cement onder straatwerk aanbrengen werkwijze: uitgebreide gids voor een duurzame bestrating

Het zandbed onder de bestrating moet minimaal 10 à 15 cm dik zijn. Bij een slappe ondergrond, zoals bijvoorbeeld klei, is een zandbed van 20 cm aan te raden. Op plaatsen die zwaar worden belast is 50 cm nog verstandiger, bijvoorbeeld bij een oprit. Leg het zandbed in verband met de afwatering ‘op afschot’. Het zandbed moet ongeveer een centimeter per meter aflopen.

Het zandbed onder de bestrating moet minimaal 10 à 15 cm dik zijn. Let op! Voor sommige bestrating is een andere ondergrond nodig, bijvoorbeeld grof zand of split. Laat je hier goed over informeren. Bij slappe ondergrond, zoals veengrond, is een zandbed van 20 cm aan te raden. Op de plaatsen die zwaar worden belast is 35 cm nog verstandiger, denk bijvoorbeeld aan een oprit. Legt u echter bijvoorbeeld een terras aan op klei- of veengrond, dan adviseren we al gauw de dikte van het zandbed te verdubbelen tot zo’n 20 centimeter. Er zijn daarnaast enkele manieren om het zandbed nog verder te verstevigen: onder het zandbed een laag gebroken puin aanleggen en de bovenlaag van het zandbed vermengen met cement voor betere hechting.

Voorbewerking en stabilisatie van de ondergrond

Om de stabiliteit te verhogen strooi je een laag droog cement over de ondergrond, hark dit door het zandbed en stamp het zandbed aan. Gebruik hierbij geen water, want dan wordt het cement al hard voordat u de bestrating heeft verwerkt. Stabilisatie van de ondergrond is essentieel: breng een funderingslaag van gebroken puin of menggranulaat aan en tril deze goed aan. Voor een grind- of kiezeloprit is een laag van 10 tot 15 centimeter gebroken puin aanbevolen. Stabilisatiematten kunnen bij een grindoprit helpen om het grind op zijn plek te houden.

Verdichting en fundering stap voor stap

  1. Stap 1: Voorbereiding van de ondergrond: bepaal materiaal (grind, klinkers of betonplaten) en graafdiepte doorgaans 25 tot 40 cm; verwijder graszoden en egaliseer de basis.
  2. Stap 2: Stabilisatie: aanbrengen van een funderingslaag van grof puin of menggranulaat; bij grind/kiezel toevoegen van een eerste laag stabilisatiezand of puin; tril deze goed aan.
  3. Stap 3: Funderingslaag: meestal zand of puin; dikte circa 15 cm; trilplaat gebruiken voor verdichting; voor klinkers 15 cm aangetrild zand of puin volstaat; bij zwaardere constructies wordt de fundering steviger.
  4. Stap 4: Egaliseren: voeg ophoogzand toe en egaliseer met een lange lat; zorgt voor een vlak oppervlak voor bestrating.
  5. Stap 5: Onderhoud en controle: controleer verzakkingen en verschuivingen; voeg indien nodig bij met nieuw zand of voegmiddelen.

Het nut van een voeg is het voorkomen van afsplinteren van de producten. Zelfs bij een minimale verzakkingsdruk komen randen van stenen onder zware belasting in gevaar. Een voeg van minimaal 2 millimeter tussen de stenen is gebruikelijk doordat veel stenen en tegels afstandhouders hebben. Voor op maat maken van producten kun je een stenenknipper of stenenzaagmachine gebruiken. Zaag of slijp de materialen nooit op of in de buurt van uw nieuwe bestrating. Na het zagen/slijpen altijd direct het slijpsel/slijpwater van de producten verwijderen om vlekvorming te voorkomen. Niet alle producten zijn geschikt om af te trillen; raadpleeg verwerkingsvoorschriften of dealer. Tril nooit af voordat het materiaal goed is uitgehard; betonproducten dienen minstens 35 dagen uit te harden (exclusief vorstdagen).

Legtechnieken en afwerking van de bestrating

Leg de bestrating op het vlakke zandbed en tik deze aan met een rubber hamer. Eventueel trillen kan; voer dit uit zodra het zandbed goed vlak ligt en de ondergrond stabiel is. Voor het op maat maken van tegels geldt: gebruik een stenenknipper of -zaagmachine; zaagresten direct verwijderen om vlekken te voorkomen. Voor het opvagen geldt een standaard voegmateriaal zoals schoon zand of split (zand 0-2 mm tot 0-4 mm; split 1-3 mm tot 2-5 mm). Vul de voegen voordat u aftrilt en daarna nogmaals na het aftrillen. De trilplaat moet schoon zijn en een rubberen mat hebben; gebruik geen te zware trilplaat die schade aan de bestrating kan veroorzaken.

Bij bestratingen met kleine tegels wordt vaak gekozen voor een kleine voeg om esthetiek en werking te combineren. Dunne tegels van 2 à 4 cm dienen in een goed gemengd zand/cement mengsel van 1 deel cement op 5 à 6 delen zand te worden geplaatst; voegnat mengsel is vereist. Na plaatsing nagetikt met rubberen hamer en eventueel nagevoegd met water om cementsluier te verwijderen. Voor natuursteen tegels geldt dat voegbreedtes variëren afhankelijk van de kanten en maatvoering; klemmen en randen vereisten specifieke aandacht om randbeschadigingen te voorkomen. Dilatatie- of uitzettingsvoegen zijn nodig bij terrassen groter dan 15 m2 of langer dan 5 m; bij drainagemortel kunnen dilataties beperkt blijven tot de voeg tussen tegels, eventueel met siliconenvoeg tussen tegels.

Afwerking met opsluitbanden en rollagen

Opsluitbanden plaatsen rondom het terras helpen het zandbed en de tegels op hun plek te houden; vaak gaat de band dieper de grond in dan de zandlaag. Een tegelstrook met een dikte van 8 cm kan een opsluitband vereisen van 20 cm hoog; bij natuursteen vaak hardsteen of graniet. Rollagen worden ook vaak gebruikt in het afwerkmateriaal; deze liggen op verhoogde wijze aan de zijkant van de bestrating. De specie of mortel moet voldoen aan de juiste consistentie en droogtijd; bij gebruik van voegmortel moet de voeg minimaal 5 mm breed en 30 mm diep zijn. Voor waterdoorlatende ondergronden kan een waterdoorlatende voeg toegepast worden; gebruik DA voegmortel voor dergelijke toepassingen.

Verwerking van verschillende ondergronden en materialen

Terrastegels kunnen op verschillende ondergronden gelegd worden: stabilisé, beton, tegeldragers of houten onderconstructies. Terrastegels leggen op stabilisé vereist een laag van stabilisé die de tegels op zijn plek houdt; gebruik anti-worteldoek en druk de stabilisé goed aan. Voor terrastegels op split: gebruik twenty centimeter steenslag; verdicht deze met trilplaat. Voor terrastegels op houten onderconstructie is ventilatie en waterafvoer cruciaal; laat 5 millimeter ruimte tussen tegels. Terrastegels op tegeldragers vereisen geen dekvloer of lijm, maar opletten voor groene aanslag onder de tegels. Terrastegels op stabilisé dienen vooraf goed uit te harden; keramische tegels vragen vaak een voorbehandeling en uitzettingsvoegen op meerdere plekken.

Terrastegels leggen: stap-voor-stap overzicht

  1. Bepaal ondergrond (stabiel stabilisé, beton, split of houten draagconstructie) en graaf de nodige diepte uit (meestal ~40 cm).
  2. Bereid de kantopsluiting voor en zet boordstenen waterpas.
  3. Leg een bedding van zeven centimeter en stel vervolgens het oppervlak af met stabilisé of stabilisé-achtige mengsels.
  4. Leg de tegels en tik ze aan met een rubberen hamer; controleer uitzettingsvoegen en waterafvoer.
  5. Voeg de voegen: kies voegmateriaal passend bij buitenshuis; vul eerst de voegen en tril daarna licht aan.

Zorg dat alle tegels schoon en droog zijn voor het aftrillen. Vocht kan cementafzetting op het oppervlak veroorzaken; reinig grondig voordat u aftrilt. Bij bestratingen met natuursteen geldt dat tegels gemengd uit meerdere verpakkingen moeten worden verwerkt om kleur- en structuurverschillen te minimaliseren. Dilatatievoegen en afwatering: alle tegels dienen met een helling van minimaal 1,5% te worden gelegd. De helling zorgt voor snelle waterafvoer; leg in de aansluiting met gevel of muren uitzettingsvoegen met isolatiefoam of een gelijkwaardig product.

Infographic: Overzicht fundering- en zandbeddieptes per type ondergrond

Voor de verschillende ondergronden is er geen eenduidelijk advies; de verwerker moet een op maat gemaakt advies geven. De basisregels: hoe minder draagkrachtige ondergrond, hoe dikker de fundering; twee lagen fundering (onderlaag van grof puin of gebroken puin en een afwerklaag van grof zand of splits); verdichting met stampen, trillen of walsen; bij dunne afwerkingsproducten kan een massieve fundering nodig zijn; toepassing van geotextiel onder de fundering voorkomt verdrukking en scheiding van lagen.

Visualisaties en aanvullende hulpmiddelen

Om de instructies te verduidelijken kun je onderstaande afbeeldingen en video gebruiken:

Schema van zandbeddikte en helling voor verschillende bestratingsmaterialen

Zo leg je een klinkerpad aan in je tuin | GAMMA

Daarnaast kan een tabel helpen om de aanbevolen zandbeddikte en fundering per soort bestrating te vergelijken:

OndergrondZandbeddikteFunderingslaagOpmerking
Kleigrond20 cm20-30 cm grof puin of menggranulaatSterke fundering benodigd
Grond met goede draagkracht10-15 cm15 cm zand/puinRegelmatig verdichten
Oprit zwaar belast35-50 cmUitgebreide fundering met stabilisatieHelling controleren

Al onze producten zijn gemaakt van natuurlijke grondstoffen en daardoor kunnen er in het eindproduct lichte kleur- en structuurverschillen optreden. Het nut van een voeg is het voorkomen van afsplinteren van de producten en het opvangen van uitzettingsspanningen door temperatuurwisselingen. Gebruik van schone zandsoorten en goede kwaliteit cement is essentieel; tegels te leggen met verse drainagemortel en een lijmlaag voor bepaalde typen natuursteen wordt aangeraden. Voor voegmiddel geldt dat de voegbreedte en diepte afhankelijk zijn van het type bestrating en voegmiddel. Voor waterdoorlatende ondergronden bestaan speciale voegstoffen zoals DA voegmortel.

tags: #cement #onder #straatwerk