Een felsnaad, ook wel fels genoemd, vormt de verbinding tussen verschillende delen van een metalen dakbedekking. In plaats van te solderen, schroeven of doorboren, wordt het metaal ter plaatse van de fels omgebogen. Dit proces garandeert een waterdichte aansluiting en maakt het mogelijk voor het metaal om vrij te werken bij temperatuursveranderingen, aangezien metaal uitzet en krimpt. Traditioneel worden felsnaden vervaardigd uit zink, koper of lood, maar ook staal behoort tot de mogelijkheden.
De plaatsing van een dakraam kan een ruimte aanzienlijk verlichten, waardoor bijvoorbeeld een donkere zolder kan worden getransformeerd tot een extra slaap- of studeerkamer. Deze relatief eenvoudige, betaalbare en snel uit te voeren ingreep voegt aanzienlijke waarde toe aan een woning.
Technische Aspecten van Felsdaken
Het Principe van de Felsverbinding
Bij een felsdak worden platen zink in de lengterichting met zogenaamde staande felsverbindingen aan elkaar verbonden. De materiaaldikte bedraagt doorgaans 0,80 mm. De toelaatbare baanbreedte wordt bepaald door factoren zoals windbelasting en de hoogte van het dak, waarbij standaard baanbreedten variëren van 330 mm tot 530 mm.
Systemen en Bevestiging
De felsverbinding kan uitgevoerd worden als een enkele of dubbele verbinding. De metalen dakbedekking wordt middels klangen op de ondergrond vastgezet. Deze klangen worden op de ondergrond vernageld en meegefelst in de verbinding. Fixeerklangen zorgen voor de fixatie van de bedekking over een lengte van 1 meter. Op de resterende lengte van de dakbaan worden schuifklangen aangebracht, die de expansie in de lengterichting mogelijk maken. De exacte plaatsing van de fixeerklangen is afhankelijk van de hellingshoek van het dak.
Het felssysteem, met name toegepast met materialen zoals NedZink, biedt de mogelijkheid om een dak of gevel snel en efficiënt te bedekken. Dit wordt mogelijk gemaakt door het gebruik van geprefabriceerde banen en machinaal felsen, wat het handmatige werk minimaliseert. De voorgeprofileerde felsbanen worden standaard geleverd en op de bouwplaats met een enkele of dubbele fels machinaal of met de hand aan elkaar gefelst. Naast rechte banen zijn ook gebogen voorgeprofileerde felsbanen beschikbaar.
Onderconstructie en Dakbeschot
Een felsdak vereist een volledige ondersteuning door een dakbeschot. Er wordt geadviseerd dit dakbeschot te vervaardigen uit ongeschaafde houten delen met een dikte van 23-25 mm, zonder messing en groef. De houten delen worden met kieren van circa 5 mm aangebracht. Bij dakhellingen boven 40° mogen de kieren tot een breedte van 100 mm worden toegepast.
Leggen van Felsbanen en Aansluitingen
Het aftekenen van de felsbanen begint vanuit de as van het dakvlak, waarna de werkende breedten links en rechts worden afgetekend. Indien mogelijk, dient men bij dakdoorbrekingen zo min mogelijk felsnaden te onderbreken. Vanwege de thermische uitzetting en krimp van het metaal, mogen de baanlengten maximaal 10 meter bedragen; bij langere dakhellingen is een expansievoorziening noodzakelijk.
Het leggen van de felsbanen gebeurt volgens de aftekening op het beschot. Voordat de eerste baan wordt gelegd, wordt de voetaansluiting aangebracht, bijvoorbeeld een druiprand-voetaansluiting. De eerste baan, die een zijaansluiting vormt, heeft doorgaans geen volledige baanbreedte. Na het inhaken van de baan worden de vaste en schuifklangen aangebracht. Vervolgens wordt de volgende baan zijdelings gelegd met voldoende overstek.
Indien er meer dan één baan van dakvoet tot nok gelegd moet worden, wordt eerst de volledige baan vanaf de voet tot de nok aangebracht en aangesloten. Daarna worden de vaste en schuifklangen geplaatst, waarna de volgende baan wordt gelegd. Gebruikelijk is om het dak eerst volledig te bedekken met de felsbanen en ze daarna achter elkaar te felsen. Met een elektrisch aangedreven felsmachine wordt de open felsnaad dichtgeplooid; de eerste 20 cm worden handmatig gefelst om de machine te kunnen starten.
Specifieke Aansluitingen
- Voetaansluiting: Om de voetaansluiting af te werken, wordt de onderzijde van de felsbaan ingeknipt en omgezet. Een rechte aftekenlijn wordt gesmeten, waarlangs met een druipkantzettang een eerste haakse omzetting wordt gemaakt, die vervolgens met de druipkantsluittang wordt dichtgezet.
- Nokaansluiting: Voor de nokaansluiting wordt de fels platgeklopt met de open naad naar beneden.
- Zijaansluiting: Voor de randafwerking wordt het titaanzink van de eerste en de laatste baan opgezet tegen een houten opstand, zoals een roeflat. De opgezette rand is minimaal 55 mm hoog.
- Dakdoorbrekingen: Hierbij worden technieken toegepast zoals bij de nokafwerking, zijaansluiting en voetaansluiting. Het titaanzink mag niet strak om de dakdoorbreking worden aangebracht.
- Hoekkeper: Een roeflat vormt de scheiding tussen twee dakvlakken. De schuine aansluiting van de felsbaan op de roeflat komt overeen met de nokaansluiting. De hoogte van de opgezette rand tegen de roeflat is minimaal 55 mm loodrecht gemeten op de lijn van de hoekkeper.
- Hoekkil: De kilgoot vormt de ingesloten hoek van twee dakvlakken. De onderzijde van de felsbaan wordt schuin afgeknipt en omgezet. De kilgoot wordt middels klangen aan het onderliggende beschot bevestigd.

Het Plaatsen van een Dakraam
Vergunningen en Regelgeving
Bij het plaatsen van een dakraam aan de voorzijde van een woning is vaak een vergunning vereist, terwijl aan de achterzijde doorgaans minder regels gelden. Het is essentieel om altijd bij de gemeente te informeren naar de geldende voorschriften. Als niet aan de eisen voor vergunningsvrij plaatsen kan of wil worden voldaan, dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. De gemeente zal het plan vervolgens voorleggen aan een welstandscommissie of stadsbouwmeester voor beoordeling op vorm, materiaal- en kleurgebruik, en inpassing in de omgeving.
Het dakraam mag niet meer dan 0,6 meter buiten het dakvlak uitsteken. Indien het dakvlak naar een openbaar gebied is gekeerd, mag het dakraam alleen uitsteken als er geen specifieke gemeentelijke eisen zijn.
Afmetingen en Hoogte
Een veelgebruikte vuistregel voor de grootte van een dakraam is dat het circa 10% van het vloeroppervlakte van de kamer moet bedragen. Bij een kamer van 10 m² zou het dakraam dus ongeveer 1 m² groot moeten zijn. Bij grotere ruimtes kan het overwogen worden om twee dakramen te plaatsen voor een betere lichtspreiding.
Om optimaal te kunnen genieten van het uitzicht, zowel zittend als staand, dient het dakraam op de juiste hoogte te worden geplaatst. Vanaf de vloer gemeten, dient de onderkant van het dakraam zich op circa 1 meter te bevinden, en de bovenkant tussen 1,9 en 2,1 meter.
Installatieprocedure
De installatie van een dakraam gebeurt doorgaans van binnenuit, zodat men niet op het dak hoeft te klimmen.
Voorbereiding en Markering
- Teken op het dakbeschot de locatie van het dakraam af.
- Maak een gat van 50 x 50 cm in het dakbeschot met een decoupeerzaag; boor op de hoeken om het zagen te vergemakkelijken.
- Via dit gat kunnen voorzichtig de dakpannen worden verwijderd.
- Gebruik de maten uit de montagehandleiding om het dakraam aan de buitenzijde af te tekenen.
- Sla op de vier hoeken van het afgetekende dakraam een spijker door het dakbeschot om de positie aan de binnenzijde te markeren.
- Verbind de vier punten aan de binnenzijde met elkaar; boor op elke hoek een gat en zaag vervolgens de opening uit.
Aanpassen van Dakbalken
LET OP: Wanneer er een horizontale dakbalk in de opening van het dakraam zit, dient aan beide zijden een verticale balk van dezelfde afmeting te worden aangebracht om de stevigheid van de dakconstructie te behouden. Stut de te verwijderen dakbalk met schoren, zaag deze door en plaats de verticale balken tussen de bestaande horizontale dakbalken. Bevestig de verticale balken met spijkers of balkankers.
Werkzaamheden aan de Buitenzijde
- Kort de panlatten aan de linker- en rechterzijde 7 cm in.
- Plaats een extra panlat aan de bovenzijde.
- Verwijder het raam uit het dakraamkozijn.
- Plaats het kozijn en schroef het vast aan de panlatten met de hoekijzers. Stel het kozijn waterpas voordat u de overige hoekijzers vastzet.
- Bevestig de gootstukken, beginnend met de loodslab aan de onderzijde. Klop het lood met een rubberen hamer over de bestaande dakpannen.
- Monteer de overige gootstukken.
- Leg de dakpannen aan de rechterzijde weer op het dak.
- Kort de dakpannen aan de bovenzijde en linkerzijde in met een haakse slijper (draag beschermende kleding en een veiligheidsbril).
- Bevestig het raam in het kozijn.

Afwerking aan de Binnenzijde
Voor de afwerking aan de binnenzijde kan 18 mm dik MDF worden gebruikt. Maak de stroken op maat, laat schroeven verzinken en werk de gaten af met plamuur. Schilder de afwerking goed om het hout te beschermen tegen water, aangezien dakramen soms open blijven staan bij regen.
Professionele Hulp
Het zelf installeren van een dakraam kan een uitdagende taak zijn die technische vaardigheden en kennis van dakconstructie vereist. Indien u twijfelt over uw capaciteiten of de complexiteit wilt vermijden, is het raadzaam professionele hulp in te schakelen. Offertes van dakdekkers in de regio kunnen worden aangevraagd om prijzen te vergelijken en mogelijk tot 30% te besparen.
Velux dakraam plaatsen | Dak bedekken | How to met GAMMA
Felsdaken en Dakramen: Synergie en Toepassing
Een zinken felsdak is uitermate geschikt voor vrijwel elk dakvlak, ongeacht de vorm (zeer vlak, steil, bol of hol). De fijne detailleringsmogelijkheden maken het ook ideaal voor kleine dakvlakken. Afhankelijk van de dakhelling wordt de naad enkel of dubbel gesloten. Een felsdak wordt beschouwd als een economische optie voor bekleding met materialen zoals RHEINZINK.
Het klassieke felssysteem, dat al sinds het begin van de 20e eeuw wordt toegepast, kenmerkt zich door een staande felsnaad van 25 mm hoog, wat zorgt voor een regen- en sneeuwdichte verbinding. Bij dakhellingen tussen 3° en 25° wordt een dubbele staande fels toegepast, terwijl vanaf 25° een enkele staande fels volstaat. Een enkele staande fels is ca. 10 mm breed en oogt daardoor strakker.
Technische Specificaties RHEINZINK Felsdak
- Dakhelling: Vanaf 3°, bij voorkeur vanaf 7° met dichtingsband bij kans op sneeuw- en ijsophoping.
- Felsverbinding: Enkele staande fels (vanaf 25° dakhelling) of dubbele staande fels (onder 25° dakhelling).
- Fels hoogte: Standaard 25 mm, soms 38 mm voor accentuering van omschaduwing.
- Baanbreedte: Standaard circa 430 mm (ontwikkelde materiaalbreedte 500 mm), gebruikelijke breedte tussen 150 en 530 mm. Afwijkende maten zijn mogelijk, tot maximaal 530 mm. Bij hoge windbelasting is contact met de fabrikant aan te raden.
- Zinkdikte: 0,8 mm.
- Maximale baanlengte: 10,00 m (thermisch werkgebied: 20 mm). Uitzonderlijke lengte (in overleg) tot 16,00 m.
Onderconstructie Opties
- Geventileerde onderconstructie: De meest toegepaste en beproefde constructie, waarbij de onderzijde van het zink actief wordt belucht door een ventilatieruimte die vocht afvoert. De ventilatieruimte is afhankelijk van de dakhelling en verloopt van goot naar nok. Het zink wordt aangebracht op ongeschaafde, onbehandelde vurenhouten delen (ca. 22 x 100 mm) met een opening van circa 10 mm tussen de delen om houtwerking toe te laten.
- Niet-geventileerde onderconstructie (warmdak-constructie): Geen actieve ventilatie onder het zink. Het zink wordt op een structuurmat aangebracht die een afstand creëert met de onderconstructie om vochtigheidscorrosie te voorkomen. De structuurmat bestaat uit lusvormige kunststof draden (circa 7 mm hoog) en kan zonder (AIR-Z) of met een waterdragende, damp-open laag (VAPOZINC) worden geleverd.
Uitvoeringen voor Geronde Daken
- Bolronde en holronde felsbanen: De minimumradius voor voorgeprofileerde bolronde felsbanen bedraagt 0,6 m. Vanaf 12 meter hoeven felsbanen niet voorgerond te worden. Bij kleinere stralen moeten de felsbanen met de hand worden gekant en gestrekt. Bij holronde oppervlakken wordt de felsopstand gestuikt, wat technisch complexer is; de minimumstraal hiervoor bedraagt 2,5 m. Vanaf 25 meter kunnen niet-voorgeronde felsbanen geplaatst worden.
- Conische felsbanen: Deze worden ingezet voor geronde dakplattegronden of aansluitdetails bij kilkepers. De baanbreedte van conische felsbanen moet minimaal 100 mm en maximaal 730 mm bedragen, afhankelijk van de windbelasting.

CLIPFIX Systeem voor Felsdaken
Het RHEINZINK CLIPFIX systeem is ontworpen om felsdaken bestand te maken tegen hoge windbelasting en de montage te versnellen. Dit systeem omvat hoogwaardige RVS klangen met een hoge uittrekwaarde (600N per klang), speciaal afgestemd op RHEINZINK felsbanen. Het biedt een grotere klangafstand, waardoor minder klangen nodig zijn.
- Klangtypes:
- ST (Standaardtoepassing): Voor directe montage op een houten beschot.
- H (Hoog model): Voor toepassing op een structuurmat (VAPOZINC of AIR-Z).
- Schroeven: Nieuwe CLIPFIX schroeven zijn verkrijgbaar in losse verpakking of magazijn, met een hogere uittrekwaarde dan nagels. Ze zijn geschikt voor montage op hout en houten plaatmateriaal en voorzien van een corrosiebestendige E-coating. RVS schroeven zijn ook beschikbaar.
- Schroefmachine: In samenwerking met FEIN is de CLIPFIX schroefmachine ontwikkeld, die met een speciaal opzetstuk de schroeven op de juiste hoogte inschroeft, wat vervorming van de klangen voorkomt.
Een RHEINZINK felsdak staat garant voor een generatieoverschrijdende levensduur en is vrijwel onderhoudsvrij. Het trotseert weer en wind en vervult decennialang zijn functie.
Installatiehandleiding Dakraam: Gedetailleerde Stappen
De installatie van een dakraam is sterk afhankelijk van de specifieke situatie, zoals nieuwbouw of renovatie, en het type dakbedekking.
Voorbereidingen Binnenzijde
- Raam uitpakken: Verwijder het dakraam uit de verpakking en beschermende materialen. Open het raam voorzichtig en maak het los van het kozijn door de scharnieren te ontkoppelen.
- Markeer plaats van de beugel: Bevestig de beugel 50 mm vanaf de hoek van het kozijn.
- Bevestig de beugels: Bevestig de beugels aan het kozijn met twee schroeven per beugel.
- Bereid gereedschappen voor: Zorg voor de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en gereedschappen.
- Afmeten: Bepaal de juiste positie voor het gat in het dakbeschot, gemeten vanaf een buitenmuur voor nauwkeurigheid.
- Aftekenen: Teken de positie van het raam af.
- Proefgat: Snijd eerst een proefgat uit om nauwkeuriger te kunnen meten.
- Vind de daksparren: Steek een meetlint in het proefgat om de posities van de daksparren te vinden en te markeren. Werk vanuit de binnenste rand van een dakspar om te voorkomen dat te veel van de spar wordt verwijderd.
- Verwijder isolatie: Draag een stofmasker en eventueel een veiligheidsbril bij het verwijderen van isolatie.
- Dakspar verwijderen: Indien een dakspar verwijderd moet worden, zorg dan voor professioneel advies vanwege de structurele impact. Ondersteun de balk aan beide zijden voordat u deze doorzaagt.
- Frame uitzagen: Zaag de opening voor het raamkozijn op de juiste maat, rekening houdend met de benodigde ruimte voor de kantelende beweging van het raam.
Maken van de Opening en Dakbedekking
- Markeer de opening: Markeer de opening aan de onderkant van het dakmembraan.
- Verwijder het dakmembraan: Snijd en verwijder het dakmembraan om de daklatten en dakbedekking zichtbaar te maken.
- Dak met dakpannen: Verwijder voorzichtig dakpannen van binnenuit. Zorg dat het gebied eronder is afgezet.
- Dunne composiet dakbedekking: Boor en snijd een eerste gat.
- Nagels verwijderen (leien): Gebruik indien nodig een leistripper om nagels te verwijderen.
- Verwijder dakpannen/leien: Verwijder voldoende dakpannen/leien om een werkterrein te creëren, maar niet meer dan nodig.
Vastzetten Kozijn en Waterdichting
- Hoogte van de onderste steunbalk: Bevestig tijdelijk een lat om het kozijn te stutten.
- Waterpas maken: Lijn de balk uit met een waterpas.
- Bevestig steunbalken: Bevestig de onderste en bovenste steunbalken volgens de montage-instructies en zorg dat ze waterpas zijn.
- Dakfolie vastzetten: Snijd het dakfolie richting de hoeken van het gat en maak het rondom vast.
- Installeer het kozijn: Til het kozijn voorzichtig door de opening, plaats het op de steunbalk en leg het plat op het dak.
- Controleer uitlijning: Controleer of het kozijn waterpas is en bevestig de onderste beugels.
- Controleer de openingen: Monteer het raam in het kozijn en controleer of het soepel opent en sluit. Zorg voor gelijkmatige verticale openingen aan beide zijden. Stel bij met een koevoet indien nodig.
- Waterdicht maken van het kozijn: Verwijder het raam. Plaats een kraag van waterdicht membraan rond het kozijn, beginnend met het onderste stuk. Bevestig het membraan aan het kozijn en de daklatten. Maak de bovenkant van het membraan vast onder het bestaande dakmembraan.

Fixing van Gootstukken
Dakpannen
- Dakpannen aanpassen: Pas eventueel de dakpannen onder het raam aan om een juiste aansluiting van het manchet te garanderen.
- Dakpannen snijden: Meet en snijd de dakpannen af met een haakse slijpmachine.
- Installeer dakpannen: Plaats de aangepaste dakpannen onder het raam.
- Installeer onderste gootstuk: Pas het manchet aan de vorm van de dakpannen aan en bevestig het onderste deel van het gootstuk.
- Bevestig onderste kozijnbedekking: Bevestig de onderste kozijnbedekking met schroeven.
- Maak zijgoten vast: Bevestig de zijgoten, zorg dat ze passen op het onderste gootstuk.
- Bevestig bedekking zijkanten kozijn: Bevestig de bedekking van de zijkanten van het kozijn.
- Bevestig "U"-profiel: Bevestig het "U"-profiel bovenaan het kozijn met schroeven.
- Bevestig bovenste gootstuk: Bevestig het bovenste gootstuk, zorg voor een strakke aansluiting.
- Bevestig zijgoten: Bevestig de zijstukken van de goot aan de latten met clips.
- Het schuim bijsnijden: Snijd het schuim langs de zijkanten en bovenkant bij voor een vlakke, waterdichte aansluiting.
- Herplaats de dakpannen: Snijd de dakpannen boven en naast het raam bij indien nodig.
- Monteer het raam: Monteer het raam in het kozijn en controleer de werking.
Daklei (LSX)
- Installeer de RUC waterkerende manchet: Plaats deze voor een waterdichte installatie.
- Installeer de dakleien onder het raam: Plaats de leien voor de ondersteuning van de aluminium slab.
- Slijp de leien indien nodig: Plaats de leien rond het raam en slijp ze indien nodig, houd een gelijkmatige afstand aan (ca. 12 mm) tussen het zijframe en de uitlijning van de leien.
- Monteer het onderste deel van het gootstuk: Maak het onderste deel vast met de meegeleverde clips.
- Afdeklijsten bevestigen: Maak de onderste afdeklijst vast aan het raam.
- Monteer de zijkanten van het gootstuk: Monteer de zijkanten links en rechts.
- Maak het gootstuk vast: Maak het gootstuk vast met de meegeleverde clips.
- Plaats de bovenste afdeklijsten: Monteer de bovenste afdek-kap op de zijlijsten.
- Monteer het bovenste deel van het gootstuk: Maak het bovenste deel vast met de meegeleverde clips.
- Plaats de leien terug richting het raam: Zorg dat de leien uitgelijnd zijn met de onderste slab en netjes aansluiten op het gootstuk.
- Mogelijk slijpen van leien: Mogelijk moeten de leien aan de bovenkant geslepen worden voor een perfecte aansluiting op het gootstuk.
Na het voltooien van deze stappen is het dakraam geïnstalleerd.
tags: #felsnaad #aansluiting #dakraam