Het leek zo’n perfecte en magische stof. Asbest werd al sinds decennia gebruikt: in de Eerste Wereldoorlog werden asbestvezels gebruikt in het filtermateriaal van de gasmaskers. Het had als stof alles wat men maar kon wensen: sterk, slijtvast, isolerend, brandwerend en goedkoop. Maar reeds in 1898 werden de eerste gezondheidsklachten door asbest vastgesteld in Duitsland en Engeland. In 1949 werd asbestose (stoflong) in Nederland als beroepsziekte erkend.
In de jaren vijftig en zestig kwam de meest dodelijke asbestgerelateerde ziekte aan het licht: mesothelioom (long- en buikvlieskanker), een ziekte die louter en alleen veroorzaakt kan worden door asbest. De ontdekking van deze dodelijke kanker was het werk van de Nederlandse bedrijfsarts J. Stumphius. Hij deed onderzoek naar de effecten van het gebruik van asbest als isolatiemateriaal bij De Schelde, de Rotterdamse scheepswerf. In zijn onderzoek toonde hij aan dat werken met asbest kan leiden tot mesothelioom. Hij promoveerde in 1969 op dit onderzoek, dat werd gepubliceerd onder de titel Asbest in een bedrijfsbevolking. In dit boek waarschuwt hij voor de enorme gevaren en roept hij de Nederlandse overheid op maatregelen te nemen. Helaas duurde het tot in de jaren 90 eer de overheid naar hem luisterde.
Pas in 1993 kwam er een algeheel verbod op het gebruik van asbest. Eén van vaderlands grootste asbestfabrieken was Eternit te Goor. Sinds 1937 produceerde de fabriek asbestcement. De arbeiders werden in de fabriek jarenlang blootgesteld aan de levensgevaarlijke stof, met soms dodelijke ziektes tot gevolg. Maar de machtige asbestindustrie bleef volhouden dat risico’s rond deze wonderstof niet of nauwelijks bestonden. Ook in de familie van Floor Driessen (23 jaar) vielen slachtoffers. Haar opa werkte jarenlang in de Eternitfabriek te Goor en overleed na jarenlange blootstelling aan asbest. Ook haar oma overleed aan mesothelioom, zij klopte immers jarenlang de overalls van haar man uit en ademde zo de kleine stofdeeltjes in. Floor Driessen: “Als ik aan Eternit denk dan denk ik wat een vieze stinkfabriek, het heeft de halve familie bij ons uitgeroeid. Het is gewoon een groot zwart woord in de familiegeschiedenis.”

Volgens de Utrechtse jurist Bob Ruers, ruim twintig jaar bij het asbestdrama betrokken als advocaat, onderzoeker, medeoprichter en juridisch adviseur van het Comité Asbestslachtoffers, heeft de overheid onverantwoord lang gewacht met ingrijpen. Deze mening wordt gedeeld door longarts Henk Sinighe Damsté, autoriteit op het gebied van asbestgerelateerde longziektes: “Wie had er iets moeten doen? De overheid. Die had moeten verbieden dat er asbest verwerkt werd in de bouw, in de textielindustrie en overal. Dat de overheid niet genoeg stappen ondernam kwam mede door de grote druk van de asbestindustrie.” Voorbeelden uit 1971 tonen aan hoe invloedrijk de industrie was: een ministerieuitgave werd grotendeels door de industrie gedicteerd, zonder expliciet woord kanker. Toen medische en technische argumenten niet meer werkten, zette de industrie met succes de argumenten van economisch belang en werkgelegenheid in om het politieke debat te beïnvloeden. Zoals voormalig wethouder te Goor, de heer Van Enst het verwoordt: “Misschien hadden we het wel te hoog in ons vaandel staan: kom niet aan Eternit.”
Uitzending: 18 nov 2012, 21.20 uur, Nederland 2. P.J. Biesheuvel, J.F. Buurmeijer en P.H.J.J. Swuste, Asbest van Goor naar Hof van Twente: Eindrapportage onderzoekscommissie t.b.v. De strafzaak tegen de Goorse fabriek Eternit kan doorgaan. De rechtbank in Almelo heeft het verzoek van het bedrijf om de zaak eerst voor te leggen aan de Hoge Raad afgewezen. De zaak draait om drie mensen die volgens het Openbaar Ministerie zijn overleden door blootstelling aan asbest. Ook in Hengevelde zijn de gevolgen van het gebruik van asbest door Eternit jarenlang merkbaar geweest. Veel Hengeveldenaren waren in het verleden werkzaam bij de fabriek in Goor en kwamen tijdens hun werk in aanraking met asbest. Tijdens de eerste voorbereidende zitting vroeg de verdediging van Eternit om de Hoge Raad eerst te laten kijken naar de verjaringskwestie die boven het dossier hangt.
Asbestos victims' breakthrough
De strafzaak tegen Eternit gaat daarmee verder in de rechtbank van Almelo. De volgende stap is een zogenoemde regiezitting. Advocaat Borel Rinkes van Eternit zegt de beslissing van de rechtbank “niet te kunnen volgen”. “Tijdens de vorige zitting hebben wij op een duidelijke manier de wetsgeschiedenis naar voren gebracht.” Bob Ruers reageert tegenover RTV Oost: “zeer blij” met het besluit. “We hebben al in oktober 2019 aangifte gedaan tegen Eternit. Mocht dit verzoek zijn toegewezen, was er wederom enorme vertraging opgelopen.” Het Comité Asbestslachtoffers heeft vertrouwen in een goede afloop van de strafzaak.
Eerder werd Eternit om dezelfde reden aansprakelijk gesteld voor asbestafval dat tussen 1967 en 1970 aan derden ter beschikking was gesteld. Eternit-asbestplaten die in Nederland tussen circa 1950 en 1 juli 1993 zijn toegepast, zijn in praktijk vrijwel altijd verdacht op hechtgebonden asbestcement. Een verontrustende conclusie uit het dossier is dat Eternit: “een klant met mesothelioom een voorschot van dertigduizend euro betaalt” - een uitspraak die de rechtbank in Groningen op 15 juni jl. deed bepalen in een kort geding.
Van 1967-1973 heeft een man asbesthoudende platen, afkomstig van Eternit, op maat gezaagd in het bedrijf van zijn vader en daardoor mesothelioom gekregen. Het bedrijf had - naar voorlopig oordeel van de rechter - in strijd gehandeld met de zorgvuldigheidsnormen die toen ook al golden. Eternit verzuimde namelijk de klant te waarschuwen voor de gevaren van asbest en gaf geen aanwijzingen voor het veilig verwerken van het materiaal. Eerder werd het bedrijf om dezelfde reden aansprakelijk gesteld voor asbestafval.

Het Eternit-dossier: jaartallen, platen en risico’s
De Eternit-platen die verdacht zijn op asbest zijn voornamelijk vezelcementproducten geproduceerd voor Nederland vóór 1 juli 1993. De kernregel luidt: bouwjaar of plaatdatum vóór 1994 betekent verdacht op asbestcement; vanaf 1994 is asbestcement verboden en doorgaans asbestvrij. De belangrijkste verdachte productgroepen zijn golfplaten, dakleien en gevelplaten zoals Glasal en Granitex. Binnenplaten, buizen en bloembakken komen eveneens voor als aandachtsgebieden. Laboratoriumonderzoek (Type A en Type B) is noodzakelijk om zekerheid te krijgen over de aanwezigheid van asbestvezels.
Gevaar bij sloop of renovatie is extra groot wanneer platen verweerd, beschadigd of gebroken zijn, of wanneer er gaten worden geboord. In deze gevallen is het verplicht een gecertificeerd asbestinventarisatiebedrijf in te schakelen en lagen asbest af te voeren volgens Stralings- en Milieuwetgeving plus Arbeidsomstandighedenbesluit.

Golfplaten op schuren en stallen
De Eternit-golfplaten geplaatst tot 1 juli 1993 zijn in Nederland standaard verdacht op hechtgebonden asbestcement. Dit is de meest voorkomende toepassing in particuliere en agrarische sectoren. Verdachte jaartallen en kenmerken per type golfplaten geven richting bij inventarisatie en sanering.
Dakleien en gevelplaten
De Eternit-dakleien geproduceerd vóór circa 1994 zijn verdacht op asbestcement. Dakleien variëren in formaat, met maten zoals 40×20 cm, 40×24 cm en 45×30 cm; bij bewuste platen kunnen witte/grijze vezels zichtbaar zijn. Gevelplaten zoals Glasal en Granitex zijn verdacht wanneer geproduceerd vóór circa 1994, vooral bij renovatie of sloop van gevels.
Bij gevelrenovatie of het verwijderen van kozijnen worden these platen vaak losgenomen, wat extra risico op vezelinhaling oplevert. Een asbestinventarisatie is verplicht voor gebouwen uit vóór 1994; een gecertificeerd asbestverwijderaar verwijdert en voert de platen af volgens regelgeving.

Binnentoepassingen
Eternit gebruikte asbestoscementplaten ook binnenshuis als plafond- en wandbekleding, achter kachels en boilers, en voor schachtbekleding en technische ruimtes. In gebouwen van vóór 1994 gelden deze binnentoepassingen als verdacht. Veelvoorkomende binnentoepassingen zijn plafondplaten in garages en bergingen en wandplaten achter verwarmingsapparatuur.
Veilig omgaan met verdenking op binnensasbest? Gebruik geen slijpschijf op verdachte platen, geen zelfdemontage, en laat eerst een gecontracteerde inventarisatie uitvoeren. Pas daarna sanering als asbest wordt aangetoond.

Diagnostiek en aanpak van asbestverwijdering
Laboratoriumonderzoek (NEN 5896) bepaalt aanwezigheid en soort asbest. Type A-onderzoek is voor direct zichtbare toepassingen, Type B-onderzoek voor verdachte of ingebouwde toepassingen. Venus Asbestverwijdering werkt samen met gecertificeerde inventariseerders en laboratoria en verzorgt gratis offertes voor volledige inventarisatie en sanering.
Welke maatregelen volgen op sanering? Een gefaseerde sanering met vervanging door asbestvrije platen of een omschakeling naar een asbestvrij dak + zonnepanelen is vaak fiscaal aantrekkelijk voor ondernemers via EIA/MIA/VAMIL. De kosten hangen af van het type toepassing, staat van de platen en de omvang van de sanering.
Juridische en maatschappelijke context
In de historische context erkende Groot-Brittannië 1931 als beroepsziekte voor asbestose; Nederland volgde in 1949. In de decennia daarna groeide de kennis over de risico’s en ontstond er bredere wet- en regelgeving. Eind jaren tachtig/ begin jaren negentig werd uiteindelijk het algehele asbestverbod ingevoerd in 1993. Het Openbaar Ministerie heeft Eternit vervolgd voor doodslag en dood door schuld vanwege langdurige blootstelling aan asbestvezels. De zaak onderstreept het belang van veilige arbeidsomstandigheden en de continue aandacht voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

Verantwoordelijkheid ligt bij werkgevers, regulerende instanties en de industrie. Het dossier toont aan hoe maatschappelijke druk en juridische acties leiden tot verbetering van arbeidsveiligheid. Ook vandaag de dag zijn er nog uitdagingen omtrent blootstelling aan carcinogene stoffen zoals silica, dieseluitstoot en lasrook, en blijven er grenzen en regels evolueren.
- Waarschuwing en transparantie bij gebruik van asbest;
- Verplichting tot asbestinventarisatie bij gebouwen uit vóór 1994;
- Professionele sanering door gecertificeerde bedrijven;
- Invoering van fiscale en financiële regelingen ter ondersteuning van sanering.