Een fries is in de architectuur een horizontale band om een muurvlak aan de bovenzijde te begrenzen. Duidelijk zichtbare friezen zijn in ’s-Heerenberg te vinden aan de panden Zeddamseweg 26, Zeddamseweg 28, Zeddamseweg 30/30a en Grand café De Snor in de Molenstraat. Andere voorbeelden van gebouwen met een fries zijn de pastorie in Beek en de Vinkwijkerhof in Vinkwijk. Fries in deze betekenis van het woord is een onzijdig woord: het fries. Gaat het om een man uit de provincie Friesland, dan is het een mannelijk woord: de Fries.
In de klassieke bouwkunst is het fries een vaak doorlopende horizontale band met voorstellingen. Het fries behoort tot het hoofdgestel (entablement) en bevindt zich tussen architraaf en kroonlijst. Een representatie van een Grieks fries omvat elementen zoals sima, geison, metope en triglief. Hiermee wordt duidelijk hoe het fries functioneel en esthetisch een plek krijgt in het gevelbeeld.
Onze inventaris is momenteel in ontwikkeling. We zijn druk bezig met het herschrijven en verbeteren van alle pagina's. Het kan daarom zijn dat je zowel herschreven als niet-herschreven teksten tegenkomt. Fries houtsnijwerk is het versieren van houten gebruiksvoorwerpen met de kerfsneetechniek. Kenmerkend zijn de geometrische figuren zoals rozetten, sterren en de vlechtfiguren. De term Fries, waar deze vorm van volkskunst de naam aan te danken heeft, slaat niet alleen op Friesland. Het kwam voor in het hele noorden van Nederland en het gebied rondom de voormalige Zuiderzee.

De houtsnijder tekent de patronen op het hout, soms met gebruik van carbonpapier. Een passer is noodzakelijk voor het maken van de rozetten en andere cirkelvormige figuren. Vaak wordt er lindehout gebruikt, dat is zacht en blank, zonder veel noesten. Maar ook rozenhout, eikenhout en tropische houtsoorten zijn geschikt. De snijders van Fries houtsnijwerk gebruiken een beiteltje en een klein scherp mesje. Met het beiteltje worden kerfjes van enkele millimeters in het hout gemaakt, met het mesje worden patronen uitgesneden. Vandaar de naam kerfsnede. Er zijn bekende geometrische basispatronen, waar eindeloos op gevarieerd kan worden. De techniek is niet heel lastig aan te leren en er is weinig ruimte voor nodig. Het kost wel veel tijd en oefening om de techniek echt goed onder de knie te krijgen. Het beste is om het van een zeer geoefende snijder te leren.
AmbachtenLab: Fries houtsnijwerk - Afl. 5 | Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland
De oudste nog bestaande voorwerpen met Fries houtsnijwerk dateren uit de zeventiende eeuw. Er zijn objecten aanwezig in het Rijksmuseum, in het Fries Museum en in het Zuiderzeemuseum. In het Rijksmuseum is een mangelplank waarop gekerfd staat: Grete Cornelis Anno 1654. De techniek werd in het verleden niet op schrift vastgelegd, men kopieerde wat men in huis had. De techniek van het kerven werd geleerd, zoals vaak bij volkskunst, in de praktijk van vader op zoon. Door de industrialisatie en mechanisatie was het houtsnijwerk bijna verdwenen, maar rond 1900 werden pogingen gedaan om het Fries houtsnijden opnieuw in de belangstelling te brengen. Er werden op verschillende plaatsen cursussen georganiseerd. Arbeiders in de steden werden gestimuleerd de volkskunst te beoefenen. Er verscheen een op schrift gestelde handleiding, die gretig werd gebruikt. Tijdens de crisis van de jaren dertig en gedurende de mobilisatie werd er ook veel aan houtsnijden gedaan. Na de Tweede Wereldoorlog raakte het Fries houtsnijwerk uit de mode, omdat vrijwel iedereen een modern interieur wilde. Tegenwoordig houden zich nog slechts enkele mensen bezig met Fries houtsnijwerk. Het zijn meestal oudere mensen, die vooral plezier hebben in het snijden. Samenwerking blijven aangaan met andere kunstenaars en musea zodra er een leuk project op je pad komt. Zoiets als de les van Tess in het Openluchtmuseum Arnhem is een leuk project om meer bekendheid te geven aan het ambacht. Goede contacten gaan onderhouden met individuele houtsnijwerkers zodat je weet wat er in de verenigingen gebeurd en er ook actief meer bezig zijn.
‘Veel mensen hebben de term ‘Friese vrijheid’ wel eens gehoord, maar weten niet wat deze precies inhoudt. Recent is er veel nieuw onderzoek gepubliceerd over hoe de middeleeuwse Friese samenleving tussen de Vlie en de Wezer eruitzag, het huidige Friesland, Groningen en Noord-Duitse kustgebied. Waren de Friezen die daar woonden vrije boeren of niet? En waren er wel of geen edelen in het gebied? Frisia had ook een opmerkelijke materiële cultuur. Dat weten we dankzij contemporaine bronnen en archeologische vondsten. Een belangrijke bron is het Oost-Friese Manningahuisboek, een manuscript uit de zestiende eeuw waarin dames worden afgebeeld die zich rijkelijk met goud versieren. Volgens de schrijver van het manuscript moest dit “typisch Friese dracht” voorstellen. In het manuscript worden ook voorwerpen afgebeeld die volgens de schrijver al honderden jaren oud zijn.
In de inleiding van zijn boek Exit Fryslân verwoordt Goffe Jensma het als volgt: de mythe van de onveranderlijke, Friese plattelandscultuur is een mythe die ergens in de vorige eeuw in elkaar is geknutseld. De achterblijvers klampten zich met al hun gevoelens vast aan het ideaal van het platteland. Friesland verandert voortdurend, zoals ook het landschap. Gelukkig maar. Daar helpt geen Friese vader en ook geen lieve moeder aan. Het object van heimwee lijkt te verdwijnen; de vermarkting, festivalisering en canonisering van het Friese landschap zijn actuele thema’s die de identiteit hervormen.
Het fries kan ook in de verdere kunsthistorische context van het hoofdgestel en de relatie tussen architectuuronderdelen geplaatst worden. In de klassieke bouwkunst is het fries vaak onderdeel van het entablement, tussen architraaf en kroonlijst. De term fries is, al dan niet via het Franse frise (fries), ontleend aan het middeleeuws Latijnse frisium (fries), een woord dat teruggaat op de volksnaam van de Frygiërs, vanwege hun artistieke eigenschappen. Als lidwoord kan zowel de als het worden gebruikt, hoewel het fries gebruikelijker lijkt.
Praktische voorbeelden en hedendaagse context
Voorbeelden van duidelijke friezen aan gebouwen in Nederland illustreren hoe het element functioneert in de gevelarchitectuur. Een fries kan zowel decoratief als identiteitsbepalend zijn in een stedelijke context. De geschiedenis van het fries is verweven met bredere ontwikkelingen in Friesland en Noord-Nederland, inclusief de regionale schilderkunst en de migratie van Friezen naar steden als Amsterdam.