2024 - De richtlijn Isolatie betreft de herziening van de WIP-richtlijnen ‘Indicaties voor isolatie’, ‘Bouw- en inrichtingseisen: Ventilatie isolatiekamers’, ‘Aerogene isolatie’, ‘Contactisolatie’, ‘Druppelisolatie’, ‘Strikte isolatie’ en ‘Onderzoek en behandeling van geïsoleerde patiënten’.
Onder andere deze richtlijnen zijn samengevoegd tot één overkoepelende richtlijn isolatie die voor de verschillende zorgdomeinen toepasbaar is.
Met het uitbrengen van deze richtlijn komen bovengenoemde richtlijnen te vervallen.
In deze richtlijn wordt beschreven bij welke infectieziekten of (potentieel) pathogene micro-organismen, of een verdenking hierop, aanvullende infectiepreventiemaatregelen nodig zijn boven op de algemene voorzorgsmaatregelen (AVM).
Daarnaast wordt er beschreven hoelang de genomen infectiepreventiemaatregelen moeten duren, op welke wijze transmissie van het (veroorzakend) micro-organisme plaatsvindt en welke eisen gesteld worden aan de ruimte waar de isolatiepatiënt verpleegd/behandeld wordt.
In de richtlijn Isolatie komen de volgende onderwerpen aan bod: Indicaties voor isolatie en isolatieduur; Isolatieduur norovirus; Infectiepreventiemaatregelen voor contact-, druppel- en/of aerogene isolatie; Infectiepreventiemaatregelen; Mobilisatie; Speelgoed/domotica; Eisen (isolatie)kamer; Ventilatie bij contact- en/of druppelisolatie; Isolatiekamer: ventilatievoud; Isolatiekamer: drukhiërarchie en -verschil; Isolatiekamer: positie luchtroosters.

De SRI-richtlijn Isolatie is in 2024 gepubliceerd en is multidisciplinair opgesteld door vertegenwoordigers van SRI-partners zoals de NVMM, RIVM en andere professionals.
Een belangrijke wijziging ten opzichte van eerdere richtlijnen is de indicatie voor het gebruik van schort en handschoenen bij contact-, en druppelisolatie.
Implementatie van de nieuwe SRI-richtlijn op alle kinderafdelingen in Nederland kan leiden tot een drastische vermindering in het gebruik van single-use items als handschoenen en schorten.
Voor isolatiemaatregelen geldt echter dat het beleid van de afdeling Infectiepreventie van de eigen zorginstelling leidend is.
Enquête over de nieuwe SRI-richtlijn Isolatie: NVK-expertisegroep Duurzaamheid wil met een enquête in kaart brengen hoe de implementatie verloopt en wat de verschillen zijn in diverse zorginstellingen.
De hygiënerichtlijn voor Kinderopvang is voor het laatst volledig herzien in 2025 en bevat instructies (bijvoorbeeld voor handen wassen), voorbeelden van schoonmaakschema's en een normenlijst.
Deze richtlijn is bedoeld voor alle medewerkers en beroepskrachten die werkzaam zijn in de kinderopvang en geeft normen en tips voor het uitvoeren van een goede (basis)hygiëne.
De term hygiëne is synoniem met infectiepreventie: het voorkomen van de overdracht en verspreiding van infectieziektes.
Hoofdverantwoordelijkheid voor de implementatie en uitvoering van de hygiënerichtlijn ligt bij de werkgever; hij is direct verantwoordelijk voor een goede hygiëne binnen de organisatie.
De praktische uitvoering ligt grotendeels bij de medewerkers en de facilitaire dienst.
In deze richtlijn wordt met 'opvang' zowel kinderdagopvang als buitenschoolse opvang bedoeld; iedereen die in de kinderopvang werkt heet 'medewerker' en de houder of manager heet 'werkgever'.
Hygiëne en ziekteverwekkers: een goede hygiëne beperkt de verspreiding van ziekteverwekkende micro-organismen; niet alle micro-organismen veroorzaken ziekte; de meeste micro-organismen zijn onschuldig en/of nuttig voor de mens.
Kinderen hebben een nog in ontwikkeling zijnde afweer: zij zijn kwetsbaar voor ziekteverwekkers en kunnen hierdoor erg ziek worden; zij hebben een grotere kans op het oplopen van een infectieziekte via andere kinderen en door het gebruik van gezamenlijke spullen en toiletten.
Op basis van artikel 26 van de Wet publieke gezondheid (Wpg) dienen kindercentra een melding te maken bij de GGD als er zieken zijn met maag-darmproblemen, braken en/of diarree, geelzucht, uitslag of andere ernstige aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard.
Informatie over de meldingsplicht is te vinden via Artikel 26-meldingen Wpg-instellingen.
Soms kan een ziekteverwekker zorgen voor meerdere zieke mensen in een korte tijd, uitbraak genoemd; bij twijfel contacteer altijd de GGD.
Op de RIVM-pagina Hygiëne (KIDDI) vind je informatie over infectieziekten bij kinderen, maatregelen en dagelijkse hygiëne, en wanneer een infectieziekte gemeld moet worden bij de GGD.

Hygiënenormen staan in een geel kader; door het uitvoeren van de normen voer je een goed hygiënebeleid en beperkt u de overdracht en verspreiding van ziekteverwekkers.
Een van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers zich verspreiden, is via de handen; handen wassen met stromend water en vloeibare zeep uit een pompje en goed af te drogen verwijdert de ziekteverwekkers zo veel mogelijk.
Vloeibare zeep heeft de voorkeur boven blokzeep; handdrogers zijn minder hygiënisch dan wegwerpdoekjes.
Als handen wassen niet mogelijk is, kunnen medewerkers handen desinfecteren met een handdesinfectiemiddel, maar niet bij kinderen en zorg dat kinderen niet bij de middelen kunnen komen.
Het schema 'Instructies handen wassen' is bij de richtlijn gevoegd; het is belangrijk om te letten op sieraden en nagelbedekking.
Horloges, armbanden, ringen en overige sieraden kunnen ziekteverwekkers vasthouden; in risicohandelingen is het dragen van sieraden niet aan te raden.
In de kinderopvang geldt: bij risicohandelingen zoals voedselbereiding, verschonen van luiers en verzorgen van wonden, vermijd sieraden en draag geen handschoenen tenzij noodzakelijk.
Nagels en nagelbedekking: lange nagels en beschadigde nagelbedekking kunnen ziekteverwekkers vasthouden; het wordt aangeraden helemaal geen nagelbedekking te dragen; handschoenen worden alleen bij speciale situaties gebruikt.

Hygiënenormen: handen wassen na elke luier en na toiletbezoek; handen wassen na verwondingen en na onthuld contact met lichaamsvloeistoffen.
Tijdens uitbraken kan het gebruik van handschoenen en desinfecteren van verschoningskussens worden aanbevolen; instructies staan beschreven in de relevante paragrafen.
De inrichting en het onderhoud van de verschoonplaatsen, toiletten en afvalbeheer worden beschreven met normen voor hygiëne en afvalverwerking; doel is om verspreiding van ziekteverwekkers te voorkomen.
Het gebruik en onderhoud van wasbare luiers, en afspraken met ouders/verzorgers over opslag en wassen, worden eveneens behandeld in de normen.
In de context van kinderopvang en gehandicaptenzorg is HACCP-voedselveiligheid verplicht voor instellingen die voedsel bereiden of verwerken, met referenties naar de Europese regelgeving en Nederlandse hygiënecodes.

In het ziekenhuis wordt isolatie toegepast ter bescherming van patiënten; isolatie kan meerdere vormen aannemen en vereist specifieke maatregelen zoals schorten, handschoenen en soms mond-neusmaskers voor personeel en bezoek.
Isolatiekaart en pictogrammen op de kamerdeur geven aan welke maatregelen genomen moeten worden bij het betreden van de isolatieruimte.
Ouders/verzorgers dienen bij een isolatiegebeurtenis mee te werken met handhygiëne, beperkte kamerbezoeken en eventuele extra maatregelen tijdens bezoeken.
Bezoekers worden geadviseerd om hun handen te desinfecteren of te wassen bij het verlaten van de kamer en om alleen naaste familieleden te bezoeken, met extra voorzorgsmaatregelen als iemand ziek is.
De pedagogisch medewerker kan ondersteuning en activiteiten bieden aan het geïsoleerde kind en ouders ondersteunen bij omgang met de ziekte en isolatie.

Als een kind in isolatie ligt, blijft het op een éénpersoonskamer; deuren naar de gang blijven dicht en personeel draagt schorten, handschoenen en soms een mondneusmasker terwijl ze de kamer betreden.
De kamer kan gedurende onderzoek of behandeling tijdelijk verlaten worden onder strikte maatregelen; isolatierichtlijnen verhelderen wat wel en niet is toegestaan.
Bij vragen tijdens de isolatie kunnen ouders en verzorgers contact opnemen met zorgpersoneel via de belknop op de kamer.
Specifieke handelingen rondom speelgoed, voeding en wasgoed worden afgehandeld volgens de isolatie- en hygiëneprotocollen om verspreiding te voorkomen.
De implementatie van de isolatierichtlijnen vraagt om vertaling naar concrete werkinstructies in elke zorginstelling, met afstemming op type instelling en populatie.

Informatie over meldingsplicht en de meldpunten bij GGD blijft essentieel bij het voorkomen van uitbraak en bij signalering van infectieziekten bij kinderen.
Bij uitbraken of twijfels wordt geadviseerd contact op te nemen met de GGD; zij geven aanvullende adviezen om de uitbraak te bestrijden en om beleid aan te passen.
Praktische samenvatting van belangrijke maatregelen
Handhygiëne is de basis: was handen met water en zeep wanneer zichtbaar vuil, na toiletbezoek, na verschonen en na contact met lichaamsvloeistoffen; gebruik desinfectiemiddelen alleen wanneer handen niet vuil zijn en kinderen uit de buurt blijven van middelen.
Sieraden en nagels: draag geen sieraden en behoud kortgeknipte nagels om de overdracht van ziekteverwekkers te beperken; gebruik geen kunstnagels;
Kleding en persoonlijke bescherming: draag schorten en waar nodig mond-neusmaskers bij isolatie en volg de protocollen van de instelling en de GGD.
Veilig afvalbeheer en schoonmaak: leeg prullenbakken regelmatig, desinfecteer oppervlakken met geschikte middelen en gebruik geen mengsels die gevaarlijk kunnen zijn.
Speelgoed en domotica: speelgoed en elektronische toestellen dienen zorgvuldig te worden schoongemaakt en waar nodig afgebakend om besmetting te voorkomen.