De Dienst Speciale Interventies (DSI) is in Nederland de overkoepelende dienst die de leiding heeft bij nationale operaties van de speciale eenheden van politie en defensie. De DSI is op 1 juli 2006 opgericht en is ondergebracht bij de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies van de Nationale Politie. Personeel van de DSI wordt - op vrijwillige basis - gerekruteerd uit de gelederen van politie en defensie. Ook vrouwen kunnen de opleiding volgen, door de zware fysieke eisen zijn er momenteel echter geen vrouwelijke operators actief binnen de DSI. De DSI heeft een grootte van ongeveer 600 militairen en agenten.
Samenhang en structuur van de DSI
Binnen de DSI werken politiemensen en militairen nauw samen, in geen enkel ander land vallen eenheden van zowel de politie als defensie onder hetzelfde commando. Al het operationele DSI-personeel dat vanuit het KCT of MARSOF gedetacheerd is bij DSI heeft de status van buitengewoon opsporingsambtenaar (artikel 142 Strafvordering). Sinds de reorganisatie van de politie in 2013 zijn de arrestatieteams van de politie onderdeel geworden van de DSI en worden deze aangeduid als Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT’s). Sindsdien zijn er binnen de DSI drie afdelingen; respectievelijk de Afdeling Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT's), de Afdeling Interventie (AI) en de Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO).
De hoofdtaak van de AOT’s is de planmatige aanhouding van (vuurwapen)gevaarlijke verdachten, waarvoor de reguliere politie onvoldoende opgeleid en uitgerust is. De AOT-aanhoudingen zijn vaak het laatste hoofdstuk van een strafrechtelijk onderzoek. Naast de planmatige aanhoudingen worden de AOT's tevens veelvuldig ingezet voor ad hoc-casussen zoals terroristische dreiging of verwarde personen die een gevaar voor zichzelf en/of hun omgeving vormen. Verder levert de afdeling AOT operators voor de Rapid Response Teams (RRT's); dit zijn kleinschalige DSI-surveillances die snel ter plaatse komen bij terroristische of andere geweldsincidenten.
De Afdeling Interventie (AI) is een gemengde eenheid die bestaat uit zowel politie- als defensiepersoneel, en is primair belast met de aanhouding van terreurverdachten met plannen voor een terreurdaad en de aanhouding of uitschakeling van personen die bezig zijn met een terreurdaad. De afdeling bestaat ruwweg uit een derde operators van M-Squadron (NLMARSOF) van het Korps Mariniers en enkele operators van het Korps Commandotroepen, een derde AOT’ers van de BSB KMar en een derde AOT’ers van de politie. De AI heeft sinds 2009 ook de status van AOT, maar is daar beperkt voor beschikbaar. Die ervaring draagt wel bij aan het onderhouden van hun operationele vaardigheden. Personeel van de AI dat van defensie afkomstig is wordt voor een bepaalde tijd bij de afdeling gedetacheerd en volgt hiervoor eerst de AOT-opleiding en de opleiding tot interventiespecialist.
De Afdeling Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO) is belast met het leveren van ondersteuning aan operaties van de overige DSI-onderdelen. De afdeling bestaat onder meer uit expert precisieschutters (EPS), onderhandelaars en drone-/robotspecialisten, en wordt net als de AI gevormd door een mix van militairen en politiepersoneel. De Unit Interventie Mariniers (UIM) wordt in de kern gevormd door operators van M-Squadron van de Netherlands Maritime Special Operations (NLMARSOF). De UIM bestaat uit militairen van de special operations forces Korps Mariniers (MARSOF) en werkt samen met de marechaussee en het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Historische wortels en evolutie
In navolging van de oprichting van de BBE werd in 2013 de eenheid met de oprichting van NLMARSOF wederom hernoemd, ditmaal tot M-Squadron. In 1972 werd de eerste Nederlandse contraterrerreureenheid opgericht onder de naam Bijzondere Bijstandseenheid Mariniers (BBE-M). Deze oprichting vond plaats naar aanleiding van het bloedbad in München en de toenemende terreurdreiging in Europa in de jaren ’70. De leden van deze nieuwe eenheid werden geworven uit het Korps Mariniers. In 2005 werd de eenheid hernoemd tot Unit Interventie Mariniers (UIM). In 2013 werd de eenheid met de oprichting van NLMARSOF wederom hernoemd, ditmaal tot M-Squadron. Daarnaast ontstonden er twee langeafstandschutters-eenheden: de BBE-Politie (BBE-P) en de BBE-Krijgsmacht (BBE-K).
De BBE-Snelle Interventie Eenheid (BBE-SIE) werd in 2004 actief en bestond uit personeel van zowel politie als krijgsmacht; zij fungeerde als snel inzetbare contra-terreureenheid. Een aanzet tot de oprichting van de DSI was de moeizame arrestatie van twee veroordeelde leden van Hofstadgroep in Den Haag eind 2004. Het kabinet-Balkenende II besloot tot herziening van het Stelsel van Speciale Eenheden, met streven naar efficiëntere inzet en meer samenhang. De Tweede Kamer werd hierover op 3 juni 2005 geïnformeerd. Onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is de DSI in 2005 officieus van start gegaan; de officiële oprichting vond plaats op 1 juli 2006.
Opleiding, selectie en specialismen
Om aspiranten goed voor te bereiden op de zware selectie heeft de DSI in 2019 een app ontwikkeld waarin eisen en trainingen worden belicht; deze app is later offline gehaald. Het opleidingstraject begint met een testweek van vijf dagen met sport, casussen en samenwerkingsoefeningen, gevolgd door testen, psychologisch en medisch keuringen en een veiligheidsonderzoek. Bij succesvolle afronding mogen aspiranten beginnen aan de DSI-opleiding. De DSI-opleiding kent een modulaire opbouw waarmee uitval wordt beperkt en maatwerk mogelijk is. De eerste fase heet de witte module en duurt vier weken; hierin volgen aspiranten rijopleiding en basis AOT-vaardigheden zoals schieten, aanhoudingstechnieken en zelfverdediging. De tweede fase, de grijze module, duurt 14 weken en richt zich op realistische toepassing via vaardigheidstrainingen en rollenspellen. Na een extra week op hoogte volgt de praktijkbegeleidingsmodule van gemiddeld zo'n half jaar, waarna aspirant-operators binnen een arrestatieteam meedraaien onder begeleiding.
Mariniers of commando’s die worden gedetacheerd bij de AI komen voort uit antiterreureenheden en volgen eerst de AOT-opleiding, daarna behalen ze hun BOA-diploma (basisbekwaamheid buitengewoon opsporingsambtenaar). Met dit diploma en een akte van opsporingsbevoegdheid krijgen zij de Boa-generieke opsporing status, waarmee ze opsporingsbevoegdheid hebben voor specifieke DSI-taken. De strenge psychosociale en fysieke selectie, de speciale AOT-opleiding, frequente training en de specifieke uitrusting zorgen ervoor dat leden van deze teams goed toegerust zijn voor moeilijke en gevaarlijke inzet. De intensieve opleiding bedraagt circa duizend uur in zo’n twintig weken, waarna elk AT-lid zich later specialiseert binnen het stelsel.
In overleg met de leiding mogen AT’ers eigen specialismen kiezen; het aanbod is breed, waaronder hondengeleider (met diensthond), SF-Medic (gewondenverzorger volgens X-ABCDE/MARCH), explosievenexpert, motorrijder, en hondengeleider. De DSI beschikt over speciale operationele capaciteiten zoals de Unit Interventie (kleinschalige, hoge-risico-operaties), Unit Interventie Mariniers (grote offensieve operaties, land, lucht, water), en de Unit Expertise & Operationele Ondersteuning met onder meer scherpschutters. Sinds 2013 kent de DSI ook de afdeling AOT; de zes regionale AOT’s zijn verspreid over Nederland en via landelijke coördinatie inzetbaar in het hele land. Het AOT van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) van de Koninklijke Marechaussee staat paraat als interoperabel onderdeel van de DSI, maar valt organisatorisch niet onder de DSI.
Operaties en wereldwijde inzet
De DSI treden vooral op in situaties waar dreigingsniveaus hoog zijn. De zes arrestatieteams vallen onder de DSI, en naast de AOT’s zijn er ook AI- en AE&OO-teams actief. Het merendeel van de inzetten blijft privé en wordt niet altijd openbaar gemaakt; sommige operaties krijgen wel publieke aandacht door mediaberichtgeving of het publieke karakter van de inzet. Een werkdag kan lang zijn: piketdiensten betekenen dat AT’ers op elk moment kunnen worden opgeroepen, ook 's nachts, met daaropvolgende evaluaties na elke inzet. De DSI opereert zowel nationaal als in beperkte buitenlandse contexten via SOF-acts zoals MARSOF en KCT-combinaties. De inzetbereikbaarheid wordt tevens vergroot door Rapid Response Teams (RRT) en korte inzetbare operationele units.
Enkele opvallende voorbeelden uit recente jaren tonen de reikwijdte en complexiteit van DSI-operaties: de aanhouding van verdachte(s) in terrorismezaken, arrestaties met hoog risico, acties tegen gijzelingssituaties, en de bestrijding van zware criminele misstanden. In 2017 resteerde de inzet bij een ontsnappingspoging uit Roermond, waarbij een crimineel via een helikopter probeerde te ontsnappen. De DSI heeft daarnaast bijstand geboden bij verstorende gebeurtenissen zoals gijzelingen en verdachte processen, waarbij de combinatie van politie- en defensie-expertise van cruciaal belang bleek.
Impact van hedendaagse dreigingen en toekomstperspectief
Terreurdreiging is van alle tijden en zal niet snel verdwijnen. Om een einde te maken aan levensbedreigende situaties is de inzet van speciale eenheden van politie en Defensie nodig. De DSI kan optreden als arrestatieteam of om een gijzeling te beëindigen, en fungeert als spil waar het stelsel van speciale eenheden om draait. Door de samenwerking tussen politie en defensie kunnen de DSI-eenheden flexibel en doelmatig opereren, zowel nationaal als in internationale contexten. De voortdurende ontwikkelingen in dreigingsbeelden zoals swatting benadrukken de noodzaak van geavanceerde versterkingen, snelle inzet en robuuste procedures.
Tableerender data en samenvattingen uit de beschikbare bronnen tonen aan dat de DSI blijft evolueren met structurele aanpassingen, zoals de integratie van AOT’s in 2013, ontwikkeling van RRT’s en uitbreiding van budgetten. De combinatie van AOT, AI en AE&OO biedt een veelzijdigheid die cruciaal is in het hedendaagse dreigingslandschap, waarbij zowel vernuftige planning als snelle, accurate uitvoering vereist is. Het systeem is zo ingericht dat AT’s kunnen uitwisselen en regionaal gedecentraliseerde operaties kunnen verrichten onder landelijke coördinatie, wat de efficiëntie en reactiecapaciteit verhoogt.

KIJK MEE MET DE DSI: DEEL 1
Specifieke kenmerken van de AT en selectieprocedures
Het aantal sollicitanten voor een AT is zeer gering, mede door het imago en de zwaarte van de selectie en opleiding. Van tien sollicitanten blijft uiteindelijk één AT’er over. Na selectie en opleiding volgen nog trainingen en evaluaties, waarna aspiranten als officiële AT-medewerkers aan de slag kunnen. Een typische AT-opleiding duurt ongeveer zeventien weken, met een intensieve fysieke en mentale belasting. De arbeidsvoorwaarden, inclusief salaris, worden in kaart gebracht na afronding van de opleiding; het salaris kan, afhankelijk van schaal en uren, een aanzienlijk bedrag bedragen. Een belangrijk proces is het achtergrondenonderzoek door de AIVD vóór indiensttreding, wat leefomstandigheden, verleden en financiële situatie evalueert.
AT-noord-oost, AT-midden-west, AT-zuid, AT-noord-west, AT-Midden en AT-Zuid-West geven de geografische dekking in Nederland; de regio's zijn Zwolle, Den Haag, Eindhoven, Amsterdam, Utrecht/Siee, en Rotterdam. Het AT-team opereert in partnerverband met de BSB-KMar en politieafdelingen; deze uitwisseling zorgt voor interoperabiliteit en landelijke inzetmogelijkheden. Een AT’er moet beschikken over uitstekende tactische vaardigheden, mensenkennis, improvisatievermogen en stressbestendigheid, naast fysieke paraatheid en veiligheidsbewustzijn. De dagelijkse realiteit omvat vaak onverwachte situaties, lange diensttijden en de noodzaak tot snelle besluitvorming onder enorme druk.
Belangrijke definities en relaties
- Aanhoudings- en Ondersteuningsteams (AOT) - regiogeoriënteerde teams voor planmatige aanhouding van vuurwapengevaarlijke verdachten en ondersteuning bij strafrechtelijke onderzoeken.
- Unit Interventie (UI) - kleine operaties met hoog risico, inclusief dreiging met explosieven of toxische stoffen, met personeel van zowel politie als defensie.
- Unit Interventie Mariniers (UIM) - gespecialiseerde eenheid voor grootschalige terreuroperaties op land, lucht en water; bestaat uit MARSOF en samenwerking met KMar.
- Eenheid Expertise & Operationele Ondersteuning (AE&OO) - levert expertises zoals scherpschutters, onderhandelaars, en drone-/robotspecialisten.
- Afdeling Interventie (AI) - gemengde eenheid met toezicht van zowel politie als defensie, gericht op aanhouding en uitschakeling van terreurdreigingen.
- Afdeling AOT’s en regionalisatie - zes regionale AOT’s die landelijk inzetbaar zijn en interoperabel met BSB-KMar.
- BSB - Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten van de Koninklijke Marechaussee, met AOT-compatibiliteit maar organisatorisch buiten DSI-structuur.
In de praktijk betekent dit dat DSI een flexibele, hybride structuur biedt die snel kan reageren op zowel nationale als (in beperkte mate) buitenlandse dreigingen. Het systeem vereist voortdurende training, mentale weerbaarheid en organisatorische coördinatie om effectief te kunnen opereren in veranderende dreigingslandschappen.