Deken afwerken met biasband geeft een nette, professionele afwerking en zorgt voor extra zachtheid en duurzaamheid van het project.
Bij het kiezen van materialen geldt: gebruik een stof in de juiste kleur, een schaar of rolmes en een pen om te markeren. Dit heb je nodig: Jouw naaimachine Naaimachines 1/4 Snijden. Het beste kun je een katoenstof gebruiken, waaruit je een lange stofstrip snijdt. De snede moet dubbel zo breed zijn als het uiteindelijke biaisband (als je bijvoorbeeld een 18mm breed biaisband wilt, moet de snede 36mm breed zijn).
De lengte van de strip is afhankelijk van jouw behoefte of de lengte van de beschikbare stof. Wil je met het biaisband rondingen afwerken, dan moet je de snede onder een hoek van 45° ten opzichte van de weefrand snijden. Hierdoor is het biaisband rekbaarder en dus flexibeler.
Voorbereiding en vouwen
Om het biaisband later te kunnen naaien, wordt de strook nu in vorm gestreken. Een hulpmiddel kan een speciale biaisbandvormer zijn, maar je kunt de stof ook met de hand vouwen. In beide gevallen wordt de stofstrook met de goede kant naar beneden op de strijkplank gelegd en worden de buitenste randen naar het midden gevouwen. Als je met de hand vouwt, is het handig om de stofstrook eerst in het midden te vouwen en stevig te strijken. Daarop kun je je dan oriënteren wanneer je de randen naar het midden vouwt. Deze stap opnieuw stevig strijken.
Als je een biaisbandvormer hebt, wordt het vouwen automatisch overgenomen wanneer je het stuk stof door de opening trekt. De stofstrip wordt in de grotere opening geschoven en uit de kleinere opening getrokken.
Formaten, toepassingen en stofkeuze
Als je een babydeken breit, kun je met biasband twee uitwerkingen kiezen: een dubbelzijdige deken die je keert en een versie met een mooie afwerking met biaisband. Je krijgt tips per stofsoort, formaten voor wieg, wagen en ledikant en oplossingen voor veelvoorkomende problemen, zoals schuiven en lastige hoeken. Voor een babydeken werken zachte, huidvriendelijke stoffen het prettigst. Denk aan wafelkatoen in combinatie met flanel voor een ademende deken of aan minky en fleece voor extra zachtheid. Kies wat past bij het seizoen en de gevoeligheid van de babyhuid.
Wafelkatoen en flanel ademen goed en zijn ideaal voor wieg en ledikant. Fleece en minky zijn heerlijk voor de kinderwagen en voor korte dutjes op de bank. Was wafelkatoen en flanel vooraf, want deze kunnen krimpen. Strijk wafelkatoen na het wassen licht glad, niet platdrukken, zo behoud je het reliëf. Fleece en minky hoef je meestal niet voor te wassen, maar ik leg ze wel even in de droger met een vochtige doek om losse pluisjes te verwijderen. Werk altijd met stofklemmetjes of speld met de naprichting mee bij minky en fleece, zo voorkom je schuiven.
Twijfel je nog over de basisinstellingen en onderdelen van je machine, neem dan eerst een kijkje bij hoe werkt een naaimachine. Een kwartiertje oefenen op restlapjes scheelt later een hoop gedoe.
Onderstaande richtlijnen gebruik ik in mijn atelier. Ze passen goed bij standaard wiegjes, ledikanten en kinderwagens en geven genoeg ruimte om in te stoppen of om te gebruiken als speel- of knuffeldeken. Formaat: 70 bij 100 cm - Toepassing: Wieg en kinderwagen - Stofadvies: Wafelkatoen met flanel of dun fleece. Formaat: 75 bij 100 cm - Meest gebruikt als babydeken - Stofadvies: Wafelkatoen met flanel of minky. Formaat: 100 bij 120 cm - Ruim voor ledikant en langer gebruik - Stofadvies: Wafelkatoen met flanel of microfleece.
Houd voor een biasrand ongeveer twintig tot dertig centimeter extra biaisband aan, zodat je het begin en einde netjes kunt laten overlappen.
Machine-instellingen en voorbereiding
Voor katoen en flanel werkt een universele naald maat tachtig prettig. Voor minky en fleece kies ik een stretchnaald maat vijfenzeventig of tachtig. Gebruik een rechte steek met een steeklengte van drie tot drie en een half, zo voorkom je dat dikke lagen te dicht op elkaar worden geperforeerd en het stiksel strak trekt. Bij heel pluizige stoffen helpt een boventransportvoet om de lagen gelijkmatig te voeren. Speld of klem altijd in de richting waarin je naait en test je spanning op een proeflapje met dezelfde stoffen. Wissel je garen per kant als je twee contrasterende stoffen gebruikt. Zet bijvoorbeeld boven grijs garen voor wafelkatoen en onder wit garen voor flanel. Dat oogt straks netjes bij het doorstikken.
Stof Naald Steeklengte: Wafelkatoen - Universeel 80-3,0 tot 3,5; Flanel - Universeel 80-3,0; Minky of fleece - Stretch 75 of 80-3,5.
Methode 1: Dubbelzijdige deken die je keert
Dit is de snelste methode en ideaal als je met twee rechthoekige stoffen werkt. Het resultaat is strak en zacht zonder zichtbare afwerkband. Ik kies deze werkwijze vaak voor wafelkatoen met flanel of voor minky met een dunnere katoen als tegenstof.
Knip beide stoffen op hetzelfde formaat. Markeer op een lange zijde een keeropening van ongeveer vijftien tot twintig centimeter met krijt of kleine knipjes in de naadtoeslag. Lagen spelden of klemmen. Leg de mooie kanten op elkaar. Leg de stof met de minst rekbare laag onder, dat naait stabieler. Strijk of strijk met de hand de randen glad en speld elke tien centimeter, dichter op elkaar bij minky. Stikken rondom. Naai met een rechte steek op een naadtoeslag van één centimeter rondom. Laat de keeropening open. Naai langzaam over hoeken en dikke punten en gebruik eventueel een boventransportvoet. Hoeken bijsnijden. Knip de naadtoeslag schuin af bij de hoeken, net buiten de steeklijn. Zo keren de hoeken straks mooi scherp. Bij pluizige stoffen kun je de naadtoeslag ook iets uitdunnen. Keren en vorm geven. Keer de deken door de opening. Duw de hoeken voorzichtig uit met een botte pen of een keerhulpje. Rol de naden tussen je vingers zodat de rand precies op de naad valt. Keeropening sluiten. Vouw de naadtoeslagen van de opening naar binnen en speld vlak. Je kunt met de hand dichtnaaien met de laddersteek of machinaal sluiten tijdens het doorstikken. Doorstikken voor een strakke rand. Stik rondom op ongeveer acht tot tien millimeter van de rand. Stop bij elke hoek met de naald in de stof, hef de voet, draai en ga verder. Werk met bovendraad die matcht met de bovenkant en onderdraad die matcht met de onderkant voor een onzichtbaar effect. Tip uit de praktijk. Krijg je golvende randen bij minky of fleece, verlaag dan de persvoetdruk een tikje en verleng de steeklengte. Een extra rij doorstiksel op twee tot drie centimeter van de rand houdt de lagen mooi plat.
Methode 2: Afwerken met biaisband
Een biaisafwerking geeft een nette, professionele rand en is ideaal als je met dikkere fleece werkt of als je een contrasterende rand mooi vindt. Kies soepel biaisband van goede kwaliteit. Gevouwen band van twintig millimeter breed is een fijne maat voor dekens. Beginplek bepalen. Kies een startpunt op een lange zijde, in het onderste kwart. Daar kun je straks een label plaatsen en het begin netjes verbergen. Voor meer uitleg over de techniek kun je spieken bij biaisband naaien. Band openen en eerste naad. Vouw het biaisband open en leg de ruwe kant van het band op de achterkant van de deken, ruw tegen ruw. De vouwlijn van het band dient als jouw stiklijn. Naai op de vouwlijn en laat aan het begin een staartje van twee centimeter vrij. Perfecte hoeken. Naai tot een voetje voor de hoek, laat de naald in de stof, hef de voet en draai iets schuin uit de hoek. Vouw de band diagonaal weg, vervolgens terug zodat de bovenrand exact gelijk ligt met de nieuwe zijde. Begin opnieuw op de vouwlijn. Zo ontstaat een strakke verstekhoek. Eindpunt en overlap. Kom je weer bij het begin, laat dan het band twee tot drie centimeter overlappen. Knip overtollig band weg. Omvouwen en afstikken. Vouw het biaisband om de rand naar de voorkant. Zorg dat de eerste naad precies wordt bedekt. Stik nu vanaf de voorkant vlak langs de binnenrand van het band. Bij elke hoek vouw je de miter mooi scherp naar binnen en naai je tot aan de hoek. Laat de naald in de stof, hef de voet, draai, en ga door. Dit geeft een keurig resultaat langs alle zijden. Tip. Stik desgewenst in de naad van de voorzijde voor een bijna onzichtbaar effect. Zet de naaldpositie iets naar links en gebruik een smalle voet. Een boventransportvoet voorkomt dat fleece onder het band uitloopt.
Een label toevoegen: Een label maakt je deken persoonlijk en werkt het begin en einde van het biaisband mooi weg. Plaats het label precies over de overlap en stik het vast met een korte rechte steek of een smalle zigzag. Wil je het strak doen, kijk dan even naar de uitleg bij labels naaien.
Optioneel: dun volume en eenvoudig quilten. Wil je deken wat voller laten aanvoelen, dan kun je een dun volumevlies of een zachte tricot tussenlaag toevoegen. Houd het subtiel voor wieg en ledikant. Leg de drie lagen op elkaar, speld in een raster en stik met lange rechte lijnen van rand tot rand. Begin in het midden en werk naar buiten, zo voorkom je plooien. Een boventransportvoet en langere steek geven het mooiste, rustige stikbeeld.
Veelgemaakte fouten en oplossingen
Schuivende lagen geven vaak een hobbelige rand. Rijg de lagen eerst met lange steken of gebruik ruim klemmetjes langs de randen, vooral bij fleece en minky. Verlaag indien nodig de persvoetdruk. Golvende steken komen meestal door te korte steeklengte of te strakke bovenspanning. Verleng de steek en test de bovenspanning op een proeflapje. Wafelkatoen kan tijdens het spelden bollen. Leg de wafelkant boven, strijk met je hand het reliëf zachtjes vlak en speld dicht op de rand. Bij de hoeken helpt het om een mini knipje in de naadtoeslag te maken, net buiten de uiteindelijke steeklijn. Zo valt de hoek mooier bij het keren of onder het biaisband. Wordt een hoek te dik, knip dan de naadtoeslag schuin weg en dun eventueel de fleece naadtoeslag iets uit. Duw de hoek na het keren uit met iets zachts, niet met een scherpe schaarpunt. Voor echt strakke hoeken bij biaisband, stop exact op de hoek met de naald in de stof, draai, en controleer na het vouwen of de miter mooi aansluit voordat je verder stikt.
Onderhoud en veiligheid: Gebruik garen van goede kwaliteit en knip losse draadjes meteen kort af. Was de deken na het naaien zodat eventuele markeringen en pluisjes verdwijnen. Voor dagelijks gebruik is wassen op dertig graden vaak voldoende. Vermijd hoge temperaturen bij minky en fleece, die kunnen hun structuur verliezen. Pas de dikte van de deken aan het seizoen en de kamertemperatuur aan. In een wieg of ledikant kies je liever voor ademende lagen zoals katoen met flanel. Voor buiten is fleece comfortabel. Controleer regelmatig op losse stikselpunten, vooral bij de hoeken en het label. Zo blijft de deken veilig en mooi in vorm.
Samenvattende checklist: Maak het jezelf makkelijk met een korte controle voor je begint. Zijn de stoffen gewassen en op maat geknipt, heb je de juiste naald geplaatst en een proeflapje gestikt, liggen de lagen netjes en gelijk, en heb je je startpunt of keeropening gemarkeerd. Met deze basis staat niets een mooie, zachte babydeken nog in de weg. Ben je benieuwd naar meer projecten of wil je je basis verder verstevigen, kijk dan ook eens bij naaien voor beginners. Daar vind je nog meer startklare uitleg waarmee je snel vertrouwen opbouwt.
Veelgestelde vragen over biaisband en dekens
Hoe krijg ik strakke hoeken bij een biaisband babydeken naaien? Naai tot een voetje voor de hoek, laat de naald in de stof, hef de voet en draai iets schuin uit. Vouw het band diagonaal weg en terug voor een strakke miter. Stik de volgende zijde weer exact op de vouwlijn. Bij het afstikken vanaf de voorkant laat je de naald in de hoek zitten, draai en ga verder.
Kan ik een babydeken naaien met een lockmachine of alleen met de naaimachine? Beide kan. Met de naaimachine krijg je veel controle en kun je netjes doorstikken. Met de lockmachine werk je snel rondom en keer je de deken daarna voor een strakke rand. Voor een biaisafwerking gebruik je wel de gewone machine.
Het bevestigen van Biaisband kan een heleboel stress opleveren, het gaat vaak mis of het wordt niet zo netjes. Maar biaisband is zo leuk en handig om te gebruiken, je kunt er zoveel kanten mee op!
Extra tips en technieken
Stik desgewenst in de naad van de voorzijde voor een bijna onzichtbaar effect. Zet de naaldpositie iets naar links en gebruik een smalle voet. Een boventransportvoet voorkomt dat fleece onder het band uitloopt. Wil je eerst de basistechniek leren om bieslint te bevestigen? Strijk het bieslint over de hele lengte dubbel. Een markering in het midden. Hier komt straks de naad in je bieslint te zitten. Markering 1 kan ook gelijk zitten met een naad in je kledingstuk. Als je bijvoorbeeld een armopening omboordt, wil je de naad in je bieslint gelijk laten lopen met de okselnaad.

Naaien techniek: Biaisband aanzetten
Deze tutorial leert je hoe je het begin en eind van je bieslint mooi op elkaar kunt laten aansluiten. Met 1 haast onzichtbaar naadje, perfect op de juiste plaats, ziet je naaiwerk er tiptop uit! De ideale techniek voor halsboorden, mouwboorden, voor het net randje aan een dekentje, of rond een zakdoekdooshoes.
Wil je eerst de basistechniek leren om bieslint te bevestigen? Strijk het bieslint over de hele lengte dubbel. Een duidelijke handleiding staat hierboven bij "Door biaisband te gebruiken als afwerking van een stofrand".