Reciframes en dakarchitectuur zonder muren: betekenis, praktijk en toepassingen

Reciprook frames zijn constructies die zichzelf ondersteunen, waarbij ieder segment het vorige draagt.

De term ‘reciprook frame’ (reciprocal frame in het Engels) werd bedacht door Graham Brown uit Findhorn omstreeks 1987, dus het concept is vrij nieuw.

Het idee bestaat al eeuwen - Leonardo da Vinci ontwierp een vloer met reciframes waarbij geen van de vloerbalken breder was dan de vloer zelf.

In Japan zijn er veel ingenieuze constructies te vinden die zijn gebouwd met behulp van dit principe.

De Morrisdansers onder ons herinneren zich de zwaardendans waarbij zes zwaarden worden uitgestoken richting het midden van een cirkel die wordt gevormd door de dansers en een voor een op elkaar geplaatst worden totdat ze in elkaar vergrendeld werden.

De eerste reciframes in Groot-Brittannië waar ik over hoorde waren de whiskyvathuizen in de Findhorn leefgemeenschap en Jack Everett’s dojo in de buurt van Stroud.

Als je het eenmaal door hebt, kun je je het concept van een reciframe gemakkelijk eigen maken.

Ik heb er een gebouwd zodra ik over het idee hoorde in 1990 en sindsdien heb ik zo’n 14 reciframedaken gebouwd, altijd met het gebruik van rondhout.

Er zijn zes of zeven toegewijde reciframebouwers in dit deel van Wild West Wales en we ontwikkelen onze ontwerpen door goed te kijken naar elkaars bouwwerken.

In bedekte termen vragen we elkaar hoe een bepaalde nieuwe functie is ontwikkeld, om vervolgens ons eigen ontwerp iets te wijzigen voor het eerstvolgende bouwproject.

Ik heb nog nooit een reciframe op dezelfde wijze gebouwd als een vorige.

Het hele proces wordt steeds verbeterd, week na week.

In dit artikel loop ik de basics met je door, met de aanname dat er iemand is met een systeem dat al sterk verbeterd is.

Je kunt een reciframe gebruiken om een dak te maken boven elke gewenste vorm.

Je hebt geen centrale paal nodig en geen enkel dakspant hoeft zo lang te zijn als het gebouw breed is.

Je kunt drie tot zestien of meer balken gebruiken voor het reciframe.

Als je gebouw vierkant is en je plaatst een spant op iedere hoek, ziet het er bijna uit als een gewoon dak.

Heb je een gebouw in de vorm van een amoebe, met muren die zelfs stijgen en dalen als ze rondgaan, kun je ook daarvoor een reciframe gebruiken.

Het is wel verstandig om de dakhoek niet vast te leggen.

Het komt erop neer dat je de spanten zodanig plaatst, dat ze elkaar ondersteunen op het punt waar ze elkaar kruisen.

Wij houden de spanten gedurende de constructie omhoog met een tijdelijke ondersteuning.

Deze Y-vormige of van twee aan elkaar vastgesjorde palen gemaakte steun wordt de “Charlie” genoemd en staat nabij het midden van de constructie.

Als alle spanten geplaatst zijn wordt de ondersteuning verwijderd en zet het dak zich in zijn definitieve positie.

Een reciframe heeft meestal een kleinere dakhoek dan een conventioneel dak en je streeft ook niet een exacte dakhoek na.

Het meeste gewicht wordt vertikaal ingebracht op de muren en niet zijwaarts.

Dit houdt in dat reciframes geschikt zijn voor eenvoudige constructies zoals strobaalhutten met dragende muren.

Ik bouw echter eerst een ring om eventuele naar buiten gerichte krachten van het dak op te vangen.

Je hebt iets stevigs nodig om je dak op te leggen.

Reciframes zijn ideaal voor vegetatiedaken, want als je er een groot vel rubber (bij voorkeur) of plastic oplegt volgt het, binnen bepaalde grenzen, iedere mogelijke onregelmatige vorm.

Reciframes zijn bijvoorbeeld niet de voor de hand liggende keuze voor een pannendak, vanwege de onregelmatige en maffe hoeken die je krijgt richting het midden.

Een vegetatiedak betekent een hoop gewicht, dus de dak moet goed ondersteund worden.

Ik heb gebruik gemaakt van dragende muren van strobalen en cob (noot van de vertaler: traditioneel bouwmateriaal, mengsel van klei, zand en stro, van oudsher veel toegepast in Devon).

Of een wood henge (noot van de vertaler: dragende houtconstructie) die opgevuld wordt met diverse materialen, meestal stro of cobwood (korte stammetjes die op elkaar “gemetseld” worden met cob).

Allereerst, het weer.

Als je je eerst helemaal richt op een wood henge en hierop een reciframe plaatst, dan heb je een waterdicht dak boven het hele bouwwerk.

Je hebt veel meer vrijheid als de muren niet het dak hoeven te dragen.

Als je eerst stevige, goed uitgeharde muren moet plaatsen voordat je het dak kunt plaatsen, moet je gedurende de bouw in de weer met plastic dekzeilen om de muren te beschermen als het regent.

En dan weer wachten tot de muren voldoende droog zijn om verder te kunnen.

Ten tweede, de esthetiek.

Een houten henge ziet er prachtig uit, vooral als er geen zwart plastic overheen gespannen is.

Ik zou nu dan ook keer op keer kiezen voor een dragend skelet.

Mijn standaard ontwerp is rond, met staanders en liggers van goede, sterke palen, waterpas geplaatst.

De palen zijn zo dik als je dij, worden geplaatst in een cirkel, tenminste 70 cm diep in de grond.

Het deel dat de grond ingaat goed verkolen en in de bitumen zetten.

De liggers overlappen ter hoogte van de staanders en worden onderling verbonden om sterkte te geven aan de cirkel.

Geen gebruik maken van een houten skelet is natuurlijk ook mogelijk.

De muren hoeven niet waterpas te lopen en je plaatst de dakspanten op de sterkste delen van de muur.

Dat wil zeggen, daar waar geen ramen en deuren zitten.

Op een strobalenmuur gebruik ik bij voorkeur eiken stammen die zodanig gebogen zijn dat ze de lijn van de muur volgen.

Als je hier vlak gezaagd hout voor gebruikt, zoals bij een cobwoodmuur, is het gemakkelijker om de verschillende secties van de muurplaat met elkaar te verbinden.

De afbeelding laat een dakspant zien dat iets is opgelicht, terwijl het zadel geplaatst wordt.

Ieder zadel is gemaakt van een stuk hardhout, even dik als je kuit en de lengte van hand tot elleboog, gespleten in het midden, een ronde vorm wordt gemaakt met behulp van een dissel of kettingzaag, zodat het dakspant goed opgevangen wordt door de vorm van het zadel.

Bepaal de diameter van je gebouw en maak vervolgens zes maanden van te voren de dakspanten op maat (en het cordwood voor de muren, waarover later meer).

Ha! We doen hier niet even een snel bezoek aan de doe-het-zelfwinkel.

We bouwen een dak van natuurlijke materialen, bijna gratis.

De beste manier om aan rondhout te komen voor een relatief grote constructie zoals een hut of huis is door wat geld te lenen en een stuk bos te kopen.

Een hectare is meer dan genoeg.

Dun het bos uit, verwijder flink wat mooie, rechte stammen, verwijder de takken en schil de bast.

Verkoop je stukje bos vervolgens weer, voor iets meer dan je er voor betaald hebt.

Koop de rest van je bouwmaterialen (vooral vijverrubber) met de winst.

Dat is de manier om aan een gratis designerhuis te komen.

Hoe je het ook doet, besluit vroeg in het proces en probeer je hout lokaal te krijgen, dus uit een een of ander verlaten, winderig, drassig stuk bos gedurende de winter.

Er is niet zoiets als het beste soort hout voor reciframes, het meeste hout is geschikt.

Hoe groot kan een reciframe zijn? Nou, het hangt af van het aantal en de sterkte van je balken en je montageteam.

Een reciframe is verrassend sterk, maar het is beter het zekere voor het onzekere te nemen.

Verwacht niet meer dan drie meter overspanning met een lengte rondhout van dijbeen- of bicepsformaat zonder verdere ondersteuning.

Roudhouse near Tabua, Portugal.

Het gebouw dat we in 2007 in Portugal plaatsten was van eucalyptus, een hardhout met een hoge dichtheid.

We hebben ook een team van tenminste acht sterke jonge mensen nodig om de palen te tillen en te manipuleren.

Voor een kleine landelijke hut bestaande uit een zit/slaapkamer is vijf tot zes meter diameter is een goede maat.

Ik zou niet kiezen voor een gebouw groter dan zes meter, tenzij ik een aantal interne staanders zou gebruiken, wat overigens goed te doen is.

Een gebouw met een binnendiameter van vijf tot zes meter met twaalf tot dertien spanten is hanteerbaar bij bouwen in groepsverband.

Voor mijn standaardconstructie van dertien spanten maak ik ongeveer vijftien spanten van drie meter (straal van gebouw) plus één meter boven in het midden plus één tot twee meter oversteek bij de muur.

We hebben dus vijftien palen van vijf tot zes meter lang, een paar maanden gedroogd om het risico hernia’s te verminderen.

Ik beveel dan ook aan om eerst te oefenen op de grond voor je begint met het balanceren met zware balken boven de hoofden van je team.

1. Leg alle spanten op het terrein, bij voorkeur voordat je iets gebouwd hebt, gaten gegraven hebt of zelfs de markeringspaaltjes hebt geslagen, maar wel nadat de bovenlaag van de bouwplek is verwijderd, zodat je een vlakke ondergrond hebt om op te werken.

Keur iedere paal die niet voldoet in dit stadium af.

Plaats de palen zodanig dat ze op de plek liggen waar ze later ook gebruikt zullen worden.

Markeer de plaats waar de muren komen, waarbij je rekening houdt met een overstek van tenminste een meter.

Zo krijg je inzicht in hoeverre je ideeen over hoeveel ruimte je hebt, hoe groot je het wilt hebben en dergelijke realistisch zijn, rekening houdend met de dakspanten die je beschikbaar hebt.

Uiteraard wil je de sterkste en meest rechte delen van de palen gebruiken.

Je kunt zelfs de dunste delen van de palen afzagen als je zeker weet dat je ze toch niet gaat gebruiken.

Als de spiraal op de grond klaar is meet je de hoogte ervan. Noem het Spiraalhoogte en vertrouw dit heilige getal toe aan iemand met een goed geheugen of schrijf het zelfs op.

2. Dit dak komt op een houtskelet, dus markeer de plekken waar de staanders komen met staken.

Voor andere bouwvormen kun je de plek waar de muur komt markeren op een andere manier, bijvoorbeeld met touw.

De kleine Charlie moet nog steeds sterk genoeg zijn om alle palen te dragen.

Waar we op richten is een centrale cirkel boven het midden van ons gebouw.

Je kunt het natuurlijk op je eigen manier doen, maar dit is de methode die ik ken.

Voor een regelmatig gevormde centrale opening moet ieder spant evenveel naast het midden van het dak uitkomen.

We hebben ofwel een houtskelet, ofwel een muur als referentie en we kunnen bepalen hoe groot de centrale opening moet zijn.

Stel dat je kiest voor een diameter van een meter, dan moet ieder spant een halve meter uit het midden uitkomen, toch?

Dus, als we een paal verticaal in het midden van de cirkel plaatsen, een spant op de muur schuiven (maakt niet uit waar je begint) en laten uitkomen op een halve meter van de staak in het midden, dan bepalen we hiermee de positie van het eerste spant.

Onze Charlie moet deze eerste paal ondersteunen en mag niet in de weg zitten van de nog te plaatsen palen.

De beste plaats om de Charlie te plaatsen is dan ook langs de lijn van de eerste paal, zo’n 60 centimeter in de richting van de muur.

Plaats nu de tweede paal, ga met de klok mee rond (als je een houtskelet hebt komt deze tweede paal uit boven de eerstvolgende staander) en plaats deze tweede paal op de eerste.

Zorg dat de afstand opnieuw 50 centimeter tot de centrale staak is.

Sla een vijftien centimeter lange spijker in de eerste paal, direct naast de tweede, zodat de tweede niet weg kan rollen langs de eerste.

Het is maar een simulatie, dus sla de spijker niet te diep, dan kan je ‘m later opnieuw gebruiken.

Nu zijn we aangekomen op het punt waar we een nieuw woord moeten introduceren.

Stel je voor dat je dakspanten, de ene op de andere geplaatst, op een waaier spelkaarten lijkt.

Als je de waarde van iedere kaart wilt zien, spreid je ze evenredig uit.

Evenzo willen we een regelmatige afstand tussen deze en de volgende paal terwijl we de cirkel rondgaan, zodanig dat iedere paal evenveel draagt en op dezelfde wijze op zijn buurman geplaatst is.

We gebruiken de tern “rummy” om de afstand te beschrijven tussen het punt waar paal B rust op paal A en het punt waar paal C rust op paal B, bekeken van bovenaf.

Een kleine rummy, zeg ter grootte de afstand tussen topje pink en topje duim van een gespreide hand, betekent een vrij kleine centrale opening, zeg 60 centimeter diameter.

De opening in de afbeeldingen hieronder wordt gevormd door dertien spanten, met een rummy van een royale handbreedte.

Beste lezer, ik vrees dat je de draad kwijt raakt.

Een goede gebruiksaanwijzing schrijven vereist veel werk, is het niet?

Maar als je eenmaal je reciframe gaat simuleren met een kleine Charlie, zoals beschreven, zal je op magische wijze zien wat ik bedoel.

Met behulp van een rummy van de dezelfde afstand tussen de spijkers, zal je een fraai ogende opening in het midden krijgen.

Ieder kruis komt overeen met een spijker van 15 centimeter lang, de afstand tussen twee kruisjes is een rummy.

Spant nummer 6 moet nog iets omhoog geschoven worden en de spijker ernaast eveneens.

Eenmaal in positie kan 6 vastgesjord worden aan 5.

In september 2011 in Cornwall, op de bouwplaats Planit-Earth in Sancreed, nabij Penzance, vonden we een sterk vereenvoudigde versie van de rummy-methode.

Deel de omtrek van de gewenste opening door het aantal palen dat je gebruikt.

In ons geval kwamen we uit op 29 cm.

Zet nog een markering op 70+29=99 cm van het bovenste uiteinde van de paal.

Maak met een dissel een ondiepe groef onder een scherpe hoek die correspondeert met de hoek die het volgende spant maakt met het vorige.

Als je twaalf spanten hebt wordt de hoek bijvoorbeeld 30 graden, maar je kunt ook schatten en verfijnen gedurende het plaatsen van de spanten.

De markering van de merkstift valt in de groef in het spant eronder.

Als je nauwgezet dit systeem volgt en iedere volgende paal met zijn markering centraal op de onderliggende groef plaatst, kun je iedere paal vastsjorren en later onderling verbinden met een lange bout of een stuk draadeind.

OK, de simulaties zijn gedaan.

Kies een mooie dag en ga ervoor.

Maak een stevig centraal statief zodat je omhoog kan klimmen en je met hoofd en schou...

Een huis lijkt op het eerste gezicht eenvoudig.

Vier muren, een dak, ramen, een deur.

Een optelsom van materialen en vierkante meters.

Maar wie ooit een huis heeft gebouwd, verbouwd of er jarenlang in heeft geleefd, weet: een huis is nooit alleen een gebouw.

Het is een plek waar levens zich afspelen.

Bij Schlingmann Architecten geloven we daarom dat een huis meer vraagt dan technische oplossingen of een mooi ontwerp.

Het vraagt om aandacht.

Veel opdrachtgevers beginnen met vragen als: “Wat mag hier volgens het bestemmingsplan?” of “Wat gaat het kosten?”

Begrijpelijke vragen, maar zelden de juiste start.

Dat klinkt misschien abstract, maar het wordt snel concreet.

Hoe begint je dag?

Waar trek je je terug?

Hoe leef je samen?

Net als bij een goed geleid bedrijf geldt: zonder visie wordt elke beslissing reactief.

Een goed ontworpen huis ondersteunt het dagelijks leven, zonder dat je daar continu bij stilstaat.

Licht dat op het juiste moment binnenvalt.

Looplijnen die vanzelfsprekend voelen.

Bij Schlingmann Architecten kijken we daarom verder dan vierkante meters.

Meer ruimte is niet automatisch betere ruimte.

Slim ontworpen ruimte wél.

Een huis moet werken.

Onze rol als architect is niet in de eerste plaats tekenen.

Die meerwaarde zit in luisteren, analyseren en doorvragen.

Vaak zijn wensen nog onbewust of tegenstrijdig.

Dat proces lijkt soms vertragend, maar voorkomt later spijt, aanpassingen en onnodige kosten.

Ruimtes doen iets met mensen.

Dat merken we vaak pas als het niet klopt.

Slechte akoestiek zorgt voor onrust.

Donkere gangen voelen benauwend.

Goede architectuur werkt juist stil op de achtergrond.

Je merkt het niet bewust, maar je voelt dat het klopt.

Dat vraagt om aandacht voor proportie, materiaal, detail en samenhang.

Esthetiek is geen los element dat je achteraf toevoegt.

Het is het gevolg van samenhang.

Een huis van Schlingmann Architecten hoeft niet te schreeuwen.

Het mag rustig zijn.

Tijdloos.

Met aandacht gemaakt.

Duurzaam bouwen gaat niet alleen over energieprestaties en installaties.

Het gaat ook over de vraag: blijf je dit huis waarderen?

Kun je erin meegroeien?

Een huis dat goed is doordacht, hoeft minder snel ingrijpend te worden aangepast of vervangen.

Een huis is geen eindproduct, maar een kader voor het leven dat erin plaatsvindt.

Bij Schlingmann Architecten ontwerpen we daarom geen woningen alleen.

We ontwerpen plekken die het leven ondersteunen.

Wil je meer weten over hoe Schlingmann Architecten u kan helpen bij uw vraagstuk?

Vragen?

Neem contact opWilt u graag meer weten over onze mogelijkheden over verbouwing, nieuwbouw of renovatie?

Neem dan meteen contact op met onze architecten en maak een afspraak voor een intakegesprek.

Wilt u een woning bouwen en bent u benieuwd naar de mogelijkheden voor het dak?

Naast keuze uit diverse soorten dakbedekking, is ook de vorm van het dak een essentieel onderdeel van de uitstraling van de woning.

TIP: Laat u inspireren of maak een afspraak in de showroom van Geldersche Houtbouw voor voorbeelden en een vrijblijvend adviesgesprek.

1. Een zadeldak bestaat uit twee schuine dakvlakken die samenkomen in een nok.

Het klassieke zadeldak, waarbij de twee dakvlakken even groot zijn, is een van de meest voorkomende type daken in Nederland en de rest van Europa.

Dat komt onder meer door het strakke design, de eenvoudige constructie en goede afwatering.

2. Het asymmetrisch zadeldak is een variant op het klassieke zadeldak en kenmerkt zich door twee dakvlakken van ongelijke grootte.

3. Een puntdak, ook wel piramidedak genoemd, bestaat uit meerdere schuine vlakken die samenkomen in één punt.

Het dak lijkt daardoor op een piramide.

4. Een schilddak lijkt op een puntdak maar komt bovenin net iets anders samen.

De dakvlakken komen namelijk samen in een korte nok, waardoor een soort trapezium-vorm ontstaat.

We zien deze dakvorm vaak bij traditionele, landelijke woningen.

5. Een lessenaarsdak bestaat uit één schuin, licht hellend dakvlak en heeft een moderne, minimalistische uitstraling.

Wanneer de schuine zijde in de juiste zonrichting wordt geplaatst, dan is het een goede keuze voor zonnepanelen.

Er kan ook gekozen worden voor het dubbele lessenaarsdak, waarbij de twee schuine dakvlakken tegen elkaar aan lopen.

Bent u enthousiast geworden en benieuwd wat Geldersche Houtbouw voor u kan betekenen?

Wij begrijpen dat het kiezen van het perfecte bijgebouw een belangrijke beslissing is, en we willen u graag helpen bij elke stap van het proces.

Laat ons weten wat uw ideeën zijn, en ons team staat klaar om een op maat gemaakte offerte voor u samen te stellen.

6. Het mansardedak wordt ook wel de Franse kap genoemd en heeft een extra knik in de daken.

Het is vergelijkbaar met een zadeldak, maar dan heeft iedere zijde twee hellingen.

Het onderste deel is steiler dan het bovenste deel.

Groot voordeel is dat er hierdoor extra ruimte ontstaat onder het dak.

7. Platte daken behoren tot de type daken die geen uitleg nodig hebben.

Dit dak bestaat zoals de naam al doet vermoeden uit een platte bovenkant.

Een plat dak zorgt binnenin voor strakke, rechte muren met veel ruimte.

Ook biedt het extra gebruikersmogelijkheden.

8. Het vlinderdak, oftewel de butterfly roof, is een dakconstructie die we vooral zien bij bungalows en architectonische woningen.

Hierbij loopt de dakconstructie in een soort omgekeerde V met lichte helling, alsof het vleugels van een vlinder zijn.

Qua constructie en afwatering vereist het vlinderdak extra aandacht, maar als het eenmaal staat ziet het er uniek en bijzonder uit.

9. Een boogdak is een gebogen dakvorm die doet denken aan een halve cilinder.

Het past goed bij landelijke woningen en we zien ze vooral in kustgebieden.

10. Een koepeldak is een bolvormig dak dat doet denken aan gebouwen in het oude Rome.

We zien het tegenwoordig niet vaak meer op nieuwbouw vanwege de complexiteit.

Vaker wordt het toegepast bij monumentale gebouwen.

Diverse soorten daken kunnen ook gecombineerd worden tot één dak.

Een veelvoorkomend voorbeeld is de woning met zadeldak, die uitgebouwd is met een gedeeltelijk plat dak.

Ook kunnen twee dezelfde soorten daken gecombineerd worden, maar dan haaks op elkaar.

Een bekend voorbeeld is het kruisdak, waarbij twee zadeldaken elkaar kruisen.

Hierboven ontdekte u verschillende soorten dakconstructies die allen net iets anders zijn qua uitstraling.

Welk soort dak is uw favoriet?

Naarmate de vorm, kan het dak nog beter afgestemd worden op uw wensen, door dakbedekking te kiezen die bij u past.

Denk aan dakpannen in de gewenste tint, een rieten dak, of het steeds populairder wordende sedumdak.

Die laatste is bekleed met zuurstof producerende planten en staat ook bekend als vegetatiedak of groendak.

Woning met dak naar keuze bouwen? Geldersche Houtbouw is uw partner voor het bouwen van de woning van uw dromen.

Daar hoort dus ook een dak bij dat tot in de kleinste details bij u past.

Maak gerust een afspraak voor een vrijblijvend adviesgesprek in onze showroom in Kootwijkerbroek (Gelderland).

We adviseren u persoonlijk.

Wilt u met ons aan de slag? Dan werken we graag een 3D-ontwerp uit om de verschillende dakconstructies op uw woning te laten zien.

Als je meer te weten wilt komen over een gebouw, bijvoorbeeld over de decoraties die je ziet, vliegen de vaktermen je vaak om de oren.

In dit overzicht vind je een simpele uitleg van de meest voorkomende begrippen in de architectuur.

Een balustrade is een hekwerk met speciaal vormgegeven spijlen langs bijvoorbeeld een balkon, terras, galerij of dak.

Is het hek massief? Dan spreek je van een borstwering.

Een overzichtelijke infographic over reciframes: centrale opening, spanten, Charlie en rummy-afstand

Oorspronkelijk was een borstwering een dichte verdedigingsmuur - tot borsthoogte.

Soms is een sluitsteen rijk bewerkt, bijvoorbeeld in de vorm van een plant, bloem of een menselijk gezicht.

Een bovenlicht is een raampje boven een deur of (hoog) raam.

Bovenlichten waren vaak versierd met stevig materiaal om inbraak tegen te gaan.

Zo’n versierd bovenlicht heet dan weer een snijraam.

In de 20e eeuw werden bovenlichten vaak voorzien van glas-in-lood.

Dit plafond heeft verdiepte - meestal vierkante of rechthoekige - vlakken (cassetten).

In de Romeinse bouwkunst werden cassetten al toegepast in gewelven, omdat ze die lichter van gewicht maakten en voor perspectiefwerking zorgden.

Festoenen of guirlandes zijn - meestal gebeeldhouwde - slingers van fruit, bladeren of bloemen.

Soms wordt de term guirlande gebruikt voor een slinger zonder linten, en een festoen voor een slinger met linten, manchetten en afhangende uiteinden.

Een fronton is een bekroning van een gevel, venster of ingang.

Meestal driehoekig, maar er zijn ook gebogen frontons.

Het gevelvlak binnen het fronton heet een timpaan, hierin zie je soms beeldhouwwerk.

De gevel is de buitenmuur van het gebouw.

De voorgevel aan de straatzijde vormt het gezicht van het gebouw.

De klokgevel, waarbij de bovenkant van de gevel de vorm heeft van een klok, lijkt erg op de halsgevel.

Zie je bovenop de gevel een kroonlijst over de hele breedte? Dan heb je te maken met een lijstgevel.

Je ziet veel (gedecoreerde) lijstgevels bij grote, brede herenhuizen.

Een gevel met een top die trapsgewijs versmalt zie je veel bij gebouwen in renaissancestijl.

Begin 18e eeuw raken trapgevels in Nederland uit de gratie en worden ze vaak weggehaald.

Een puntgevel met een smalle rechthoekige hals die soms is versierd, dat is de korte omschrijving van een tuitgevel.

Veel pakhuizen hebben tuitgevels.

Een vliesgevel is een gevel die niet dragend is.

Hierdoor kan de gevel worden opgebouwd uit lichte materialen, zoals glas.

Een gewelf is een gebogen overdekking van een ruimte.

Je ziet gewelven veel in kerkers en kasteelzalen.

Een kraagsteen steekt uit de muur om het gewicht te dragen van bijvoorbeeld een balkon, beeldhouwwerk of kroonlijst.

Zo’n vooruitstekend deel wordt ook wel een console genoemd.

Een kraagsteen is altijd van (natuur)steen gemaakt, een console kan ook van hout, staal of beton zijn.

Dit is een kozijn dat in vieren wordt gedeeld door een middenstijl en een tussendorpel.

Meestal van natuursteen of hout.

Bij oudere kruiskozijnen, bijvoorbeeld uit de 16e eeuw, zijn de onderste ramen vaak voorzien van luiken.

Een kruiskozijn wordt ook wel een kruisvenster genoemd.

Deze ijzeren staven op de buitenmuur van een gebouw beschermen de gevel tegen uitknikken.

Als muurankers rijk bewerkt zijn, heten ze wel sierankers.

Dit is een verzamelbegrip, want het zijn eigenlijk gewoon versieringen.

Pilasters zijn platte zuilen die iets uit een muur steken.

Ze hebben geen dragende functie en zijn dus decoratief.

Een risaliet is een vooruitstekend deel van een gevel die over de gehele hoogte doorloopt.

Bij een risaliet in het midden van de gevel is de ingangspartij er vaak in verwerkt.

Soms heeft zo’n middenrisaliet een andere kleur dan de rest van de gevel.

Je hebt ook hoekrisalieten.

Een rond venster met een maaswerk waardoor het lijkt op een roos met blaadjes.

Een spekband of speklaag is een horizontale versiering in een gevel.

Vaak gaat het om een muur met stroken baksteen die worden afgewisseld met lagen lichtgekleurde natuursteen.

Waterspuwers zijn uit steen gehouwen figuren, meestal stellen ze duivels of monsters voor.

Ze zitten aan het uiteinde van een goot om regenwater af te voeren.

Ze zorgen ervoor dat regenwater langs de gevel naar beneden stroomt.

Een zuil is een ronde kolom.

Aan het uiteinde van de zuil zie je een kapiteel met beeldhouwwerk.

Zuilen werden toegepast tijdens de klassieke oudheid en er zijn verschillende soorten te onderscheiden.

Dorische zuilen zijn zwaar en sober.

Een Ionische zuil is slanker en wordt bekroond met spiraalvormige versieringen.

Korinthische zuilen zijn nog ranker en rijker versierd.

tags: #dak #zonder #muren #in #duits