Werkingen eb en vloed langs de Nieuwe Merwede en de Gesamte Biesbosch: een verkenning van getijden, waterlopen en natuurverbetering

De getijdentabel meldt hoogwater in Krimpen a/d IJssel om 6 uur ’s morgens en 6 uur ’s avonds. Dat betekent een gemakkelijke in- en uitstap. Tot zover het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat de rivieren na hoogwater naar zee stromen en vóór hoogwater landinwaarts stromen, dus tegenstroom voor mij. Geen reden om thuis te blijven, ik moet alleen wat meer tijd uittrekken voor de tocht, en dus eerder vertrekken of later thuiskomen. Ik kies voor het eerste en ga om 4 uur van huis.

De Noord is de noord-zuid verbinding tussen de Lek en de Merwede, en het is moeilijk te voorspellen hoe de stroomrichting is als gevolg van de getijdenbeweging. In ieder geval heb ik hem vandaag mee, en vaar ik in anderhalf uur van Krimpen naar Dordrecht. Op de Merwede staat een lichte tegenstroom, die ik mijd door in de kribvakken dicht langs de oever te varen. De stroming wordt sterker en bij het naderen van de splitsing Nieuwe Merwede - Beneden Merwede lijkt het of ik nog maar nauwelijks vooruitkom. Ik zet voet op Brabantse bodem, een strandje in Werkendam waar ik even uitrust.

Ik vaar langs de havens, de scheepswerven en de sluis die toegang geeft tot de Brabantse Biesbosch. Die bewaar ik voor een volgende keer, ik wil vandaag proberen voor het eten thuis te zijn. Na een halfuurtje langs de Nieuwe Merwede ga ik aan de rechteroever een kreek in. Waar die doodloopt stap ik uit om een paar honderd meter door een moerassig weilandje te lopen. Eerst probeer ik nog over hoge graspollen te lopen, later kan ik toch niet voorkomen dat ik door de zuigende modder moet. De koeien gaan opzij en blijven me nieuwsgierig aanstaren. De enige plek die niet zwaar met riet begroeid is bestaat uit een 10 meter brede oever van een ondefinieerbare grondsoort: te dun om op te lopen en te dik om op te varen. Ik leg de boot in de prut en krijg hem waarachtig in beweging.

Langs een smalle bochtige kreek kom ik weer op wat breder water. Achteruit kijkend zie ik een bord staan ‘Verboden in te varen uitgezonderd vergunninghouders’. Tja de natuurbeheerders konden ook niet weten dat je dit gebied met een kano door de achterdeur kunt binnenkomen. Ik vervolg mijn weg in de richting van Dordrecht, over het Moldiep, langs het bezoekerscentrum, en over het Wantij. Het is druk met een schoolklas, zo te zien kinderen die voor ’t eerst in een kano zitten. Vroeger dan gedacht, om 2 uur ben ik in Dordrecht en kan nog profiteren van de ebstroom op de Noord. Om 6 uur, dus nog voor etenstijd ben ik thuis, waarmee ik een kleine huiselijke crisis heb vermeden.

Varen langs wilgenvloedbossen, kanoën door kronkelende kreekjes, wandelen over ruige paadjes en fietsen langs open weides vol watervogels. Het getij, dat in verschil soms wel op kan lopen tot 80 cm, ontstaat doordat het water van de Rijn en de Maas door de Biesbosch via het Haringvliet naar zee stroomt. Bij vloed wordt ditzelfde water weer terug de rivier op gestuwd. Bij het zien van de ruige en hoog opgaande wilgenbossen vergeet je dat je in Nederland bent! Daarnaast leven er ook veel wilde dieren. In de Biesbosch kom je prachtige vogels tegen, zoals de zilverreiger en de ijsvogel. Maar ook roofvogels zoals de buizerd, havik en zelfs de zeearend voelen zich hier thuis. En misschien zie je ook één van de bevers die in de moerassen zijn burcht gebouwd heeft.

In de zeventiende en achttiende eeuw was de Merwede tussen Gorinchem en Dordrecht op sommige momenten onbevaarbaar. Het was zelfs zo erg dat bij laag water, in combinatie met weinig Rijnwater van boven en met oostenwind, de rivier gewoon lopend overgestoken kon worden. Daarnaast was er het probleem dat wanneer er veel water was, het water niet snel genoeg afgevoerd kon worden en er dus overstromingen plaatsvonden. Zeker de Alblasserwaard, maar ook het Eiland van Dordrecht hadden daar vaak mee te kampen. Dordrecht, als handelsstad aangewezen op Duitsland en de Rijn, leed grote schade door die onbevaarbare rivier. Gelukkig had ook Rotterdam er last van zodat er wel wat aan werd gedaan. Dordrecht alleen zou dat waarschijnlijk nooit voor elkaar hebben gekregen.

De oplossing was even simpel als doeltreffend, maar uiteindelijk verkeerd. In 1740 werd begonnen een aantal kreken door een twee kilometer lange dam langs de rivier af te sluiten. Tot groot verdriet van Gorinchem dat nu wateroverlast en overstromingen vreesde; en uiteindelijk gelijk kreeg. Nog tijdens de uitvoering werden de werkzaamheden gestopt omdat in de Beneden-Merwede te hoge waterstanden kwamen. De dam werd voor het grootste deel weer opgeruimd. Hun invloed is tweeërlei. 1o. Opwaarts stroomen. Is nl. de vloed op zee aan de monding tot zekere hoogte gestegen, dan houdt het afstroomen van het water door de rivier geheel op, en van dat oogenblik af begint het vloedwater der zee den mond binnen te loopen en verder het afstroomend rivierwater terug te dringen. Het water stroomt dan werkelijk òpwaarts, en de afstand waarover dit plaats heeft, hangt van omstandigheden af, evenals de grootte van het verschil der rivierstanden bij eb en vloed. Men kan hieromtrent o.a. dat in het algemeen de vloed het hoogst oploopt in trechtervormige, wijde monden, zooals bijv. in de Westerschelde, waar het verschil tusschen H.W. en L.W. even groot is, en zelfs nog iets gróóter bij Bath dan aan zee. dat het verschil tusschen de uiterste vloed- en ebstanden geringer is bij hoogen waterstand op de rivier dan bij andere standen; bij H.W. dat de hooge vloeden, die, zooals bij storm uit zee enz., kunnen voorkomen, zich minder ver op een rivier doen gevoelen, naarmate deze meer natuurlijk verhang heeft, o.a. 2o. Opstuwing. Aansluitende aan het gedeelte waarop de vloed tweemaal per etmaal het water òpwaarts doet stroomen, is altijd een riviervak aan te wijzen, waar het wel steeds zééwaarts blijft vloeien, maar waar toch, door de genoemde instrooming van vloedwater en terugstrooming van rivierwater op het lagere gedeelte, door opstuwing eene tijdelijke verhooging van den rivierstand wordt veroorzaakt. Het Gors en de Aanwas is één van de unieke zoetwatergebieden in Nederland onder invloed van getijrivier de Merwede. Het gebied is door de aanleg van kribben en langsdammen aangeslibd en achter de oeverwallen is de invloed van het getij beperkt. Rijkswaterstaat heeft dit gebied bekeken als belangrijke locatie voor het herstellen van leefgebied door de aanleg van getijdenatuur. Rijkswaterstaat laat het conceptontwerp voor de aanleg van getijdenatuur zien tijdens een inloopavond in dorpshuis De Bolderik. De experts van Rijkswaterstaat gaan graag met geïnteresseerden aan tafel om uitleg te geven over waarom juist de aanleg van getijdenatuur in Het Gors en de Aanwas gunstig is. Aanmelden: Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via de site van Rijkswaterstaat. Om de waterkwaliteit en ecologie te verbeteren, verkent Rijkswaterstaat mogelijkheden voor de aanleg van 60,5 ha getijdenatuur in het gebied langs de Boven- en Beneden Merwede, zo ongeveer van Gorinchem tot Dordrecht.

Infografik getijden en stromingen langs Merwede en Biesbosch
LocatieCoderingGetijdenbeweging
Krimpen aan de IJsselHoogwater 06:00/18:00Tijdens hoogt / tegenstroom
Nieuwe Merwede - Beneden MerwedeSplitingVariërende stroming
BiesboschGors en AanwasGetijdenrivier beïnvloeding

De getijden in de Merwede ontstaan doordat water uit de Rijn en Maas via de Biesbosch het Haringvliet bereikt en bij vloed terug de rivier op wordt gestuwd. Deze dynamiek maakt de omgeving van de Biesbosch bijzonder rijk aan natuur: er leven er vele vogels en dieren zoals zilverreiger, ijsvogel, buizerd, havik, zeearend en mogelijk bevers. Het gebied is bovendien historisch belangrijk geweest door de bevaarbaarheidsproblemen en de relatie met Dordrecht en Gorinchem in vroegere eeuwen. Rijkswaterstaat werkt aan herstel en verbetering van leefgebied door getijdenatuur langs de Merwede en in het Gors en de Aanwas, met mogelijkheden voor het aanleggen van 60,5 ha getijdenatuur.

tags: #eb #en #vloed #nieuwe #merwede