In deze uitgave behandelen we de regelgeving rondom goothoogte bij platte daken en de definities die daarbij horen, met verwijzing naar relevante jurisprudentie en planregels. De discussie draait met name om hoe de goothoogte moet worden gemeten en welke grenzen gelden ten aanzien van bouwhoogte en afstand tot perceels- of bouwperceelsgrenzen. Ook wordt aandacht besteed aan hoe voorschriften uit omgevingsvergunningen in samenhang met bestemmingsplannen geïnterpreteerd dienen te worden.
Wat is goothoogte volgens de planregels?
Ingevolge artikel 2.2 van de planregels wordt de goothoogte van een bouwwerk gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. 2.2. Het dak van de varkensstal bestaat uit hellende vlakken met een tussenliggend plat dak. De hoogte van het snijvlak tussen de zijgevel en het dakvlak bedraagt 4 m aan de linkerzijde van afbeelding A en 3 m aan de rechterzijde van afbeelding.
De rechtbank heeft terecht overwogen dat uit artikel 2.2 van de planregels volgt dat de goothoogte van de varkensstal moet worden gemeten aan de buitenkant van de nieuwe stal op het punt waar het schuine dakvlak eindigt en overgaat in de zijgevel en niet ter plaatse van het tussenliggende platte dakvlak. Daarbij geldt dat de stelling dat de goothoogte op andere plekken hoger zou zijn, geen aanleiding geeft tot een andere maatstaf. water van het platte dak wordt via een inpandig systeem afgevoerd en niet aan de buitenzijde van de stal, waardoor delen van het dak niet als goot of druiplijn kunnen worden aangemerkt voor de meting.
Uitleg over meting aan het platte dak en druiplijn
In de uitspraak wordt gewezen op het verschil met de situatie in een andere zaak (uitspraak 16 december 2015) waar wel op de snijlijn van het platte dak en het gevelvlak werd gemeten. In de onderhavige zaak is de goothoogte ingevolge artikel 2.2 echter niet op dezelfde wijze te meten. Het relevante meetpunt is de buitenkant van de stal waar het schuine dak eindigt en overgaat in de zijgevel.
Afstand tot de grens van het bouwperceel en definities
Een belangrijke beroepsgrond betoogt dat de varkensschuur tegen de grens van het bouwperceel is gebouwd en dat een afstand van 5 m tot de grens ontbreekt. In artikel 3.2, aanhef en onder b, onder 2, van de planregels bestaan geen duidelijke aanknopingspunten voor zo’n verplichting, en de termen “bouwperceel” en “bouwperceelsgrens” worden wel gedefinieerd, maar niet het begrip “perceelsgrens”. Daarmee wordt de interpretatie van de afstand begrensd door de planregels en niet direct door de grenzen van het kadaster. De rechtbank merkt op dat dit niet automatisch impliceert dat er een afstand van 5 m moet worden aangehouden tot de grens van het bouwperceel; het hangt samen met hoe de begrippen in de regels zijn opgenomen.
Verduidelijking via voorschriften en bestemmingsplannen
Voorschrift 4 van het besluit van 21 juni 2012, gewijzigd bij besluit van 17 juni 2015, vereist dat “voordat de bouw van de vleesvarkensstal aanvangt, de bereikbaarheid van de achterzijde van het perceel met blusvoertuigen via Vierde Weggetje is gerealiseerd.” De rechtbank oordeelt dat dit voorschrift geen toestemming geeft tot daadwerkelijk een toegang via Vierde Weggetje te realiseren en dus geen strijd oplevert met bestemmingsplannen. Wel kan toekomstige verharding via de strook grond tot discussie leiden, maar dit staat los van de huidige omgevingsvergunning.
Standpunten over strijd met bestemmingsplannen en afwijkingen
Het college kan afwijken van artikel 15.2, aanhef en onder l, van het bestemmingsplan als de bouwplanso niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In deze zaak is het afwegingskader gebaseerd op advies over de ruimtelijke impact en het bebouwingsbeeld in de omgeving. De rechtbank oordeelt dat de afweging van het college redelijk is en geen concrete omstandigheden oplevert die tot een ander oordeel zouden leiden.
Daarnaast wordt er in de uitspraak aandacht besteed aan het feit dat het college misstanden in de parkeerregeling en de invloed daarvan op het parapludak (Parapluplan) heeft meegewogen. De beroepsgrond dat een toename van de parkeerbehoefte niet adequaat gecompenseerd wordt, wordt verworpen en de vergunning kan in die zin rechtmatig blijven staan.
Inwerkingtreding Omgevingswet en consequenties voor de zaak
Vanaf 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet ingegaan. Wanneer een aanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding blijft het recht zoals dat gold vóór die periode van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt. In dit geval is de aanvraag ingediend op 23 februari 2023, waardoor de Wabo voor het oude tijdperk van toepassing blijft. Hiermee worden de regels omtrent goothoogte en meten van bouwhoogte getoetst aan de oudere planregels.
Conclusie over goothoogte en regelgeving
De goothoogte moet worden gemeten op de juiste meetplaats volgens artikel 2.2 van de planregels, namelijk aan de buitenkant van de stal op het punt waar het schuine dakvlak eindigt en overgaat in de zijgevel. De afstand tot de grens van het bouwperceel is afhankelijk van de definities in de planregels en vereist een zorgvuldige interpretatie binnen de context van het bestemmingsplan. Voorafgaand aan de bouw dient de bereikbaarheid voor brandweer en de ruimtelijke afweging met de bestemmingsplannen te worden gewaarborgd, zonder onnodige strijd met de regels op het gebied van goothoogte en bouwhoogte.

Bestemmingsplan en omgevingsplan 1
- Goothoogte meten volgens buitenkant van bouwwerk waar schuine dakvlak eindigt.
- Verzoeken om afwijkingen dienen te onderbouwen vanuit een goede ruimtelijke ordening.
- Voorschriften over bereikbaarheid voor blusvoertuigen kunnen geen directe toegang tot een perceel forceren.
- Inwerkingtreding Omgevingswet speelt geen terugwerkende kracht op aanvragen ingediend vóór 1 januari 2024.
| Onderwerp | Belangrijke regel/uitspraken | Consequence |
|---|---|---|
| Goothoogte | Gemeten vanaf peil tot bovenkant goot aan buitenkant, bij overgang dakvlak naar zijgevel | Maximale hoogte volgens planregels blijft 4 m (of zoals planregel bepaalt) |
tags: #goothoogte #bij #platte #daken