Hoe voert het lichaam dode kankercellen af en welke rol speelt immunotherapie?

Ons immuunsysteem is heel belangrijk, ook bij het voorkomen dat er een tumor in het lichaam ontstaat. Het immuunsysteem beschermt je tegen infecties, door ziekteverwekkers zoals virussen en bacteriën op te ruimen. Gebeurt dit wel, dan noemt men dat een auto-immuunziekte. Voorbeelden van een auto-immuunziekte zijn reuma of colitis ulcerosa (chronische darmontsteking).

Het immuunsysteem kan ook kankercellen herkennen, doden en opruimen. Maar dat gaat soms niet goed. Witte bloedcellen zijn belangrijk voor onze afweer. Bij de behandeling van kanker zijn 2 soorten witte bloedcellen belangrijk: T-cellen en dendritische cellen. Dendritische cellen kunnen T-cellen actief maken. De T-cellen proberen de kankercellen in je lichaam op te ruimen. De voelspriet op de T-cel controleert of cellen er anders uitzien dan normaal. Als de voelspriet een kankercel herkent, maakt de T-cel stoffen aan om de kankercel te doden. Ook maakt de T-cel cytokines. Cytokines zorgen ervoor dat alle immuuncellen extra actief worden. Kankercellen kunnen je afweersysteem misleiden of remmen. Dan kunnen de immuuncellen de kankercellen niet doden.

Kankercellen zorgen ervoor dat ze zoveel mogelijk op gewone cellen lijken. Kankercellen kunnen de T-cellen remmen. Dan ruimen de T-cellen de kankercellen niet op. Bepaalde checkpointremmers halen deze remmende werking weg. Pakweg 50 jaar geleden stond de diagnose ‘kanker’ bijna gelijk aan een doodvonnis. Het woord werd vaak niet eens uitgesproken. Je had ‘K’ of ‘de ziekte’. Alhoewel kanker tegenwoordig beduidend vaker voorkomt dan destijds, zijn de overlevingskansen sterk toegenomen. Al decennialang wordt er onderzoek gedaan en worden nieuwe therapieën ontdekt en ontwikkeld. Immunotherapie, ook wel ‘immuuntherapie’ genoemd, is er daar één van.

Immunotherapie versterkt je immuunsysteem. We kennen verschillende vormen. De meeste mensen die immuuntherapie krijgen, krijgen checkpointremmers. Het kan onder meer worden toegepast bij melanoom, niercelkanker, een vorm van darmkanker en longkanker. Ons lichaam kent verschillende soorten afweercellen. In de strijd tegen kanker speelt de T-cel een belangrijke rol. Met een soort voelspriet, de T-celreceptor, checkt hij afwijkende cellen in je lichaam. Zodra hij die vindt, klikt hij zich erop vast en vernietigt hij de afwijkende cel met behulp van dodelijke moleculen. Naast de T-celreceptor zijn er ook andere receptoren die de vernietigfunctie van T-cellen remmen: de zogenoemde ‘checkpoints’. Kankercellen misbruiken deze checkpoints zodat ze zelf niet worden vernietigd. Immunotherapie met checkpointremmers gaat dit misbruik door kankercellen tegen.

Wanneer je T-celreceptoren niet meer goed werken, bijvoorbeeld bij leukemie of non-hodgkinlymfoom, kan CAR-T-celtherapie een oplossing zijn. Dit is geen standaardbehandeling, en wordt nu nog alleen in onderzoeksverband gegeven. Eerst worden met behulp van chemotherapie je eigen T-cellen gedood. HPV-vaccinatie voor jongeren beschermt tegen zes soorten kanker en wordt in het rijksvaccinatieprogramma opgenomen. Momenteel wordt ook veel onderzoek gedaan naar immunotherapie met vaccins. Hierbij worden kankercellen uit je eigen lichaam gedood en geprepareerd tot een vaccin. Hyperthermie is bewezen effectief als aanvullende behandeling bij immunotherapie. De verhoogde temperatuur stimuleert de T-cellen, maakt de tumorcellen beter herkenbaar voor je afweercellen en bevordert de bloedtoevoer naar de kwaadaardige cellen waardoor afweercellen deze sneller en beter kunnen bereiken en vernietigen.

Infographic over immuunrespons en kankercel herkenning door T-cellen

Krijg jij immuuntherapie? Hyperthermie blijkt een waardevolle toevoeging aan het arsenaal in de strijd tegen alvleesklierkanker. Lees verder in de blog. Hyperthermie, in de medische context, verwijst naar het opzettelijk verhogen van de lichaamstemperatuur als behandelmethode voor kanker en andere ziekten. Het gebruik van warmte om ziekten te behandelen, waaronder kanker, gaat terug tot de oudheid, maar de moderne- en systematische toepassing van hyperthermie in de geneeskunde begon in 20e eeuw. Hyperthermie kan een groot aandeel vormen van behandelingen tegen kanker. Ook in combinatie met dendritische celtherapie, kan hyperthermie versterkend werken.

Bij hoofd-halskanker gaat het om kanker in het hoofd-halsgebied, oftewel de bovenste adem- en voedselweg boven het niveau van de sleutelbeenderen. Ongeveer 3% van de gevallen van kanker bevindt zich in het hoofd-halsgebied. De verschillende kankers die samen de groep hoofd-halskanker vormen, zijn zeldzaam. Een voorbeeld uit de praktijk beschrijft hoe een diagnose en behandelplan een enorme uitdaging kunnen zijn in een lastige periode van iemands leven.

Immunotherapie blijft een centraal onderwerp: PD-L1- en PD-1-remmers blokkeren eiwitten die kankercellen gebruiken om T-cellen uit te schakelen. PD-L1 en PD-1 zijn eiwitten die ervoor zorgen dat het afweersysteem de kankercellen niet doodt. De PD-1 en PD-L1 remmers gaan dat tegen. Daardoor kan het immuunsysteem de kankercellen alsnog aanvallen en vernietigen. Dit werkt anders dan chemotherapie. In deze video zie je wat immuuntherapie is, en welke bijwerkingen je kunt krijgen. Je kunt de video ook bekijken met ondertiteling op YouTube.

Je kunt in aanmerking komen voor immuuntherapie als je niet-kleincellige longkanker hebt die niet meer te genezen is, zoals bij stadium 3b, 3c of 4. Soms kun je ook immuuntherapie krijgen bij stadium 2 of 3a. Bijvoorbeeld als aanvulling op de chemoradiatie, of om de tumor voor of na de operatie aan te vallen. Of je immuuntherapie kunt krijgen, beoordeelt de arts. Die kijkt hiervoor naar je conditie, je algehele gezondheid, hoe goed je andere behandelingen verdraagt, en of er mutaties in je tumor zijn waarvoor doelgerichte therapie geschikter is. Als er specifieke mutaties in je tumor zitten, zoals bij EGFR- of ALK-mutaties, is immuuntherapie vaak niet de eerste keus. Voor deze patiënten is doelgerichte therapie meestal effectiever. Je kunt wel immuuntherapie krijgen nadat doelgerichte therapie en chemotherapie niet meer werken.

Patiënten die hoge doseringen steroïden gebruiken of een ernstige auto-immuunziekte hebben, kunnen meestal geen immuuntherapie krijgen. Immuuntherapie werkt vooral goed bij niet-kleincellige longkanker. Bij deze vorm van longkanker kan immuuntherapie het afweersysteem helpen om de kankercellen te herkennen en aan te vallen. Dit komt doordat immuuntherapie de controlepunten blokkeert die de kankercellen gebruiken om zich te verbergen voor het afweersysteem. Bij kleincellige longkanker werkt immuuntherapie minder vaak. Dit komt doordat de kankercellen bij deze vorm van longkanker beter in staat zijn om zich te verstoppen voor het immuunsysteem. Toch kan immuuntherapie bij kleincellige longkanker soms wel worden ingezet, vooral in combinatie met chemotherapie. Soms slaat de behandeling goed aan bij patiënten met kleincellige longkanker. In die gevallen kan immuuntherapie helpen om langer te leven. Helaas gebeurt dit minder vaak bij kleincellige longkanker dan bij niet-kleincellige longkanker.

Schema van immuuntherapie: PD-1/PD-L1 blokkade en CTLA-4 blokkeer

De longarts laat scans van je longen en de rest van je lichaam maken. Zo kan die zien of de longkanker is uitgezaaid en welk stadium de kanker heeft. Ook wordt een stukje weefsel van de tumor afgenomen. Daarnaast wordt gemeten hoeveel PD-L1 de tumorcellen aanmaken. Dit eiwit helpt de tumorcellen om te ontsnappen aan het afweersysteem. Hoe meer PD-L1 de tumor maakt, hoe beter immuuntherapie kan werken. Ook wordt gekeken welke veranderingen (mutaties) in het DNA van de tumorcellen zitten. Op basis van deze onderzoeken bepaalt de arts of immuuntherapie voor jou geschikt is. PD-L1 is een eiwit dat op kankercellen aanwezig kan zijn. Het helpt de tumorcellen te ontsnappen aan het afweersysteem. Hoe meer PD-L1 er is, hoe groter de kans dat immuuntherapie kan werken.

Ongeveer een derde van de mensen met niet-kleincellige longkanker in stadium 4 heeft een hoge PD-L1-expressie. Dat betekent dat meer dan 50% van de tumorcellen dit eiwit aanmaakt. Met immuuntherapie kunnen de T-cellen weer actiever worden en kankercellen vernietigen. De behandeling heeft vaak tijd nodig voordat je resultaat merkt. In sommige gevallen merk je sneller verbetering, maar meestal duurt het langer. Zolang de behandeling goed werkt en je lichaam er goed op reageert, kun je maximaal 2 jaar immuuntherapie krijgen. Je arts houdt nauwkeurig in de gaten hoe het met je gaat en of de behandeling effect blijft hebben.

Het is heel belangrijk dat je bijwerkingen meteen meldt aan je longarts, verpleegkundige of casemanager. Dit geldt ook 's avonds, 's nachts of in het weekend. Ook als het om veelvoorkomende bijwerkingen gaat, zoals diarree, is het belangrijk dat je dit laat weten. De meeste bijwerkingen verdwijnen zodra de behandeling stopt. Soms blijven er klachten, zoals een verminderde werking van de schildklier. Ernstige bijwerkingen komen minder vaak voor, maar kunnen soms blijvende schade veroorzaken. Een voorbeeld hiervan is een auto-immuunreactie die organen zoals de longen, nieren of lever aantast. Hoewel dit zeldzaam is, kan het ernstige gevolgen hebben.

Verder is het geen must om extra medicijnen te nemen bij immunotherapie; meestal krijg je geen chemotherapie-achtige bijwerkingen. Krijg je last van bijwerkingen? Dan kan de arts medicijnen voorschrijven om die klachten te verminderen. Immuuntherapie krijgt via een infuus in het ziekenhuis, soms ook thuis. Voor verschillende medicijntypen geldt een eigen schema: nivolumab, pembrolizumab, atezolizumab, durvalumab, cemiplimab, ipilimumab, en combinaties daarvan. De infuustijden variëren van ongeveer 30 tot 60 minuten, met verschillende herhalingsintervallen afhankelijk van het middel.

Bij cryo-ablatie wordt de tumor bevroren en afgebroken doordat cellen destructief worden. Dit kan bij nierkanker, prostaatkanker, longkanker en uitzaaiingen in botten plaatsvinden. De behandeling gebeurt onder anesthesie, met beeldvorming zoals echo, CT of MRI om de precieze tumorlocatie vast te stellen. Na de behandeling volgt nacontrole met CT- of MRI-scans om te controleren of de tumor volledig verdwijnt. De bijwerkingen bestaan vaak uit vermoeidheid, maag- of buikklachten en pijn op de behandelplaats; deze verdwijnen meestal binnen enkele weken. Soms kunnen complicaties optreden zoals een nabloeding of een klaplong, afhankelijk van de tumorplaatsing.

Cryo-ablatie: bevriezen van tumorcellen met naalden en koelmiddel

Omdat kankercellen zich kunnen vermommen als gezond weefsel, zijn geometriche immunotherapietechnieken ontwikkeld die de afweer activeren. BiTE-technologie en andere immunotherapieën richten zich op het versterken van de koppeling tussen T-cellen en kankercellen. CRYO-ablatie, immunotherapie en hyperthermie kunnen ook in combinatie worden toegepast om de effectiviteit te verhogen. Voor het kiezen van een behandeling kijkt de arts naar stadium, mutaties in de tumor, PD-L1 expressie, algemene conditie en eventuele auto-immuunziekten.

BehandelingDoelVrijheidsgraden/Schema
Immuuntherapie (PD-1/PD-L1-remmers)Versterken T-cel respons tegen kankercellenInfusie elke 2-4 weken, duur varieert
Immuuntherapie (CTLA-4 remmer)Activeren van T-cellen in combinatie met PD-1/PD-L1-remmersGebruikt in combinaties, specifieke schema
Cryo-ablatieBevriezen en doden van tumorLocalisatie via beeldvorming, meerdere sessies mogelijk
HyperthermieVerhogen temperatuur om afweer te versterkenToepassing als aanvullende behandeling

Oncotherm, opgericht in 1988, is gespecialiseerd in geavanceerde kankerbehandelingstechnologie. Hun gemoduleerde elektro-hyperthermie (mEHT) verwarmt kwaadaardige cellen selectief en verhoogt de effectiviteit van chemotherapie en radiotherapie terwijl bijwerkingen worden verminderd. Hierdoor verbetert de levenskwaliteit en overlevingskansen van patiënten. De combinatie van hyperthermie met immunotherapie en dendritische celtherapie biedt extra potentieel in de behandeling van diverse kankers, waaronder hoofd-halskanker en baarmoederhalskanker.

Oncotherm en mEHT-technologie voor gemoduleerde elektro-hyperthermie

Welke factoren bepalen de toepasbaarheid van immunotherapie?

PD-L1-expressie, mutaties in tumor-DNA en de toestand van het immuunsysteem spelen een grote rol bij de geschiktheid voor immunotherapie. Een hogere PD-L1-expressie in tumorcellen vergroot de kans dat immuuntherapie werkt. Mutaties zoals EGFR of ALK kunnen de keuze voor doelgerichte therapie sterker maken dan immunotherapie. De behandelkeuzes hangen ook af van de algehele gezondheid en de aanwezigheid van auto-immuunziekten of gebruik van sterke immunosuppressiva.

Praktische aandacht en wat je kunt verwachten

  • Je krijgt meestal een infuus in het ziekenhuis; sommige behandelingen kunnen ook thuis plaatsvinden.
  • Regelmatige controles bestaan uit CT- of MRI-scans om de effectiviteit te volgen.
  • Bijwerkingen variëren per middel en patiënt; meld ze tijdig aan de zorgverleners.
  • De eerste 3 maanden zijn vaak cruciaal voor het volgen van het behandelschema; daarna kan wat flexibiliteit bestaan.
  • Immuuntherapie kan de levensduur verlengen bij responding patients, maar resultaten variëren sterk per individu.

tags: #dode #kankercellen #afvoeren