Bijna-doodervaringen bij patiënten in het ziekenhuis: verklaringen, ervaringen en wetenschappelijk inzicht

Het onderstaande is een fragment uit mijn boek Het einde van de hel, dat zoekt naar de betekenis van een eventueel hiernamaals. Een belangrijke samenvatting van het wetenschappelijke onderzoek naar bijna-doodervaringen wordt geleverd in ‘Near-Death Experiences Evidence for Their Reality’ van Jeffrey Long. Toen ik tien was, werd ik tijdens de terugreis van onze zomervakantie in Frankrijk gebeten door een aspisadder, de enige wilde slangensoort in Europa waar soms volwassenen aan overlijden. Mijn moeder, kinderverpleegkundige, zag hoe mijn ademhaling stokte en ik lijkbleek werd. Ze had vaker kinderen zien sterven en begreep dat ik in levensgevaar was. Ikzelf vond het heerlijk. Ik was in een zacht witte wereld en alles voelde liefdevol. Tot ik in de verte, als van achter de horizon, mijn moeder hoorde smeken dat ik terug zou keren. Daar had ik eerst geen zin in, maar uiteindelijk koos ik daar wel voor.

In het ziekenhuis kreeg ik een zware operatie en maakte ik weer iets wonderlijks mee. Ik was onder narcose, maar zag mezelf liggen. Ik zweefde ongeveer een meter boven de operatietafel, zag de artsen bezig en ving hun gesprekken op. Een paar dagen later stonden er tientallen specialisten en medisch studenten rond mijn bed. Ik vertelde hen details over de operatie die ik niet had kunnen weten, zoals dat er Engels was gesproken en dat de hoofdchirurg een foutje had gemaakt, waardoor er even paniek was. Pas als tiener ving ik een begrip op dat mijn ervaringen leek te dekken: bijna-doodervaring (afgekort tot BDE). De meeste verhalen waren veel spectaculairder dan die van mij: tunnels met licht aan het einde, uitvoerige gesprekken met overleden familieleden en een razendsnelle herbeleving van het gehele leven. Sommige beschrijvingen waren naargeestig, zelfs hels. Maar ik herkende het warme licht, de aarzeling om terug te keren, de uittreding uit het lichaam, de onverklaarbare kennis van details terwijl ik officieel buiten bewustzijn was.

Wetenschappers schatten dat 4 tot 15 procent van de wereldbevolking een bijna-doodervaring heeft gehad. Deze getallen lopen zo uiteen, omdat de vraagstelling in hun onderzoeken verschilt en er in sommige culturen grotere taboes bestaan om hierover te vertellen. Maar het lijkt dus minimaal te gaan om 1 op de 25 mensen, bij elkaar ongeveer 300 miljoen, tot mogelijk zelfs 1 op de 7 mensen, ruim een miljard. Wat betekenen bijna-doodervaringen? Zeggen die iets over een hiernamaals?

“Hoe echt was het? Zoals niets in dit leven. Het was alsof ik in een schitterende kleurenfilm was en nu hier alles zwart-wit is. Een vriend zei tegen me: ‘Je denkt alleen maar dat het is gebeurd.’ ‘Ok,’ zei ik, ‘Ik denk inderdaad dat ook dit gesprek gebeurd, maar dat wat er toen gebeurde, is echter dan dit gesprek.”

“Er zijn hier drie primaire kleuren, maar daar waren er op z’n minst tachtig. Ik kan het niet beschrijven, ik zag kleuren die ik nog nooit gezien had. En overal om ons heen waren ontelbaar veel stralende wezens, als sterren in de hemel, die kwamen en gingen. En in het enorme stralende midden waren ze zo dicht op elkaar, dat ik ze niet meer kon onderscheiden.”

“Er waren grote steden die lijken op de onze, maar er was daar harmonie en balans. Ik zag een stad die helemaal van goud en edelstenen was gemaakt. Ik gloeide! Hoe hoger ik kwam, hoe lastiger te omschrijven. Al die kleuren! Verrassend genoeg kon ik ook de textuur ervan voelen, al mijn vijf zintuigen waren zoals op aarde, maar hier waren ze veel verder ontwikkeld: ik kon ruiken, zien, horen, aanraken en zelfs proeven.”

“In die ruimte waren drie wezens van schijnend kristal. Het licht scheen door hen als door een prisma, wat een regenboog vormde. Als ze spraken, begreep ik dat telepathisch. En hun liefde straalde uit hun ogen, alsof ik het mooiste schepsel was dat God ooit had gemaakt. Het was alsof ze me ten diepste kenden, maar ik voelde me geen moment ongemakkelijk daarbij.”

“Wie in dat licht is gekomen, verklaart telkens hetzelfde: het was onvoorwaardelijke liefde. Het is de meest ongelooflijke liefdevolle ervaring, bijna alsof je champagne bent geworden en bubbelt. Liefde trok door al mijn moleculen. Het was de meest intense ervaring voor mij ooit. Ben je ooit geraakt door een film of iets moois? De liefde daar was honderd, duizend keer sterker.”

“Dit wezen kende mijn gedachten voordat ik sprak, alsof het alles in mij kende en niets voor hem verborgen bleef. Ik zag zijn blote voeten, het witte kleed dat eroverheen viel, zijn arm die naar mij reikte, en toen zijn gezicht: puur licht. Ik was compleet verbijsterd door de schoonheid van dit wezen. Zijn gezicht was zo helder dat als je erin keek, je in een eeuwigheid leek te kijken. Het was de vorm van een mens maar tegelijk het gezicht van god. En hij wentelde zijn aanwezigheid om mij heen. Voor de rest van mijn leven ben ik er kapot van - ten goede, want de liefde van dit wezen draagt mij.”

“Ik maakte een heel heldere herbeleving mee van mijn leven. Het was pijnlijk en tegelijk uitzonderlijk mooi. Het was alsof ik een film zag, vol details. Elke gedachte, woord, daad, beslissing ervoer ik opnieuw en kon ik weer onderzoeken. Er was totale transparantie en eerlijkheid. Maar ik werd door deze goddelijke wezens niet veroordeeld. Ze hielden me vast in liefde, met volledige compassie en acceptatie. Ik werd intussen zelf elke persoon die ik ook had ontmoet, ik smolt met ze samen en voelde precies wat zij hadden gevoeld als gevolg van mijn daden. Ik zag alles vanuit hun perspectief. Alles maakt een verschil, merkte ik. We hebben zoveel invloed op elkaar. Niets is verborgen, niets. En toch zag ik alles in liefde.”

Bijna-doodervaringen kennen een oerpatroon dat in alle waarnemingen terugkeert, hoewel vaak gefragmenteerd en incompleet, zoals bijvoorbeeld in mijn eigen ervaringen. Hoeveel elementen bij complete BDE’s kunnen horen, verschilt per onderzoeker: hun lijsten gaan van twaalf tot veertig, deels omdat ze smallere en bredere categorieën gebruiken, deels omdat sommige elementen zeldzaam zijn en in oudere onderzoeken nog niet worden meegeteld. Het oerpatroon is dit: het lichaam wordt verlaten en er wordt een reis ondernomen die steeds hoger en dichter naar een omvattend, goddelijk Licht reikt, waar men zou kunnen blijven maar dan toch besluit terug te keren en weer af te dalen, terug het lichaam in. Belangrijke onderdelen zijn: Lichaamsuittreding. Men komt los van het eigen lichaam en ziet dat van bovenaf, soms van steeds verder weg. De tunnel naar het licht. Men reist razendsnel door een donkere, lege ruimte, vaak omschreven als een tunnel, richting een licht, zoals Jeroen Bosch al verbeeldde. De gesprekken. Men spreekt overleden geliefden en onbekenden, over het leven-na-dit-leven en het leven op aarde. Het Lichtwezen. Er zijn diverse lichtgevende figuren die, afhankelijk van iemands culturele achtergrond, herkend worden als engelen, Jezus, Mozes of Krishna. Deze worden onderscheiden van het ultieme Licht, dat het hoogtepunt van de reis vormt, die volkomen aanvaardend en liefdevol is en met wie men kan samensmelten. De levensreis of life review. Iemand overziet het hele leven tot in de kleinste details, ook op zeer jonge leeftijd, waarbij de eigen gevoelens kunnen worden herbeleefd, maar tegelijk die van anderen, ook wat daar pijnlijk aan was. Er is echter een gevoel van acceptatie en begrip, vaak door een lichtwezen die de levensreis zonder oordeel begeleid. De keuze. Uiteindelijk komt men voor de keuze te staan terug te keren of te blijven en besluit men terug te keren, omdat er nog een taak of uitdaging wacht.

Wat zeggen getuigenissen over onsterfelijkheid en hiernamaals?

De gezamenlijke kracht van veel getuigenWat zeggen dit soort getuigenissen over een onsterfelijkheid? Bijna-doodervaringen worden vaak gezien als een belangrijke aanwijzing voor onsterfelijkheid, vaak zelfs de belangrijkste. Veel ideeën over de dood baseren zich namelijk op specifieke religieuze bronnen en werken daarmee vooral bij de mensen die deze bronnen gezagvol achten. BDE’s maken echter geen onderscheid: mensen van alle mogelijke achtergronden, culturen en overtuigingen vertellen erover. Bovendien zijn hun verhalen uitvoerig onderzocht, met honderden artikelen in erkende wetenschappelijke tijdschriften, vaak van niet-religieuze onderzoekers.

Een belangrijke afweging daarbij is de opgetelde waarde van deze getuigenissen. We baseren ons in het dagelijkse leven voortdurend op verklaringen van anderen: als ons kind iets over school vertelt, als een collega iets notuleert over een vergadering, als je schoonmoeder iets appt over een feest. Meestal denken we nauwelijks na over de waarde van getuigenissen, maar vooral in rechtszaken worden ze wel bevraagd, waardoor er een hausse aan hersenonderzoek is opgekomen. Daaruit is inmiddels duidelijk dat onze herinneringen behoorlijk onbetrouwbaar zijn: we vervormen ze en bezweren intussen dat het echt zo is gebeurd. Waarom zou dit ook niet aan de hand zijn met BDE’s? En wat doet het er dan toe, dat deze zo massaal beleefd worden?

Er zijn minstens vijf feiten over BDE’s die vrijwel alle onderzoekers onderschrijven: Een groot deel van de wereldbevolking, zeker honderden miljoenen, heeft een BDE gehad. Deze BDE’s vertonen over de hele wereld vergelijkbare basiskenmerken, hoewel per cultuur specifiek ingekleurd. Er is geen onderscheid gevonden in wie BDE’s meemaken: niet-religieuzen en religieuzen, theoretisch en praktisch opgeleiden, mannen en vrouwen, psychisch stabielen en labielen, enzovoorts. Geen enkele eigenschap maakt de kans groter of kleiner. Veel mensen beschrijven hun BDE als hyperrealistisch, ‘echter dan echt’: ze zagen de diepste kleuren, hoorden de prachtigste muziek, konden intense gesprekken voeren, en herinnerden decennia later nog vele details. De meeste mensen met een BDE gaan geloven in onsterfelijkheid, ook al waren ze eerder atheïst, ze worden veel religieuzer en verliezen hun angst voor de dood. Elk op zich zeggen deze feiten nog niet zo veel, maar bij elkaar genomen vormen ze een sterke zaak.

Er wordt inderdaad heel veel geroepen, maar de aantallen mensen die oprecht claimen kabouters te hebben waargenomen, laat staan vliegend-spaghettimonsters, zijn niet te vergelijken met BDE’s en zijn bovendien nogal duidelijk cultureel bepaald. Niemand uit India beweert kabouters te hebben gezien en niemand buiten het kringetje van nieuw-atheïstische bloggers een vliegend-spaghettimonster. Ervaringen die zo massaal zijn, over zoveel culturen zo eensluidend, en bovendien diepe invloed hebben op wie het meemaakt, dat vergt een beter bezwaar.

Maar vragen buitengewone beweringen niet om buitengewoon bewijs? De claim dat er een hiernamaals is, is zo extreem, dat moet dan toch ook extreem hard worden gemaakt? We moeten inderdaad buitengewoon sceptisch zijn als er iets buitengewoons wordt gesteld. Het is wel de vraag wie bepaalt wat buitengewoon is.

Het is juni 2002. En ik ben ziek. Heel ziek en aan het werk in het Zaans Medisch Centrum, op de communicatie-afdeling. Mijn lieve collega zegt, dat ik eruit zie als een wandelend lijk en thuis in mijn bed hoor te liggen. Ondanks dat ik bijna nooit ziek ben of mij ziek meld, neem ik haar advies ter harte en ga naar huis, waar ik meteen mijn bed induik. Mijn lijf voelt alsof er een vrachtwagen overheen gereden is. Dat dit alles leidt tot mijn bijna-doodervaring (BDE) kan ik op dat moment nog niet vermoeden. Mijn lief zegt - en dat zegt hij nooit - dat ik de huisarts moet bellen. Een huisarts in opleiding komt, een jonge vrouw, die ik de rest van mijn leven dankbaar zal zijn. Ze belt met het ziekenhuis en gebruikt al haar overredingskracht om mij op de spoedeisende hulp te krijgen.

Ik hoor haar nog wel, maar raak steeds meer in mijzelf gekeerd. Alles gaat langs mij heen, alsof mijn bijna-doodervaring al begonnen is. De huisarts in opleiding vermoedt een acute geperforeerde blindedarm. Eenmaal op de spoedeisende hulp word ik door diverse artsen onderzocht, allerlei onderzoeken vinden plaats. Het verlossende woord wordt nog niet gesproken, de oorzaak na zes uur nog niet gevonden. Het maakt mij allemaal niet meer uit, inmiddels ben ik zo ziek dat het me niks meer kan schelen wat ze met me (gaan) doen. De laatste dokter, in mijn geval de gynaecoloog én de huisarts in opleiding, heeft altijd gelijk: een geperforeerde blindedarm, die inmiddels mijn buikholte heeft gevuld en geïnfecteerd. Op de klok in de operatiekamer is het tien over zes, de tijd dat ik ‘vertrek’. De narcose begint te werken en ik zak in een diepe slaap. Het beeld van de klok verandert in een vriendelijk gezicht. Een man gebaart me hem te volgen. Hij zegt dat hij mijn gids is. De man is zo vriendelijk, dat ik er geen moment over twijfel om met hem mee te gaan. Mijn lijf blijft achter op de operatietafel. Ik zie het liggen onder een groen laken en de artsen en verpleegkundigen hoor ik praten. Het maakt me niet meer uit, waar ik heenga, is het goed. Ik laat de operatiekamer en het ziekenhuis achter me, of eigenlijk meer onder me want ik ‘zweef’ steeds verder omhoog. Alhoewel ik met mijn verstand, mijn hoofd, mijn ratio geen richting meer kan waarnemen. Bewustzijn is er echt wel in mijn bijna-doodervaring (BDE). De vriendelijk uitziende man met de liefdevolle uitstraling is er ook niet meer. Ik ben in een soort tunnel aangekomen, waar ik liefde, warmte en licht om mij heen ervaar. Mijn lichaam in de vorm zoals ik het ken, is er niet: ik ben één met de ruimte om mij heen. Ik ga door een cirkel van licht en ineens neem ik mijn overleden dierbaren waar; lieve opa’s en oma’s, ons eerste niet-geboren kindje. Alsof ze naar mij toe bewegen, zijn ze er allemaal en net als ik, niet in de vorm van een lichaam of lijf of gezicht zoals wij dat kennen.

Infographic: Oerpatroon van bijna-doodervaringen

De terugkeer naar het lichaam voelt als een ‘wedergeboorte’. Ineens wordt er aan me ‘getrokken’. Alsof mijn lifeline hard naar beneden wordt gerukt. Terugkeren is niet fijn, niet voor mijn lijf, niet voor mijn hoofd, nergens voor. Het voelt koud en hard om mij heen. Met een enorme schok land ik in mijn ziekenhuisbed op de verkoeverkamer. Met vier verpleegkundigen houden ze me tegen, alles in mij schreeuwt: ik wil hier weg! Ik vecht met de infuusdraden in mijn arm en verlies weer het bewustzijn. Het wakker worden in een lijf met pijn. Een lijf dat heel lang nodig heeft gehad om te herstellen. Aan alle kanten rammelde. Waarvan ik kon voelen, dat het me niet meer voegde. Wat niet deed, waar het voor bedoeld was. En toch vier maanden na mijn operatie en ervaring nieuw leven in zich droeg. Ik heb me lang schuldig gevoeld. Tegenover mijn partner, mijn ouders, mijn vrienden en familie, maar vooral tegenover onze kinderen. Want ik was op zo’n bijzonder mooie, liefdevolle plek en ik wilde niet terug, ook niet voor hen. Dat raakt me als ik eraan denk. En het komt nog weleens terug, dat schuldgevoel. Na bijna drieëntwintig jaar, heb ik recent ervaren dat mijn lijf en ziel weer voegen. Bij het uitleggen van deze ervaring, maken mijn handen altijd een soort twist, een draaiend gebaar. Mijn handen komen samen rond mijn hartstreek, mijn wedergeboorte is compleet. Mijn lijf is geheeld, het rammelt niet meer en mijn ervaring mag ik delen. Ik ben sensitiever, voel als mensen verdriet of pijn hebben. Niets zweverigs of paranormaals aan, gewoon wie ik ben. In mijn werk als coach is mijn sensitiviteit en weet van ‘iets’ na de dood een extra sensor. Angst voor de dood heb ik niet meer. Het kan zijn dat jij iets heftigs hebt meegemaakt in jouw leven. Ik ben er voor je. Als je gewoon een keer jouw verhaal kwijt wilt. Of misschien heb je vragen over een bde of iets anders, die je aan mij wilt stellen? Je kunt mij altijd bellen op 06-53593452. Of zelf gelijk een gesprek met mij inplannen. Cardioloog P.

“Een bijna-doodervaring is een geestelijke ervaring die kan optreden tijdens een periode van klinische dood, maar ook tijdens een stervensproces of soms zonder duidelijke aanleiding. Er is veel te lezen over bijna-doodervaringen. Mijn bijna-doodervaring is anders én hetzelfde als van andere mensen. Van mensen, die eenzelfde ervaring hebben, van wetenschappers en van critici. Pim van Lommel (82), de cardioloog en onderzoeker die internationaal bekend werd vanwege zijn publicaties over bijna-doodervaringen, reist nog steeds de wereld over om te vertellen over het eindeloze bewustzijn. Van zijn gelijknamige boek zijn wereldwijd 400.000 exemplaren verkocht.

Liesbeth van Breemen over haar bijna-doodervaring en wat wij daarvan kunnen over de dood

Een bijna-doodervaring (BDE) is een bijzondere vorm van bewustzijn die zich meestal voordoet tijdens levensbedreigende situaties zoals een hartstilstand of verdrinking. Op mensen die het meemaken heeft het vaak een levensveranderende impact. Wat was de aanleiding dat u in 1986 begon met uw onderzoek naar bijna-doodervaringen?‘Mijn interesse was al veel eerder gewekt. In 1969 werkte ik in het Antoniusziekenhuis waar wij op de hartbewaking een man met een hartstilstand gereanimeerd hadden met stroomstoten. Ik was uitermate tevreden over het resultaat maar de patiënt zelf was dat allerminst. Hij was teleurgesteld dat hij leefde, dat hij terug was. Hij had een prachtig landschap gezien en mooie muziek gehoord. Dit paste niet bij alles was ik tot dan toe geleerd had over het menselijk lichaam en het bewustzijn. Ook van mijn ouders had ik meegekregen dat er niks is na de dood.

Vanaf 1986 ben ik aan alle patiënten die in het verleden een hartstilstand hadden overleefd gaan vragen of ze een herinnering hadden aan die minuten waarin ze klinisch dood waren. Bijna een kwart van de mensen was dat het geval. Velen konden daar met niemand over praten, het werd afgedaan als onzin, een droom of een hallucinatie. Hoewel de ervaring an sich als positief wordt ervaren, mensen voelen zich verbonden met alles en iedereen, raakt een flink aantal van de patiënten naderhand depressed en krijgt heimwee naar de plek waar hij of zij was en voelt zich eenzaam. Mensen die een bijna-doodervaring hebben meegemaakt zijn vaak intuïtiever, vinden andere dingen belangrijk in het leven en voelen soms aan wanneer iemand anders gaat overlijden. Ze zijn niet meer bang voor de dood.

Hoe verklaart u dat de een wel een bijna-doodervaring heeft en de ander niet?‘Daar is geen fysiologische verklaring voor. De duur van de hartstilstand of de ernst van het zuurstoftekort in de hersenen zijn bijvoorbeeld geen factor van invloed. Cultuur en religie spelen ook geen rol maar niet iedereen praat erover, vaak pas als er naar gevraagd wordt. Bijna-doodervaringen komen vaker voor bij mensen onder de zestig. Oudere mensen worden vaak zo snel teruggehaald dat er geen tijd is om uit het lichaam te treden. Kinderen onder de vijf jaar staan het meest open voor het verruimde bewustzijn en hebben soms ervaringen die imaginaire vriendjes worden genoemd maar dat mogelijk niet zijn. Er is onderzoek gedaan naar jonge kinderen die spraken over vorige levens. Zij maken vaak veelzeggende tekeningen. Een jongetje kon vertellen waar hij gewoond had en hoe zijn vrienden heetten, dat is allemaal gecheckt en het klopte. Ook zijn er baby’s die geboren worden met kenmerken die te linken zijn aan de manier waarop ze in een vorig leven door geweld overleden zijn. Dat was traumatisch en daardoor hebben ze nogal eens nachtmerries. Kinderen boven de vijf jaar zijn die ervaringen uit eerdere levens vaak vergeten. Mensen die een bijna-doodervaring meemaken ervaren dat als mooi en zijn daarna niet meer bang voor de dood. Bovendien is het geen pretje om terug te komen want je gaat terug naar pijn en lichamelijk ongemak.

Grafiek: wereldwijd bereik van BDE-onderzoek

Ik ken een man die een hartstilstand kreeg, zijn overleden moeder zag en tegen haar zei dat hij nog niet dood wilde. Hij vond het leven te leuk. Komt u die situaties ook tegen?‘Ja, bijvoorbeeld bij vrouwen die veel bloed verliezen bij de bevalling, een hartstilstand krijgen en een bijna-doodervaring, en die terug willen vanwege de baby. Ook zijn er mensen die teruggaan om voor hun ouders te zorgen. Het komt ook voor dat mensen een stem horen die zegt dat het hun tijd nog niet is.’

Er zijn mensen die religieuze figuren zien tijdens hun BDE. Bepaalt iemands religie wat hij of zij ziet, bijvoorbeeld Jezus of Mohammed? ‘Het is voor mensen moeilijk om in woorden uit te drukken wat ze meegemaakt hebben. Een kind zal het anders omschrijven dan een volwassene en een moslim ander dan een christen. Overigens hebben velen het over een wezen van licht of alleen een wit licht. Uw boek is al 32 keer herdrukt. Heeft u veel gewijzigd naar aanleiding van voortschrijdend inzicht? ‘Nee, slechts een paar kleine wijzigingen. Er is een nieuw voorwoord maar de essentie is hetzelfde gebleven. Die wijzigingen betreffen details.’

Zijn er nog aspecten van BDE die om nader onderzoek vragen?‘Nee maar er is nog steeds een grote mate van onwetendheid, er is angst om erover te praten. Er moet meer bekendheid komen. Het wordt nog steeds afgedaan als hallucinatie of terminale onrust. Ik denk wel dat de jongere generatie artsen er meer voor open staat en ik heb de indruk dat er in het buitenland meer belangstelling voor is dan in Nederland. Je krijgt als zorgverlener deze verhalen alleen te horen als je er naar vraagt en er echt de tijd voor neemt.’

Hoe kijkt u naar palliatieve sedatie en euthanasie? ‘Ik heb daar geen oordeel over. Ik zie euthanasie als een kreet om hulp. Mensen willen niet dood maar willen de pijn of de benauwdheid niet. Ze geven aan dat ze niet verder willen als ze dit of dat niet meer kunnen maar die grenzen worden vaak verlegd. Elk sterfbed kent een rugzakje, het is belangrijk om problemen op te lossen als dat nog kan. Zolang je leeft kun je nieuwe inzichten opdoen en kun je het bijleggen met je kind dat je dertig jaar niet hebt gezien. Bij iemand die uitzichtloos ziek is en in de laatste weken van zijn of haar leven verkeert is het heel invoelbaar om euthanasie te willen. Gelukkig wordt er in Nederland zorgvuldig mee omgegaan. Wanneer je niet doodgespoten wilt worden kun je natuurlijk ook stoppen met eten en drinken. Sowieso is sterven vaak een zwaar proces.’

Heeft u een niet reanimeren penning? ‘Nee, daar ben ik te jong voor. Ik heb wel een wilsverklaring voor als ik niet meer helder kan denken.’

Op donderdag 3 april 2025 vindt het congres ‘Palliatieve zorg in transitie’ van Carend plaats in het Beatrixtheater in Utrecht. Samen met sprekers zoals Kathryn Mannix, Yvo Smulders, Sander de Hosson en Pim van Lommel zullen we aandacht besteden aan alle domeinen van de transitie in de palliatieve zorg. Meer informatie? Inschrijven?

tags: #bijna #dood #ervaring #ziekenhuis #dak #schoen