Architectuur kenmerken driehoekig dak tempel en de Griekse bouwkunst

In de bloei van Griekenland, ca. deze perioden worden chronologisch de archaïsche, klassieke en hellenistische periode genoemd. De Griekse bouwkunst kenmerkt zich door tempels die functioneel waren en vaak bedoeld als huis van de goden, met drie belangrijke bouwstijlen (Dorisch, Ionisch, Korintisch) en een ontwikkeling van eenvoudige houten bouwtechnieken naar imposante marmeren constructies.

Typologie en doel van Griekse tempels

Een Griekse tempel werd meestal gebouwd op een heuvel en op een verhoging van drie treden. Het dak werd gedragen door zuilen. De Grieken bouwden natuurlijk niet alleen tempels; ze maakten ook theaters en stadions. Tempels en andere openbare gebouwen werden beschilderd met felle kleuren zoals rood, blauw en geel. De Griekse tempel fungeerde als huis van het goddelijke beeld in de naos, terwijl rituelen buiten de tempel plaatsvonden.

Drie bouwstijlen (orden) en kenmerken

  1. Dorische stijl: ontstaan rond 600 v.Chr. op de Peloponnesos; kenmerkend zijn zware bouwvormen, statige zuilen, eenvoudige kapitelen, architraaf, metope en triglief- friezen. De zuilen dragen het hoofdgestel met abacus en echinus. Voorbeelden: vroege dorische tempels en de massieve uitstraling van de stijl.
  2. Ionische stijl: vanaf ca. 450 v.Chr.; eleganter en slanker dan Dorisch, met volutenkapiteel, een voetstuk en een fries met doorlopend beeldhouwwerk. De architectuur laat een lichtere indruk zien door diepere groeven en een meer decoratieve afwerking.
  3. Korinthische stijl: toegepast vanaf ca. 350 v.Chr.; zuilen ranker en kapitelen versierd met acanthusbladeren; entasis en subtiele kromming dragen bij aan een verfijnde indruk. Karakteristiek zijn de rijkelijk versierde kapitelen en de fijne esculturale details.

Relatie tussen Griekse en Romeinse architectuur

De Romeinse bouwkunst diferenciaert zich door een duidelijke voorgevel en een hoofdingang, met romaanse en gotische later voorbeelden. Romeinse bouwwerken introduceren boogconstructies en gewelven, wat een uitbreiding is ten opzichte van de Griekse tempelbouw. De Griekse bouwkunst leverde echter de basis voor lateres Romeinse architectuur en beïnvloedde ook de latere gotische bouwwijzen.

Materialen, bouwtechnieken en afwerking

Aanvankelijk werden tempels gebouwd van hout en leem; later werd marmer veel gebruikt. Lokale marmersoorten, zoals wit marmer uit de nabijgelegen steengroeven, werden verwerkt in kolomconstructies die uit trommels zijn opgebouwd. De groeven (cannelures) en details werden ter plaatse uitgewerkt. De afwerking omvatte pleisterlagen op kalksteen en beschilderingen in felle kleuren, waarvan veel sporen zijn verdwenen.

Architectonische onderdelen en modulaire indeling

De hoofdgestel kan worden opgedeeld in architraaf, fries, geison, timpaan en sima. Akroteria sieren de hoeken en top van het fronton. De zuilen bestaan uit een basement, schacht en kapiteel. Een modulair systeem beschrijft de hoogte en het aantal zuilen: een module is de diameter van de zuil bij het basement. Typisch zijn de regels: het aantal zuilen aan de korte zijde is meestal even, en het aantal langs de lange zijde is het dubbele van de korte zijde plus twee. Voor de verschillende bouworden bestaan varianten zoals amphiprostyle, peripteros en dipteros.

Beknopte aanwijzigingen van enkele monumentale Acropolis-werken

  • Parthenon: het Parthenon van Athene, symbool voor de klassieke Griekse architectuur met Dorische zuilen en perfecte verhoudingen.
  • Erechtheion: asymmetrische tempel met Caryatiden en heiligdommen voor Athena en Poseidon.
  • Tempel van Nikè: kleine maar elegante Ionische tempel met friezen vol veldslagen.
  • Propylaeën: grote entree met combinatie van Dorische en Ionische elementen.
  • Odeon van Herodes Atticus: Romeins bouwwerk met halfrond ontwerp en uitstekende akoestiek.

Overige bouwwerken en stedelijke context

Naast tempels werden er ook andere openbare gebouwen en stadstructuren gerealiseerd, zoals het agora, stoa's en theaters. De Griekse agora fungeerde als centrum van stadsleven; theaters zoals Epidauros staan bekend om hun akoestiek en capaciteit. De bouwkunst was gebaseerd op functionele eisen, esthetiek en symboliek, waarbij het vormgegeven werd naar de behoeften van goddelijke verering en burgerlijke functies.

Historische context en ontwikkeling

Rond 1100 v.Chr. vestigden de Doriërs zich in de omgeving van Sparta, waarna de Griekse koloniestelsels groeiden in de Middellandse Zee. Tussen 1100 en 700 v.Chr. ontstond de polis en de democratie ontwikkelde zich circa 500 v.Chr. in Athene. De Perzische oorlogen markeren een hoogtepunt in de klassieke periode, gevolgd door de Macedonische macht onder Alexander de Grote en de Hellenistische periode. In 146 v.Chr. werd Griekenland ingelijfd bij de Romeinse provincie Macedonië; later werd het een zelfstandige provincie onder het keizerschap.

Samenvattende kleuren en ornamentiek

Veel friezen en metopen versierden de gevels met scènes uit mythologie en veldslagen. De polychrome reconstructies tonen dat de tempels ooit felgekleurd waren; nu blijven vooral de witte marmeren resten zichtbaar. De overgang van dunne muren naar gesteunde skeletbouw maakte gotische ideeën in latere bouwwerken mogelijk, maar dat bleef bij de Griekse tempels primair een functioneel en religieus centrum.

Impressieve three-dimensional schematic of Greek temple orders and their components

The Acropolis of Athens Explained with Reconstructions

tags: #driehoekig #dak #tempel