Dakbeschot isolatieplaten bevestigen: schroeven of spijkers, en hoe je PIR platen het beste aanbrengt

PIR is een isolatiemateriaal dat geschikt is voor allerlei isolatietoepassingen. Dit isolatiemateriaal kun je gebruiken voor het isoleren van je muur, dak, vloer en kruipruimte. PIR isolatieplaten kun je gebruiken als isolatiemateriaal voor zowel je spouwmuur als voorzetwand. PIR gebruiken als spouwmuurisolatie kan alleen bij nieuwbouw. De PIR spouwplaten worden dan eerst tegen de binnenmuur aangebracht voordat de buitenmuur wordt opgemetseld. Wanneer je PIR platen gaat aanbrengen tegen de binnenmuur, moet deze schoon en vrij van cementbaarden en lijmresten te zijn. Breng de isolatieplaten vervolgens verspringend, waterpas en horizontaal aan. De eerste rij platen dient 50 mm boven de bovenkant van de fundering te zitten. Wanneer de PIR platen zijn aangebracht, dien je de naden af te plakken met gewapende aluminium tape.

Breng vervolgens isolatiepluggen aan door deze in de isolatie en binnenmuur te slaan. Zorg ervoor dat je eerst gaten voorboort in de binnenmuur en isolatie. Een steenboor of betonboor in combinatie met een gangbare boormachine volstaat hiervoor. Kies een boordikte die gelijk is aan de dikte van de pluggen. Voor holle binnenmuren en massieve binnnenmuren zijn verschillende handelingen vereist. Holle binnenmuren Bij een holle wand als binnenblad dien je de Perfoplug inclusief indraaispouwanker te gebruiken. Nadat je de gaten hebt voorgeboord, kun je de pluggen in de binnenmuur slaan met behulp van het GB-inslaghulpstuk in combinatie met een klauwhamer. Wanneer de pluggen zijn aangebracht, kun je de spouwankers erin draaien met behulp van het GB UNI-indraaihulpstuk en een boormachine. Nu ben je klaar om je buitenmuur op te metselen. Let er natuurlijk wel op dat de spouwankers in de metselvoegen verwerkt moeten worden. Massieve binnenmuren Bij een massieve wand als binnenblad dien je de Flexplug inclusief slagspouwanker te gebruiken. Ndat je de gaten in de binnenmuren en isolatie hebt voorgeboord, kun je de pluggen erin slaan door middel van het GB-inslaghulpstuk in combinatie met een klauwhamer. Vervolgens kun je de spouwankers erin slaan met de GB UNI-slagpijp in combinatie met een klauwhamer. Nu ben je klaar om de binnenmuur op te metselen. Let er wel op dat de spouwankers in de metselvoegen verwerkt worden.

< tagimg>Infographic: Verschillende bevestigingsmethoden PIR platen

Je kunt ook je muur isoleren met PIR door middel van een voorzetwand. Maak met ventilatielatten een raamwerk aan op de bestaande muur. Hanteer een hart-op-hart afstand tussen de ventilatielatten van 30 cm. Breng eerst isolatielijm aan op het raamwerk, waarop vervolgens de PIR platen worden aangebracht. Wanneer je de PIR platen op het raamwerk bevestigt, is het aanbevolen om de PIR platen minimaal 1 cm vrij te houden van de hoeken, de muur en het plafond. Deze naden vul je vervolgens op met flexibele pur. Bevestig de PIR platen vervolgens met schroeven en drukverdeelplaten in het raamwerk voor extra stevigheid. Nadat de PIR platen zijn aangebracht, kun je de voorzetwand afwerken met bijvoorbeeld gipsplaten.

PIR platen zijn ook geschikt voor dakisolatie. Je kunt ze toepassen voor zowel een hellend dak als een plat dak. Wanneer je PIR isolatieplaten aanbrengt tegen de binnenkant van een schuin dak, is het belangrijk om de diepte van de gordingen te weten. Alleen op deze manier kun je de juiste dikte van de PIR platen bepalen. Het is ook essentieel dat er dampopen folie aanwezig is aan de buitenkant van het schuine dak. Breng eerst ventilatielatten horizontaal aan op je dakbeschot. Hanteer een hart-op-hart afstand van 30 cm tussen de latten. Maak de PIR platen op maat met bijvoorbeeld een handzaag. Breng vervolgens flexibele pur aan op de PIR platen en plaats de platen op de ventilatielatten. Fixeer de platen vervolgens met schroeven en drukverdeelplaten. PIR platen bevestig je meestal direct bovenop het platte dak. Voordat je start met isoleren, is het aanbevolen om je platte dak te voorzien van dampremmende folie. Leg de PIR platen in halfsteensverband op het dak. Bevestig de PIR platen met drukverdeelplaten en dakschroeven die 2 cm langer zijn dan de dikte van de isolatieplaten. Vervolgens werk je alle naden en zijkanten af met flexibele pur, zodat de wind niet onder het isolatiemateriaal kan komen.

PIR platen kun je natuurlijk ook aanbrengen rondom je vloer. Je kunt dit isolatiemateriaal aanbrengen in zowel je kruipruimte als direct tegen de vloer. PIR als vloerisolatie houdt veel warmte binnenshuis. Wanneer je jouw vloer wilt gaan isoleren met PIR, is het aanbevolen om dit vanuit de kruipruimte te doen. Isoleren tegen het plafond van de kruipruimte zorgt voor het minste ruimteverlies in je woning. Dit is echter alleen mogelijk wanneer de kruipruimte hoog genoeg is. In feite bevestig je de PIR isolatieplaten dan tegen het plafond van je kruipruimte met isolatielijm. Je kunt PIR ook aanbrengen in je kruipruimte als bodemisolatie.

Wanneer kies je voor bodem- of vloerisolatie! Betonnen vloer isoleren met PIR platen Bij een betonnen vloer kun je de PIR platen bovenop het beton aanbrengen. Hierop kun je direct plaatmateriaal zoals underlayment of OSB aanbrengen. Vervolgens werk je dit af met de gewenste vloerbedekking: laminaat, PVC, parket, tapijt of tegels. Houten vloer isoleren met PIR platen Wanneer je jouw houten vloer gaat isoleren met PIR platen, moet er een goed geventileerde en droge kruipruimte onder de vloer te zitten. Je kunt de PIR isolatieplaten bevestigen door vloerplanken weg te halen, dampremmende folie op de bodem te leggen en de PIR platen tussen de houten balken aan te brengen. Gebruik isolatielijm of flexibele pur voor het aanbrengen van de PIR platen. Leg tot slot de houten vloerdelen weer terug.

Heb je nog vragen over het bevestigen van PIR platen? Ben je op zoek naar de juiste PIR plaat voor jouw isolatieproject of heb je nog vragen over welke bevestigingsmaterialen je kunt gebruiken? Neem dan contact op met één van onze productspecialisten!

Zolder isoleren met PIR | Stap voor stap uitleg en informatie | www.isolatiemateriaal.nl

Bij het uitleggen van het fenomeen damptransport, is het volgende natuurkundige principe van belang: Lucht bevat altijd een zekere hoeveelheid waterdamp. Als we die lucht zouden afkoelen, dan wordt de hoeveelheid waterdamp die de lucht kan bevatten kleiner: de relatieve luchtvochtigheid neemt toe. In de winter is de zogenaamde dampdruk binnenshuis groter dan buiten (daar is het immers koud), en wil vochtige lucht zich verplaatsen van binnen naar buiten. Dat gaat via diffusie (dwars door materialen heen) en door convectie (door luchtlekken, zoals naden en kieren). Op een zeker punt komt die vochtige lucht een koud oppervlak tegen, zoals het koude dakbeschot van een nageïsoleerd dak. Het vocht uit de lucht gaat dan condenseren, waardoor het dakbeschot nat zou worden. Daarom is het van belang om te voorkomen dat vocht zich door de constructie van binnen naar buiten kan verplaatsen. In sommige situaties, zoals bij een plat dak, zit er juist een dampdicht materiaal aan de buitenzijde van de constructie (bitumen of EPDM). In dat geval mag er juist geen dampremmend isolatiemateriaal of dampremmende folie aan de binnenzijde van de constructie worden toegepast: vocht of vochtige lucht die bijvoorbeeld via een kier tussen deze lagen zou komen, zou er dan niet meer uit kunnen. Bij isolatie van een plat dak aan de binnenzijde is voorzichtigheid daarom geboden. Kies in dat geval voor een dampopen isolatiemateriaal (zoals glas- of steenwol) in combinatie met een klimaatfolie, en let er ook op dat de dakafwerking (incl. Is mijn dak geschikt voor doe-het-zelf-isoleren? Voor je begint: check wat er in je dak zit. Voordat je je dak kunt isoleren, moet je eerst weten wat er nu onder je dakpannen ligt. Open een zolderraam en til voorzichtig een dakpan op. Ligt er geen folie en bestaat je dak alleen uit pannen, panlatten en een houten dakbeschot? Dan heb je een dampopen dak. Bij het isoleren heb je dampremmende folie nodig tussen het isolatiemateriaal en de afwerking (of waar een dampremmende laag van aluminiumlaminaat op zit of kant-en-klare dakisolatieplaten). Ligt er folie tussen de dakpannen en het dakbeschot? Laat onderzoeken wat voor folie het is. Vraag een bouwkundige om langs te komen of knip een randje af en neem dat mee naar de bouwmarkt. Is de folie dampopen, dan kun je aan de binnenkant volstaan met een gewone dampremmende laag en hoef je geen (duurdere) klimaatfoliete gebruiken. Is de folie onder je dakpannen dampremmend of dampdicht, gebruik dan klimaatfolie tussen het isolatiemateriaal en de afwerking. Check welke materialen er verder in je dak gebruikt zijn (in de constructie en/of afwerking). Zitten er dampremmende materialen in het dak, gebruik dan klimaatfolie tussen het isolatiemateriaal en de afwerking. Beschermde dieren in je dak: Kom je bij het isoleren van de binnenkant van je dak een vleermuis of vogel tegen, dan moet je gelijk stoppen met de werkzaamheden en contact opnemen met een ecoloog. Zij kunnen vaststellen of er door de dakisolatie geen beschermde vogels of (weggekropen) vleermuizen worden ingesloten en welke extra maatregelen (zoals blijvende toegang voor vleermuizen of vogelnestkasten) nodig zijn. Controleer of er naden en openingen van 7 millimeter of meer in het dakbeschot of in de aansluiting van het dak op de gevel zitten. Zijn die er niet? Dan mag je gaan isoleren. Maar als dat wel zo is, zitten er mogelijk beschermde dieren op zolder en daar moet je rekening mee houden volgens de Omgevingswet. Controleer of je op zolder sporen vindt zoals makkelijk te verpulveren poepjes of vlindervleugeltjes Vind je geen sporen? Dan kun je gaan isoleren. Plan de werkzaamheden dan wel buiten de kraamperiode (tussen 1 augustus en 1 april). Vind je wel sporen? Vraag dan een ecoloog om advies. Het is hoe dan ook verplicht om de isolatiewerkzaamheden te melden bij het Omgevingsloket. Hier vind je ook de richtlijnen voor natuurvriendelijk isoleren.

Praktische tips en overwegingen

Kies je isolatiemateriaal. Als je isolatiemateriaal gaat kiezen, is het belangrijk dat je kiest voor materiaal met een goede isolatiewaarde. Welk materiaal je precies kiest, is minder belangrijk dan de isolatiewaarde. Van goedkopere materialen zoals glas- of steenwol heb je een dikkere laag nodig dan duurdere materialen zoals harde kunststofschuim isolatieplaten om dezelfde isolatiewaarde te bereiken. Dát je isoleert, is belangrijker voor het milieu dan welk materiaal je kiest. Toch zijn sommige isolatiematerialen milieuvriendelijker dan andere. De beste keuze voor het milieu zijn vlasplaten, gerecyclede kleding of thermosheets (warmtereflecterende folie). Een echte afrader is schapenwol, omdat dit materiaal veel milieu-impact heeft. Op Isolatiemateriaal kiezen lees je alles over de verschillen tussen de materialen. Check de Rd-waarde op de verpakking. Op de verpakking van isolatiemateriaal staat de Rd-waarde: dat is de isolatiewaarde van het isolatiemateriaal. De isolatiewaarde van de gehele constructie (dak + isolatiemateriaal) is de Rc-waarde. Het dak zelf heeft een Rd-waarde van ongeveer 0,2. Als je een totale Rc-waarde van 4 (goede isolatie) wilt, heb je dus isolatiemateriaal met een Rd-waarde van ongeveer 3,8 nodig. Dat is het getal waar je in de bouwmarkt op moet letten als je isolatiemateriaal koopt. Je kunt natuurlijk ook gaan voor een nóg hogere Rd-waarde: dat isoleert nog beter.

Zorg voor bescherming die past bij het isolatiemateriaal. Let op: werk je met materiaal dat uit vezels bestaat, zoals glaswol of steenwol? Gebruik dan handschoenen, draag een wegwerpoverall met lange mouwen, een veiligheidsbril en een stofkapje (type P2), en zorg voor genoeg ventilatie. Vezels kunnen namelijk jeuk aan je huid en irritatie aan je luchtwegen veroorzaken. Spoel je huid na het werk af met lauw water zonder zeep. Gooi de wegwerpoverall na iedere werkdag weg bij het restafval. Houd de werkplek schoon met een stofzuiger of een dweil.

Stappenplan dak isoleren Tijd: 8 dagen Hieronder zie je welke stappen je moet nemen als je je dak wil isoleren. Zo weet je wat je te wachten staat en kun je bepalen of deze klus wat voor jou is.

Wat heb je nodig?1. Maak naden en kieren dicht Voor de isolatiewaarde in de praktijk is het van groot belang dat het materiaal goed aansluit, zonder naden tussen verschillende stukken (platen, banen) en netjes tegen de randen van muren en dakbalken. Als je tussen de planken op het dakbeschot op veel plaatsen buitenlicht ziet door de open naden, schroef dan 3 Ã 4 millimeter triplex tegen het dakbeschot. Zo kan er minder warme lucht ontsnappen. Als er weinig kieren en naden zijn, vul dan de naden die er zijn op met restjes van het isolatiemateriaal, acrylaatkit, of plak ze af met tape. Er gaat dan geen warmte onnodig verloren.2. Bevestig het isolatiemateriaal Als je werkt met isolatieplaten, dan zaag je die op maat en sla je ze met spijkers vast of schroef ze vast tegen het dakbeschot of in de balken. Zorg dat ze naadloos aansluiten en vul eventuele naden op met reststukjes, kit of aluminiumtape. Als je werkt met glas-, vlas- of steenwol, dan plaats je eerst vierkante latten langs de dakbalken. Zorg ervoor dat de afstand tussen de voorkant van de lat en het dakbeschot even groot is als de dikte van de isolatiedekens. Breng het stuk isolatiemateriaal aan tussen de balken, tegen het dakbeschot. Zet het vast door latten vast te schroeven of te spijkeren op de vierkante latten. Zorg ervoor dat al het materiaal naadloos aansluit op het vorige stuk isolatie en de dakbalken. Vul eventuele naden in isolatiemateriaal op met reststukjes.3. Breng de dampremmende folie aan Harde kunststofschuim isolatieplaten zijn voldoende dampremmend. Je hebt hierdoor meestal geen folie nodig. Boven een badkamer is aanbrengen van een dampremmende folie wel alsnog aan te bevelen, omdat het daar vochtig is.Bij isolatie met glas- of steenwol breng je vervolgens aan de binnenzijde een folie over het isolatiemateriaal aan. Bij een dampopen dak gebruik je hiervoor dampremmende folie of spijkerflensdekens met aluminiumlaminaat. In alle andere gevallen een vochtregulerende folie (klimaatfolie).4. Werk je dak afDe kunststofisolatieplaten dek je vervolgens af met brandwerende materialen.Zowel bij het isoleren van kunststofisolatieplaten als bij het isoleren met glas- of steenwol kun je het dak eenvoudig afwerken met gipsplaten, gipsvezelplaten, underlayment platen of houten schroten. Er zijn ook isolatieplaten te koop met een kant en klare witte afwerklaag.

Video: dakisolatie met glaswol, vlas of steenwol of de instructievideo voor isolatieschuimplaten Bestaande dakisolatie verbeteren.

Veelgestelde vragen en aandachtspunten

  • Beschermde dieren in je dak: neem bij vondsten contact op met een ecoloog en meld isolatiewerkzaamheden bij het Omgevingsloket.
  • Controleer de aanwezigheid van dampremmende folie en klimaatfolie afhankelijk van het daktype en folie tussenlaag.
  • Let op damptransport: dampopen versus dampdicht en de juiste combinatie van materialen en afwerking.
Diagram: Damptransport en dampspanningsrichtingen

tags: #dakbeschot #piepschuimschroeven #of #spijkeren