoeren en die niet gecertificeerd zijn om asbest te verwijderen kunnen een check doen op checklistasbest.nl.
Risicoklasse 1
Als de verwijdering van het asbesthoudende materiaal is ingedeeld in risicoklasse 1, dan wordt de blootstellingsnorm niet overschreden.
Dat is bijvoorbeeld het geval bij een losliggende asbesthoudende cementplaat of een asbesthoudend koord in een kachel die in zijn geheel wordt verwijderd.
Het risico hierbij is beperkt.
Daarom hoeft het asbest niet te worden verwijderd door een gecertificeerd bedrijf.
Ook niet-gecertificeerde bedrijven mogen dat doen.
In sommige gevallen mogen ook particulieren asbest verwijderen. Hieraan zijn specifieke voorwaarden verbonden.
Risicoklasse 2/2a
Als uit de asbestinventarisatie blijkt dat verwijdering van asbesthoudende materialen alleen veilig mogelijk is in risicoklasse 2 of 2a, dan betekent dit dat de grenswaarde wordt overschreden.
Dat is bijvoorbeeld het geval bij een dak met golfplaten, leidingisolatie of een ingemetselde schoorsteenbuis.
Er is dan sprake van een onacceptabel risico.
De gezondheid van de werknemers kan ernstige schade oplopen.
Daarom mogen de werkzaamheden in risicoklasse 2 of 2a alleen door een gecertificeerd bedrijf worden uitgevoerd.
Gecertificeerde bedrijven hebben de beschikking over specialistische kennis, specifieke apparatuur en hulpmiddelen en vakkundig opgeleide werknemers, zodat het asbest zo veilig mogelijk kan worden verwijderd.
Bodem en grond
Voor het saneren van asbesthoudende grond gelden aparte regels.
Hiervoor is een apart meldformulier beschikbaar.
Verreiker
Maakt u gebruik van een personenwerkbak die gekoppeld is aan een verreiker? Of verhuurt u deze aan anderen?
Asbest verwijderen en afvoeren kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld met een stofzuigsysteem of een speciale asbest stofzuiger.

Bij Atimo Nederland bent u aan het juiste adres voor het veilig verwijderen en afvoeren van asbest middels een asbest stofzuiger.
Of er sprake is van een kleine of grote asbest sanering maakt voor Atimo Nederland niet uit.
Wij beschikken over een breed assortiment asbest stofzuigers, waaronder compacte asbest stofzuigers, asbeststofzuigers met een longopac zakkensysteem en stofzuigsystemen geschikt voor het opzuigen van asbest.
Asbest is een stof die zeer gevaarlijk is voor de gezondheid van uw medewerkers.
Langdurige blootstelling aan asbest kan allerlei ziektes veroorzaken, waaronder stoflongen en longkanker.
Het verwijderen en opzuigen van asbest dient te gebeuren volgens strenge wet- en regelgeving.
Een manier om asbest op een veilige manier en volgens de regelgeving op te zuigen en af te voeren is middels een asbest stofzuiger.
Een asbest stofzuiger zorgt ervoor dat u veilig, snel en effectief asbest en asbesthoudende materialen vanaf de bron op kunt zuigen en af kunt voeren.
De asbest stofzuigers van Atimo Nederland voldoen aan de strenge eisen en regelgeving voor het verwijderen van asbest en zijn dan ook geschikt voor toepassing in zowel kleine als grote asbest saneringen.
Door de jaren heen hebben wij al tientallen klanten voorzien van een passende asbest stofzuiger, waarbij geen vraag ons te gek is.
Zo hebben wij voor één van onze klanten, in samenwerking met de klant, een mobiele asbest stofzuiger met wasstraat en filtersysteem in een zeecontainer gerealiseerd.
De combinatie van een stofzuigsysteem met wasstraat in een zeecontainer zorgt voor een meer veilige handling van het asbest.
Het opgezogen asbesthoudend materiaal komt in het ‘vuile’ compartiment van de zeecontainer binnen via de voorafscheider en belandt vervolgens in een Big Bag zak.
Als de Big Bag volgezogen is, wordt deze afgebonden en verplaatst naar het was compartiment.
Hier wordt de Big Bag gewassen en gespoeld, zodat er geen asbest aan de buitenkant van de Big Bag te vinden is.
In een derde compartiment van de wasstraat kan de Big Bag verder geseald en uitgenomen worden voor transport naar de opslag.
Het stofzuigsysteem wordt aangedreven door een krachtige vacuüm unit met een vermogen van maar liefst 66 kW.
Dit stofzuigsysteem is voorzien van een diesel aandrijving, waardoor het systeem volledig onafhankelijk is van stroom.
Het opgezogen materiaal wordt op één plek verzameld, namelijk in de voorafscheider.
De voorafscheider heeft een opslagcapaciteit van 1 kuub.
Nieuwsgierig geworden? Bent u op zoek naar een manier om veilig asbest op te zuigen? Wij kunnen u verder helpen.
Of u nu op zoek bent naar een wegwerp asbeststofzuiger, een industriële stofzuiger voor asbest of een robuust en krachtig stofzuigsysteem zoals hierboven omschreven, Atimo heeft het!
Neem gerust contact met ons op, zodat wij u vrijblijvend over de mogelijkheden voor uw bedrijfstoepassing kunnen vertellen.
Alle stappen in het proces mogen alleen door daarvoor gecertificeerde bedrijven worden uitgevoerd.
U mag niet zelf aan de slag of een willekeurige bouwondernemer deze verwijderingsklus laten uitvoeren.
Dit is strafbaar en u brengt uzelf en derden hiermee in gevaar.
De gemeente en de Nederlandse Arbeidsinspectie controleren hier streng op.
In een zeer beperkt aantal gevallen mag een particulier of een niet-gecertificeerd bedrijf bepaalde toepassingen verwijderen.
De hieronder beschreven stappen zijn niet bedoeld voor die situaties.
Het wetsvoorstel dat een verbod op asbestdaken mogelijk moest maken (2024), is door de Eerste Kamer verworpen.
Dit betekent dat er voor asbestdaken geen wettelijke verwijderplicht geldt.
Als u sloop- of renovatieplannen heeft kan een asbestinventarisatie vaststellen of het toegepaste asbest verweerd is en of medewerkers blootgesteld kunnen worden aan asbestvezels.
Als de toepassing niet makkelijk beschadigt, is het meestal veilig genoeg.
Het verwijderen van asbest bestaat uit 3 stappen.
Stap 1 is altijd een asbestinventarisatie.
Daarna vindt de verwijdering plaats (inclusief afvoer en stort).
En tot slot is er een eindcontrole.
U moet altijd een officiële asbestinventarisatie laten uitvoeren door een gecertificeerd asbestinventarisatiebedrijf.
Een inventarisatie van een bedrijf zonder dit certificaat is voor de verwijdering ongeschikt en niet toegestaan.
U (of uw aannemer) bent vrij om elk bedrijf te kiezen zolang dit maar over een certificaat beschikt.
Uiteraard kunnen er (grote) prijsverschillen zijn tussen deze bedrijven.
U moet het asbestinventarisatierapport bij uw sloopmelding voegen.
Het verwijderingsbedrijf heeft dit rapport nodig om de verwijdering uit te mogen voeren.
Verwijderingsbedrijven die aanbieden zonder inventarisatierapport te verwijderen, zijn strafbaar.
Dit geldt dan ook voor u als opdrachtgever.
Het is handig om de verplichte meldingen bij asbestverwijdering door het asbestverwijderingsbedrijf te laten uitvoeren.
Op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving moet er minimaal 4 weken voor de aanvang van de verwijderingswerkzaamheden melding gedaan worden bij de gemeente.
Wanneer u beschikt over een asbestinventarisatierapport, kunt u een asbestverwijderingsbedrijf opdracht geven om het asbest te verwijderen.
Maak afspraken over welke asbest er precies verwijderd wordt en hoe.
Tijdens een inventarisatie zal er vaak op meerdere plekken asbest gevonden worden.
U bent meestal niet verplicht om alle aangetroffen asbest te laten verwijderen.
Dit is natuurlijk wel de meest voor de hand liggende optie.
U kunt er voor kiezen om sommige toepassingen beheersbaar achter te laten blijven.
Beheersbaar wil zeggen dat er geen asbestvezels vrij kunnen komen.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er sprake is van hechtgebonden asbest in goede toestand op een plek waar het niet makkelijk beschadigd kan worden.
Ook kan asbest afgedekt worden met bijvoorbeeld een wand.
Het behoort tot de werkzaamheden van de saneerder om het asbestbevattende afval af te voeren en naar een stortplaats te vervoeren.
Ook hier gelden strenge voorschriften voor.
Zo moet alle asbest luchtdicht en dubbel verpakt worden, voordat het buiten het saneringsgebied komt.
De hoeveelheid die afgevoerd wordt, moet overeen komen met de hoeveelheid die in het werkplan staat.
De saneerder, of een hiervoor geselecteerd bedrijf, voert het afval af.
Sloopmelding: op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving moet er minimaal 4 weken voor de aanvang van de verwijderingswerkzaamheden melding gedaan worden bij de gemeente.
Startmelding: Het asbestverwijderingsbedrijf doet dit via een melding in het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS).
Na een sanering moet een eindcontrole worden uitgevoerd.
Bij een buitensanering bestaat deze eindcontrole uit een visuele inspectie door een bedrijf dat hiervoor geaccrediteerd is.
Bij een visuele inspectie vindt de controle 'op het oog' plaats en worden er bijvoorbeeld geen luchtmonsters genomen.
Pas na de eindcontrole, mag de saneringslocatie weer door anderen betreden worden.
De eindcontrole is voor u een garantie dat de sanering zorgvuldig is uitgevoerd.
Een eindcontrole hoeft trouwens niet te betekenen dat alle asbest is verwijderd.
De eindcontrole ziet dan ook alleen toe op het gesaneerde gebied of gebouwdeel.
De eindcontrole is belangrijk.
Zonder eindcontrole is de sanering nog niet afgerond.
Ook dient de saneerder op de eerste werkdag na de beëindiging van de werkzaamheden de gemeente hiervan in kennis te stellen.
Vervolgens moet het eindinspectielaboratorium de resultaten van de eindmeting melden.
Bedrijven die inventariseren, mogen geen asbest verwijderen en bedrijven die asbest verwijderen mogen zelf niet inventariseren.
Zo wordt een zekere onpartijdigheid gewaarborgd.
Tip: Het loont om van tevoren onderzoek te doen naar de bedrijven die u het best passen.
Er zijn ook bedrijven die u het hele proces uit handen nemen.
Ook in dat geval blijft gelden dat er verschillende bedrijven ingehuurd worden om de afzonderlijke stappen van het verwijderingsproces uit te voeren.
Vaak regelt een verwijderingsbedrijf ook het bedrijf wat de inventarisatie doet en het laboratorium.
De terugwinning en het verwijderen van asbesthoudend materiaal wordt gereguleerd door specifieke en strikte regels, die van land tot land verschillen.
De verwijdering van asbest bestaat uit uitroeiing, isolatie, verpakking en het transporteren naar de stortplaats.
Al deze handelingen, startend vanaf het verwijderen van muren en daken tot het gladmaken en kerven van asbesthoudende vloeren, veroorzaken grote hoeveelheden asbeststof.
Industriële stofzuigers zijn de juiste oplossing om het vrijkomen van stof in omgevingen te voorkomen.
Een veilig opvangsysteem om stof en giftig afval op te vangen, zoals het Endless Bag veilige opvangsysteem of met klasse H speciale wegwerpzakken.
Het systeem vergemakkelijkt zowel het opzuigen als het afvoeren van het verzamelde materiaal.
Deze stofzuiger blaast schone lucht uit in de werkomgeving.
Meer weten over stofzuigers om asbeststof mee te kunnen verwijderen?
Een werkgever dient zorg te dragen voor een veilige en gezonde werkomgeving voor de werknemer.
Producten die worden gebruikt in ruimtes waar explosieve atmosferen voorkomen dienen te voldoen aan de Atex regelgeving.
Om hierin te kunnen voldoen zijn wij een samenwerking gestart met een betrouwbare en kundige fabrikant van afzuigsystemen: Hoecker Polytechnik.
Door onze samenwerking kunnen wij de klant de beste oplossing bieden.
Technische gegevens: ATEX staat voor "Atmosphaere Explosible".
Onder een explosieve atmosfeer wordt verstaan: "Een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gassen dampen, nevels en stof, onder atmosferische omstandigheden, waarin de verbranding zich na onsteking uitbreidt tot het gehele niet verbrande mengsel".
ATEX is een Europese richtlijn die per 1 juli 2003 in de Nederlandse wetgeving is opgenomen.
Voor alle installaties en arbeidsplaatsen die na 1 juli 2003 in bedrijf zijn genomen geldt dat deze volledig moeten voldoen aan de ATEX regelgeving.
Voor installaties en arbeidsplaatsen die voor die tijd in gebruik zijn genomen was een overgangsregeling tot 1 juli 2006 geldig.
De ATEX richtlijn is opgebouwd uit twee delen: ATEX 95 en ATEX 137.
ATEX 95 is de richtlijn bestemd voor producenten van apparaten die worden gebruikt in ruimtes waar explosieve atmosferen voorkomen.
Apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar explosiegevaar kan heersen, moeten voldoen aan de ATEX 95-richtlijn.
Deze richtlijn heeft als doel het vrije verkeer van goederen tussen de lidstaten te bevorderen en regelt de CE-markering van deze categorie producten.
In Nederland is de richtlijn geïmplementeerd in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel.
ATEX 137 is de richtlijn bestemd voor de bescherming van werknemers die in ruimtes werken waar explosieve atmosferen voorkomen.
Hierin is vastgelegd dat werknemers beschermd moeten worden d.m.v. een verplichte risicoanalyse, het indelen in gevarenzones en waar welke apparatuur gebruikt mag worden.
Meer uitleg en toelichting over de ATEX 137 kunt u terugvinden in de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor gevarenzone-indeling m.b.t. stofontploffingsgevaar (NPR 7910-2) en het Arbo Informatieblad voor veilig werken in een explosieve atmosfeer (AI 34).
Bij dit alles is het van belang dat u overlegt met uw Arbodienst en verzekeringsmaatschappij over de maatregelen die u treft ter voorkoming van explosies en de bescherming van uw werknemers.
CAdES, ofwel NEN-EN 12779 Dit is een NEN-norm die per december 2004 effectief is geworden.
Hierin wordt aangegeven aan welke ontwerpeisen een afzuiginstallatie dient te voldoen.
Deze norm geldt alleen voor installaties met een capaciteit groter dan 6000 m³/h.
In de NEN-norm is onder andere opgenomen wat voor maatregelen er genomen dienen te worden om explosiegevaar te voorkomen en mensen te beschermen tegen de gevolgen van een explosie.
ATEX 95 geldt voor alle afzuiginstallaties, ook voor capaciteiten kleiner dan 6000 m³/h.
Wat is belangrijk! Risico-inventarisatie met daarin explosierisico's opgenomen.
Zorgen voor een schone omgeving.
ATEX-gecertificeerde producten.
Stofemissie van de afzuiginstallatie kleiner dan 0,2 mg/m³.
Overleg met uw Arbo dienst en verzekeringsmaatschappij.
Afzuiginstallaties: Afzuiginstallaties groter dan 6000 m³/h buiten of in een aparte daarvoor geschikte ruimte plaatsen.
Mogelijkheid aanbrengen voor drukontlasting naar een veilige plaats.
Mogelijkheid van blussing in het filter zonder deze te openen.
De installatie dient te worden ontworpen naar het gewenste gelijktijdig gebruik van machines en de lay-out van de fabriek.
Wat mag er absoluut niet meer: Onbeplaat filter in de machine.
Geen enkele bescherming tegen eventuele explosie.
Filter in overdrukuitvoering in de machinale.
Hoge filterdoekbelasting.
Geen optimaal verloop van de leidingen.
Gebruik van onnodig veel slang.
Gebruik van PVC slang.
Opslag van houtmot in de machine.

16-06-2022 Op 28 maart is het gewijzigde certificatieschema gepubliceerd dat per 1 juli in werking treedt.
In dit schema is de SCi Arbeidsmiddelen opgenomen die aangeeft aan welke eisen apparatuur dient te voldoen.
Daar is bij sommige eisen aangegeven dat die alleen gelden voor apparatuur die is aangeschaft na 1 juli 2022.
De eisen die aan de asbeststofzuiger zijn gesteld bevatten geen voetnoot met dat 1-tje en dat betekent dat asbeststofzuigers die worden gebruikt bij asbestverwijdering per 1 juli a.s. allemaal aan deze eisen dienen te voldoen.
In artikel 13 (Faciliteiten en Arbeidsmiddelen), zoals die voor asbestinventarisatiebedrijven geldt, is er geen verwijzing naar de SCi Arbeidsmiddelen in het schema.
Dat betekent dat de eisen uit de SCi Arbeidsmiddelen niet gelden voor arbeidsmiddelen die het inventarisatiebedrijf gebruikt.
tags: #afzuiginstallatie #voor #asbest