Baksteen cement groeven, witter maken en impregneren: methode, tips en valkuilen

Je impregnereert een bakstenen gevel goed door eerst de ondergrond te controleren en alleen te behandelen als de gevel er klaar voor is. Impregneren is dus geen standaard klus die je blind uitvoert. Bij baksteen spelen scheuren, voegen, zouten, eerdere lagen en zelfs schaduwrijke of vochtige zones mee. Impregneren is bedoeld om de gevel minder gevoelig te maken voor indringing van water en vuil. Let op: impregneren repareert geen technische gebreken. Als er open scheuren, weggevallen voegen of lekkages achter de gevel zitten, dan wordt het probleem niet automatisch opgelost. De kern zit in wat je ziet. Bekijk de voegen van dichtbij. Zijn ze los, uitgespoeld, poederend of recentelijk hersteld?

Baksteen en voegwerk kunnen verschillend vocht opnemen. Bij ernstige voegproblemen is een voorbereiding die alleen uit reinigen en impregneren bestaat vaak onvoldoende. Zie je witte waas, uitbloei of zoutkringen? Dit wijst erop dat er eerder vocht en zouten zijn meegevoerd. Zouten kunnen de opname en werking van een impregneerlaag beïnvloeden. Beoordeel ook het patroon: vlekken die telkens terugkomen op dezelfde hoogte of rondom naden kunnen wijzen op terugkerende vochtbronnen. Sommige gevels hebben al een coating of een eerder impregneermiddel gehad. Als een eerdere behandeling deels afgesloten is, kan nieuwe impregnering minder goed indringen. Bakstenen kunnen haarscheurtjes krijgen door werking, zetting of temperatuurverschillen. Kleine scheurtjes kunnen op termijn toch vochtroutes vormen. Bij twijfel is het belangrijk om niet te veronderstellen dat impregneren alle routes afsluit. Reinigen is in veel gevallen de basis, maar het gaat om meer dan alg verwijderen. Werk volgens het principe: pas na het verwijderen van wat de poriën blokkeert kun je verwachten dat het middel de steen kan bereiken.

Laat de gevel daarnaast voldoende uitdrogen. Natte baksteen kan zorgen voor een onregelmatige indringing. Bij impregneren wil je vooral een doordachte verdeling zonder overbodige opbouw. Werk bij voorkeur in omstandigheden waarin de gevel niet te heet is en niet direct wordt blootgesteld aan harde regen of langdurige neerslag. Behandel daarnaast consistente zones. Baksteen is niet overal gelijk. Rond ommetselwerk, aansluitingen, schaduwplekken en gevelvlakken met verschillende voegstructuur kan de opname verschillen. Als je tekenen ziet van constructieve schade, herhaald terugkerende uitbloei, ernstige voegproblemen of duidelijk vocht uit een specifieke bron, is een extra inspectie verstandig. Laat een vakkundige beoordeling doen van de gevelopbouw en de vochtroute. Bij Elmax begint het proces met inzicht in je situatie en het juiste advies voor de gevel. Samengevat: impregneren werkt het best wanneer je de baksteen-specifieke signalen serieus neemt. Controleer de voegen, let op zouten en eerdere behandelingen, beoordeel scheuren en zorg dat de gevel schoon en droog genoeg is.

Kijk of de ondergrond geschikt is voor impregnatie: zijn de voegen stabiel en niet poederend, zie je uitbloei/zouten, en is er geen recente coating of sterk afwijkende verkleuring door eerdere behandelingen? Nee. Impregneren vermindert doorgaans de indringing van water, maar het repareert geen technische gebreken. Omdat baksteen en voegwerk niet overal hetzelfde zijn. Voor de keuze van de metselmortel kan steeds advies gevraagd worden bij de mortelleverancier. Heel vaak worden de gevelstenen verwerkt met een klassieke voeg van 10 tot 12 mm. Het metselwerk wordt nadien opgevoegd. Doorstrijkmortel. Soms wordt het metselen en voegen in één fase afgewerkt. Men spreekt van doorstrijkmetselwerk. Bastaardmortel is een alternatieve mortelsamenstelling voor de bouw van een metselwerk uit natuurlijke en milieuvriendelijke materialen. Het grootste deel van de samenstelling bestaat uit zand. Voor gevels met een dunne voeg zal de ruwheid en onregelmatigheid van de bakstenen mee bepalen welke voegdikte het best kan aangehouden worden. Via de opbouw van een proefmuurtje, bestaande uit een aantal steenlagen met verschillende voegdiktes van 5 à 6 mm, kan men de strakheid van de gevel weergeven.

Lijmmortel: Metsellijmmortels zijn industriële mortels, die door toevoeging van hulpstoffen verbeterde prestaties neerzetten. Dit resulteert in een duurzaam metselwerk met hogere sterkte dat ook minder gevoelig is voor het ontstaan van uitbloeiingen. Metselwerk met dunne voegen wordt doorgaans niet opgevoegd. De lijmmortels zijn dan ook verkrijgbaar in verschillende kleuren. Indien u interesse heeft, kunt u bij ons de lijst opvragen van toon-op-toon kleuren. Dit betekent dat de kleur van de bakstenen bijna dezelfde is als de voegkleur. Cementeren (Vlaams) is een techniek waarbij het metselwerk van de buitenmuur wordt behandeld met een dunne laag cement. Daardoor krijgen de stenen en de voegen een egale grijze kleur, en biedt het extra bescherming terwijl de muur ademend blijft. Ook zijn andere kleuren mogelijk dan grijs. Het resultaat wordt ook wel slempwerk genoemd. In de 18e en 19e eeuw werd de techniek vooral gebruikt bij verbouwde boerderijen en later herontdekt met meer kleuren. Cementeren verdoezelt vorst- en verweringsplekken en wordt nu ook toegepast bij nieuwbouw.

Voordelen van cementeren: kleine beschadigingen van de ondergrond worden weggewerkt, de muur wordt redelijk beschermd tegen vochtinvloeden, onderhoudsarm, de structuur van de muur blijft zichtbaar als de laag niet te dik is, geen schilderwerk meer nodig (tenzij de cementlaag verder wordt afgewerkt), de muur blijft ademen. Mogelijk nadeel: bij zware regenval kunnen donkere plekken verschijnen die na droging verdwijnen. Bij toevoeging van Compaktuna aan de pleistermortel wordt deze waterafstotender en reageert deze slechts oppervlakkig op water. Het cementpleister is waterwerend, maar niet waterdicht. Daarom breng je onder het maaiveld nog beter een elastische waterdichte coating aan.

Betrokken aspecten bij gebouwen en installaties: olie- en gasputten moeten goed gecimenteerd worden, zodat instorting van het boorgat wordt voorkomen bij het boren naar gas en olie. Hiervoor worden stalen casing-pijpen gebruikt waar een speciaal samengestelde slurrie van cement omheen wordt gestort. Cementeren is ook carboneren: een thermochemische oppervlaktebehandeling waarbij koolstof in de oppervlakte wordt ingebracht bij hoge temperatuur, gevolgd door afschrikken. De belangrijkste twee methoden van carboneren zijn in gasstroom en in een wervelbed.

Voegen van metselwerk kan ook zelfstandig worden uitgevoerd; het doel is niet alleen esthetiek maar ook stabiliteit, betere afwatering en minder vochtvasthouden. Voor het voegen kun je kiezen uit verschillende methoden: knipvoeg, doorgestreken voeg, glad verdiepte voeg, en borstelvoeg. Voor burgers en monumenten kan een lintvoeg of stootvoeg vereist zijn; de knipvoeg wordt vaak gebruikt bij monumentale panden. Voor een eenvoudige uitvoering kun je kant-en-klare voegmortel kopen of zelf maken. Mengverhouding meestal 4 delen voegzand op 1 deel cement. Begin met de lintvoeg en daarna de stootvoeg, en eindig met natspuiten. Houd de voegen schoon en bescherm jezelf met rubberen handschoenen tijdens het werken.

Reiniging van bakstenen gevels zelf kan veilig, mits voorzichtig en zonder agressieve borstels of chemicaliën. Regen, wind en mos leiden tot vuil, groene aanslag en schimmels. Een milde aanpak met groene zeep of natuurvriendelijke producten is vaak effectief. Harde hogedrukreiniging kan lelijke schade aan voegen veroorzaken; professionele reiniging met stoom of lage druk is een goed alternatief bij hardnekkig vuil. Na reiniging kan de gevel indien gewenst worden beschermd tegen vocht en aanslag door impregneren. Als je er niet uitkomt, kun je professionele gevelreiniging overwegen. Voor duurzaamheid kun je ook de tips van Milieu Centraal raadplegen.

Infographic: Factoren die impregnering beïnvloeden (vochtroutes, voegen, zouten, coating)

Tot slot: als er twijfels bestaan over de staat van de gevel, laat dan een vakman de gevelopbouw en vochtroute inspecteren. Bij twijfel over of de gevel klaar is voor impregneren, kijk naar de ondergrond: zijn de voegen stabiel en niet poederend, zie je uitbloei/zouten en is er geen recente coating of sterke verkleuring door eerdere behandelingen? Ja, dan kan impregneren de indringing verminderen, maar niet technische gebreken oplossen. Het is essentieel om de gevel schoon en droog te hebben voor een effectieve impregnering.

Gevel impregneren: zo doe je dat stap voor stap | Kerssen

Voorbeelden uit de praktijk: een muur die 20 cm dik is plus 2 cm bezetsel plus 10 cm isolatie en gyproc kan interessant zijn bij inspectie en keuzes rondom cementeren of het plaatsen van extra isolatie. Betonpleister kan ook worden toegepast op vochtige ruimtes om versteviging en ademende werking te behouden. Historisch metselwerk verdient dampopen afwerking aan beide zijden; hierdoor blijft opstijgend vocht beperkt. Cementeren kan een muur aanzienlijk verstevigen en de voegen vullen, waardoor losse stenen minder bewegen.

  1. Controleer de ondergrond en voegkwaliteit voordat impregneren.
  2. Inspecteer op zoutuitbloei en vochtpatronen.
  3. Zorg voor een droge en schone muur voor optimale werking.
  4. Kies passende voeg- en mortelsoorten afhankelijk van het project.
  5. Overweeg professionele reiniging en impregnering bij twijfels of complexe problemen.
OnderdeelBelangAanbeveling
VoegkwaliteitCruciaalHerstel alvorens impregnatie
VochtbronKernoordeelIdentificeer en behandel
Vochtige zonesVerschillen in opnamePassive zones impregneren

tags: #baksteen #cement #groeven #witter #maken