Hardsteen uit Sint-Gillis-Waas: kenmerken en geschiedenis

Sint-Gillis-Waas is een archeologische hotspot. Dat blijkt ook nu weer uit de sporen uit ons verre verleden die archeologen van Erfpunt momenteel opgraven op de locatie van het toekomstige sport- en recreatiepark. Het gemeentebestuur van Sint-Gillis-Waas zal de omgeving van het bestaande sport- en spelcomplex Houtvoort een betere, eigentijds invulling geven. De focus zal daarbij gelegd worden op openbare ruimte en landschap, speelnatuur, groenbuffering en sport- en skate infrastructuur. Bij het archeologische onderzoek konden we al snel teruggrijpen naar de gegevens die eerst verkregen werden door luchtfotografische onderzoeken door de Universiteit Gent en later aangevuld werden door de archeologische opvolging van de aanleg van de huidige sportterreinen.

In het noordwestelijke deel van het sportcomplex werden bij meerdere vluchten namelijk circulaire structuren opgemerkt in de begroeiing (figuur 1). De aanleg van de voetbalvelden in 1997 en 1998 vormde dan ook een uitgelezen gelegenheid om archeologisch onderzoek uit te voeren. Figuur 1. Bij het bureauonderzoek werd niet alleen een hoge verwachting voor resten vanaf de metaaltijden vooropgesteld maar bleek dat er ook een grotere kans was op resten uit de prehistorie. Daarom werd in eerste instantie een aardkundig onderzoek uitgevoerd. Bij het daaropvolgende archeologische booronderzoek werden in het noordwestelijke deel steentijdartefacten gevonden in een afgedekte prehistorische bodem. Hou oud deze resten precies zijn, kon niet met zekerheid vastgesteld worden omdat de artefacten te klein waren, maar het staat vast dat deze het bewijs zijn van menselijke aanwezigheid tijdens de prehistorie. In het overige deel van het projectgebied werd wel een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd om na te gaan of er ook resten uit jongere perioden aanwezig waren.

Figuur 2. In het oostelijke deel werden de resten gevonden van goed bewaarde boerenerven uit de late ijzertijd (± 250 - 50 v.C.). Dat is het tijdvak dat voorafging aan de Romeinse bezetting van onze contreien, zeg maar de periode van de Galliërs of ‘oude Belgen’. Eén of meerdere generaties Menapische boeren bouwden hier hun woonst, met ruimte voor enkele koeien. Die dieren waren wellicht hun kostbaarste bezit, en leverden onder meer melk, trekkracht en vooral ook mest. Die was noodzakelijk om gewassen te telen op de van nature schrale zandgrond van het noordelijke Waasland. De opbrengst van de velden werd opgeslagen in diverse schuurtjes op hoge palen, zodat ze enigszins beschermd bleven van water en ongedierte. Aan de site Houtvoort werden in totaal drie plattegronden van woonstalhuizen gevonden. Hoewel het niet uitgesloten kan worden dat deze gelijktijdig aanwezig waren, is het eerder waarschijnlijk dat ze het resultaat zijn van de zogenaamde “zwervende erven”. De houten gebouwen vergingen na verloop van tijd en de bodem werd uitgeput waardoor de erven verlaten werden en elders een nieuw erf opgericht werd. Figuur 3. Dat het verlaten van een gebouw niet zonder meer gebeurde, werd aangetoond door de vondst van een miniatuurpotje in een van paalkuilen.

Behalve de woningen werden ook de resten van meerdere opslagschuurtjes gevonden. Figuur 5. Figuur 5b. Reconstructie van een “spieker” met ijzertijdwoning. Door de hoge grondwatertafel was het niet nodig om diep te graven om aan water te geraken. Daarom werd binnen de site geen “volwaardige” waterput met beschoeiing aangelegd maar volstond een waterkuil die slechts ± 120 cm diep was. Figuur 6. Het terreinwerk werd net afgerond, maar het archeologische onderzoek is nog niet volledig afgerond. In de eerste plaats moeten alle ingezamelde vondsten verwerkt worden. Op basis daarvan zal al een eerste datering van de verschillende sporen mogelijk zijn. Daarnaast zullen meerdere houtskoolstalen geselecteerd worden voor radiokoolstofdateringen, zo kunnen de verschillende structuren specifieker gedateerd worden. De resultaten van al deze onderzoeken zullen samen gelegd worden om tot een duidelijke interpretatie van de site te komen.

Beschrijving van het erfgoed en de context

De inventaris bouwkundig erfgoed van de gemeente Sint-Gillis-Waas werd gepubliceerd in boekdeel 7n van de reeks Bouwen door de Eeuwen heen in Vlaanderen. 7n bevat alle gemeenten van het arrondissement Sint-Niklaas: deel 7n1 bevat Beveren, Kruibeke, Lokeren; deel 7n2 bevat Sint-Gillis-Waas, Sint-Niklaas, Stekene en Temse. Een eenmansteam van de Rijksdienst voor de Monumenten- en Landschapszorg stelde de inventaris samen. De optekeningsperiode ter plaatse liep van november 1976 tot september 1979, met een aantal controlebezoeken in 1980. In 1981 volgde de publicatie. De inventarisatie van bouwkundig erfgoed in Sint-Gillis-Waas en deelgemeenten De Klinge, Meerdonk en Sint-Pauwels leverde 174 inventarisfiches op.

Context en doelstelling De inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in het arrondissement Sint-Niklaas situeert zich in de beginperiode van de grootschalige geografische inventarisatie van het bouwkundig erfgoed in België. Dat project wordt sinds 1965-1966 door de centrale overheid uitgevoerd onder de noemer “Bouwen door de Eeuwen Heen in Vlaanderen”. Dat is tevens de naam van de boekenreeks waarin men tot 2005 alle inventarisresultaten publiceerde. De Rijksdienst voor de Monumenten- en Landschapszorg in Vlaanderen stond vanaf 1972 in voor de inventarisatie. Boekdeel 7n is te kaderen vlak na een heel belangrijk moment in de geschiedenis van de monumentenzorg in Vlaanderen. Het Europese Monumentenjaar 1975 en het nieuwe Monumentendecreet van 1976 zorgden voor een zeer positieve evolutie voor de inventarisatie van bouwkundig erfgoed.

Methodologie De methodologie, de aanpak van de inventarisatie in het arrondissement Sint-Niklaas, sluit naadloos aan bij de methodologie die bepaald werd bij het begin van het project Bouwen door de Eeuwen heen. Veldwerk was de basis voor de opname van het erfgoed in de inventaris: de kritische visuele vaststelling en ontleding van het gebouw ter plaatse fungeerden als uitgangspunt. Wegens het dringende karakter van de operatie, en de wens om zo snel mogelijk een volledig overzicht te bieden van het waardevolle bouwkundig erfgoed in Vlaanderen, koos men er bewust voor het bijkomende bronnenonderzoek te beperken.

In principe werden geen onuitgegeven archiefstukken geraadpleegd. Voor het boekdeel 7n zien we hierop echter uitzonderingen, daar waar het 19de- en 20ste-eeuwse architectuur in de stedelijke omgevingen betreft. In Sint-Niklaas werd systematisch de bouwaanvragen voor de 19de eeuw en voor de interbellumperiode geraadpleegd; in Lokeren was het archief minder toegankelijk en werd het boek “Waardevol Lokeren” als leidraad gebruikt; Temse bood bouwaanvragen vanaf 1900. Voor andere gemeenten gebeurde geen archiefonderzoek. Voor industrieel-archeologisch patrimonium steunden ze op heemkundige bronnen en archiefstukken uit bedrijfsarchieven.

Waarderen en opnemen in de inventaris

De inventaris bouwkundig erfgoed vormt de voorbereiding voor de opmaak van beschermingsvoorstellen. Men selecteert panden en constructies binnen de afgebakende geografische context steeds omwille van de op dat ogenblik geldende erfgoedwaarden, vermeld in de wetgeving. Boekdeel 7n paste de nieuwe waarden en criteria uit het Monumentendecreet van 3 maart 1976 toe op de selectie van het bouwkundig erfgoed in het arrondissement Sint-Niklaas.

Bescherming van ensembles, van bouwkundige gehelen, inclusief eenvoudige architectuur, werd mogelijk via het concept van stads- en dorpsgezichten. Het Monumentendecreet liet daarenboven de chronologische limiet voor het waarderen van erfgoed varen. Deze verruimde typologische en chronologisch waarden en criteria zijn duidelijk afleesbaar in de resultaten van het inventarisproject. De mogelijkheid om stads- en dorpsgezichten te beschermen zorgde voor grote aandacht voor bescheiden, vaak 19de-eeuwse basisbebouwing in steden en dorpen. Een tweede verruiming betreft het industrieel-archeologisch patrimonium, met aandacht voor mouterijen, brouwerijen en klompenmakerijen.

De belangrijkste invloed van het decreet op de inventaris was het wegvallen van de chronologische limiet. In het boekdeel 7n wordt ook de opmaak van een grondige algemene inleiding op de inventaris van het arrondissement beschreven, inclusief een analyse van landschapscontext, economische schets en historische achtergrond. De inventaris telt uiteindelijk 174 erfgoedobjecten in Sint-Gillis-Waas en omliggende deelgemeenten; spilgemeente Sint-Gilllis-Waas telt 80 erfgoedobjecten.

Sint-Gillis-Waas en de deelgemeenten: locaties en patrimonium

Sint-Gillis-Waas is in kern een typisch straatdorp, met een monumentale neogotische kerk en gemeentehuis ingericht in een 17de-eeuws landhuis. De bebouwing bestaat voornamelijk uit burger- en dorpswoningen met lijstgevels uit de 19de eeuw. Aandacht gaat uit naar getuigen van lokale nijverheden: twee klompenmakerijen (waarvan er toen nog één in werking was), een steenbakkerij en een maalderij. In De Klinge telt de inventaris 21 erfgoedobjecten met dorpsarchitectuur inclusief kerk, pastorie, schoolhuis, klooster en gemeentehuis. Meerdonk heeft 18 erfgoedobjecten en een kleinschalige dorpskern met eenvoudige 19de-eeuwse woningen; beeldbepalend zijn kerk, pastorie en voormalig gemeentehuis. Sint-Pauwels biedt 55 erfgoedobjecten met centraal driesplein en een arduinen waterpomp uit 1777, plus de kerk, de Roomanmolen en de omwalde pastorie.

Belangrijke bijzondere elementen zijn onder meer de opmaak van dorps- en stadsgezichten en de registratie van industrieel-erfgoed zoals mechanische maalderijen. De polderstraten en armoeachtige panden geven karakter aan het landelijke Waas-landschap. Deze inventarisering legt de basis voor toekomstige beschermingsmaatregelen en toeristische uitplementatie van het erfgoed.

Hardsteen: kenmerken en toepassingen in België

Naast erfgoed speelt de materialiteit van hardsteen een centrale rol in Sint-Gillis-Waas en omgeving. Belgisch hardsteen is een harde blauwgrijze natuursteen die veelvuldig wordt toegepast voor vloeren, dorpels, buitentreden, gevelbekleding en meer. Het gesteente bevat vaak fossielen en schelpen in de kalksteen, wat karakteristieke witte kristallen van calciet oplevert. De hardsteen wordt grotendeels in dagbouw gewonnen in België (bijvoorbeeld Soignies, omgeving Luik) en Ierland (Kilkenny). De gesteente-structuur vertoont resten van zeelelies, schelpen en koralen die door omzetting naar calciet bewaard blijven. Daarom heet België ook wel kolenkalk als verwijzing naar de koolstofverdeling in het gesteente. Blauwe hardsteen, ook wel arduin genoemd, heeft verschillende benamingen en toepassingen, waaronder tegels en natuursteenproducten; er bestaan meerdere leveranciers en toepassingen zoals parket en maatwerk.

Infographic: kaart met locaties van hardsteenwinning en belangrijke erfgoedobjecten in Sint-Gillis-Waas

In de moderne tijd blijft hardsteen een prominente bouwsteensoort in Vlaanderen en blijft de combinatie van archeologie en steenachtige bouwmaterialen een centraal onderzoeksgebied in de regio. Het duurzame gebruik van historisch materiaal en bescherming van erfgoed gaat hand in hand met de ontwikkeling van openbare ruimte en landschap in Sint-Gillis-Waas.

GemeenteAantal erfgoedobjecten
Sint-Gillis-Waas (kern)80Neogotische kerk en 17de-eeuws landhuis
De Klinge21Dorpsarchitectuur, kerk en pastorie
Meerdonk18Jonge 19de-eeuwse woningen
Sint-Pauwels55Driesplein, waterpomp uit 1777

Bescherming door stads- en dorpsgezichten is mogelijk gemaakt door het Monumentendecreet van 1976, waardoor ensembles en simple architectuur als waardevol erfgoed erkend worden. De inventaris 7n biedt een diepgaande beschrijving van landschappelijke, economische en historische context, en vormt een basis voor wetenschappelijke studies en toekomstige onderzoeken.

tags: #hardsteen #sint #gillis #waas