Buiten_kabel leggen onder bestrating: regels en veiligheid

Als je verlichting of wandcontactdozen in de tuin wilt gebruiken is het nodig om buiten elektra aan te leggen. Buiten elektra is te gebruiken voor bijvoorbeeld buitenverlichting, automatische bewatering, elektrische apparaten met een stekker of voor waterornamenten. Bij het aanleggen van buiten elektra moet je rekening houden met veiligheid, regels en voorschriften. In dit artikel wordt stap voor stap uitgelegd hoe je elk onderdeel van buiten elektra kunt aanleggen en aansluiten. Let op: Zelf installeren van buiten elektra kan lastig zijn. Raadpleeg een installateur om dit te laten doen, als je hier niet zeker van bent. Zorg voordat je de werkzaamheden begint dat alles spanningsvrij is door de hoofdschakelaar of installatieautomaat om te zetten. Je kan alleen de werkzaamheden aan de buiten elektra verrichten met het juiste gereedschap. Voor deze klus heb je als basismateriaal een grondkabel, RVS schroeven, pluggen, lasklemmen en klembeugels nodig. Daarnaast heb je een hostalietbuis nodig voor de bescherming van de kabel. Afhankelijk welke buitenverlichting of elektra je gaat installeren heb je tuinlampen, kabeldozen, buitenschakelaars of waterwerende wandcontactdozen nodig. Met het aanleggen van buiten elektra moet je met een aantal zaken rekening houden. Het is nodig om materiaal te gebruiken wat voorzien is van de juiste beschermingsklasse (IP-waarde). Zo hebben kabeldozen tegenwoordig IP65 als beschermingsklasse. Schakelmateriaal voor buiten moet minimaal een IP44 klasse hebben. Er zijn veel verschillende IP-waarden met elk hun eigen kenmerken. Grondkabels zijn voorzien van een aardscherm. Grondkabels moeten aan bepaalde regels voldoen qua veiligheid. Kabels met een aardscherm zijn te herkennen aan de code ‘as’ (voorbeeld: 2 x 2,5 mm² YMvK-as kabel). Kabels met aardscherm zijn veiliger dan kabels zonder aardscherm. Wanneer je ‘as’ kabels per ongeluk bij het scheppen in de grond raakt, dan gaat alleen de aardlekschakelaar in de meterkast erdoor. Je komt zelf niet onder spanning te staan, wat bij kabels zonder aardscherm wel het geval kan zijn. Wil je alleen een grondkabel aansluiten? Lees hierover alles in het artikel: Grondkabel aansluiten. Een onderdeel van een grondkabel is aardlitze. Elektra voor buiten aansluiten op de groepenkast moet veilig gebeuren. Hierbij moet er gehouden worden aan bepaalde regels en voorschriften. Bij buiten elektra wordt geadviseerd om in de groepenkast een aparte aardlekautomaat te installeren of te gebruiken. Extra informatie over een aardlekautomaat, welk component je nodig hebt of meer weten over de installatie van een aardlekschakelaar? Lees alles in het artikel: Aardlekschakelaar aansluiten. Wil je meer informatie over de toepassing en aansluiting van een aardlekautomaat? Lees alles in het artikel: Wat is een aardlekautomaat.

Planning en ontwerp

Let op: Zelf installeren van extra groepen kan lastig zijn. Het is verstandig om al voor de installatie van buiten elektra een plan te maken hoe het precies gaat worden en wat je wilt. Je kunt een technische tekening maken met aansluitschema’s als je dit helpt om een beeld te krijgen hoe de elektra door de tuin moet lopen. Wanneer je uiteindelijk klaar bent met je buiten elektra, is het belangrijk uit te tekenen waar alle kabels in de grond liggen. Je kunt kiezen uit drie soorten buitenverlichting: Netspanning verlichting (230V), laagspanningverlichting (12/24V) en solarverlichting. Elektramat biedt verschillende type buitenverlichting aan. Het aanbod bestaat uit LED grondspots, opbouw buitenverlichting, prikverlichting, Solar tuinverlichting en LED bouwlampen. Wil je meer informatie over prikverlichting en het aansluiten van een bijbehorende prikkabel? Lees alles in het artikel: Prikkabel maken.

Soorten buitenverlichting en hun kenmerken

Met netspanning verlichting (230V) zorg je ervoor dat je een donkere tuin helemaal kunt verlichten. Dit heeft een hoge lichtintensiteit en je hebt de mogelijkheid om het licht te dimmen. Netspanning verlichting is vooral geschikt om een terras, oprit of bijvoorbeeld een grote boom volledig te verlichten. Let op: Het is belangrijk dat de grondkabel bij netspanning op minimaal 60 centimeter diep in de grond ligt. Met laagspanningsverlichting (12/24V) zorg je ervoor dat de tuin sfeervol wordt. Deze verlichting is vaak te dimmen. Laagspanningsverlichting heeft als voordeel dat het veilig is en het heeft een laag energieverbruik. Daarnaast heeft deze verlichting een langere levensduur dan lampen op netspanning. Met solarverlichting zorg je ervoor, net als bij laagspanningsverlichting, dat de tuin sfeer krijgt. Daarnaast kan het worden toegepast als oriëntatieverlichting. Omdat solarverlichting draadloos werkt is dit makkelijker aan te leggen dan netspanning en laagspanningsverlichting. Het nadeel van solarverlichting is dat deze een lagere lichtintensiteit hebben.

Tip en planning

Tip: Het is verstandig om eerst de buiten elektra aan te leggen en deze pas als laatste op de groepenkast aan te sluiten.

Stappenplan voor de aanleg

  1. Stap 1: Spanningsloos maken. Het is belangrijk dat je het gebied waar je gaat werken spanningsvrij maakt. Dit doe je door de hoofdschakelaar of installatieautomaat om te zetten. Met een spanningzoeker kun je testen of het gebied spanningsvrij is.

  2. Stap 2: Kabels trekken. Trek een grondkabel naar het punt waar je elektra wilt hebben. Het is belangrijk dat de kabel niet onder spanning komt te liggen. Dit is te voorkomen door meer lengte te gebruiken. Gebruik voor boven de grond een hostalietbuis om de kabel doorheen te leiden. Let op: Zorg ervoor dat de grondkabel op minimaal 60 centimeter diep in de grond ligt. Tip: Wanneer je de kabels door of over een muur laat lopen, moet je een hostalietbuis gebruiken om de kabel te beschermen dat deze niet beschadigt.

  3. Stap 3: Klembeugels monteren. Bevestig, indien nodig met pluggen en RVS schroeven, boven de grond de hostalietbuis met klembeugels aan de buitenmuur, schutting of paal. Onderstaande stappen 4 tot en met 4.2 zijn alleen van toepassing wanneer je een kabeldoos gebruikt.

  4. Stap 4: Kabeldoos voorbereiden. Bereid de kabeldoos voor om de grondkabel aan te sluiten. Let op: Het voorbereiden is niet nodig wanneer je een kabeldoos met membraan gebruikt.

  5. Stap 4.1: Gat in de kabeldoos maken. Maak met een schroevendraaier een gat in één van de voorbestemde openingen van de kabeldoos. Hier gaat de grondkabel doorheen.

  6. Stap 4.2: Wartel plaatsen. Draai een wartel in de gemaakte opening van de kabeldoos. De wartel zorgt ervoor dat de kabeldoos waterdicht blijft. Let op: Draai de wartels niet te hard aan. Kabelmoffen, ook wel gietmoffen genoemd, worden veel gebruikt voor het maken van een waterdichte verbinding tussen twee kabeluiteinden. Door het creëren van een waterdichte verbinding in de grond ben je verzekerd van een veilige aansluiting die geen storingen veroorzaakt. Een kabelmof zorgt tevens voor het maken van een permanente verbinding tussen twee kabels. Een kabelmof is uitermate geschikt om te gebruiken bij het aanleggen van tuinverlichting. Wanneer je een gietmof wilt gebruiken heb je een speciaal vulmiddel nodig. Dit kan kabelhars zijn maar ook kabelmof gel. De keuze welk vulmiddel je nodig hebt hangt ervan af of je een definitieve verbinding wilt maken of dat deze eventueel nog weer geopend moet kunnen worden. De vulmiddelen zijn los te verkrijgen. Daarnaast zijn aanverwante producten nodig om de klus zo goed mogelijk uit te voeren. Een passende oplossing om een kabelmof/gietmof buiten toe te passen is het gietmofpakket. Met dit pakket zorg je ervoor dat de kabeldoos met daarin de verbindingen volledig waterdicht zijn en blijven. Deze stap (5) geldt alleen wanneer je een buitenschakelaar gebruikt.

  7. Stap 5: Opening in de behuizing maken. Maak een opening in een hoek aan de onderkant van de behuizing. Deze opening zorgt ervoor dat het eventuele binnengekomen water weg kan. Binnenin de behuizing is de locatie van de opening aangegeven. De opening is belangrijk om de levensduur van de buitenschakelaar te verlengen en kortsluiting te voorkomen.

  8. Stap 6: Wandcontactdoos, kabeldoos of buitenschakelaar bevestigen. Bevestig de wandcontactdoos, kabeldoos of buitenschakelaar aan een buitenmuur, schutting of paal. Vaak is een wandcontactdoos en buitenschakelaar voor buiten een opbouwelement. Wandcontactdoos bevestigen: Bevestig de wandcontactdoos aan een buitenmuur, schutting of paal. Gebruik pluggen en schroeven om dit te bevestigen aan de buitenmuur. Let op: De wandcontactdoos moet minimaal 30 centimeter boven de grond worden bevestigd, vanwege opspattend regenwater. Kabeldoos bevestigen: Bevestig de kabeldoos met pluggen en schroeven aan een buitenmuur, schutting of paal. Deze wordt over de kabel geplaatst. Buitenschakelaar bevestigen: Bevestig de buitenschakelaar met pluggen en schroeven aan een buitenmuur, schutting of paal. Let op: De buitenschakelaar moet minimaal 30 centimeter boven de grond worden bevestigd, vanwege opspattend regenwater.

  9. Stap 7: Grondkabel in behuizing monteren. Monteer de grondkabel per aansluiting in de behuizing zoals hieronder is aangegeven. Een tule of wartel zorgt ervoor dat de binnenkant van de behuizing waterdicht blijft. Zorg dat de grondkabel lang genoeg is om deze (later) aan te sluiten. Grondkabel door een wandcontactdoos behuizing: Begeleid de grondkabel door een invoertule en schuif de tule in een kabelingang van de behuizing. Het is ook mogelijk om in plaats van een invoertule een wartel te gebruiken. Draai in dit geval een wartel in de behuizing en begeleid de kabel hier doorheen. Let op: Een invoertule of wartel is niet nodig wanneer de wandcontactdoos een membraan heeft. Bij een membraan is het belangrijk dat de kabels vanaf de onderkant in de behuizing komen. Van boven kan er water in de wandcontactdoos komen. Grondkabel door een kabeldoos behuizing: Duw de grondkabel door de wartel/invoertule in de kabeldoos. Grondkabel door een buitenschakelaar behuizing: Plaats de grondkabel door de wartel/invoertule in de buitenschakelaar behuizing. Let op: Een invoertule of wartel is niet nodig wanneer de wandcontactdoos een membraan heeft. Bij een membraan is het belangrijk dat de kabels vanaf de onderkant in de behuizing komen. Van boven kan kan er water in de wandcontactdoos komen.

  10. Stap 8: Grondkabel ontmantelen. Snij eerst de buitenste mantel met een mesje de weg zodat de losse geïsoleerde draden zichtbaar zijn. Zorg ervoor dat de losse draden bij het snijden van de ontmanteling niet beschadigen, gebruik een verstelbaar kabelmesje om beschadigingen te voorkomen. Het ontmantelen van de grondkabel en het strippen van de draden wordt in dit artikel uitgebreid beschreven: Grondkabel strippen.

  11. Stap 9: Draden strippen. Strip met een striptang de losse draden voldoende lang.

  12. Stap 10: Aansluiten van de kabel. Sluit een wandcontactdoos, kabeldoos, buitenlamp en buitenschakelaar aan volgens de onderstaande stappen. In de onderstaande afbeelding is een totale installatie van elektra buiten te zien. Het is afhankelijk van de situatie hoeveel onderdelen je nodig hebt om elektra voor buiten aan te leggen. Stap 10.1: Wandcontactdoos aansluiten: Sluit de draden aan op de aansluitingen, zoals deze hieronder weergegeven is. Stap 10.2: Draden kabeldoos aansluiten: Vanaf een kabeldoos kun je met YMvK-as kabel een wandcontactdoos aansluiten. Sluit alle fasedraden (bruin) en aarde (geel/groen) van dezelfde kleur die samenkomen in de kabeldoos met lasklemmen op elkaar aan. Stap 10.3: Buitenlamp aansluiten: Afhankelijk van welke buitenlamp (12/24V of 230V) je gaat aansluiten verschillen de aansluitmethoden. Hieronder staan beide methodes beschreven. Stap 10.3.1: Netspanning buitenlamp aansluiten (230V): Wanneer de buitenlamp geschikt is voor 230V kan deze direct op de netspanning worden aangesloten. Verbind dezelfde kleuren draden van de grondkabel met dezelfde draden van de lamp. Let op: De lamp kan voorzien zijn van een aansluitklem. Sluit dan de draden met de klem aan op de lamp. Let op: Zorg ervoor dat de grondkabel op minimaal 60 centimeter diep in de grond ligt. Stap 10.3.2: Laagspanning buitenlamp aansluiten (12/24V): Bij buitenlampen van 12/24V is een transformator nodig om deze lamp aan te sluiten. Strip de grondkabel indien nodig. Verbind de 12/24V transformator aan op de grondkabel. Sluit daarna indien nodig de draden van de buitenlamp. Sluit de transformator aan op de buitenlamp. Let op: De lamp kan voorzien zijn van een kroonsteentje. Het gietmofpakket van Elektramat wordt gebruikt bij kabeldozen die in de tuin worden geplaatst. Voer de volgende stappen uit wanneer je het gietmofpakket in de tuin gaat toepassen. Let op: Dit pakket is alleen geschikt voor kabeldozen die in de grond worden geplaatst.

Extra informatie en veiligheidsadvies

Dit gedeelte bevat aanvullende regels en praktijkvoorbeelden die aan de orde komen bij aanleg onder bestrating en openbare infrastructuur.

Het is verstandig om een aparte aardlekautomaat in de groepenkast te installeren of te gebruiken. Wil je meer informatie over de toepassing en aansluiting van een aardlekautomaat? Lees alles in het artikel: Wat is een aardlekautomaat.

De kosten voor het aanleggen van buiten stopcontacten kan erg verschillen. Dit is afhankelijk van onder andere de afstand tot de groepenkast, diep- of bovengrondse aanleg, de gekozen kabeltype en of je een installateur inschakelt.

Infographic: Overzicht IP-classificaties en beschermingsklasse voor buiten elektra

KARWEI │ Elektriciteit aanleggen in de tuin doe je zo

tags: #buitenkabel #onder #bestrating