In de laboratoria in de UNS40 en UNS50 komen verschillende afvalstoffen vrij. De laboratoriummedewerkers zijn verantwoordelijk voor het correct aanbieden van deze afvalstoffen. Hieronder zijn de instructies weergegeven voor het correct indelen in categorieën, verpakken, etiketteren en opslaan. De instructies zijn gebaseerd op de prakijk, wet- en regelgeving en de specificaties van de afvalinzamelaar.
1. Gevaarlijke afvalstromen en afvalbeheer in FHML-laboratoria
We onderscheiden binnen de laboratoria van FHML de volgende gevaarlijke afvalstromen: vloeibaar chemisch afval, verpakkingen van chemicaliën, lege verpakkingen van chemicaliën, restanten chemicaliën in originele verpakking, laboratoriumglas, prikgevaarlijk afval: naalden, scalpels en andere kleine scherpe objecten, biologisch en/of chemisch besmette materialen, niet-GGO-afval, GGO-afval, radioactief afval, afval van onderzoek met proefdieren. Medewerkers die werken met proefdieren krijgen hierover specifieke instructies; voor instructies over afval van onderzoek met proefdieren kun je terecht bij het CPV. Instructies voor indeling, inzameling, opslag en overdracht van radioactieve afvalstoffen zijn vastgelegd in de procedures van de Stralingsbeschermingseenheid (SBE).
2. Vloeibaar chemisch afval: indeling, opslag en verwerking
Vloeibaar chemisch afval ontstaat bij onderzoek in het laboratorium en zijn doorgaans mengsels van diverse stoffen met water en/of organische oplosmiddelen. Ten behoeve van veilige en verantwoorde opslag, transport en verwerking worden ze ingedeeld in categorieën zoals te lozen afval, zuren, ontvlambare vloeistoffen, afwijkende vloeistoffen en afdelingsspecifiek afval.
2.1 Te lozen afval: Richtlijn lozingen
De richtlijn lozingen zegt dat gevaarlijke stoffen op het riool zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat alle vloeibare en vaste afvalstoffen uit de laboratoria ingezameld en afgevoerd worden naar erkende afvalverwerkers. Er zijn uitzonderingen voor stoffen die niet schadelijk zijn, slechts in lage concentraties voorkomen en een lage milieu-impact hebben bij lozing.
2.2 Vloeibaar chemisch afval: zuren (in water) en basen
Voorbeelden: zoutzuur (HCl), mierenzuur (CH2O2), zwavelzuur (H2SO4) in water; geen salpeterzuur (HNO3) vanwege reactiviteit. Toegestaan: organische en anorganische zuren (>70% water). Voorbeelden van zware metalen (Cd, Cr, Co, Cu, Mn, Ni, Pb, Sn, V) en halogenen (Chloor, Fluor, Broom) toegestaan bij zuren in water. Uitgesloten stoffen: salpeterzuur (HNO3) en kwik (Hg). Basen en sommige organische oplosmiddelen zijn ook toegestaan afhankelijk van hun chemische samenstelling.
2.6 Afwijkende vloeistoffen: zware metalen
Deze stoffen worden apart ingezameld vanwege milieu-eisen. Kwikverbindingen worden altijd apart ingezameld. Bij grotere hoeveelheden met lage concentraties kan adviesservice worden gevraagd via Servicepoint-FS.
2.7 Afwijkende vloeistoffen: formaline/formaldehyde
Waterige oplossingen met >75% water en <25% para-formaldehyde. Grotere hoeveelheden (>5 liter per jaar) worden als aparte afvalstroom ingezameld. Kleinere hoeveelheden mogen ook bij ontvlambaar afval.
2.8 Afwijkende vloeistoffen: afdelingsspecifiek afval
Bij specifieke vloeibare afvalstoffen die in grotere hoeveelheden en voor langere perioden vrijkomen, kunnen aparte afspraken nodig zijn. Advies via Servicepoint-FS.
2.9 Instructies voor verpakken en opslaan van vloeibaar chemisch afval
Medewerkers zijn verantwoordelijk voor het correct aanbieden van hun gevaarlijke afvalstoffen. Belangrijke instructies:
- 2.9.1 Jerrycans met UN-keurmerk: kunststof jerrycans van 5 liter, hergebruik van lege jerrycans van ethanol onder voorwaarden, UN-keurmerk met productiedatum en kenmerk X of Y. Niet ouder dan 5 jaar bij afgifte; ca. 4,5 jaar voor risicoarme afgifte.
- 2.9.2 Instructie hergebruik lege jerrycans (ethanol): gebruik lege jerrycans met originele dop, SOFOS360-sticker in rode bak, UN-keurmerk ≤3 jaar oud, productiesticker verwijderen/overplakken, grote gevaartikelen verwijderen, label op afvalvat plakken, advies via logistiek.
- 2.9.3 Etiketteren van de jerrycans: logistiek levert etiketten voor categorieën vloeibaar chemisch afval; labmedewerker meldt juiste samenstelling indien nodig.
- 2.9.4 Het vullen van de jerrycans: vulgraad maximaal 90%, temperatuur kamertemperatuur, bij gas/vlucht reageerde inhoud blijft in zuurkast; raadpleeg armico.
- 2.9.5 Voorkom gevaarlijke reacties: gescheiden inzameling van stoffen zoals salpeterzuur en peroxiden; MSDS raadplegen; afdwingen van veiligheid bij verdunnen alleen als nodig voor veiligheidsredenen.
- 2.9.6 Opslag van de jerrycans: opslag volgens werkinstructies, brandveiligheidskasten of zuren-basenkasten.
- 2.9.7 Afvoer van jerrycans: vakgroepen FHML dragen verantwoordelijkheid voor veilige aanlevering van vloeibaar chemisch afval.
3. Lege verpakkingen en restanten chemicaliën in originele verpakking
3.1 Lege verpakkingen van chemicaliën: verpakkingen van glas, kunststof of metaal die schud-, schrap- of schraapleeg en vrij van restanten (drupvrij) zijn; afsluiten met originele dop. Restanten in originele verpakking soms aangemeld als restanten chemische in originele verpakking. Lege jerrycans ethanol (5 liter) kunnen hergebruikt worden voor vloeibaar chemisch afval onder voorwaarden. Buitenkant schoon, dop origineel, rode kratten voor verzameling. SOFOS360-scanning door medewerker gevaarlijk afval. Rode krat vol? Servicepoint-FS inschakelen.
3.2 Restanten chemicaliën in originele verpakking: resten in oorspronkelijke verpakking, inclusief dop en gevarenetiket. Voor grotere hoeveelheden (≥5 verpakkingen) vooraf paklijst aanleveren via Servicepoint-FS. Restanten worden uitgescand en afgeseind naar centrale opslag. Afvoer plannen met voorraadbeheer.
4. Voorbeelden van afval en speciale materialen
Voorbeelden: injectienaalden, afgeknipte capillairen en scalpels. Voor scherpe voorwerpen worden naaldencontainers gebruikt. Injectienaalden mogen nooit los in SZA-vat worden gedeponeerd. In naaldencontainers gelden richtlijnen voor vullen, deksel, schudden, recappen en verwijderen van naalden uit spuiten.
5. Specifiek ziekenhuisafval en GGO-afval (SZA) en biologische veiligheidsniveau
Regulier SZA-gebruik: blauwe SZA-vaten met geel deksel; GGO-laboratoria gebruiken gele vaten met rood deksel. Inhoud omvatten menselijke weefsels, organen, laboratoriumafval besmet met biologisch agentia, bloedproducten, kweekmaterialen, cytostatica en chemisch besmet afval. Lege verpakkingen van chemicaliën worden separaat ingezameld. PCR-pipetten, flessen en glaswerk, en optische platen vereisen speciale behandeling. Injectienaalden andetriage blijven apart ingezameld via naaldencontainers.
Algemene instructies voor SZA-vatten (blauw en geel): geen vrije vloeistoffen in vaten; vloeistoffen zonder verpakking eerst gegeleerd of geabsorbeerd; onderin vat absorptiemateriaal, bij verpakking vocht onderin; ventilaieplanning volgens laboratoriumtype en biosafety-niveaus.
6. Ventilatie, luchtafvoer en filtertechnologie in laboratoria
Ventilatieplanning volgens TS 17441: luchtafvoerapparatuur, diverse luchtstromen, en mogelijke ruimten zoals gasflessenruimten. Zuurkasten volgens EN 14175; industriële luchtfilters volgens EN 1822 (EPA, HEPA, ULPA). TROX-systemen met brandkleppen, volumestroomregelaars en ATEX-certificaten voor explosiegevaarlijke omgevingen. GMP-regels en GLP voor laboratoriumpraktijken en regelgeving; veiligheid en hygiëne staan centraal.
7. Slangen en laboratoriumverbruiksmaterialen
Binnen de wereld van vloeistof- en gastransmissie zijn slangen cruciaal. PVCVoordeel biedt een breed scala aan slangen voor flexibiliteit, drukvastheid, chemische bestendigheid en duurzaamheid. Slangen zijn opgebouwd uit binnenbuis, versterkingslagen en buitenmantel; toepassing in laboratoriuminstallaties, hydraulische en pneumatische systemen, en chemische overdracht. De juiste materiaalkeuze hangt af van het medium, temperatuur, werkdruk en omgeving, waarbij PP, PTFE en PC, PUR, siliconen en metaal als opties gelden. PTFE biedt de hoogste chemische bestendigheid en temperatuurbestendigheid tot 260 °C, terwijl PP vaak voldoende is voor routinewerk met zuren en waterige buffers. De efficiëntie van slangen is afhankelijk van een goede wanddikte, buigdiameter en compatible koppelingen. Voor laboratoriumtoepassingen geldt: kies materialen die inert zijn tegen agressieve chemicaliën en die autoclavebestendigd zijn wanneer autoclaving vereist is. Slangen vereisen periodiek onderhoud en inspectie om lekkages, scheuren en slijtage te voorkomen. Bescherming tegen UV en ozon verlengt de levensduur in buitenomstandigheden. In het lab en op de werkvloer dragen kwalitatieve slangen bij aan veiligheid, efficiëntie en kostenbesparing op de lange termijn.
8. Laboratoriumplastics: chemische bestendigheid en toepassingsgebieden
Laboratoriumplastics zijn essentieel in het dagelijks werk: polypropyleen (PP) is chemisch bestand tegen zuren, basen en veel oplosmiddelen en autoclaveerbaar; LDPE en HDPE bieden flexibiliteit en opslagcapaciteit; polystyreen (PS) is helder en stijf maar niet autoclaafbestendig en gevoelig voor veel oplosmiddelen; polycarbonaat (PC) is sterk en slagvast maar gevoelig voor zuren en oplosmiddelen; PTFE biedt de hoogste chemische bestendigheid en hoog temperatuurbestendigheid; bioplastics zoals PLA en PBAT worden steeds vaker toegepast maar hebben beperkingen in chemische weerstand en composteerbaarheid. Recyclingcodes (1-7) geven aan hoe materiaal gescheiden moet worden; in laboratoriumcontext zijn type 4 (LDPE) en type 7 (overige, waaronder PC en PLA) het minst eenduidig.
9. Materialen en toepassingskeuzes voor laboratoriumverbruiksmaterialen
De keuze hangt af van toepassingen zoals consumptie van chemicaliën, microbiologisch en celcultuurwerk. Thermische geleidbaarheid van plastics is laag; HDPE heeft de hoogste λ-waarde onder gangbare plastics, PTFE is extreem isolerend. Bij PCR en autoclaven spelen wanddikte en materiaalkeuze een cruciale rol. Voor routinewerk met zuren en basen kan PP voldoende zijn, maar voor oxidatieve media of gehalogeneerde oplosmiddelen biedt PTFE de betrouwbaarheid. Voor processen met hoge temperaturen of lichtgevoelige monsters kunnen glazen glaswerk en quartz cuvetten noodzakelijk zijn. Biologisch laboratoriumwerk vereist strikt steriele materialen en specifieke behandeling om contaminatie te voorkomen. BIogebaseerde praktijken vereisen ventilatie, scheiding van pathogenen en kweekomgevingen, en uitgewerkte RI&E voor biologische agentia.
10. Praktische richtlijnen voor veilige omgang en opslag
Veiligheid en hygiëne vereisen het dragen van desinfectiemiddelen en labjassen, het vermijden van sieraden, en het naleven van ventilatie- en afvalregels. Ventilatiesystemen dienen te voldoen aan biosafety-niveaus (BSL) en CFIs; biologische veiligheidsfunctionarissen (BVF) bewaken veiligheid in ggo-gebieden. Voor GGO-werk is vooraf een risicobeoordeling vereist en zijn toegangsvoorwaarden en ventilatie regimes strikt vastgelegd. Het naleven van wettelijke kaders en interne RI&E’s is essentieel voor een veilige en efficiënte laboratoriumwerking.

Toepassingen en samenvatting
Laboratoriumslangen en plastics vormen samen een kritische pijler in veilige, efficiënte en milieuvriendelijke laboratoriumvoering. De juiste slang voor vloeistoftransportsystemen, in combinatie met passende verpakkingen, opslag en etikettering van afval, vermindert risico’s, onderhoudskosten en milieu-impact. De keuze van materialen voor gebruikte verbruiksmaterialen is afhankelijk van chemische bestendigheid, temperatuur, autoclaveerbaarheid en specifieke applicaties zoals microbiologisch werk of celcultuur. Een goed georganiseerde afvalscheiding en -verwerking, conform de richtlijnen lozingen en SZA-regels, is onontbeerlijk voor een verantwoorde labpraktijk.
tags: #flexibele #afvoerslang #afvoer #organische #vloeistoffen #laboratorium