In Deventer staan Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten. De afdeling Monumentenzorg van de gemeente Deventer zet zich in om het erfgoed van de gemeente op duurzame wijze te behouden voor de toekomst. De adviseurs stellen beleid op met betrekking tot monumenten en erfgoed in de gemeente en vormen het bevoegd gezag. Nederland heeft zichzelf als doel gesteld in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit betekent onder andere dat huizen en andere gebouwen duurzaam verwarmd moeten worden. Het Energieloket Deventer helpt inwoners met tips en adviezen. Duurzaamheidsadvies Een specifiek duurzaamheidsadvies van een Duurzame Monumenten (DuMo) adviseur zorgt ervoor dat uw monument verduurzaamd wordt met oog voor de monumentale waarden. Het Restauratiefonds biedt een vergoeding aan voor een deel van de kosten van een duurzaamheidsadvies voor uw monument.
Heeft u een rijksmonument? Als eigenaar van een gemeentelijk monument in de stad Deventer dan kunt u de Erfgoedfonds-hypotheek aanvragen voor de restauratie en/of verduurzaming van uw gemeentelijke monument. Als u verbouw- of verduurzamingplannen heeft dan krijgt u te maken met bouwregelgeving. De hoofdregel is dat er in principe pas gebouwd mag worden als er een vergunning is verleend door de gemeente. Voor een monument of beeldbepalend pand wordt getoetst of er geen historisch waardevolle elementen verloren gaan. Wij adviseren om in een vroeg stadium contact op te nemen met de afdeling monumenten of erfgoed binnen uw gemeente. Wilt u weten welke regels en beleid gelden voor uw monument?
Deventer is één van de vijf oudste steden van Nederland. Op het huidige grondgebied van de gemeente Deventer zijn op diverse plaatsen restanten gevonden uit de ijzertijd en de Romeinse tijd. Door de gunstige ligging aan de IJssel groeit Deventer in de middeleeuwen uit tot een van de belangrijkste Hanzesteden. In 1568 wordt Deventer een vestingstad met een garnizoen. Door de ligging van de stad heeft de stad nog steeds een belangrijke functie zowel voor de streek als landelijk.

GEVEL MET WINKELPUI naar ontwerp van G.D. De winkelpui bestaat uit twee hoekpilasters op een stenen plint die een kroonlijst dragen; centraal daarbinnen, de plint doorbrekend, een toegangsdeur met bovenlicht tussen deelstijlen. De pilasters hebben symmetrische heraldische ornamenten in de schacht. De kroonlijst heeft cassettes in de fries, met boven de entree een cartouche tussen consoles. In de deelstijlen een tweedeling ter hoogte van de bovendorpel van de deur. In beide delen een rijk bewerkte houten zuil, de onderste met acanthusbladen in de schacht en een composietkapiteel, de bovenste dubbel getorst met een bol ertussen. Op de bovendorpel van de deur een lijst tussen consoles met een driehoekig fronton. De gemetselde gevel met speklagen boven de winkelpui telt drie vensterassen. Op deze assen op beide verdiepingen een T-venster, horizontaal van elkaar gescheiden door een terugliggende stenen lijst. Het middenraam op de tweede verdieping heeft een segmentboogvormige boogtrommel met daarin twee leeuwen die een gekroonde krakeling dragen en een banderol. Over twee verdiepingen lopen hoekpilasters eindigend in leeuwenkoppen. De tweede verdieping heeft bovendien twee middenpilasters op consoles die, de kroonlijst doorbrekend, de halfzuilen met Ionische kapitelen van de dakkapel dragen. Op de laatste een tuitstuk, bestaande uit zuilen met een halfrond fronton.
De stad Deventer ligt op de rechter IJsseloever ten noorden van de monding van de Hunneper Aa op drie aaneengesloten rivierduinen. Omstreeks 720 ontstond hier een eerste nederzetting waar Lebuïnus omstreeks 770 een missiebasis vestigde. Na verwoesting door de Saksen stichtte Liudger in 775 een tweede kerk op de huidige St.-Lebuïnuskerk. Hieromheen ontwikkelde zich een Karolingische handelsnederzetting die de Noormannen in 881 hebben verwoest. Het noorden van het gebied kreeg later vorm als de Palts en de rivierduinen herbergen sporen van de middeleeuwse stadssleutels.
Ten noorden van de kerk verrees het bisschoppelijk hof, waar Adelbold zich circa 895 vestigde. Omstreeks 920 keerde de bisschop terug naar Utrecht en liet een versterkt nederzettingsdeel, de Urbs, en een handelsnederzetting langs de IJssel achter. Dit groeide uit tot een centrum waar bisschop Bernold in 1046 een forse romaanse kerk liet bouwen. Het vernieuwde bisschoppelijke hof werd omstreeks 1100 uitgebreid en geheel omgeven door een tufsteenmuur met een droge gracht, de huidige Graven. Aan de noord-oostzijde ging dit over in de ommuring van de Proosdij. De romaanse ommuring besloeg precies het gebied van de middelste rivierduin. Het Noordenbergkwartier ontstond ten noorden hiervan, terwijl het Bergkwartier aan de oostkant van de Brink werd gevormd.

In de monding van de Hunneper Aa, die sinds de 15de eeuw Schipbeek heet, kwam de haven. Omstreeks 1190 kreeg deze nederzetting stadsrechten. Op de berg verrees omstreeks 1200 een parochiekerk, de Bergkerk. De tussen 1235 en 1251 gestichte Mariakerk bediende als parochiekerk de rest van de stad. In 1235 had Deventer te lijden van een grote stadsbrand. Herbouw werd gestimuleerd doordat de stad in 1241 de Katentol in erfpacht wist te verwerven en in 1251 alleenrecht verkreeg voor de vaart op Jutland, de zogeheten Ommelandsvaart. In 1285 staat de stad voor het eerst als Hanzeplaats vermeld.
Omstreeks het midden van de 13de eeuw begon de bouw van een bakstenen stadsmuur die zowel de bestaande stad, de Noordenberg als de Berg omvatte. Binnen deze ommuring kwamen aan de noordzijde in 1315 de Smedenstraat en centraal in het noordoostelijke deel in 1331 de Nieuwstraat tot stand. Karakteristieke taartpuntvormige percelen ontstonden op de hoek van Nieuwstraat en Leusensteeg en van Bruynssteeg en Papenstraat. Het onbebouwde gebied tussen Nieuwstraat en Smedenstraat bood pas vanaf het einde van de 14de eeuw plaats aan geestelijke instellingen. Door de aanleg van de Veluwse bandijk in 1307-1328 kreeg Deventer meer last van hoog water. De IJsselkade stond bij hoogwater onder water, een kenmerk van een handelsstad aan de rivier.
- De Brink ontwikkelde zich tot centrale marktplaats door tolvrijheid en keienplaveisel in 1392.
- In 1334 legde een brand tweederde van de stad in de as.
- Rond 1392 werd de plaveisel gelegd en de marktfunctie versterkt.
In de 14de eeuw groeide Deventer uit tot een belangrijk geestelijk centrum met kapittelscholen en diverse stichtingen. In de 15de en het begin van de 16de eeuw beleefde Deventer zijn grootste bloei. In 1417 werd Deventer koek genoemd en vanaf 1476 speelde Deventer een vroeg centrum van boekdrukkunst. In 1482 kreeg Deventer aan de noordwestkant van de stad een eerste vaste brug. De Noordenbergtoren werd in 1487 gebouwd; Gelderse troepen staken de brug in 1521 in brand. Herstel volgde in 1539, waarna ter bescherming aan de stadszijde een bastion werd aangelegd. De brug werd in 1570 door ijsgang vernield, waarna in 1599 gekozen werd voor een schipbrug.
In 1528 ging het Oversticht op in het Bourgondische rijk en werd Deventer centrum van een nieuw bisdom. De ontberingen van oorlog zorgden voor afbrokkeling van de handel, maar na de periode van Twaalfjarig Bestand (1609-1621) steeg de positie weer, al bleef Deventer regionaal belangrijk. In 1672 gaf een verdeeld stadsbestuur zich over aan troepen van de bisschop van Münster; in 1674 werd de stad zo weinig waardevol dat men tot afkoop overging. Modernisering van verdedigingswerken volgde in 1702. In de 18de eeuw bleef Deventer een rustige stad met rijke herenhuizen, waaronder dat van de latere raadpensionaris Schimmelpenninck. De oorlogen en branden eisten hun tol, maar herstel volgde in de 19de eeuw met industrialisatie en bevolkingsgroei.
In de 19de eeuw volgden industriële ontwikkelingen: IJzer-, textiel- en drukkerijen vormen de ruggengraat van de economie, met voorbeelden als Nering Bögel en Noury & Van der Lande. De vesting werd in stappen opgeheven en stedelijke uitbreiding volgde via stations, havens en financiële instellingen. Na de Tweede Wereldoorlog bleef de stad investeren in restauratie en herbestemming van monumentale panden, terwijl stedelijke vernieuwing de binnenstad verder transformeerde. De Grote of St.-Lebuïnuskerk is een ruime laatgotische hallenkerk met een imposante toren; de St. Nicolaas- of Bergkerk, de Mariakerk en andere religieuze gebouwen vormen een wezenlijk onderdeel van het erfgoed en de identiteit van Deventer.

Naast de kerken zijn tal van gerestaureerde gevels en pakhuizen kenmerkend voor Deventer’s historische straatsbeeld. De rijkdom aan details in gevels, such as cartouches, korfbogen en snijwerk, weerspiegelt de rijke handelsgeschiedenis en de verbondenheid met de Hanze en de middeleeuwse stedelijke elites.
| Gebouw | Periode | Architectonische kenmerken |
|---|---|---|
| Grote of St.-Lebuïnuskerk | Ca. 1046-16e eeuw | Hallenkerk; tufsteen; westtorens; kooromgang; kruisgewelven |
| De Waag | 1528; XVII-XVIII | Baksteen en zanderstenen lijst; drie verdiepingen; balustrade; kloktoren |
| Rijksmonumentenstraat-ornamentiek | Middeleeuwen | Taartpuntpercelen; hoekpilasters; cartouches |

Voor actuele regels en beleid rondom monumenten is het advies om contact op te nemen met de afdeling monumenten of erfgoed van de gemeente. Het Restauratiefonds, Erfgoedfonds-hypotheek en DuMo-adviseurs bieden ondersteuningsmogelijkheden voor restauratie en verduurzaming, zodat monumentale waarden bewaard blijven terwijl moderne energiedoelstellingen worden nagestreefd.
Historische wandeling van Libuïnuskerk naar Bergkerk in Deventer
tags: #deventer #gevels #en #monumenten