APV Den Bosch regnwater afvoer en regelgeving: een uitgebreide gids

In dit artikel combineren we het beschikbare materiaal over APV- en watertaken, hemelwaterafvoer, en de regelgeving rond regenwater en riolering in relatie tot stedelijk waterbeheer en klimaatverandering. De burgemeester van Assen heeft in 2016 een samenscholingsverbod ingesteld op basis van APV, gericht op overlast gevende jongeren; dit voorbeeld illustreert hoe publieke ordehandhaving samengaat met bredere maatschappelijke vraagstukken zoals wateroverlast, infrastructuur en stadsplanning. Uit KNMI-klimaatscenario’s blijkt dat piekbuien toenemen, wat directe gevolgen heeft voor de openbare riolering en de afvoer van hemelwater.

Klimaat en hydrologie: waarom regenwaterafvoer cruciaal is

Volgens de klimaatscenario’s van het KNMI valt er vaker hevige piekbuien. Al het water dat tijdens zo’n bui valt, stroomt tegelijk naar de openbare riolering. Die riolering is vaak een gemengd stelsel, dat wil zeggen dat er zowel hemelwater als stedelijk afvalwater wordt ingezameld. De regenpijpen kunnen zijn aangesloten op deze openbare riolering. De riolering is niet berekend op zo’n toename aan zware buien en heeft moeite al het water te verpompen naar de rioolwaterzuivering.

Hemelwateroverlast door water dat via de openbare weg de woning instroomt, komt niet automatisch voor rekening van de gemeente. De gemeente heeft via artikel 2.16 van het Omgevingswet een hemelwatertaak, die betrekking heeft op hemelwater dat op particuliere terreinen vrijkomt en in redelijkheid niet door de particulier kan worden verwerkt. De hemelwatertaak geldt echter niet voor hemelwater dat vanaf de openbare weg de woning instroomt; daar komt het Burgerlijk Wetboek in beeld.

Gemeenten hebben de taak om stedelijk afvalwater in te zamelen en naar de rioolwaterzuivering te transporteren. Daarbij voeren gemeenten beleid en vertalen deze watertaken naar omgevingsvisies of gemeentelijke rioleringsprogramma’s, met beleidsvrijheid binnen kaders van goed bestuur. De taak van de gemeente sluit aan op de wettelijke taak van het waterschap om het stedelijk afvalwater te zuiveren. In de praktijk vindt veel afstemming plaats tussen gemeente en waterschap om de werking van het afvalwaterstelsel te verbeteren.

Regelgeving en normen rond regenwaterafvoer

In de wet- en regelgeving zijn geen harde normen opgenomen over het functioneren van rioolstelsels. Er bestaan geen eisen aan de maximaal toelaatbare frequentie van wateroverlast of het minimale niveau waarop regenwatervoorzieningen moeten zijn ontworpen. Gemeenten maken vaak gebruik van de Kennisbank Stedelijk Waterbeheer van Stichting RIONED, waaruit blijkt dat het rioleringsstelsel niet berekend hoeft te zijn op extreme neerslag; het is bedoeld om bij normale neerslag het water van wegen en daken af te voeren. Overlast en schade door extreme buien worden gerekend tot overmachtssituaties, waardoor de gemeente zich hier in redelijkheid niet tegen hoeft te verweren.

Nieuwe en bestaande bouwwerken moeten een zodanige voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater hebben dat dit water zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid wordt af gevoerd. Dit geldt zeker niet altijd voor bestaande bouwwerken, maar de specifieke zorgplicht van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vereist vaak dat dergelijke voorzieningen aanwezig zijn. Ook juridisch geldt dat hemelwater afvoer en verwerking op eigen terrein kan vereisen, zeker wanneer het gaat om de aansluiting van regenwater op primaire infrastructuur.

Verantwoordelijkheden van gemeenten en waterschappen

De gemeente heeft de taak om hemelwater van particuliere terreinen in te zamelen en te verwerken, bijvoorbeeld door afvoering via het rioolstelsel. De waterschappen hebben regels vastgelegd in Keuren voor de verwerking van hemelwater en grondwater. Bij verharding van meer dan 500 m² is meestal een vergunning nodig en zijn compenserende maatregelen verplicht om waterberging te realiseren. De regeling voor compenserende maatregelen kan variëren: het waterschap hanteert een voorkeursvolgorde, waarbij oeverzones met vegetatie of terrastaluds de voorkeur hebben, maar ook greppels en waterbergingen zijn mogelijk.

Het volume van waterberging wordt berekend in kubieke meters, met diepte en peilstijging als factoren. De berekening houdt rekening met maximale peilstijgingen zoals T10 en T100, afhankelijk van het type maatregel. Voor grotere verhardingsprojecten geldt vaak een strengere eis: bij oppervlakten boven 5 hectare kan een deel van de compensatie in waterbergingsgebouwen of waterpleinen plaatsvinden, maar vaak blijft de voorkeur liggen bij oever- en vegetatiegebaseerde oplossingen.

Toepassing op gemeentelijke verdragen en verordeningen

Verordeningen omvatten regels over hemelwaterverordening per gemeente en behandeling van groene en blauwe infrastructuur, vaak verweven met bredere klimaatadaptieve doelen. Zo’n verordening bepaalt dat bij verharding het regenwater zoveel mogelijk langs infiltratie in de bodem of via watergangen moet worden verwerkt. In stedelijke omgevingen kan afkoppelen van regenwater van het riool voordelen en nadelen hebben die per project afgewogen worden. De groennorm en biodiversiteitscores vormen instrumenten om steden klimaatbestendig en leefbaar te houden.

  • Bij nieuw verhard oppervlak moet rekening worden gehouden met compenserende maatregelen.
  • Peilstijgingen en het volume van berging worden afzonderlijk berekend afhankelijk van type maatregel.
  • De eigenaar van compenserende maatregelen is verantwoordelijk voor inspectie en onderhoud.
  • Overzicht en naleving van regels worden vastgelegd in Legger en toezichtplannen van het waterschap.

Wat betekent dit voor bewoners en bedrijven?

Voor particulieren betekent dit vaak dat bij ingrepen in verharding of nieuwbouw waterberging moet worden gerealiseerd. Voor bedrijven kan de regelgeving extra eisen meebrengen bij de planning en realisatie van verharding en afwatering. De overgangsregel rond 1 juli 2025 biedt nog de mogelijkheid om de oude compensatieregel van 10% te gebruiken in plaats van de huidige 14% regel, afhankelijk van het moment van vergunningaanvraag.

Praktische voorbeelden en analogieën

Nieuwe verharding vergroot de benodigde berging. Bijvoorbeeld bij 10.000 m2 verharding moet ongeveer 14% worden gecompenseerd, wat neerkomt op 1.400 m2 equivalent berging. Bij grotere werken, zoals 20.000 m2, kan extra berging in waterpleinen of ondergrondse bergingen plaatsvinden, met voorkeur voor natuurlijke oevers en vegetatie.

Grondwaterpeil en infiltratie zijn cruciaal: infiltratie laat hemelwater in de bodem zakken, wat de grondwaterstand kan beïnvloeden. Bij verharding die water niet direct laat infiltreren, stroomt regenwater sneller naar sloten of het riool en kan wateroverlast ontstaan als de afvoer moeite heeft om het volume aan te kunnen.

Infografiek: Versnelde afvoer van regenwater bij verharding (>500 m2) en mogelijke compenserende maatregelen

Nieuwe verordeningstelsels en de groennorm zorgen ervoor dat steden klimaatbestendiger en groenrijker worden. Bomen en groen dragen bij aan wateropvang, verkoeling en een aangenamer stedelijk klimaat. De groenscore en biodiversiteitscore bieden tools om plannen te toetsen aan klimaatdoelstellingen.

Eco-Systeem-Stad: de waarde van groen en water in de stad

Conclusies (niet als afsluitend oordeel, maar als functionele samenvatting)

De combinatie van APV-handhaving, hemelwaterverantwoordelijkheid en waterschapsregels vormt een geïntegreerde aanpak voor zowel openbare orde als waterbeheer. Klimaatverandering vereist dat gemeenten en waterschappen samenwerken om verharding duurzaam af te voeren en tegelijk groene en blauwe infrastructuur te versterken. De relevante regelgeving, van Omgevingswet tot Keur- en Bbl-regelgeving, biedt kaders voor planning, vergunningverlening en toezicht, met duidelijke eigen verantwoordelijkheden voor bewoners, ondernemers en overheden.

tags: #apv #den #bosch #regnwater #afvoeren