Geschiedenis en kenmerken van cementtegels en betontegels uit de jaren negentig en hun voorgeschiedenis

Oude bouwmaterialen zijn al jaren aan een opmars bezig. Oude en antieke tegels vinden hun weg naar een nieuwe bestemming. Naast de keramische vloertegels ontwikkelde men ook de ingelegde gekleurde cementtegels. Mede door hun gunstige prijs-kwaliteit verhouding werden deze motieftegels ook internationaal een veelgevraagd Belgisch product. De eerste cementtegels werden omstreeks 1840 in Gent gemaakt. Daarbij maakte men in het begin gebruik van een houten mal waarin het gekleurde cement werd gegoten. Deze eerste vloertegels bestonden uit 1 kleur. Cementtegels maken met een patroon erin was immers veel te duur door het arbeidsintensieve proces.

Opgericht in 1848 behoorde het Manufacture de Carrelage T.Picha & Cie te Gent tot de eerste cementtegel fabriek die volgens een eigen proces startte met de fabricage van eenvoudige gegoten oude antieke cementtegels. De doorbraak in de productie van antieke cementtegels kwam echter van de fabriek Les Usines a carreaux en ciment Fieve & Cruls. Opgericht in 1871 te Gent, vervaardigde deze cementtegel fabriek als eerste Belgische fabriek drooggeperste oude en antieke cementtegels die als eerste konden wedijveren met de oude en antieke keramische vloertegels. Natuurlijk werd de concurrentie groot op de markt voor de productie van deze antieke cementtegels, vandaar dat er nog vele cementtegel fabrieken hun deuren zouden openen. Voorbeelden van deze antieke cementtegels fabrieken zijn oa: antieke cementtegel fabriek Fabrique de carreaux en ciment Dutry-Massy, antieke cementtegel fabriek Fabrique de dalles en ciment unis a incrustations Ch. Eggermont et soeur en de antieke cementtegels fabrieken van Leon de Smet en Van Overstraeten & Cie.

Oude en antieke cementtegels waren antieke vloertegels die over het algemeen minder slijtvast waren dan de antieke keramische tegels, maar ze waren wel minder prijzig en moeilijk van elkaar te onderscheiden. De motieven van deze antieke tegels liepen vaak gelijk. Antieke motief tegels in al hun vormen en patronen werden zowel uitgevoerd in antieke cementtegels als antieke keramische tegels. Het was dan ook voor een leek moeilijk om deze twee typen oude en antieke tegels van elkaar te onderscheiden. Daarom namen handelaren in deze oude en antieke bouwmaterialen vaak beide soorten antieke tegels in hun assortiment op. Nagenoeg alle cementtegel fabrieken exporteerden een groot deel van hun voorraden oude en antieke cementtegels. Deze oude cementtegels werden niet alleen naar de buurlanden uitgevoerd: Nederland, Frankrijk, Duitsland. Antieke cementtegels werden zowat over de gehele wereld verspreid. Uit bovenstaand verhaal valt af te leiden dat de productie van oude en antieke cementtegels in België na ongeveer 1880 tot grote bloei kwam. Dat kon slechts mogelijk zijn tijdens economische gunstige omstandigheden. De productie van oude en antieke cementtegels was immers een kostbare aangelegenheid. Een gemiddelde werknemer produceerde per dag ongeveer 4 vierkante meter aan oude en antieke cementtegels.

Oude cementtegels atelier en productiemethoden

Het is dan ook niet gek dat FLOORZ deze oude tegels vaak recupereert uit woonhuizen van de gegoede middenklasse of gebouwen waarin het gebruik van deze oude, antieke tegels een meerwaarde bood. Ook opvallend is het dat de producenten van deze oude en antieke vloertegels de meeste diverse stijlen in hun catalogi aanboden. Zowel antieke Jugendstil tegels of oude art nouveau tegels, alsmede antieke art deco tegels werden tegelijkertijd aangeboden. Commercieel gezien natuurlijk een slim standpunt. Voor het ontwerpen van deze antieke motief tegels hadden de producenten de beschikking over eigen decoratieateliers. Wilt u een idee krijgen hoe deze antieke tegels zijn vervaardigd, brengt u dan eens een bezoekje aan het bedrijf Impermo in Sint-Truiden. De huidige functie is een groothandel in vloer - en wandtegels , maar vroeger werden hier jaren 30 tegels vervaardigd.

Vlak na de Eerste Wereldoorlog begon Ferdinand Stultjens met de productie van cementtegels. Hij kocht een tweedehands tegelpers omdat hij dacht dat de vraag naar oude bouwmaterialen toe zou nemen na het beëindigen van de oorlog. Ferdinand overleed echter kort nadat de fabricage van deze antieke cementtegels goed en wel op gang was gekomen. Zijn 4 zonen namen nu de productie van deze cementtegels voor hun rekening. De visie van de stichter bleek een goede te zijn. Cementtegels werden een veelgevraagd product en voortdurend werden er nieuwe machines aangekocht om zo de productie van de cementtegels uit te breiden. Impermo was een van de eerste Belgische bedrijven die is begonnen met de grootschalige productie van cementtegels met marmerkorrel. Vanaf 1931 zou Impermo als eerste in België starten met het verwerken van witte cement in hun cementtegels.

In 1932 legde een brand de productie van de antieke cementtegels tijdelijk stil, maar al spoedig volgde de wederopbouw waardoor de productie van de antieke cementtegels weer op gang kwam. Tijdens de oorlogsjaren kwam de verkoop van de antieke cementtegels op een laag pitje te staan. De bloeiperiode voor de cementtegels lag dan ook tussen 1950 en 1970. Daarna werden deze antieke cementtegels veel gebruikt voor garage- en keldervloeren. In 1990 valt dan ook het doek wat betreft de fabricage van de cementtegels. Tot de Tweede Wereldoorlog was de ingelegde cementtegel door zijn gunstige prijs-kwaliteit-verhouding, in veel Europese landen een veelgevraagd product. Smaakveranderingen en vooral ook economische motieven leidden tot de vrijwel volledige teloorgang van deze eens zeer bloeiende industrietak, die in het midden van de negentiende eeuw ontstond.

Als bindmiddel is cement (uit het Latijn caementum = gehouwen steen, puin), net als de nog vroeger ontdekte kalkmortels, reeds vanuit de klassieke oudheid bekend. Een gedeeltelijke wetenschappelijke verklaring voor de hydraulische verharding van mortels werd echter pas in 1756 gevonden door de Engelse ingenieur John A. Smeaton bij zijn proefnemingen voor de herbouw van de Eddystone-vuurtoren. De kennis hierover werd vervolgens verfijnd door de Franse ingenieur Louis Joseph Vicat, die er in 1817 in slaagde de samenstellingsverhoudingen voor hydraulische kalk tegenover die van cement af te lijnen, en bijna gelijktijdig ook door de Duitse hoogleraar chemie dr. Een eerste industriële toepassing kwam er in 1796, toen de Engelsman James Parker een natuurlijk hydraulisch cement patenteerde onder de naam ‘Roman cement’. Joseph Aspdin kreeg in 1824 octrooi op Portlandcement, wat in Europa uiteindelijk vanaf 1844 doorbraak gaf. In Frankrijk en Duitsland vonden voortzettingen van deze ontwikkelingen plaats, en zo ontstond een breed scala aan cementproducten en toepassingen, waaronder cementtegels en mozaïekvloeren.

Historische cement- en tegellijnen

1. (collectie M. In Engeland zelf leidde het grote succes van Parker-cement vrij snel tot een nieuwe ontdekking die dit natuurlijke cement verdrong. Op 21 oktober 1824 kreeg Joseph Aspdin uit Leeds octrooi op Portlandcement. 2. Handtegelpers voor cementtegels van de Duitse firma Bernhardi (collectie H. Frankrijk onder impuls van Demarle en Dupont vanaf 1846 een belangrijke cementindustrie tot stand. Op dezelfde wijze begon men in 1855 ook in Frankrijk met portlandcement productie. 3. In de jaren zestig en zeventig groeide de decoratieve cementtegels in verscheidene Europese markten, waaronder Nederland met fabrikanten als Lindo in Delfshaven vanaf 1855 en Oosthoek & Zoon in Den Haag. 4. Na de Eerste Wereldoorlog herstelde de markt zich en groeide de vraag naar cementtegels snel, mede dankzij de prijskracht ten opzichte van keramische tegels.

Patroon- en motiftegels uit verschillende decennia

De cementtegelindustrie kende een grote variëteit aan patronen: geometrische vormen, bloemmotieven en later kleurrijke motieven die tapijten vormden. Neo-gotische en neo-renaissance motieven evolueerden naar art nouveau en na de Eerste Wereldoorlog naar art deco. De bovenste dunne laag van ingelegde en gefigureerde tegels bestond uit met kleurstoffen gemengde cement, terwijl de onderlaag uit zand en cement bestond. Deze tegels konden gegoten of hydraulisch geperst worden geproduceerd. In de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw werd cement bekroond tot een betaalbare, maar toch aantrekkelijke vervanger voor duur keramiek, wat zorgde voor een brede verspreiding in Europa en daarbuiten.

De moderne tuintegels komen vandaag met verschillende materialen en technieken. Betontegels zijn vaak poreus en nemen vocht en vuil op; keramische tegels hebben een dichte toplaag en nemen minder vocht op. Het onderhoud verschilt hierdoor aanzienlijk. Daarnaast blijven er ontwikkelingen zoals waterdoorlatende varianten en tegels met coatings die onderhoud vereenvoudigen. Betontegels zijn doorgaans goedkoper en makkelijker te produceren, keramische tegels zijn duurder vanwege het bakproces, maar blijven kleurvast doordat kleur in de toplaag is ingebakken.

Vergelijking betontegels vs keramische tegels

In de 20e eeuw groeide beton uit tot een veelzijdig bouwmateriaal: het werd toegepast in bruggen, gebouwen en woningbouw. Het cement- en betonverhaal gaat hand in hand met de ontwikkeling van gewapend beton en monolithische constructies, waardoor grotere en lichtere elementen mogelijk werden. De 20e eeuw bracht ook de opkomst van prefabricage en moderne bekistingstechnieken die de productie van betontegels en -onderdelen stimuleerden. Het erfgoed van beton blijft actueel door duurzaamheidsinitiatieven, hergebruik en innovaties zoals zelfreinigende of dataverbindende tegels.

Betonbouw en industriële toepassingen door de jaren heen

Wanneer men nadenkt over tuintegels, staan de historische cementtegels en de hedendaagse betontegels centraal als illustraties van vakmanschap en technologische vooruitgang. Beton biedt betaalbaarheid en veelzijdigheid, terwijl keramiek esthetiek en duurzaamheid op lange termijn kan leveren. De geschiedenis van de cementtegels uit België en de rest van Europa toont hoe economische schommelingen en technologische doorbraken de markt hebben gevormd, en hoe heden ten dage heritage en innovatie samenkomen in de bestrating van buitenruimtes.

Overzicht van belangrijke momenten

  1. 1840s: eerste cementtegels in Gent; houten mallen en eendenkleurige vloeren.
  2. 1871: drooggeperste antieke cementtegels in Gent, eerste concurrentie met keramiek.
  3. 1880s-1950s: bloei van Belgische cementtegelproductie; export naar omringende landen en wereldwijd.
  4. 1950-1970: gouden periode voor cementtegels; toepassing in garages en keldervloeren.
  5. 1990: end van de grootschalige cementtegelproductie; overgang naar hergebruik en restauratiecommentaren.
  6. Recente ontwikkelingen: innovatieve tegels met coatings, waterdoorlatende opties, en digitale printmogelijkheden.

tags: #beton #tuintegel #jaren #90