De hoofdactiviteiten van het concern bestaan uit verkoop, productie en transport van betonmortel op de Nederlandse markt. Heidelberg Materials heeft verspreid over het land een dertigtal moderne eigen centrales. Voor het transport van de betonmortel staan circa 200 truckmixers ter beschikking. Transport en logistiek zijn kerntaken van elke Heidelberg Materials-centrale. Heidelberg Materials kan in elke hoeveelheid, op het gewenste tijdstip, in het gewenste tempo en op de gewenste manier leveren.
Bruil betonmortel BM2508 voldoet aan sterkteklasse C20/25, milieuklasse X0, XC2 en consistentieklasse S3. Een standaard samenstelling voor beton is 1 cement : 2 betonzand : 3 grind : 1/2 water. Meng ca. Maak gebruik van schoon leidingwater en stel de waterbehoefte op de doorstroommenger zodanig in tot de gewenste verwerkbaarheid is verkregen. Verwerk de betonspecie binnen 1 uur bij een omgevingstemperatuur van 5°C tot 30°C. Zorg voor een goede verdichting van de aangebrachte betonspecie. Vermeng geen oude en verse betonspecie. Bescherm de aangebrachte betonspecie en het jonge beton tegen ongunstige weersinvloeden (regen, tocht, vorst en zon) en in het bijzonder uitdroging.
In de betonvoorschriften NEN-EN 206 en NEN 8005 wordt onderscheid gemaakt tussen het bestellen van beton op prestatie-eisen en op samenstelling. Basiseisen zijn die eisen die in alle gevallen moeten worden aangegeven. De druksterkteklasse wordt door de constructeur gebruikt in zijn berekeningen. Hij zal deze ook vastleggen in de projectspecificatie. De sterkteklasse wordt aangeduid met C X/Y, waarin C = afkomstig van het woord ‘Concrete’ X = fck; cil = karakteristieke cilinderdruksterkte in N/mm2. Y = fck; kubusdruksterkte in N/mm2. Milieuklassen worden gebruikt om de betoneigenschappen optimaal af te stemmen op de belasting vanuit de omgeving. Op die manier wordt de gewenste duurzaamheid verkregen.
De ontwerper zal de van toepassing zijnde milieuklasse(n) vastleggen in de projectspecificatie. In tabel E van NEN 8005 zijn eisen aan de betonsamenstelling opgenomen, die afhankelijk zijn van de gekozen milieuklasse. Deze eisen betreffen het minimum cement-/bindmiddelgehalte en de maximale water-cement-/bindmiddelfactor. Bij mogelijke aantasting door vorst-dooiwisselingen (milieuklasse XF) kan worden gekozen voor een minimum luchtgehalte. Indien hier milieuklasse XF4 is voorgeschreven moet de betonproducent met zijn opdrachtgever overeenkomen welke samenstellingseisen worden aangehouden.
De verwerkbaarheid van betonspecie wordt aangegeven met behulp van een consistentieklasse. Welke klasse wordt gekozen, is afhankelijk van het te storten bouwdeel, de stortmethode en de wijze van verdichten. Om de consistentie van betonspecie te meten zijn er in de betonvoorschriften verschillende meetmethoden gedefinieerd. Verwerkbaarheid van betonspecie in de voorschriften Om de verwerkbaarheid van betonspecie in de praktijk 'in getallen' te kunnen uitdrukken, is in de voorschriften een aantal beproevingsmethoden beschreven. Daarvoor is de verwerkbaarheid van betonspecie ingedeeld in klassen.
Bij het storten moeten verschillende voorbereidingen worden getroffen: lang voordat de eerste truckmixer arriveert, moet er overleg met de betoncentrale zijn geweest. Het is belangrijk dat de afnemer aan de betoncentrale duidelijk maakt aan welke eisen de geleverde betonspecie moet voldoen. Dat betreft de eisen aan het verharde beton, zoals opgenomen in de projectspecificatie, maar ook eisen aan de verwerkbaarheid van de betonspecie. Het af te leveren adres dient bekend te zijn en duidelijke afspraken te bevatten. Dit hoofdstuk behandelt de uitvoeringsaspecten, die vooral het voorbereiden en storten van beton en het beheersen van de kwaliteit betreffen.
Bij het vervolmaken van de stortplanning moet rekening worden gehouden met het verwerkbaarheidsniveau en de verhardingsomstandigheden. Check het (bouw)weerbericht voor de weerfases. Dit is niet alleen belangrijk in de winter: ook veelvuldige regenval of heet zomerweer kan zodanig van invloed zijn dat het stort moet worden aangepast of zelfs afgeblazen. In de winterperiode moet eventuele rijp op de wapening vóór het stort worden verwijderd, anders kan er waterinsluiting plaatsvinden. Sneeuw in de bekisting moet voor het storten worden verwijderd. Het aan te storten oppervlak moet ruw en schoon zijn. Hiervoor moet de cementhuid zijn verwijderd.
De plaats waar de betonpomp wordt opgesteld of waar de kraan de kubels kan neerzetten voor het vullen, zal bereikbaar moeten zijn voor betontruckmixers. Betonpomp Een vaste of mobiele pomp met een leiding van staal en/of kunststofslang brengt de specie rechtstreeks in de bekisting. De voorkeur gaat uit naar betonspecie in consistentiegebied 3. Maar ook betonspecies in de consistentiegebieden 1, 2, 4 en hoger zijn goed te verpompen. Om ontmenging te voorkomen, is een doeltreffende controle op de betonspecie noodzakelijk.

Tijdens het storten is het belangrijk de verwerkbaarheid te beheersen: als de betonspecie te stug is, kan deze zich niet goed verdichten; te vloeibaar kan ontmenging veroorzaken. De afnemer moet aangeven welke verwerkbaarheid nodig is. Gedurende de gehele tijd van het betonstorten moet worden gezorgd voor een deskundige beheersing en borging. Voor specifieke of kritische toepassingen kan het gewenst zijn de verwerkbaarheid op het werk te controleren. Laat dan voor het uitvoeren van de steekproef de truckmixer minimaal twee minuten voluit mengen. Neem het monster bij voorkeur halverwege de lading en beoordeel het monster van minimaal 20 liter na voldoende doormengen. Neem contact op met de leverende betoncentrale en volg het gegeven advies op. Bij correcties blijft de betonspecie alleen gecertificeerd indien deze worden uitgevoerd door een vertegenwoordiger van de leverancier.
Storttechnieken: betonspecie kan vervoerd worden met verschillende middelen, zoals stortgoot, kubel met hydraulisch kraantje, transportband of rollend materieel. Bij gebruik van een stortgoot geen te plastische specie toepassen, omdat de kans op ontmenging dan groot is. De eindhoogte en verdichting vereisen nauwkeurige controle, vooral bij lagen en stortfronten. Bij het storten in lagen is de laagdikte circa 500 mm om een homogeen geheel te vormen. Bij stortfront moet de specie geleidelijk worden ingebracht onder voortdurend verdichten tot de volle hoogte. Zelfverdichtend beton kan ook toegepast worden; de vloeibaarheid vereist echter tijd om te vloeien en te ontluchten.
Veiligheid rondom cementgebonden specie is essentieel. Cementgebonden specie bevat cement en is daarom alkalisch. Draag waterdichte handschoenen en beschermende kleding; zo nodig worden contactlenzen verwijderd. Bij contact met de huid of ogen onmiddellijk wassen en zonodig medische hulp inroepen. Ondanks dat droog cement geen gezondheidsrisico vormt, moet men ademhaling en inname vermijden. De combinatie van alkaliteit en schurende werking kan brandwonden veroorzaken. De leverancier verstrekt separaat veiligheidsinformatieblad voor nauwkeurige richtlijnen.
Deze informatie is gebaseerd op actuele kennis en ervaring en geldt voor het product zoals geleverd. De informatie wordt zonder waarborg verstrekt en Heidelberg Materials aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade door het gebruik van deze informatie. Bruil betonmortel BM2508 vloeibaar toepassen volgens de instructies van de leverancier en de projectspecificatie.
Betonmortelcentrale Gorkum
tags: #heidelberg #cement #gebruiksaanwijzing