In 1938 bouwde de NSB een spreekwoordelijk hutje op de hei. De hei in kwestie was de beboste omgeving van het Veluwse Lunteren; het hutje fungeerde als directiegebouw voor het grote partijterrein dat hier verrees. Een van de subtielere functies van architectuur is communicatie, maar fascistische architectuur maakte de boodschap liever zo duidelijk mogelijk: NSB-geestverwant Hitler noemde bouwkunst niet voor niets ‘het woord in steen’. In Nederland zijn in Lunteren en Den Haag voorbeelden van NSB-architectuur te vinden die ons iets kunnen leren over de fascistische ideologie van de beweging waarin het idee van een ‘volksgemeenschap’ centraal stond.
De locatie van het partijterrein in Lunteren op de ruige Veluwe was geen toeval: volgens de bloed-en-bodem-aanhangers onder de partij-ideologen waren er in de omgeving allerlei sporen van Germaanse volkscultuur te vinden, zoals grafheuvels en andere cultusplaatsen. Het belangrijkste gebouw op het terrein was een groot spreekpodium, bestaande uit een lange gebogen muur met balkon en twee kleinere muren die zich links en rechts uitstrekten. De hoofdmuur bestond volgens de bouwvergunning uit “reuzenmoppen”, de zijmuren uit “zwerfkeien”. Dit is niet de droge technische informatie die je verwacht in bouwvergunningen, maar ideologische: in beide materialen school namelijk een symbolische betekenis. Zwerfkeien zouden bij de Germanen als cultusplaatsen gediend hebben (denk aan de hunebedden) en reuzenmoppen, grote bakstenen uit de Middeleeuwen, moesten de architectuur van de Gotiek in herinnering brengen. Dat de NSB zulke radicale opvattingen over een Germaans(e) verleden, bloed en bodem had, komt misschien als een verrassing.
In de geschiedschrijving zijn de NSB en Mussert vaak voorgesteld als bekrompen nationalisten wier landverraad hun meest opvallende kenmerk was, maar uit het gebouw in Lunteren blijkt dat daar een fascistische ideologie achter schuilging die veel verder ging dan we beseffen. Dit is echter niet het hele verhaal, want de cultuuropvattingen van de beweging waren niet eenduidig. Tegenover de ‘Germaanse’ stroming binnen de NSB stond een stroming die toch meer conservatief-nationalistisch was. Deze uit zich in het NSB-gebouw in Den Haag, waar de Germanen geen rol speelden maar de nadruk lag op de zeventiende eeuw. Het betrof het Kabinet van de Koningin aan de Hofvijver dat de bezetter in februari 1943 aan de NSB toewees opdat Mussert er zijn collaboratiefunctie ‘Leider van het Nederlandse volk’ kon uitoefenen. Het was een zeventiende-eeuws pand dat in latere tijden verbouwd was, waarop een architect opdracht kreeg het huis weer in zeventiende-eeuwse staat terug te brengen. Een uitbouw verdween, de ruiten aan de voorgevel werden vervangen en het interieur werd voor zover mogelijk gerestaureerd. Hier was dus ook sprake van een verleden dat inspiratie bood, maar in plaats van een prehistorisch Germaans verleden ging het hier om Nederlands hoogtijdagen van de Gouden Eeuw.
“Het nationaal-socialisme gaat uit van het eigen volk en den eigen volksaard. Daar vindt het zijn waardemeters voor het leven. Er waren binnen de fascistische ideologie van de NSB dus twee stromingen ten aanzien van de interpretatie van een onveranderlijke ‘volkseigen’ cultuur die bovendien van vreemde smetten vrij moest blijven: een Germaans denkende ‘bloed en bodem’-stroming en een meer conservatief-nationalistische die uitging van de meer traditionele vaderlandse geschiedenis. Het pand in Den Haag is ondanks zijn NSB-uiterlijk nog steeds in gebruik als Kabinet van de Koning. Het spreekpodium in Lunteren, in de volksmond de ‘Muur van Mussert’ genoemd, is de laatste tijd echter onderwerp van discussie. Bewaren lijkt me beter. Laten we het woord in steen nu zien als waarschuwing in steen. Voor (jonge en oude) historici mag het gebouw met zijn Germaanse symboliek een afschrikwekkend voorbeeld zijn van hoe het verleden ondergeschikt gemaakt kan worden aan politieke doeleinden. Voor Nederland mag het een waarschuwing zijn voor waar de NSB werkelijk voor stond: een ideologie die uitging van een primordiale volksgemeenschap bedreigd door vreemde en internationale invloeden. Dát is waar we in 1945 van bevrijd zijn.
In Den Haag stond het Kabinet van de Koningin als voorbeeld van conservatief-nationalistische verwijzingen naar de vaderlandse geschiedenis.
Het NSB-gebouw in Lunteren gebruikte symbolische materialen zoals zwerfkeien en reuzenmoppen om Germaanse en Gotische herinneringen op te roepen.
Het contrast tussen Germaanse en conservatieve stromingen toont de complexiteit van NSB-ideologie binnen verschillende gebouwen en periodes.

Het Mauritshuis onderging restauraties die de klassieke voorstellingen van zandsteen en marmer benadrukten, met Bentheimer zandsteen en grondige herstellingen van het gevelwerk. De Bijenkorf in Den Haag toont de Amsterdamse School met expressieve baksteenarchitectuur en een rijk interieur met bronzen details en sculpturen, waaronder werk van Hildo Krop. Architect Piet Kramer wordt gezien als een avant-garde van de Amsterdamse School en zijn ontwerpen kenmerkten zich door een combinatie van functionele indeling en rijke decoratie, onder meer in de hoekpartijen en de lichthal.

In de huidige discussies over erfgoed wordt het Lunterense spreekpodium soms geroemd als geschiedenisles in steen, maar ook gewaarschuwd als zichtbare herinnering aan politieke instrumentalisatie van architectuur. De omgeving van het Binnenhof toont een samenspel van middeleeuwse en moderne gebouwen die Den Haag tot een veelzijdige stedelijke geschiedenisplek maken. Het Binnenhof en de Ridderzaal behoren tot de oudste gebouwen van Den Haag en vormen het kloppende hart van de democratie; de Ridderzaal werd in de dertiende eeuw gebouwd en heeft sindsdien verschillende functies gehad. Het Vredespaleis, Paleis Noordeinde en de Grote Kerk blijven prominente symbolen van de stad en haar open historische debat.

Baksteen heeft een lange traditie als gevelbekleding; de combinatie van baksteen, bouwkeramiek en gerelateerde materialen zoals kalkzandsteen en betonsteen biedt een rijk palet aan texturen en kleuren. In de wederopbouw werden nieuwe technieken en variaties zoals drooginrichtingen en torenhoge bakstenen penanten ontwikkeld, met voorbeelden zoals het ANWB-hoofdkantoor in Den Haag en andere karakteristieke gebouwen uit het interbellum en naoorlogs bouwen. De baksteenrenaissance van de jaren tachtig bracht meer variatie in metselverband, kleur en textuur, terwijl in de oorlogsfase betonsteen en innovatieve betonblokken een grotere rol kregen.

In Den Haag bevinden zich talloze historische en moderne gebouwen die een verhaal vertellen over de veranderende relaties tussen functie, stijl, en beleid. De skyline en de publieke ruimte tonen hoe architectuur diplomatie, macht en cultuur kan uitdrukken, en hoe historische ontmoetingen met hedendaagse toepassingen voortdurend nieuw werk verrijzen in het stedelijk geheugen. Deze route door Den Haag laat zien hoe geschiedenis en architectuur elkaar beïnvloeden en hoe gevels ons vertellen wie we waren en wie we willen zijn.