Een goede bouwkundige aansluiting bij kozijnen voldoet aan de eisen van lucht- en waterdichtheid en duurzaamheid. John Dame, senior adviseur en teamleider Kiwa BDA Dak- en Geveladvies, legt in dit artikel uit hoe je dat aanpakt. Een luchtdichte aansluiting van de kozijnen is belangrijk met het oog op de totale luchtdichtheid van gebouwen. Er gelden hoge eisen vanwege onder meer EPC en BREEAM, en in de toekomst BENG (lees hier hoe je in 7 stappen een bouwwerk volgens BENG gegarandeerd luchtdicht krijgt).
Luchtdichte aansluiting kozijn en stelkozijn
De luchtdichtheid van de aansluiting tussen kozijn en stelkozijn moet je aan de binnenzijde realiseren, bij voorkeur door middel van een kitvoeg op rugvulling. Een alternatief is de aansluiting afdichten met een elastisch PUR-schuim en een kitvoeg aan de binnenzijde. Het voordeel hiervan is een verbetering van de warmteweerstand. Het nadeel is dat je hierdoor de ventilatie van het stelkozijn beperkt en dat er vocht- transport plaatsvindt via het PUR-schuim, waardoor het risico op lekkage toeneemt. Deze afdichting heeft niet de voorkeur. De binnendichting is aan de onderzijde niet ver genoeg doorgezet. Bij de zijaansluiting is de binnendichting niet tussen kozijn en stelkozijn aangebracht en dus niet functioneel.
Luchtdichte aansluiting stelkozijn op binnenblad
De luchtdichte aansluiting tussen stelkozijn en binnenblad moet je realiseren met een kitvoeg op rugvulling of voldoende gecomprimeerd geïmpregneerd afdichtingsband of een elastisch PUR-schuim. Het afplakken van stelkozijnen op het binnenblad is uit oogpunt van luchtdichtheid in de praktijk niet voldoende. Sowieso is het zeer risicovol om de onderregel van het stelkozijn af te plakken op het binnenblad. Bij onvoldoende waterdichte stelkozijnen (verbindingen) wordt vocht opgesloten en ontstaat op termijn houtrot. Stelkozijnen moet je wel aan de boven- en zijaansluitingen op het binnenblad afplakken, maar dan uit oogpunt van waterdichtheid.
Waterbelasting en tweevoudige afdichting
Aluminium en kunststof kozijnen sluiten meestal aan op het stelkozijn met een rubber profiel. Afhankelijk van de detaillering, orientatie en hoogte van het gebouw, worden deze aansluitingen meer of minder zwaar met water belast. Er moet van uit worden gegaan dat de aanslag van het kozijn op het stelkozijn niet waterdicht is. De hoeveelheid water in de aansluiting is afhankelijk van de kwaliteit van monteren en de kwaliteit van de binnendichting. Bij een onvoldoende luchtdichte binnendichting treedt er drukverschil op tussen de buitendichting (het rubber profiel) en de bouwkundige aansluiting, waardoor water gemakkelijker kan binnendringen (zie principe tweevoudige afdichting). De binnendichting tussen kozijn en stelkozijn ontbreekt.
Bij kozijnaansluitingen wordt nog te vaak een enkele dichting toegepast. Een klein defect in deze afdichting heeft al tot gevolg dat er bij een drukverschil over de gevel een luchtstroom naar binnen ontstaat. Wanneer er water langs de gevel stroomt, wordt het water gemakkelijk mee naar binnen gezogen. Daarnaast zijn tochtklachten een logisch gevolg. Een tweevoudige afdichting is daarom veel beter. Het principe van een tweevoudige afdichting is dat over de buitendichting geen luchtdrukverschil aanwezig is. Dit bereik je door de ruimte tussen de beide dichtingen in verbinding te stellen met de buitenlucht. Dit kan door de buitendichting te onderbreken op een positie waar waterintreding minimaal is. Het advies is ook om het buitenafdichtingsrubber bij de stijlen (onderzijde) over 15 mm te onderbreken. Bij een defecte buitendichting stroomt er, als gevolg van deze drukvereffening, veel minder water in deze ruimte. Je moet er echter wel altijd van uitgaan dat er water in deze ruimte komt. Dit betekent dat de binnendichting lucht- en waterdicht moet zijn en de constructie (stelkozijn) duurzaam bestand moet zijn tegen vochtbelasting. Voor een binnendichting zijn afdichtingsbanden niet geschikt. Ze werken als spons, lopen in de hoeken rond, worden onderbroken door bevestigingsankers of hebben onvoldoende druk op de voegwanden. Een binnendichting moet je daarom uitvoeren met kit op een rugvulling.
Eis waterdichtheid en duurzaamheid
Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving moeten uitwendige scheidingsconstructies waterdicht zijn volgens NEN 2778:2015 'Vochtwering in gebouwen'. Volgens deze norm mag, na beproeving, het vochtgehalte van onderdelen van de gevelconstructie niet hoger zijn dan het evenwichtsvochtgehalte. In NEN-EN 1027:2016 ‘Ramen en deuren - Waterdichtheid - Beproevingsmethode’ wordt aangegeven dat onderdelen die niet ontworpen zijn om nat te worden, niet nat mogen worden. Bouwkundige aansluitingen moeten worden ontworpen volgens NEN 2778 respectievelijk NEN-EN 1027. Praktisch betekent dit dat stelkozijnen bestand moeten zijn tegen waterbelasting om degradatie te voorkomen. Het stelkozijn (hsb-element) is niet duurzaam bestand tegen vochtbelasting; de verbindingen zijn niet waterdicht, waardoor vocht in het kopse hout kan treden.
Ten aanzien van de duurzaamheid voldoe je aan NEN 2778 bij toepassing van kunststof stelkozijnen, houten stelkozijnen indien deze voldoende verduurzaamd zijn en de verbindingen waterdicht zijn, houten stelkozijnen waarvan de onderregel is ingeplakt met butyltape, waarop EPDM is verlijmd of een vloeibaar rubbersysteem is aangebracht. Een combinatie van de laatste twee bovenstaande punten is ook mogelijk. Kozijnen zonder stelkozijnen worden soms gemonteerd op het binnenblad met een flens, maar dan voldoen ze niet aan de duurzaamheid volgens NEN 2778.
Beoordeling bij testen waterdichtheid en voorwaarden
Voor de test moet worden beoordeeld of de bouwkundige aansluiting en het stelkozijn zodanig zijn ontworpen dat er water mag komen en of dit naar buiten kan worden afgevoerd. In-situ-testen kunnen BDA Geveladvies uitvoeren zonder testkast; met speciale apparatuur kan de gehele binnenruimte op druk worden gebracht. Advies is om de bouwkundige aansluiting altijd correct te ontwerpen volgens bovenstaande voorwaarden. Ook als er tijdens de test geen water in de bouwkundige aansluiting komt, wil dit niet zeggen dat dit later niet gebeurt door pompbewegingen van het kozijn en krimpen van afdichtingsrubbers.

Aanbevelingen en normen
Om te beoordelen of kozijnen kunnen voldoen aan de gestelde eisen, moeten testen op prototype kozijnen worden uitgevoerd. In-situ-testen kunnen een alternatief vormen voor testkasten. CE-markering vereist volgens NEN 2778 en NEN-EN 12208 voor waterdichtheid en volgens NEN-EN 12207 voor luchtdoorlatendheid. Voor de meeste toepassingen geldt: ontwerp en montage volgens VKG-montagevoorschriften, met details voor nieuwbouw en renovatie. De VKG-voorschriften benadrukken dat er geen vochtbruggen mogen ontstaan en dat afdichtingsprofielen aan de buitenzijde onder wind- en regenbelasting blijven functioneren. De ruimte tussen kozijn en stelkozijn moet voldoende zijn om een functionele afdichting aan te brengen, en beluchting is essentieel om luchtdruk gelijk te houden met buitendruk.

Uitvoering en montagehandschoenen
Uitvoering vereist een duidelijke opname van spouwlatten, stelkozijnen en verbindingen. De minimale oplegmaat van spouwlatten is 25 mm en de spouwlatten moeten luchtdicht worden aangesloten. De verstevigingen moeten corrosioneresistent zijn en rondom aan het bouwkundig kader bevestigd worden. Bij montage moet rekening gehouden worden met krimp- en zwelgedrag van hout en kunststof elementen, en moet waterdichting en luchtdichting continu gewaarborgd blijven. De koppeling tussen kozijnen moet zodanig uitgevoerd worden dat beweging mogelijk blijft zonder schade te veroorzaken. Een opleveringscontrolelijst, volgens VKG-eisen, sluit het proces af.
8. Tegendemonstraties en vijandig publiek | Demonstreren kan je leren
Toepassingsrichtlijnen en vergunningen
Bij renovatie of vervanging van kozijnen kunnen regels verschillen per gemeente. Voor sommige monumentale panden en beschermde gezichten gelden strengere regels en vereisen soms een vergunningsprocedure. De exacte mogelijkheden en vereisten verschillen per pand en gemeente. Voor particulier advies wordt aangeraden eerst het Omgevingsloket en de Vergunningcheck te raadplegen. In veel situaties geldt dat kunststof kozijnen zonder vergunning kunnen worden geplaatst wanneer de uitstraling grotendeels gelijk blijft. Let op: het vervangen van kozijnen door bijvoorbeeld aluminium kozijnen kan een vergunningplichtig ruimtelijk deel zijn. Wat wel of niet vergunningsplichtig is, hangt af van de woning en de geplande wijzigingen.

Checklist voor complete aanvraag
Met onderstaande checklist kunt u nagaan of uw aanvraag compleet is. Naast een volledig ingevuld aanvraagformulier moet u beschikken over de volgende gegevens en documenten: een doorsnede tekening van de bestaande situatie (schaal 1:100), de schaalopties 1:100, 1:5, 1:10 of 1:20, en de thermische isolatie van de beglazing moet minimaal gelijk zijn aan de bestaande beglazing. Constructieprincipe en eventuele stikstofberekeningen (Aerius) en/of een Quickscan inzake soortenbescherming (bijvoorbeeld vleermuizen) kunnen vereist zijn afhankelijk van het bouwwerk.
tags: #detailtekeningen #van #de #nieuwe #kozijnen