Hoe ontstaan extreme vloedgolven en wat zijn de oorzaken

Door klimaatverandering warmt de aarde op, smelten ijskappen en gletsjers en wordt het zeewater warmer. Het smeltende water stroomt de zeeën in en het opwarmende zeewater zet uit. Hierdoor stijgt de zeespiegel. In de 20e eeuw is de zeespiegel in Nederland ongeveer twintig centimeter gestegen. Voor de toekomst (rond 2100) gaat het (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut) uit van een zeespiegelstijging voor de Nederlandse kust tussen de 26 en 124 centimeter ten opzichte van 1995-2014. Maar een stijging van 2,5 meter kan niet uitgesloten worden als de ijskappen sneller smelten dan verwacht. Het proces van zeespiegelstijging zal nog eeuwenlang doorgaan.

Hoeveel de zeespiegel uiteindelijk stijgt, hangt voornamelijk af van hoeveel broeikasgassen we nog gaan uitstoten en hoeveel ijs er nog gaat smelten op de Zuidpool en in Groenland. Grote rivieren zoals de Rijn en de Maas stromen door ons land naar de Noordzee. Het gevaar van overstromingen komt niet alleen vanuit de zee, maar vaker ook door hoogwater in de rivieren of het breken van rivierdijken. Doordat er in de winter meer neerslag valt dan vroeger, stijgen rivierafvoeren. De rivierafvoer is de hoeveelheid water, die in een bepaalde tijd, op een bepaald punt, door een rivier stroomt. Als de rivierafvoer stijgt, stijgt het waterpeil. Het waterpeil stijgt ook doordat meer neerslag als regen valt en niet als sneeuw. Als we geen maatregelen nemen, zal de kans op overstroming toenemen.

Meer dan de helft van de Nederlanders woont in een gebied dat kan overstromen. Maar samen met andere waterbeheerders werkt Rijkswaterstaat dagelijks aan de bescherming van ons land tegen overstromingen. Op de kaart Dijken en duinen zien we de belangrijke dijken, dammen en duinen en aan welke normen ze moeten voldoen. Zo’n norm drukt uit hoe vaak een overstroming ‘mag’ optreden - het risico is niet helemaal uit te sluiten. De meest kwetsbare gebieden of plekken waar veel mensen wonen, worden beschermd door dijken met de hoogste normen. De dijken die de Randstad beschermen, hebben bijvoorbeeld een norm van 1:100000. Dit betekent dat ze een kans hebben om een keer in de 100.000 jaar door te breken. Voor kleine rivieren, bijvoorbeeld de Geul, is de norm minder streng: tussen de eens per 300 en eens per 3.000 jaar. De kans op een overstroming is daar dus groter.

De natuur is grillig, dus het kan een keer misgaan. Of het overstromingsrisico in Nederland toeneemt na 2050 hangt af van de mate van klimaatverandering en de maatregelen die worden genomen. Overstromingen kunnen heel veel stress veroorzaken. Je woning kan onder water lopen. Niet alleen je huis en je spullen beschadigen, het kan ook gevaarlijk zijn. Soms overlijden mensen door overstromingen. Niet alleen mensen die een overstroming hebben meegemaakt, kunnen nog lang stress houden nadat de overstroming is geweest. Ook mensen die in een risicogebied wonen kunnen stress ervaren. Van berichten over overstromingen kunnen mensen ook stress krijgen.

Door overstromingen kan de stroom en internet uitvallen. Hulpdiensten zijn misschien niet bereikbaar. Als water op straat zich mengt met rioolwater en vuil op straat kunnen infectieziektes uitbreken. Kijk of jouw woning op een plek staat die kan overstromen, bijvoorbeeld op de kaart Kans op overstroming vanuit zee, meer of rivier. Zorg voor een noodpakket.

Kaart van Dijken en duinen en normen

Alle overheden - Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten - werken samen om een overstroming te voorkomen en de gevolgen ervan kleiner te maken. De waterstanden worden altijd bewaakt. Gemeenten informeren en waarschuwen de bevolking als problemen optreden. Samen met hulpdiensten oefenen overheden regelmatig wat ze moeten doen bij een (dreigende) overstroming. Rijkswaterstaat en de waterschappen versterken, onderhouden en controleren de waterkeringen. Dit staat in het Hoogwaterbeschermingsprogramma wat onderdeel is van het Deltaprogramma. Dijkverhaal. Waterschap Aa en Maas versterkte niet alleen de dijk, maar pakte het hele gebied aan in het project Meanderende Maas. Dit deden ze samen met Rijkswaterstaat, natuurorganisaties, bewoners, ondernemers en overheid. Zo ontstond er een riviergeul waar bootjes en kano’s varen. Kwamen er struinpaden in de uiterwaarden. En bleef het mooie uitzicht op Megen bewaard.

Voorbeeld Riviergebied Meanderende Maas

Het versterken van de dijken is onderdeel van het Deltaplan Waterveiligheid. Maar er zijn nog meer maatregelen tegen overstromingen in het Deltaprogramma. Zo krijgen de Rijn en de Maas extra ruimte om in tijden van hoogwater het water kwijt te kunnen. Rijk en regio werken hier samen aan binnen het programma Ruimte voor de Rivier 2.0. Het doel is om het rivierengebied toekomstbestendig te maken én te houden voor volgende generaties. Het Deltaplan richtte zich tot nu toe vooral op oplossingen in het beheer van water. Maar dat is niet genoeg om ons land voor te bereiden op ons nieuwe klimaat. De oplossing ligt ook in de manier waarop we onze omgeving inrichten en de grond gebruiken. Waar kunnen we bijvoorbeeld veilig nieuwe woningen bouwen? En waar zijn groene gebieden waar water de grond in kan zakken?

Ruimte voor de Rivier kaart

Het gaat harder en meer regenen door klimaatverandering. Komt extreme neerslag in Nederland nu vaker voor dan in het verleden? Gaat extreme neerslag in de toekomst vaker voorkomen? Neerslag valt in de zomer vaak uit intense buien die vooral plaatselijk voor wateroverlast zorgen. Neerslag kan op verschillende manieren extreem zijn. Er kan op een bepaalde locatie veel neerslag vallen in een korte duur, vaak binnen een uur of in enkele uren. Dit kan tot wateroverlast leiden, vaak in het stedelijk gebied. Het kan ook veel langer hard regenen over veel grotere gebieden. Vijf tot tien dagen met veel neerslag in het Rijnstroomgebied kan leiden tot hoge afvoeren van de Rijn. De intensiteit van de neerslag is in deze situatie veel lager, maar het regent wel lang en over grote gebieden. Dit soort neerslag valt vaak in de winter.

We spreken dan niet over buien, maar over grootschalige of frontale neerslag. Een front is een zone waar warme en koude lucht elkaar tegenkomt. De koude lucht is zwaar en dwingt de warme lucht op te stijgen. Maar, als de warme lucht opstijgt, koelt hij af, en dan ontstaat er een brede wolkenband. Niet in alle gevallen is het verschil in buiige neerslag en grootschalige neerslag zo duidelijk. Extreme neerslag kan zowel worden gedefinieerd op grond van de hoeveelheid (neerslag boven een bepaalde drempelwaarde) als in termen van herhalingstijd (de neerslaghoeveelheid die eens per zoveel jaar overschreden wordt).

In Nederland noemen we neerslag boven de 25 millimeter in één uur een hoosbui, en meer dan 50 millimeter in één dag 'een dag met zware neerslag'. De andere manier om neerslagextremen te definëren is door te kijken naar de neerslaghoeveelheid bij een kleine kans van optreden, uitgedrukt in een herhalingstijd. Weerstations vormen de basis van deze statistieken; extreem kan voorkomen in elke regio waar de bui valt. In 2019 werd een overkoepelend rapport gepubliceerd over extreme neerslagstatistiek, gebundeld door KNMI en HKV in opdracht van STOWA. De verschillen tussen oudere statistieken en de huidige zijn aanzienlijk, mede door langere meetreeksen en klimaatverandering.

Neerslagextremen zijn in Nederland toegenomen in de meeste statistieken. Uit modelstudies blijkt dat de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer ongeveer 7 procent per graad opwarming toeneemt, wat potentieel sterkere neerslagweetjes oplevert. De toename van vocht leidt tot sterkere extremen, maar er is nog onzekerheid over de exacte mate. Verstedelijking en nabijheid van de Noordzee kunnen een rol spelen. In het westen en zuiden van Nederland is de spreiding van neerslagextremen regionaal verschillend.

Daarnaast speelt droogte een rol als gevolg van afname van neerslag in sommige jaargangen en hogere verdamping door temperatuurstijging. Droogte kan krachtig zijn: het droogste jaar in Nederland deze eeuw was 2022. Droogte heeft vele vormen en gradaties en kan leiden tot gevolgen voor oogsten, waterprijzen en drinkwater. Preventie en noodhulp blijven essentieel, met droogtebestendige zaden en voorlichting als voornaamste maatregelen.

Infographic: neerslagextremen en droogte

Overstromingen in Zuid-Amerika tonen aan dat aardverschuivingen en overstromingen door natuurlijke en menselijke oorzaken worden veroorzaakt. Aardverschuivingen ontstaan door modderstromen, lahars, steile hellingen en instabiele rotsbodem, terwijl menselijke activiteiten zoals ontbossing en verstedelijking het risico vergroten. Overstromingen komen voor in hooggelegen en laaggelegen gebieden; in Nederland wordt veel benadrukt dat zeepolieën vanuit de Noordzee vooral bij storm en springtij de dijken kunnen doorbreken. Tsunami’s en inundatie vormen ook dreigingen in sommige regio’s.

In rechten op het gebied van bestrijding van wateroverlast werken EU-landen samen volgens de EU-richtlijn Overstromingsrisico's en kaarten van overstromingsrisico’s. Dijken beschermen ongeveer 60% van Nederland tegen overstromingen; ongeveer 9 miljoen mensen wonen in het kwetsbare gebied. Nieuwe veiligheidsnormen gelden tot 2050 en worden periodiek beoordeeld. Het Deltaprogramma en Nationaal Waterprogramma 2022-2027 sturen beleid richting 2050.

EU-richtlijnen overstromingsrisico's kaart

Ontwikkelingen in klimaat en menselijk handelen blijven de zeespiegel en overstromingskansen beïnvloeden. Een hogere zeespiegel vergroot de kans op overstromingen vanuit zee en laat rivieren hoger kunnen uitpuilen. Bodemdaling, verstedelijking, en veranderde neerslagpatronen versterken het risico. Het is daarom cruciaal om continue maatregelen, plannen en publieke bewustwording te combineren voor een veerkrachtige Nederlandse samenleving.

tags: #extreme #vloed #golf