Gemiddelde afvoer Rijn bij Lobith en de huidige waterstand:Wat vertellen de metingen en verwachtingen?

De scheepvaart ondervindt veel hinder van de lage waterstanden.

De Rijn bij Lobith heeft zondag 26 augustus een historisch lage waterstand bereikt.

Rijkswaterstaat heeft daar rond vijf uur een waterstand gemeten van 6,82 meter boven Normaal Amsterdams Peil (NAP).

Dat is zeven centimeter lager dan de tot dan toe laagste waterstand die werd gemeten in 2011.

De binnenvaart lijdt al weken schade door de lage waterstand in de grote rivieren.

Ze kunnen soms wel 65 procent minder vracht vervoeren.

In de Waalbocht bij Nijmegen lopen er zelfs schepen aan de bodem.

Rijkswaterstaat geeft daarom sinds vorige week voor het eerst extra peilingen door voor verschillende trajecten op de Waal.

Schippers kunnen dan eventueel een alternatieve route kiezen.

Volgens expert Alphons van Winden is de waterstand in de bovenstroomse delen zo laag omdat de rivier niet alleen met een lage afvoer te maken heeft, maar ook met bodemdaling van de rivier.

‘Bij dezelfde waterstand past daardoor steeds meer water in de rivier.

Zo werd het huidige record bij Lobith bereikt bij een afvoer van 880 m3/s, terwijl het record van 2011 pas bij een afvoer van 835 m3/s werd bereikt.

Volgens Van Winden treedt bodemdaling op als de bodem van de rivier uit zand bestaat.

‘Dat is vrijwel overal het geval, maar er zijn enkele trajecten waar de bodem van de rivier een jaar of twintig geleden met steen is bestort.

Het gaat om de grote Waalbochten bij Erlecom, Nijmegen en Heesselt.

Om het rivierwater in de bocht beter te stroomlijnen, is de diepe buitenbocht volgestort.

Er gaat dan meer water door de binnenbocht, zodat de rivier voldoende breed blijft en schepen elkaar in beide richtingen kunnen passeren.

De Rijn en de Maas zijn de belangrijkste rivieren van Nederland.

Samen zorgen zij voor het grootste deel van de aanvoer van zoetwater.

Tijdens perioden van droogte, geeft inzicht in waterstanden duidelijkheid over de beschikbaarheid van zoetwater voor landbouw, natuur, scheepvaart en drinkwater.

Tijdens milieu-incidenten is kennis van de waterafvoer en stroomsnelheid nodig om de verspreiding en concentratie van stoffen te berekenen.

Een uitgebreid meetnetwerk van Rijkswaterstaat meet continu de waterhoogte en afvoer (debiet) op vaste locaties.

Deze metingen worden aangevuld met modelberekeningen die verwachtingen geven voor de komende dagen en weken.

Zo kunnen partners, zoals waterschappen en veiligheidsregio's, maar ook het publiek op tijd reageren op bijzondere situaties.

Onderstaande grafieken tonen de verwachte afvoeren van de Maas bij Sint Pieter en de Rijn bij Lobith.

Deze locaties zijn maatgevend voor de hoeveelheid water die Nederland binnenstroomt.

Er worden twee verwachtingstermijnen weergegeven:4-daagse verwachting: de gevalideerde eindverwachting (dieprode kleur), vastgesteld door het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN).

15-daagse verwachting: deze pluimverwachting komt direct uit watermodellen van Rijkswaterstaat, zonder expertcontrole (niet gevalideerd).

Voor de Rijn is naast de afvoer ook een verwachting beschikbaar voor de waterstand bij Lobith.

De Maas ontspringt in Noord-Frankrijk en stroomt via België Nederland binnen bij Eijsden.

Via de Bergsche Maas en de Amer mondt de rivier uit in het Hollandsch Diep en Haringvliet.

Onderweg voegen rivieren als de Samber, de Lesse en de Ourthe ook water toe.

Met een lengte van ongeveer 940 km en een kleiner stroomgebied van circa 33.000 km2 dan de Rijn, is de Maas gevoeliger voor snelle veranderingen.

De Maas is vrijwel helemaal gestuwd om scheepvaart mogelijk te maken.

Hierdoor komen waterstanden meestal overeen met de zogenoemde vaste stuwpeilen.

Bij hoge rivierafvoeren worden de stuwen gestreken (geopend), zodat de Maas vrij kan afvoeren.

Daarom ligt de focus bij de Maas vooral op de afvoer en minder op de waterstand.

De bron van de Rijn ligt in Zwitserland.

Via het Bodenmeer stroomt het water richting Duitsland.

Onderweg voegen rivieren als de Aare, Neckar, Main en Moezel grote hoeveelheden water toe.

Daarnaast draagt smeltwater van gletsjers in Zwitserland, met name in het voorjaar, bij aan hogere aanvoeren.

Water dat uiteindelijk allemaal bij Lobith Nederland binnenkomt en haar weg vervolgt via onder andere de Waal, de Merwede en de Lek richting de Zuidwestelijke Delta.

En via de IJssel richting het IJsselmeergebied.

De Rijn is ongeveer 1.230 km en het stroomgebied is circa 185.000 km2.

Vorige week heb ik op het hoofdforum al aandacht besteed aan de gemeten waterstanden van de Rijn bij Lobith.

Vorige week werd een record-lage stand waargenomen.

Dat is iets anders dan een record-lage waterafvoer.

Doordat de bedding van de Rijn steeds dieper uitslijt worden lage waterstanden nu makkelijker bereikt.

In het verleden zijn er momenten geweest waarop de waterafvoer nog lager was dan vorige week.

Overigens worden de records vaak pas in oktober gevestigd; we hebben dus nog even de tijd.

In 1929 werd de laagste stand in de (strenge) winter gemeten.

Kennelijk waren toen bovenstrooms veel rivieren bevroren en werd er nog maar weinig smeltwater aangevoerd.

Ook in 1953 en 1954 viel de laagste stand in (dezelfde) winter.

Die was toen niet streng, maar het kan natuurlijk dat bovenstrooms de neerslag als sneeuw bleef liggen.

Ik heb overzichten gemaakt van het totale verloop van de waterstand vanaf 1901, verdeeld over drie PDF's.

Dat is op een zelfde manier gepresenteerd zoals ook de weergegevens op logboekweer.nl.

Het debiet (waterafvoer) van de Rijn wordt niet werkelijk gemeten.

De waterstand wordt gemeten, en het debiet wordt daar met een formule uit afgeleid.

Oftewel: er zit nogal wat onzekerheid in de berekende afvoerhoeveelheden.

De afvoeren worden namelijk niet gemeten, maar afgeleid van de stand dmv een zgn waterstand-afvoer relatie.

Deze wordt eens in de ca 10 jaar (recent wat vaker) bijgewerkt vanwege de veranderende bodemligging en het verloop in de waterstanden.

Dit betekent dat na die 10 jaar de afvoer bij dezelfde stand naar boven wordt bijgesteld.

Daarnaast zijn van de oudere jaren de debieten pas rond 1950 (weet t jaartal niet met zekerheid) met terugwerkende kracht bepaald.

Daarbij zijn zeker afwijkingen in waterstand -afvoer niet altijd correct meegenomen.

Tenslotte is er dit jaar een extra correctie geweest van de relatie, waarbij, met name voor de lagere afvoeren, de afvoer bij dezelfde stand naar beneden is bijgesteld.

In plaats dus van naar boven zoals voorheen steeds gebeurde.

Deze correctie heeft er voor gezorgd dat de afvoer nu bij dezelfde stand als in 2018 (beide ca 6,5m) ca 65 m3/s lager is; 670 nu in vergelijking met 735 in 2018.

Ik heb hier zelf ook nog wat aan gerekend.

Ik heb voor alle data de verhouding uitgerekend tussen de door RWS opgegeven waterstand en de afvoerhoeveelheid.

Van de waterstand in NAP heb ik 5 meter afgetrokken, dat zal zo ongeveer de hoogte van de rivierbodem zijn.

Dat levert het onderstaande plaatje op.

We zien dat vanaf ongeveer 1971 de verhouding steeds meer wordt aangepast.

Vanaf ongeveer 2000 gebeurt dit heel geleidelijk, grote sprongen zitten er niet in.

Wel merkwaardig is het laatste stukje, zoals Alphons ook al opmerkt.

Nu worden er opeens bij gemeten waterstanden weer lagere afvoeren berekend.

In de periode tot en met 1963 zien we nog opvallende uitschieters naar beneden.

Dat zullen allemaal strenge winters zijn.

De waterafvoer in de Rijn daalt eind volgende week naar mogelijk 660 m3/s bij een waterstand van 6,5 meter.

Daarmee zou de stand onder die van 2018 kunnen zakken, schrijft Alphons van Winden op de site Waterpeilen.nl.

De voorspellingen worden gedaan met een slag om de arm, want als regen valt in het stroomgebied van de Rijn kan de daling minder groot zijn.

De kans daarop is evenwel niet groot.

NeerslagtekortHet hogedrukgebied zorgt nog voor minstens een week voor warm weer, met tropische temperaturen.

De Rijn is de afgelopen week gedaald van ca 6,9 meter bij Lobith aan het begin van de vorige week naar 6,75 meter op dit moment.

De afvoer daalde van ca 850 naar 780 m3/s.

De daling stagneerde even door buien die eind vorige week vielen in het stroomgebied van de Moezel en later de Alpen, maar zet nu weer door.

Van 740 m3/s naar 710 m3/s naar 680 m3/s en mogelijk 660 m3/s, zo is de verwachting.

Door de lage waterstanden in Rijn en Maas ondervindt de scheepvaart steeds meer hinder.

Schepen varen met minder lading, passeren wordt steeds lastiger door smalle vaargeulen.

Waterschappen nemen nieuwe maatregelen.

Zo pompte Zuiderzeeland afgelopen weekend water uit het Markermeer naar het Veluwemeer, om het waterpeil op niveau te houden in het randmeer.

In het westen staan maatregelen in het teken van de verzilting.

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard zag door verhogen van de waterpeilen in Nieuwerkerk aan de IJssel het water over de dijk aan de Ringvaart lopen.

“Voor de dijk is dit geen probleem want de dijk heeft een sterk kleidek.

De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) is sinds 3 augustus opgeschaald naar niveau 2.

Rijkswaterstaat verwacht de komende dagen een zeer lage waterafvoer te meten in de Rijn bij Lobith.

Dat gebeurde maar één keer eerder in de julimaand, in 1976.

Een beperktere invoer van zoet water via de rivieren ten zuiden en oosten van Nederland kan leiden tot watertekorten.

Eerder deze maand hebben de Landelijke Coördinatiecommissies bij Watercrises al niveau 1 vastgesteld: een dreigend watertekort.

Doordat zeewater de rivieren instroomt ontstaat daarnaast een risico op verzilting.

Voor de binnenvaart zijn al beperkingen ingesteld.

Om zoet water zo lang mogelijk vast te houden, gaan sluizen minder vaak open.

De situatie in de Rijn komt doordat de aanvoer vanuit brongebied Zwitserland zeer laag is voor de tijd van het jaar, schrijft Rijkswaterstaat.

Ook de aanvoer naar de Maas is lager dan gebruikelijk, daar stroomde zaterdag zo’n dertig kubieke meter water per seconde.

De regen in de stroomgebieden van Rijn en Maas heeft maar beperkt bijgedragen aan het voorkomen van droogte.

Tegelijkertijd zorgde het warme weer voor meer verdamping, slechtere waterkwaliteit en een toenemende vraag naar zoet water van industrie.

Om elf uur zaterdagochtend werd bij Lobith al minder dan 900 kubieke meter afgevoerd: 896.

Dit zal verder afnemen tot dinsdag.

Na 15 juli is de verwachting dat de afvoer verder daalt, maar dan wel in een langzamer tempo.

Dan nemen ook de regenkansen weer toe.

Infographic: Ontwikkeling waterstanden Rijn bij Lobith en afvoeren

Bodemdaling en zeespiegelstijging zorgen ervoor dat steden zinken.

Belangrijke inzichten en cijfers

De afvoer is afhankelijk van zowel de waterstand als de bodemligging, waardoor onzekerheid in berekende afvoeren kan ontstaan.

De afvoer bij dezelfde stand kan door correcties in de relatie waterstand-afvoer variëren, vooral bij lagere afvoeren.

Rijkswaterstaat meet continue waterhoogte en afvoer en gebruikt modellen om verwachtingen te geven voor komende dagen en weken.

Voor de Maas geldt een soortgelijke aanpak waarin stuwen bij hoge afvoeren worden gestreken en de focus op afvoer ligt.

OnderwerpDetails
Historische hoogte6,82 m boven NAP op 26 augustus
Record-afvoer880 m3/s bij Lobith (nuering lager dan 2011)
Innovatieve metingenExtra peilingen op Waal sinds vorige week
Verwachtingen4-daagse en 15-daagse pluimverwachting, Lobith waterstand

De vraag naar zoetwater vanuit landbouw, natuur, drinkwater en industrie blijft hoog, terwijl verzilting een risico kan vormen bij aanvoerbeperkingen.

tags: #gemiddelde #afvoer #lobith