Kenmerkend voor het dakenlandschap van na 1940 is de enorme hoeveelheid platte daken; grijze, veelal met grind of grijze bitumen bedekte oppervlakken, soms met lichtkoepels of lichtstraten, ontluchtingspijpen en op grotere gebouwen doosvormige bouwsels voor de installatietechniek. Het platte dak was anno 1940 niet nieuw; Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werden zink en lood toegepast op flauw hellende dakvlakken, bijvoorbeeld van de vele mansardedaken uit die periode. Voor volledig platte daken, met een gering afschot, was de ontwikkeling van bitumineuze dakbedekking zoals asfaltpapier en mastiek essentieel. De toepassing daarvan begon in Nederland rond 1890 en nam snel toe. De keuze voor een dakbedekkingsmateriaal hangt nauw samen met de dakvorm, de hellingshoek en de drager. Nieuwe materialen maakten andere onderliggende constructies mogelijk en vice versa. De opbouw van constructies en dakbedekkingen werd in de tweede helft van de twintigste eeuw gevarieerder en complexer.
Historische dragers en dakbedekkingen
Bitumineuze dakbedekkingsmaterialen kunnen worden toegepast op vrijwel alle dakvormen en -hellingen tot circa 55 °C, ze zijn goedkoop en licht van gewicht. Dakduiding met fijn grind of natuursteenslag ingewalste bovenlaag moest ze aantrekkelijker maken voor zichtbare daken. Bitumen kwam in vloeibare vorm of als drager (inlage) op het dak. In de periode 1940-1990 waren achtereenvolgens vilt, glasvlies en kunststof standaard dragers. Geleidelijk werd het roevendak toegepast bij zinken stroken. Teer, teermastiek en daklak werden gebruikt als bindmiddel; teerhoudende bitumen werd vanaf midden jaren zeventig minder toegepast en in 1983 geheel verboden.
Materialen en drooglopende daken
Vezelcementleien worden ook wel kunstleien genoemd en bestaan uit een mengsel van portlandcement, water en minerale vezels; ze zijn goedkoper dan natuurleien en hebben een kortere levensduur. Vezelcementleien werden veel toegepast op daken en borstweringen; ze verloren hun asbesttoepassing vanaf de jaren tachtig. Shingles zijn gemaakt van gebitumeerd vilt of glasvlies en doen denken aan leien, met kenmerken die “leien” oproepen. In Nederland werden ze geproduceerd door bedrijven zoals Key & Kramer Asphalt Ruberoid. In de jaren zestig en zeventig werden glasmatten als inlage geïntroduceerd en begonnen dakelementen in de fabriek te verschijnen: Opstalan (polyurethaan geïsoleerde vezelplaat), Unidek (EPS), en later zelfdragende sandwichplaten.

Constructievolgorde en dakvormen
Bij platte daken werd de daklaag aanvankelijk direct op de vlakke dakvloer gelegd; na WOII nam dakisolatie toe en ontstonden verschillende dakopbouwen: koud dak, warm dak en omgekeerd dak. Bij koude daken bevindt zich de dragende constructie tussen isolatie en bedekking; bij warme daken ligt de isolatielaag tussen de constructie en bedekking; bij omgekeerde daken ligt de isolatielaag op de waterkerende laag. Het omgekeerde dak werd vanaf begin jaren zeventig op grote schaal toegepast met beloopbare isolatie zoals Roofmate (PUR/XPS). Vanaf late jaren zeventig verschenen kunststof gemodificeerde bitumineuze dakbedekkingen die UV-bestendiger waren en waardoor een extra afdeklaag op een warm dak minder noodzakelijk werd. In de jaren zestig werd in Duitsland en Frankrijk het felsdak geïntroduceerd; zinken banen werden gefelst en de naden over elkaar gevouwen voor scherpere belijning.
Plat dak isoleren van buitenaf / buitenzijde | isolatienoord.nl
Dakelementen en constructies
Tijdens 1940-1990 kwamen dragende dakelementen op de markt ter vervanging van houten dakvloeren. In de vroege jaren zestig waren er vezelplaten, vezelcementplaten en gewapende lichtbetonplaten; Stramit en OB-platen waren voorbeelden. Durisol-Mevriet- en Heraklith-dakplaten fungeerden als dakbeschot op hellende daken en konden, mits voldoende dik en bewapend, beloopbaar zijn. Lichtbetonplaten zoals gag- en bimsbeton waren gebruikelijk in utiliteitsbouw; gasbeton (cell Beton) had een jongere geschiedenis, met Durox als vroege producent in 1953. Sandwichpanelen zoals Dufaylite RA vertoonden een kern van kraftpapier in een honingraatstructuur. Opstalan en Unidek ontwikkelden dakelementen die volledig op het dak konden worden afgewerkt met dakbedekking; EPS als isolatiemateriaal bood extra lift voor schuine en platte daken.

Typen dakbedekkingen en hun voor- en nadelen
Shingles van bitumen drager en glasvlies; vezelcementleien bieden een goedkoper alternatief voor natuurleien, maar hebben beperkingen in kleur en textuur. Betonpannen verschenen in 1964 bij Redland-Braas-Bredero en wonnen aan populariteit door hun grotere dekking per meter en door doorlopende kleuring; nadelen zijn mosgroei en afzanden. Bitumen en asfalt dakbedekking zijn relatief goedkoop en lichtgewicht, maar brandbaar en minder duurzaam; de combinatie met grind- of leislaglagen verhoogt esthetiek en duurzaamheid. Sinds de jaren zeventig kwamen kunststof gemodificeerde bitumineuze dakbedekkingen op de markt, die UV-bestendig zijn en minder onderhoud vereisen.
Speciale vormen voor moderne en historische gebouwen
In historische contexten zien we koepels, lichtkoepels en serres; dergelijke elementen werden vaak op platte daken geplaatst en verbonden met dakelementen onderlaag. Het gebruik van glas, kunststof en lichtkoepels op platte daken werd in de jaren zestig en zeventig populair; later kwamen serres en daksystemen met kunststof dakbanen. Voor speciale toepassingen zoals kerkgebouwen en monumentale panden bleef zink vaak een favoriet voor koperen en zinken daksystemen, mede door de corrosiebestendigheid en de lange levensduur.

Installatie, onderhoud en kostenoverwegingen
De kosten voor een plat dak variëren, maar een volledig nieuwe plat dakconstructie kost doorgaans rond de €1.700 per vierkante meter, afhankelijk van isolatie, materiaal en omvang van de dakopbouw. Onderhoud blijft cruciaal: reiniging van het dak 1-3 keer per jaar en inspecties op lekkages voor een langere levensduur. Een goede waterafvoer is essentieel op platte daken; voor combi-daken zoals het warm/koud en omgekeerd dak is de juiste balans tussen ballast en isolatie bepalend voor stabiliteit en duurzaamheid.
| Type dak | Voordeel | Nadeel |
|---|---|---|
| Plat dak met bitumen | Lichtgewicht, goedkoop | Beperkte levensduur, minder esthetisch |
| Warm dak | Bescherming tegen temperatuurveranderingen | Heeft installatie nodig tussen constructie en bedekking |
| Omgekeerd dak | Ballast houdt isolatie op plek | Zware ballast vereist |
Toekomst van dakconstructies
De ontwikkelingen op het gebied van dakconstructies en de materialen die hiervoor worden gebruikt, gaan razendsnel. Daarnaast worden fabrikanten geconfronteerd met Nederlandse en Europese normen. Drone-inspectie en hydrotectoronderzoek worden steeds gebruikelijker voor efficiënte inspecties en vochtanalyses. Kiwa BDA biedt duurzaamheidsadvies, nieuwbouwadvies en inspectiediensten voor platte daken, met aandacht voor CO2-reductie en zonne-energie op daken.