Turnen Onderdelen: Sprong, Brug, Evenwichtsbalk, Vloer en Uitleg van Toestellen

Dit artikel gaat over toestelturnen (artistieke gymnastiek). Voor andere vormen van turnen zie Gymnastiek (sport). Voor het vak op school, zie Lichamelijke opvoeding. Turnen is een sport die wordt uitgevoerd met behulp van toestellen, en bij vrouwen en mannen bestaan er verschillende, specifieke onderdelen.

Geschiedenis en ontwikkeling van het turnen

Turnen is een onderdeel op de Olympische Spelen, en wordt gereguleerd door de FIG. Turnen was al bekend in de tijd van de Romeinen, die het ars gymnastica (gymnastiekkunst) noemden. De basisvormen van de huidige turntoestellen en turnbewegingen werden echter ontwikkeld in de 19e eeuw door Friedrich Ludwig Jahn, de grondlegger van de Duitse school. In 1811 opende Jahn op de Heiseheide bij Berlijn de eerste Turnplatz. Samen met zijn leerling Ernst Eiselen ontwierp hij turntoestellen, onder andere de brug en de rekstok. Nicolaas Cupérus richtte in 1811 in Luik de FIG op. Aanvankelijk had deze koepel-organisatie voor het turnen slechts 3 leden: Belgie, Nederland en Frankrijk. In 1921 veranderde de organisatie van naam en werd ze de "internationale federatie voor de gymnastiek". In Nederland ontstond de eerste gymnastiekvereniging in 1830. Op 15 maart 1886 werd het Nederlandse Gymnastiek Verbond opgericht. Vijftig jaar later mocht dit verbond zich Koninklijk noemen en sindsdien heeft het zich ontwikkeld tot een sportbond van meer dan een kwart miljoen leden. Later volgde een fusie met de NKGB (Nederlandse Katholieke Gymnastiek Bond), en gingen de beide organisaties verder als de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond (KNGB). Sinds het seizoen 1999/2000 zijn de KNGB en de christelijke bond Koninklijk Nederlands Christelijk Gymnastiek Verbond (KNCGV) gefuseerd tot de huidige Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU).

Toestellen en onderscheid tussen damesturnen en herenturnen

Bij de christelijke bond turnde men op 5 toestellen, terwijl bij de KNGB op 6 toestellen werd geturnd. Door de fusie werden enkele regels voor het wedstrijdturnen gewijzigd. In 1865 richtte Nicolaas Cupérus ook de Koninklijke Belgische Turnbond op. Dit is de oudste sportfederatie van België. Door de federalisering bestaat de bond sinds 1977 uit 2 vleugels: GymnastiekFederatie Vlaanderen (GymFed) en de Fédération francophone de gymnastique.

Bij vrouwen zijn de onderdelen vloer, brug met ongelijke leggers, sprong en balk. Bij mannen zijn dit ringen, rekstok, vloer, paard met bogen, sprong en brug met gelijke leggers. De vloer oefening bij vrouwen gebeurt op muziek; bij mannen zonder muziek. De oefening van de mannen duurt 60 tot 70 seconden, en van de vrouwen 90 seconden.

Vloer

Op de vloer (een grote verende mat van 12×12 meter) wordt een oefening uitgevoerd met verschillende sprongen en acrobatische elementen zoals overslag, salto of flick flack. Vrouwen doen deze op muziek; mannen zonder.

Sprong en Pegasus

Voor de sprong is vaak een aanloop nodig. Pegasus is een springtafel met een centrale onderstel en een verstelbare hoogte tot circa 1,35 meter. De atleet zet af op de Pegasus en voert een acrobatische sprong uit na de sprongplank; bij vrouwen begint vaak een uitdaging met een acrobatische routine.

Brug

De brug met gelijke leggers wordt ook wel herenbrug genoemd. De brug met ongelijke leggers wordt vooral door damesturnen gebruikt. De leggers staan op verschillende hoogtes. Op de brugsen worden zwaaien, kiepen, statische elementen en vluchtelementen uitgevoerd.

Rekstok en ringen

De rekstok is een legger met zwaaihoogte, exclusief voor herenturnen. Elementen bestaan uit zwaaien en vluchtelementen zoals de reuzenzwaai. De ringen bestaan uit twee houten ringen die aan een leerriem hangen; “stil” rijgtering vereist dat men niet zwaait. De drie onderdelen zijn statische onderdelen (krachtonderdelen), zwaaionderdelen en afsprong.

Paardvoltige

Paardvoltige lijkt op het paard maar wordt uitgevoerd op twee voltigebeugels. De turner steunt op het paard of de beugels met de handen, zonder het toestel verder met het lichaam aan te raken. Voltige-elementen omvatten bijvoorbeeld flanken en scharen; het paard kan worden vervangen door een pegasus in de moderne uitvoering.

Regels, scoring en competitieformat

De scores in de kwalificaties bepalen welke landen en individuele gy mnasten doorgaan naar finales. In de teamfinale strijden teams van verschillende landen tegen elkaar; maximaal vier gymnasten per team, waarvan drie per toestel meedoen. In de meerkampfinale turnen gymnasten op alle toestellen, en hun totaalscore bepaalt hun ranking. De puntentelling is vastgelegd in de Code of Points van de FIG. Een jury geeft D-scores (moeilijkheid) en E-scores (uitvoering). De E-score loopt maximaal op tot 10 en begint bij 10, met aftrek voor fouten. Leeftijdscategorieën zijn ingesteld voor wedstrijden.

Kleding, hulpmiddelen en techniek

Bij turnwedstrijden zijn er strikte regels voor kleding. Heren dragen een singlet of een mouwloos T-shirt; sokken en/of turn schoenen zijn toegestaan maar niet verplicht; turnen op blote voeten is mogelijk. Donkere kleuren voor kleding zijn niet toegestaan. Dames dragen een turnpakje, meestal strak en zonder smalle schouders, met keuze voor mouwen of zonder mouwen. Haar wordt in een staart of knot gedaan om oogcontact te vermijden. Leertjes (handschoenen) worden bij rekstok, brug en ringen gebruikt om grip te verbeteren en bescherming te bieden. Magnesium (magnesiumcarbonaat) wordt vaak gebruikt voor betere grip op de handen.

Training en voorbereiding

Turnen is een sport waarbij je verschillende oefeningen doet met je lichaam; het vereist kracht, lenigheid, evenwicht en coördinatie. De meeste topturners trainen circa 30 uur per week. Een warming-up is essentieel voor elke training. Je begint vaak met hardlopen, vervolgens sprongen en balansoefeningen, daarna handstanden en splittensuty, en eindigt met lenigheids- en cooling-down oefeningen.

Toesteloverzicht en kenmerken

  1. Vloer - 12×12 meter, verende mat, muziek bij vrouwen, acrobatische series, balansonderdelen en lenigheidsonderdelen.
  2. Brug met gelijke leggers - twee gelijke leggers, hoogte aangepast; zwaaien, kiepen, statische en vluchtelementen (herenbrug).
  3. Brug met ongelijke leggers - één legger hoger dan de andere; damesturnen.
  4. Rekstok - één legger; zwaaien en draaien (herenturnen).
  5. Ringen - twee houten ringen aan touwen; statische kracht en afsprong (herenturnen).
  6. Paard met bogen / Paardvoltige - lange toestel; voltigebewegingen mogelijk bij paardvoltige; pegasus als modern alternatief.
  7. Pegasus - springtafel vervangen paard; geavanceerde sprongen; veiligheid verhoogd.
  8. Evenwichtsbalk - 5 meter lang, 10,16 cm breed; hoogte 1,20 m; acrobatiek en balans vereist; damesturnen.
Infographic over turntoestellen en hun kenmerken

Praktische tips voor beginners en spreekbeurten

Bij sportoefeningen is het belangrijk om op de juiste kleding te letten: turnpakjes voor dames en strakke kleding voor heren, met haar vastgebonden. Leertjes en magnesium dragen bij aan grip en veiligheid. Voor spreekbeurten kun je demonstraties tonen met eenvoudige oefeningen zoals radslag, handstand, spagaat en koprol. Het tonen van een turnpakje kan de klas betrekken en interesse vergroten.

Belangrijke feiten en anekdotes

Nederlandse turners hebben wereldwijd successen geboekt, waaronder Epke Zonderland aan de rekstok en Yuri van Gelder aan de ringen. Nederlandse gouden medailles op Olympische spelen zijn zeldzaam maar historisch significant; het verhaal omvat ook tragische gebeurtenissen uit de geschiedenis van de turnbond en haar leden.

tags: #allintext #turnen #sprong #brug #evenwichtsbalk #vloer