“Waar het hart vol van is loopt de mond van over“. Als ik een boordje aan een t-shirt maak werk ik de naad altijd af met mijn lockmachine waarna ik het boordje op het pand doorstik. Voor deze blog heb ik een uitgebreide uitleg gemaakt voor het aanzetten van een boordje en het verwerken van een sierbiesje. In de handleiding vind je twee verschillende opties. Bij de eerste optie wordt het biesje bij het aanzetten dubbelgevouwen. Bij de tweede optie wordt het biesje eerst enkel aangezet en later omgevouwen. Heel veel plezier!
Hals- en armsgaten werk je makkelijk en snel af met biaisband. Stik het kledingstuk eerst zover in elkaar dat je de hals- en armsgaten kunt afwerken. Knip van het biaisband 2x de armsgatlengte en de naden af. Vouw de bovenste naad van het biaisband open. Sluit het biaisband voor de armsgaten. Rijg de opengelegde vouwlijn van het band over de patroonlijn op de goede kant langs het armsgat. Stik het band precies in de vouwlijn rondom het armsgat. Knip de naad van het armsgat een fractie boven de naad van het band af. Vouw het band helemaal naar binnen en stik het smal op de kant.
1 Stik het kledingstuk eerst zover in elkaar dat je de hals- en armsgaten kunt afwerken. 2 Sluit de halsbies. Vouw de bies dubbel met de verkeerde kanten op elkaar en rijg de open randen op elkaar. Speld, rijg en stik deze rand van de bies op de binnenkant langs de hals. 3 Vouw de bies helemaal naar de goede kant van het kledingstuk. Rijg de andere rand van de bies langs de vouw van de bies. Stik de hals met een dubbel stiksel of met de tweelingnaald door, stik de bies langs de vouw.
Elastisch band en vormen rondom armsgaten
Elastisch band is zeer geschikt om ronde randen af te werken. Het is afgewerkt band dat je tijdens het stikken iets uitrekt om lubberen te voorkomen. Knip het band iets korter dan de omtrek van het armsgat. Stik de uiteinden aan elkaar. Speld het band, iets uitgerekt, op de binnenkant langs het armsgat, houd hierbij de verkeerde kanten op elkaar. Vouw het band om de naad naar de goede kant. Speld en rijg het band weer, iets uitgerekt, net over het eerste stiksel.
Beleg als afwerking van ronde randen en halslijnen
De vorige keer naaiden we het voor- en achterpand aan elkaar, nu gaan we alle stofranden afwerken. Je hebt biaisband nodig van 1,2 cm breed. In het patroon komt het biaisband aan de buitenkant van de Top, je kunt er ook voor kiezen dat het biaisband aan de binnenkant zit. Je ziet dan alleen het stiksel aan de buitenkant. Leg de goede kant van het biaisband op de binnenkant van de Top. Zoals de stof op deze foto ligt begin je met naaien op ongeveer 2 cm onder de speld. Als je bijna rond bent, tot ongeveer 2 cm voordat je bij het middenachter van de Top bent, stop je met naaien en hecht je de draad af. Leg de top voor je op tafel, leg het rechter stukje van het biaisband langs de halsopening en vouw het uiteinde dubbel. Zorg dat de uiteinden van het biaisband helemaal opengevouwen zijn aan de zijkanten, naai de uiteinden op elkaar over de stofvouw van het ene uiteinde heen. Vouw het naadje van het biaisband open, speld het op z'n plaats langs de halsopening. De onderkant van de Top wordt afgewerkt met een zoompje van 1 cm. Strijk de stofrand naar deze lijn toe (je hebt dan een stofvouw van 1 cm). Stik de zoom vast, vlak langs de open stofrand. Strijk de zoom nog eens goed, en strijk gelijk je hele Top.
Beleg kan ook langs andere kanten ingezet worden. Bij armsgatten gebruik je een smal beleg dat netjes aansluit zonder te trekken. Voor de hals varieer ik tussen 3 en 5 centimeter. Voor een zoombeleg van een ronde rok kies ik vaak 5 tot 7 centimeter, zodat de onderrand mooi zwaar en rond valt. Beleg tekenen vanaf je patroon: trek de rand van de opening over en teken daarbinnen een tweede lijn op 3 tot 5 centimeter, afhankelijk van het model en de stofdikte. Volg de vorm nauwkeurig, neem markeringen en schoudernaden over en voeg naadwaarde toe als die niet in je patroon zit. Voorbereiden en verstevigen: knip het beleg uit dezelfde stof, met dezelfde draadrichting als het pand. Verstevig in elk geval de gebieden met knoopsgaten of drukknopen. Sluit de schoudernaden van het beleg, strijk ze open en werk de buitenrand van het beleg af met een locksteek of een smalle zigzag.
Naaistappen bij de naaimachine
Speld het beleg en het kledingstuk met de goede kanten op elkaar. Stik met een rechte steek, steeklengte 2,2 tot 2,6, exact op je naadlijn. In rondingen knip je de naadtoeslag in tot bijna aan het stiksel en gradeer je de dikte door één naadhelft iets korter te knippen. Dat voorkomt dikke randen en trekken. Vouw daarna het beleg en de naadtoeslag richting het beleg en understitch, oftewel doorstik op het beleg op 2 millimeter van de naad. Deze stap is goud waard. Hierdoor rolt de rand naar binnen en blijft het beleg netjes liggen. Strijk alles plat met stoom en vorm de ronding rustig met de punt van je strijkijzer.
Tip voor nette bochten: Maak in diepe rondingen knipjes dichter op elkaar en gebruik eventueel een kortere steeklengte in de bocht. Bij een V-hals knip je de punt diagonaal in tot vlak bij het stiksel, zodat de V strak wordt na het keren.
Overzichtstabel: breedte en versteviging van beleg
| Beleg | Breedte | Versteviging |
|---|---|---|
| Halsbeleg | 3 tot 5 cm | Licht, vooral bij dunne of rekbare stoffen |
| Armsgatbeleg | 4 tot 5 cm | Licht, soepel meebuigend |
| Zoombeleg rok | 5 tot 7 cm | Meestal niet nodig, soms heel licht voor extra gewicht |
Beleg afwerken en vastzetten: keer het beleg naar binnen, rol de rand tussen duim en wijsvinger zodat het stiksel net in de schaduw van de rand valt en strijk. Zet het beleg onzichtbaar vast op schoudernaden of zijnaden met enkele handsteekjes. Bij knooppanden hecht het beleg vaak vanzelf door knopen en knoopsgaten. Voor een decoratieve afwerking kun je op de buitenkant sierstikken op 1 tot 2 centimeter van de rand. Wil je eerst je basis versterken voordat je aan beleg begint, neem een kijkje bij naaien voor beginners of kleding naaien.
Veelgemaakte fouten en oplossingen
Trekken in de halslijn komt vaak door te weinig knipjes in de ronding of door te dikke naadtoeslag. Knip dichter op elkaar, gradeer en strijk met beleid. Een beleg dat naar buiten rolt, mist meestal understitch of is niet goed geperst. Doorstik nogmaals op het beleg en strijk opnieuw. Rafels aan de buitenrand los je op met locken of een smalle zigzag.
Onderhoud en strijken
Strijk altijd eerst het stiksel in de naad zoals het is genaaid. Vouw en strijk dan pas naar binnen. Laat het werk afkoelen op de strijkplank, zodat de vorm wordt vastgezet. Was je kledingstuk volgens de stofsoort en strijk na het drogen kort over de rand van het beleg voor een blijvend scherpe lijn. Met een goed getekend en netjes ondergestikt beleg maak je van elke hals, armsgat of ronde zoom een visitekaartje. Neem de tijd voor knipjes, gradeer waar nodig en werk de buitenrand verzorgd af. En vergeet niet, een warme strijkbeurt doet vaak het laatste beetje magie.
Veelgestelde vragen over Beleg naaien
- Wanneer kies ik voor een beleg en wanneer voor een biaisafwerking? Kies een beleg bij ronde halslijnen, armsgaten en zomen waar vormvastheid telt en je een onzichtbare afwerking wilt. Biais is handig bij zeer smalle randen, lichte stoffen of als decoratieve afwerking.
- Moet ik een beleg altijd verstevigen? Niet altijd. Verstevig in elk geval plekken met knoopsgaten, drukknopen of een revers. Bij dunne, losse of rekbare stoffen helpt een lichte tussenvoering om vorm te houden. Stik de naadtoeslag vlak op het beleg door, op 2 millimeter van de naad. Knip de rondingen voldoende in, gradeer de naadtoeslag en strijk zorgvuldig.
