Particulieren mogen bepaalde strikt omschreven toepassingen zelf verwijderen en opslaan na een sloopmelding (artikel 7.10 Bbl) bij de gemeente. Dat volgt uit artikelen 7.9 en 7.21 van het Bbl. De eisen voor opslag van asbesthoudende materialen bij milieustraten (paragraaf 3.5.6 Bal) staan in paragraaf 4.52 van het Bal. In die paragraaf staan ook de opslagregels voor een asbestverwijderingsbedrijf of ander type bedrijf (zoals een onderhouds-, installatie- of schildersbedrijf) dat asbest verwijdert en meeneemt naar de eigen locatie voor tussenopslag (paragraaf 3.7.1 Bal).
Bij opslag: Er mag maximaal 50 ton opgeslagen worden zonder omgevingsvergunning. Zie de tabel verderop met een overzicht van opslagregels. Als de verwijderaar asbest van verschillende verwijderingen samenvoegt in een container, legt diegene per container vast van welke verwijderingen het asbest afkomstig is. Deze eisen staan in paragraaf 4.52 van het Bal. De eisen aan het verwijderen zelf staan in het Bbl (artikel 7.20), het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Arbeidsomstandighedenbesluit (artikel 4.45 t/m 4.54d).
De stortplaats heeft een overzicht van de plekken waar asbesthoudend afval is gestort. Bij asbestverwijderingsbedrijf kan discussie zijn of het om 'eigen' asbest gaat (niet-ingezameld/ niet-afgegeven) of asbest 'van een ander' (ingezameld/ afgegeven). Bij 'Milieustraat, paragraaf 3.3.10 (afval IPPC-bedrijven) als het gaat om meer dan 50 ton' geldt: het valt dan onder IPPC-categorie 5.5. Voor paragraaf 3.5.11 geldt: het bedrijf valt sowieso onder paragraaf 3.7.1/3.5.6. Dus gelden naast de vergunningplicht ook de opslagregels van paragraaf 4.52 Bal. Voor een bedrijf dat onder paragraaf 3.3.10 valt, gelden de regels van paragraaf 4.52 Bal niet.
Die stelt dat bedrijven regelmatig tekortschieten in het controleren of een locatie écht asbestvrij is verklaard. Dat zou gezondheidsrisico’s opleveren voor bewoners en bouwvakkers. De branche noemt de kritiek overdreven en zegt dat het vertrouwen in hun werk onterecht wordt ondermijnd. "We voelen ons genaaid." In het rapport staat dat sommige inspecteurs te snel ‘schoonverklaringen’ afgeven, vermoedelijk omdat dat financieel gunstig is. “Door minder tijd aan controles te besteden, kunnen ze meer opdrachten doen”, aldus de Arbeidsinspectie.
Meerdere asbestsaneringsbedrijven in Gelderland voelen zich in een kwaad daglicht gesteld door wat de Arbeidsinspectie zegt. De meeste bedrijven willen liever niet met naam genoemd worden, omdat ze bang zijn voor meer 'pestgedrag' en 'controles'. "Als er in de sanering iets misgaat, worden we gelijk behandeld als criminelen", zegt een woordvoerder van één van de bedrijven. Een ander bedrijf vertelt het volgende: "Het is idioot om te bedenken dat wij ons werk niet goed doen. Waarom zouden wij willen dat er asbest achterblijft? Dat kost ons alleen maar extra werk en geld."
De bedrijven geven aan dat er inderdaad weleens wat stukjes asbest achterblijven. "Als je bijvoorbeeld een boerenschuur moet saneren, snap ik heel goed dat niet altijd alle asbest wordt gevonden. Soms gaat het om gebieden van wel 5.000 vierkante meter. Maar ook op kleinere locaties is het lastig, het kan er bijvoorbeeld zanderig zijn en dan zie je stukjes over het hoofd. Stukjes asbest komen door weer en wind in de bodem en liggen daar al tientallen jaren verstopt onder de grond." Joost van Dam van Bunt Asbestsanering noemt de situatie een heksenjacht. “Als er iets mis is, is de wereld te klein. De Omgevingsdienst houdt ons continu in de gaten, zelfs met drones.”
De saneringsbedrijven melden dat door deze negatieve informatie veel personeel uit de Branche vertrekt. Volgens hen gaat er ook heel veel goed, maar wordt dát niet benoemd. Saneringsbedrijven vallen onder andere onder het toezicht van de Nederlandse Amovatie Associatie (dNAA), een certificeringsinstantie voor asbestwerkzaamheden. Volgens de dNAA klopt het wat de Arbeidsinspectie zegt, maar gaat het maar om een kleine groep die haar werk niet goed doet. "Wij zien inderdaad ook misstanden, maar het overgrote deel van de bedrijven voert hun werk gewoon goed uit. Een klein groepje verpest het nu voor de rest. Naar onze mening moet de eindinspectie weer overgelaten worden aan de overheid", aldus Gerwin Lensink. Ook de Omgevingsdienst Rivierenland herkent wat de Arbeidsinspectie zegt. "Bij ons is het bekend dat niet alles goed gaat. Asbest is iets dat zorgvuldig verwijderd moet worden. Het is onze rol om hier toezicht op te houden."
Zo gaat het verwijderen van asbest: Zodra er op een locatie sprake is van asbest, zijn er drie uitvoerende partijen die samenwerken om te zorgen dat de locatie asbestvrij wordt. Aan de voorkant is dat het inventarisatiebureau. Dat brengt in kaart wat er in een gebouw of pand aanwezig is, met name op het gebied van asbest, voordat er sloop-, renovatie- of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Daarna is het aan de asbestverwijderaar, oftewel de saneringsbedrijven om de asbest te verwijderen. Dat is de uitvoerende partij. Als laatste wordt er een eindinspectie gedaan door vrijgavelaboratoria. Saneringsbedrijven vallen onder hun toezicht. De Omgevingsdienst is een overkoepelende partij die vanuit de gemeente tussendoor controleert of deze bovenstaande partijen hun werk goed uitvoeren en ervoor zorgt dat die informatie bij de Arbeidsinspectie komt.
Sinds 1994 is het verhandelen en het toepassen van asbest verboden. Ook het bewerken van al aanwezige asbestmaterialen is (bijna altijd) verboden. Maar er is nog veel asbest aanwezig in gebouwen, installaties en schepen. Om werknemers te beschermen tegen de risico’s van asbest is er strenge regelgeving. Het Arbeidsomstandighedenbesluit bevat een apart hoofdstuk over asbest.
Grenswaarde en risicoklassen: Er geldt een strenge grenswaarde. In de lucht die de werknemer tijdens het werk inademt, mogen zich maximaal 2.000 asbestvezels per kubieke meter lucht (2.000 v/m3) bevinden. Is het gehalte aan asbestvezels in de lucht lager dan deze grenswaarde, dan valt het werk in risicoklasse 1. Is het gehalte aan asbestvezels in de lucht hoger dan deze grenswaarde, dan valt het werk in risicoklasse 2 of 2A. Er gelden dan aanvullende regels.
Inventariseren, melden, verwijderen en vrijgeven: Bij werkzaamheden met kans op blootstelling aan asbestvezels, bijvoorbeeld onderhoud, reparatie of sloop van een gebouw of installatie, is de werkgever verplicht een aantal zaken te regelen voor de werknemers. Vóór aanvang van het werk moet het asbest verwijderd zijn, tenzij de werksituatie daarmee onveiliger wordt. Hiertoo moet er een asbestinventarisatie plaatsvinden. Deze is verplicht bij gebouwen en objecten die vóór 1994 gebouwd zijn. Bij schepen is het ook verplicht als ze ná 1994 gebouwd zijn. Alleen een gecertificeerd asbestinventarisatiebureau mag deze inventarisatie uitvoeren.
Als uit de inventarisatie blijkt dat het verwijderen van het asbest in risicoklasse 2 of 2A valt, dan mag dit alleen worden uitgevoerd door een gecertificeerde asbestverwijderaar. Als blijkt dat het verwijderen in risicoklasse 1 valt, dan mogen ook niet-gecertificeerde bedrijven dit uitvoeren. Het verwijderen van asbest moet minimaal 2 dagen van tevoren worden gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie en bij risicoklasse 2 of 2A ook in het Landelijk Asbestvolgsysteem. Na afronding van de asbestverwijdering moet een eindbeoordeling worden uitgevoerd om de locatie weer te kunnen vrijgeven voor de gebruiker. Lees hier meer over asbestverwijdering.
De Nederlandse Arbeidsinspectie stuurt geen ontvangstbevestiging (pdf) meer aan de melder, bevoegde instanties en certificerende instellingen. Deze ontvangstbevestigingen blijven wel verstuurd worden vanuit het LAVS en zijn anders opgebouwd dan de berichten die door de Nederlandse Arbeidsinspectie werden verzonden. Ze bevatten dezelfde gegevens. Asbest en op asbest lijkend materiaal of spullen kunnen worden ingeleverd bij een afvalbrengstation. Hiervoor gelden speciale aanbiedregels. Voordat u asbest of op asbest lijkend materiaal verwijdert of sloopt moet u eerst een sloopmelding doen via het Omgevingsloket. Dit geldt ook voor losse spullen als bijvoorbeeld een asbesthoudende plantenbak. Op de afvalbrengstations gelden speciale aanbiedregels voor asbest en materiaal dat op asbest lijkt. Verpak asbest dubbel (2lagen) in doorzichtig plastic PE-folie met een dikte van minimaal 0,2mm. Op vertoon van uw sloopmelding kunt u gratis asbestfolie ophalen bij een afvalbrengstation. U moet het asbest daarna wel zelf thuis inpakken. Het asbest moet door de aanbieder zelf in de asbestcontainer worden gelegd. U kunt het afval ook door een gespecialiseerd bedrijf laten ophalen.

Wat is het proces van asbestverwijdering?
Overzicht kernpunten
- Opslag van asbest tot 50 ton zonder omgevingsvergunning; meer vereist specifieke regels.
- Per container aangeven uit welke verwijderingen het asbest afkomstig is.
- Drie partijen samenwerken bij verwijdering: inventarisatiebureau, asbestverwijderaar, eindcontrole door vrijgavelaboratoria.
- Strenge grenswaarde van 2.000 asbestvezels per m3 lucht voor arbeiders; afhankelijk hiervan risicoklassen 1 of 2/2A.
- Inventarisatie vereist voor gebouwen vóór 1994 en voor schepen gebouwd ná 1994; gecertificeerde bureau vereist.
- Voor sloopmelding en aflevering gelden speciale regels bij afvalbrengstations; asbest verpakken in 2 lagen PE-folie.
Praktische onderdelen en gevolgen voor bedrijven
Bedrijven die onder paragraaf 3.3.10 vallen hebben andere regels; onder 4.52 Bal vallen ze niet, maar dan is toezicht via IPPC mogelijk van toepassing. De Arbeidsinspectie signaleert dat inspecties soms te snel schoonverklaringen geven, wat mogelijk risico’s oplevert. Stoffige fragmenten kunnen onbedoeld achterblijven in de bodem op grote of kleine locaties, wat langdurige milieuproblemen veroorzaakt.
Metagegevens en meta-items
Verhandeling en toepassing van asbest is sinds 1994 aan banden gelegd; er bestaan echter nog veel asbesthoudende materialen in gebouwen, installaties en schepen. De Omgevingsdienst Rivierenland en dNAA benadrukken dat toezicht noodzakelijk blijft en dat het merendeel van bedrijven goed werk levert, ook al krijgen enkele derden negatieve aandacht.
| Situatie | Regel |
|---|---|
| Opslag tot 50 ton | Toegestaan zonder omgevingsvergunning |
| Per container | Container-indeling met herkomst van verwijderingen |
| Grenswaarde lucht | Maximaal 2.000 asbestvezels/m3 |
| Inventarisatie | Vóór werkzaamheden; gebouwen vóór 1994 en schepen ná 1994 |
tags: #arn #opslag #asbest #gelderlander