Een dakgoot speelt een cruciale rol in de waterafvoer van uw woning, waarbij het regenwater niet direct op de grond valt, maar netjes wordt afgevoerd. Aan de dakgoot wordt een regenpijp gekoppeld om het water verder naar beneden te leiden. Het is van essentieel belang om de dakgoot op de juiste hoogte te installeren voor een optimale functionaliteit.
Het bepalen van de juiste dakgoot en afmetingen
Voordat u begint met de installatie, is het bepalen van het juiste type dakgoot van groot belang. Dit hangt primair af van de grootte van uw dak. Voor daken tot 40m² is een dakgoot met een breedte van minder dan 100mm doorgaans volstaat. In dit stappenplan wordt een bakgoot van 65mm gebruikt als voorbeeld.
Voor grotere daken, bijvoorbeeld rond de 100m², is een bredere dakgoot aan te raden, zoals een kraalgoot of bakgoot van 125mm. Deze bredere goten kunnen aanzienlijk meer water opvangen. Het aantal benodigde uitlopen (aansluitingen voor regenpijpen) is eveneens afhankelijk van de dakgrootte. Een algemene richtlijn is één uitloop per 8 meter dakgoot.
De grootte van de regenpijp is een bepalende factor voor de afvoercapaciteit. Een regenpijp van 70 mm kan de regen verwerken van een klein dak van ongeveer 40 vierkante meter. Voor een dakoppervlak van ongeveer 50 m2 is een regenpijp met een diameter van 80 mm aan te raden. Voor grotere daken is een diameter van 100 mm nodig. Voor zeer grote daken of bedrijfspanden volstaat vaak een diameter van 120 mm of groter.
Afmetingen van dakgoten en regenpijpen
Voor de meeste woningen zijn dakgoten tussen de 125mm en 190mm breed geschikt, omdat deze maten goed aansluiten op de waterhoeveelheid van een gemiddeld dak. Regenpijpen hebben vaak diameters van 80mm tot 100mm. Voor kleinere daken, zoals schuurtjes of garages, kan een buis van 60mm volstaan.
Snelle rekentip: de afstand tussen de gevel en de dakrand is ongeveer de helft van de minimale gootmaat die u nodig heeft.
Gootbeugels zijn er in diverse varianten. De eerste en laatste beugel bepalen het aantal benodigde beugels. Een maximale afstand tussen twee gootbeugels is 50 cm om doorhangen te voorkomen. Voor een goede afvoer is een afschot van 2-3 mm per meter richting de regenpijp aan te houden.
Installatie van de dakgoot: stap voor stap
- Allereerst bepaalt u op welke hoogte de dakgoot geplaatst moet worden zodat al het hemelwater adequaat wordt opgevangen. Een goot die te laag zit kan water over de rand sturen.
- Vervolgens bepaalt u de locaties van de gootbeugels. Houd rekening met maximale 50 cm tussen twee beugels.
- Daarna gaat u de gootbeugels daadwerkelijk plaatsen. Plaats eerst de eerste en de laatste beugel om het juiste afschot te krijgen. Voor elke meter dakgoot dient u 3 mm afschot aan te houden. Een voorbeeld: een goot van 4 meter heeft 12 mm afschot.
- Span een strak koord tussen de eerste en laatste beugel. Dit koord dient als referentie voor de juiste hoogte van de tussenliggende beugels.
- Plaats de goot in de beugels en werk af met verbindingsstukken en eindstukken. Indien nodig maakt u de goot op maat met een ijzerzaag en schuur fijn af.
- Monteer de regenpijp, meet de hoogte vanaf het einde van de goot tot aan de grond en zaag op maat. Bevestig de beugels om de 1,5 meter langs de gevel en schuif de regenpijp door de beugels. Lijm de pijp vast aan het koppelstuk aan de goot.
- Controleer de waterafvoer door een test met een emmer water of slang. Pas zonodig de afschot aan zodat het water vlot wegloopt zonder te morsen.
- Plaats eventueel een bolrooster in de goot om bladeren en vuil buiten te houden. Laat de regenpijp nooit direct op de grond eindigen; oververven of afvoeren naar een infiltratiesysteem kan nodig zijn.
Op maat maken en verbinden van dakgootdelen
Wanneer de goot op maat gezaagd moet worden, teken dan haaks af en begin bij de bodem. Voor het verbinden van twee delen wordt een verbindingsstuk met lijm gebruikt. Voor PVC-dakgoten is speciale PVC-lijm vereist. Bij klemverbindingen schuift u onderdelen in elkaar tot ze klem zitten. Verbindingsstukken worden vaak gebruikt bij meerdere dakgoten of hoeken.
Aansluitingen en afwatering
De dakgoot wordt gekoppeld aan de regenpijp via uitlopen en eindstukken. Een verloop naar de riolering of een infiltratiesysteem is vaak nodig bij grotere daken; voor kleinere daken kan een grindgat volstaan. Het systeem kan ook geschikt zijn voor opslag van regenwater via een regenton of hydroblob-technieken.
Onderhoud en duurzaam gebruik
Het is raadzaam om de dakgoot minimaal één keer per jaar grondig te reinigen, bij voorkeur voor de herfst. Een gootschep is hierbij handig. Regelmatig onderhoud voorkomt verstoppingen en beschadigingen en verlengt de levensduur van het systeem.
Kleur, materiaal en varianten
Dakgoten zijn verkrijgbaar in kunststof (PVC), zink en aluminium. PVC is licht en makkelijk te installeren, Zink biedt esthetiek en lange levensduur, Aluminium is onderhoudsarm en weerbestendig. Een goot in de kleur van het houtwerk bespaart schilderwerk en zorgt voor een nette uitstraling.

Belangrijke aandachtspunten bij installatie
- Een juiste afschot is cruciaal: te weinig afschot veroorzaakt waterophoping, te veel kan leiden tot overloop bij hevige regenval.
- De juiste afstand tussen beugels (40-60 cm) voorkomt doorbuiging en lekkages.
- Bij lange goten kan een loodflap helpen bij verdeling van het water over meerdere secties.
- Regenpijpendiameters (70-100 mm) bepalen mede de afvoercapaciteit en het aantal uitlopen.
- Bij complexere dakvormen (hoeken, dakkapellen) kunnen hoekstukken nodig zijn; test de installatie met water voor lekkages.
Dakgootoffertes - Hoe maak je een offerte voor dakgootreparaties?
Aansluitingen op riolering en alternatieve afvoer
Voor grotere daken is aansluiting op de riolering vaak noodzakelijk. Kleinschalige installaties kunnen via infiltratiesystemen, grindputten of regentonnen afvoeren. Gemeenten stimuleren soms afkoppelen van regenpijp van riool en subsidies bieden ondersteuning bij aanleg van infiltratiesystemen.
Capaciteit, oppervlak en ontwerpkeuzes
Het dakoppervlak bepaalt de benodigde capaciteit van de dakgoot. Een te kleine goot kan leiden tot overloop en schade aan gevels en fundament. De helling en de afmetingen zijn cruciaal om water snel en veilig af te voeren. Bij grotere gebouwen worden goten vaak opgedeeld in secties met het hoogste punt in het midden voor optimale afvoer; bij minder waterdruk is horizontale installatie mogelijk, maar ook dan is afschot essentieel.
Specifieke vragen en antwoorden
- Hoeveel uitlopen heeft een dakgoot nodig? - Regel: 1 uitloop per 8 meter dakgoot. Bij langere goten overweeg meerdere uitlopen.
- Wat is een geschikte gootmaat voor een plat dak met ongeveer 100 m2? - Meestal één uitloop volstaat, maar controleer op totaal waterbelasting.
- Welk afschot per meter is aan te raden? - 2-3 mm per meter richting de regenpijp.