cement voor tandheelkundige kronen speelt een centrale rol in de indirecte restauratieve tandheelkunde, omdat de keuze van het bevestigingsmateriaal rechtstreeks samenhangt met retentie, randadaptatie, restauratiemateriaal en klinische werkwijze. Het bredere begrip restauratiecement voor tandheelkunde omvat dan ook verschillende materiaalcategorieën en klinische benaderingen, die niet allemaal op dezelfde manier functioneren. In de klinische besluitvorming is het belangrijk om onderscheid te maken tussen situaties waarin vooral retentieve bevestiging volstaat en indicaties waarin adhesieve cementatie een grotere rol speelt. De preparatiehoogte, de geometrie van het element, het type restauratiemateriaal en de nood aan vochtcontrole beïnvloeden mee welke cementstrategie het meest geschikt is. Een restauratiecement voor tandheelkunde wordt daarom niet uitsluitend op basis van gebruiksgemak gekozen, maar ook op grond van compatibiliteit met keramiek, composiet, metaal of zirkonium en in functie van de gewenste klinische voorspelbaarheid.
In dat kader hebben hechtmiddelen voor tandheelkunde soms een voorbereidende of aanvullende rol, afhankelijk van het gekozen cementatiesysteem en het substraat waarop gewerkt wordt. Binnen het beschikbare aanbod worden oplossingen van Solventum, Dentsply, Elsodent, GC, Ivoclar, Kuraray, Voco en Saremco gebruikt wanneer praktijken verschillende cementatiestrategieën willen afstemmen op restauratiemateriaal, klinische voorkeur en workflow. Daarbij is het relevant dat cement voor tandheelkundige kronen niet alleen een bevestigingsfunctie heeft, maar ook invloed uitoefent op de manier waarop een restauratie geplaatst, gecontroleerd en afgewerkt wordt. Een restauratiecement voor tandheelkunde moet daarom coherent gekozen worden binnen het volledige indirecte behandelprotocol.
Cement voor tandheelkundige kronen is een bevestigingsmateriaal dat gebruikt wordt om indirecte restauraties zoals kronen en bruggen klinisch te plaatsen. Een restauratiecement voor tandheelkunde wordt gekozen wanneer een indirecte restauratie definitief bevestigd moet worden. Nee, niet alle cementen zijn geschikt voor dezelfde restauratieve indicaties. Hechtmiddelen voor tandheelkunde kunnen een voorbereidende of aanvullende rol spelen bij bepaalde cementatiesystemen. Het restauratiemateriaal is belangrijk omdat verschillende materialen anders reageren op cementatie en voorbehandeling. Ja, de preparatievorm heeft duidelijke invloed op de cementkeuze. Vochtcontrole is relevant omdat de klinische omstandigheden de voorspelbaarheid van bepaalde cementatiesystemen kunnen beïnvloeden. Nee, gebruiksgemak alleen is niet voldoende. Cementatie moet breed bekeken worden omdat zij niet losstaat van preparatie, materiaalkeuze en afwerking. Cementen hebben een essentiële plaats bij indirecte restauraties omdat zij de klinische verankering van het werkstuk mogelijk maken.
In de indirecte restauratieve workflow volgt cementatie op preparatie, eventuele afdruk- of scanprocedures en de vervaardiging van de restauratie, waarna controle, overschotverwijdering en afwerking aansluiten. 10-Methacryloyloxydecyl dihydrogen phosphate is een woord waarop een niet-chemicus zijn tong breekt. Vandaar dat dit adhesieve monomeer in het spraakgebruik tot de beginletters wordt beperkt: MDP. In de tandheelkunde is het onmisbaar. Zonder MDP kunnen bijvoorbeeld restauraties van zirkoniumoxide niet betrouwbaar adhesief worden gecimenteerd.
Aan (indirecte) restauraties worden in de moderne tandheelkunde minstens drie eisen gesteld. Op de eerste plaats moeten ze weefselbesparend zijn. Dit impliceert dat een volledige kroon niet de eerste keus is, want voor deze restauratie wordt ongeveer 70% van het tandweefsel opgeofferd. Toch wordt vanwege de mechanische retentie ervan nog vaak een volledige kroon geïndiceerd. Omdat de retentie die met adhesieve cementering kan worden bereikt voldoende betrouwbaar is, dient vaker voor een minder invasieve restauratie dan een kroon te worden gekozen. Dit kan dus ook uitstekend een zirkoniumoxiderestauratie zijn. De tweede eis voor een indirecte restauratie is duurzaamheid. Deze kwaliteit van de restauratie wordt voor een belangrijk deel gekoppeld aan de buigsterkte van het restauratiemateriaal. Inmiddels is duidelijk geworden dat op dit punt zirkoniumoxide het beste scoort. De wijze van cementeren draagt trouwens substantieel bij aan de duurzaamheid van een facing, een inlay, een onlay, een etsbrug et cetera. In de huidige tijd is esthetiek de derde eis die aan een indirecte restauratie wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat op metaal gebakken porselein in feite passé is. Volledig keramische materialen zijn de standaard. Zirkoniumoxide heeft qua esthetiek een onderschatte reputatie, te wijten aan de eerste, zeer witte varianten uit het begin van de eeuw. Dit kan uiteraard nog steeds wel. Vaak wordt er gekozen voor een partiële opbakking. De opbouw uit meerdere lagen heeft onder meer als resultaat dat de transparantie zoals bij een natuurlijk element incisaal hoger is dan cervicaal: het licht valt door de incisale rand, terwijl het bij de tandhals van de restauratie wordt geblokkeerd.

De moderne esthetische zirconiamaterialen van de 2e generatie worden gesinterd bij een temperatuur van 1550°. Deze temperatuur wordt twee uur aangehouden. De achtergrond hiervan is dat de buigsterkte van deze hoogsthetische zirkoniumoxides lager is dan de buigsterkte van het ‘standaard’ zirkoniumoxide. Die buigsterkte is met 1125 MPa voldoende voor duurzame grote bruggen. Behalve dat de buigsterkte bepalend is voor de duurzaamheid, is ook de preparatievorm wat deze kwaliteit betreft doorslaggevend. De chamferpreparatie is de vereiste preparatievorm. Geen knife-edge outline, geen diepe schouder en uiteraard geen ondersnijdingen. Omdat de restauraties adhesief worden bevestigd zijn geen parallelle wanden gewenst, noch groeven in de preparatie. Ook moeten scherpe hoeken en overgangen afgerond worden.
Met de nieuwe zirkoniumoxides hoeft in geval van een veneer maar 0,4 tot 0,8 mm ruimte ruimte in het incisale en cervicale gebied te worden afgenomen. Midden op het labiale vlak is slechts 0,5 mm nodig, waarmee wordt tegemoetgekomen aan de eis van weefselbesparing. Ook bij inlays hoeft in beginsel maar 1 mm te worden aangehouden voor een duurzaam resultaat. Wordt de inlay uitgebreid tot een onlay dan is ter plaatse van de knobbeloverkapping eveneens 1 mm afdoende. Houd 0,8 mm aan bij opbouw met porselein.

Over duurzaam vastzetten van zirkoniumoxiderestauraties zijn velerlei mogelijkheden geopperd. Volgens professor Matthias Kern is verder onderzoek naar de beste cementprocedure overbodig. Voor het betrouwbaar cementeren van zirkoniumoxide aan drie voorwaarden moet worden voldaan: onder rubberdam werken, micromechanische hechting bereiken door zandstralen, en chemische adhesie uitsluitend met MDP. Silicalagen of silanisatie bieden geen betrouwbaar resultaat. Het te hechten oppervlak moet rijp gemaakt worden; zandstralen met 1 bar is vaak voldoende.
De etsbrug, oftewel een zwevende brug, kan met MDP-bevattend cement uitstekend functioneren. Een éénvleugelige zirkoniumoxide-etsbrug kan tot wel 20 jaar op z’n plaats blijven met een overlevingspercentage van 95,2% na vijf jaar. Zandstralen en MDP vormen samen de kern voor betrouwbare hechting aan zirkoniumoxide. Cercon ht ML en Cercon xt ML zijn voorbeelden van hoogwaardige zirkonia-systemen die esthetiek en sterkte combineren. Cercon Zirconia+ mono biedt voorgekleurd translucent zirconiumdioxide met meerdere tinten en vereist geen extra kleurnuancering.

Bij het kiezen van cementen kijken we niet alleen naar gebruiksgemak, maar ook naar interactie met het substraat, restauratiemateriaal en de gewenste klinische voorspelbaarheid. Cementen hebben naast bevestiging ook invloed op de controle en afwerking van de restauratie. In de praktijk worden resin-based cementen, glasjonomeren cementen en andere systemen gebruikt afhankelijk van materialisatie en gewenste esthetiek. Het orkestreren van prep, afdruk, cementatie en finishing bepaalt uiteindelijk de lange termijn duurzaamheid van kronen, bruggen, etsbruggen en implantaatgedragen restauraties.
Wat is het meest gekozen materiaal voor een kroon of brug? Het meest gekozen materiaal is porselein of zirkonium, vanwege de witte kleur en fysiologische eigenschappen. Nadelen van een brug zijn onder meer dat twee of meer tanden of kiezen geslepen moeten worden; bij gave tanden is dit minder wenselijk en kan een implantaat of etsbrug een betere optie zijn. Bij cementatie zijn er verschillen tussen directe en adhesieve methoden; adhesieve cementering biedt vaak betere retentie bij minder invasieve restauraties. Voor implantaatgedragen kronen geldt dat cementatie voor de meeste implantaatrestauraties gangbaar is, terwijl bij stifttanden de wortel intact blijft maar de constructie mogelijk minder duurzaam is dan een implantaat.

Informatie over stifttanden: een stifttand verstevigt beschadigd tandbeen met één of twee stiften die als anker voor de opbouw dienen en vervolgens worden bedekt met een kroon. Een stifttand is bedoeld om een gebroken of rotte tand te herstellen wanneer de wortel nog gezond is maar de tand zelf te beschadigd is voor een eenvoudige vulling. Soms wordt een stifttand ook gecombineerd met een vulling, waarbij geen kroon geplaatst wordt maar de stift dient als fundering voor de vulling. Het verschil met een implantaat is dat bij een stifttand de wortel intact blijft.
Praktische stappen voor de behandeling
- Afslijpen van de tand of kies om ruimte te creëren voor kroon of brug.
- Afdruk maken en beetregistratie voor de juiste occlusie.
- Kleur bepalen van de kroon of brug; vaak tandkleurend materiaal.
- Vastzetten van de kroon of brug met cement; eventuele tijdelijke kroon als noodvoorziening.
Voor een kroon of brug geldt meestal: twee afspraken nodig, een tijdelijke kroon tussen de afspraken en uiteindelijke bevestiging. Porselein- en zirkoniumkronen bieden esthetiek en duurzaamheid, terwijl metalen systemen en goudlegeringen soms nog gebruikt worden afhankelijk van de indicatie en patiëntvoorkeur.