Bevalt de stijl van de pagina niet? Kies dan een andere stijl in uw browser. Er zijn meerdere families of takken Wilbrink. Voor de verspreiding in Nederland in 1947 zie dit kaartje van het Meertens Instituut.
In deze kwartierstaat gaat de mannelijke lijn terug tot Cornelis Wilbrenninck begin 17e eeuw in Hengelo (Gld). In het verpondingsregister in de 17e eeuw komt geen Wilbrink voor als eigenaar van een hoeve, wat niet hoeft te betekenen dat er geen hoeve gepacht zou kunnen zijn. In het bewaard gebleven deel van het markeboek van Zelhem komt de naam Wilbrink evenmin voor onder de markegenoten. Een andere lijn Wilbrink, zie wilbrink.a.htm, in de literatuur tak A genoemd, gaat via de als stamvader bekende Peter NN, wonend te Zelhem, geboren in Vaassen en daar 15 december 1644 getrouwd met Mechtelt Aertsdr, terug naar zijn vader Jan Gerritsz. De kinderen van Peter en Mechtelt, waaronder ook Mecheltien, gebruiken de naam Wilbrink. Belangrijke delen van deze genealogieën zijn onderzocht door Ben van den Enk, die vier verschillende takken (geslachten) onderscheidt, van A tot D.
Lubbert Giesberts in Uchelen, echtgenoot van de genoemde Mecheltien, neemt de naam Wilbrink aan, en wordt zo de stamvader van tak B (westelijke Veluwe, Bollenstreek). De lijn via Peter NN is tak A (Beekbergen, Velp), door van den Enk gepubliceerd in Veluwse Geslachten 1999 (idem tak B, 2000). Cornelis Wilbrenninck is stamvader van tak C (Loenen, Veluwe), maar hoogstwaarschijnlijk ook van tak D (Beekbergen); een stamreeks voor Cornelis is gepubliceerd door Heynis Renssen, die voor nobelprijswinnaar natuurkunde Hendrik Antoon Lorentz zijn kwartierstaat opstelde.
431 e.v., is de genealogie van Wilbrenninck gepubliceerd, die gaat terug op Hendrik, *1569, Arnhem †19-5-1645, ontvanger van de Veluwe, trouwt 1-9-1595 Veronica de Raey, †1623. Hij heeft o.a. een zoon Evert, en Bernardus. Bernard Wilbrinck of Wilbrenninck is 5-5-1629 in Leiden als student ingeschreven, in 1632 voor een lange periode predikant in Apeldoorn. Er zijn enkele aanwijzingen dat Cornelis Wilbrenninck, dominee Petrus Wilbrenninck zie ook hier [Classes van de Nederlandse hervormde kerk 1573-1620], en de Arnhemse Hendrik Wilbrenninck tot hetzelfde geslacht zouden kunnen behoren, maar bewezen is dit allerminst. Er is bovendien nog een Zutfense tak van Wilbrenninck, waarvan onbekend is hoe deze is gerelateerd.
In Heraldische Berichten 1881, p. In het Marksland, drie uren van Hamm, was gelegen het huis Groenenbergh, en daaromtrent lag het huis Wilbrenninck, bij de Lippe aan het riviertje de Aa (familieaanteekening). Op den Nieuwe Atlas, inhoudende de vier gedeeltens der Waerled, enz, in 4 deelen, te Amst. bij Johannes Covens en Cornelis Mortier (...), vindt men dl II, kaart 53, voorstellende het aartsbisdom en keurvorstendom Keulen, de hertogdommen Julich en Berg en het graafschap Meurs, vlak ten oosten van Recklinchausen in het gebied v. Dortmund even ten zuiden van de Lippe, niet ver van een daarin vallend riviertje, een Wilbrenninck, als pagus aangeduid. De afbeelding laat een fragment uit een kaart van Blaeu zien, online beschikbaar op www.archiefleiden.nl/ (blz. Een relatie van Cornelis Wilbrenninck met Hendrik Wilbrenninck is niet bekend. Ik weet ook niet of daar ooit wel naar is gezocht.
Op dezelfde plaats in Her. B. 1881 p. 220 is melding gemaakt van een Petrus Wilbrennig die in 1605 als predikant in Hengelo is aangenomen. Zie ook Classes van de Nederlandse hervormde kerk 1573-1620 hier (ook: Wilbrennius, Wilbrennynck, Wilbrenning; Wilbrenningh; hij staat te boek voor dronkenschap; dominee in Hengelo van 1605-1613, 1n Zelhem 1605-1610, overleden 1613 en laat zijn weduwe na: “10. Hengelo - vacature. Is goetgevonden van den classe dat die broederen per vices dan kerckendienst te Hengelo sullen verwaren, tot bevorderinge der weduwe, ende dat een yder sijne beurte sall waernemen. Ende wie in versuymenisse blijft, sal met een boete van een pondt groot gemulcteert worden. blz. 551” . Enige relatie van deze Petrus is onbekend, behalve dan dat hij een weduwe naliet in niet al te riante omstandigheden.
Volgens familietraditie zou Petrus Wilbrenninck, in 1605 predikant te Hengelo (Gld.) (†1613), een broeder zijn van Hendrik Wilbrenninck, generatie I in de hiernavolgende genealogie. Voor dit familieverband en voor een bloedverwantschap van Valentijn Wilbrenninck (IIc, 3 echtg.) met het hier gepubliceerde geslacht werd geen bevestiging gevonden door genealogisch onderzoek.
Ned. De bekende historicus Slicher van Bath noemt in zijn studie (1944) Mensch en land in de Middeleeuwen. Bijdrage tot een geschiedenis der nederzettingen in oostelijk Nederland nog enkele plaatsen waar een erf Wilberdingeguet (Elp, onder Westerbork), een hof Wilberting (Herike, onder Markelo; Enter, onder Rijssen) of land Willebrinc (Zalk) voorkomt in de 14e eeuw. Wilbrink betekent (Slicher van Bath): 'van Wilbert,' of 'zoon van Wilbert,' het gaat om een type naam dat dateert van circa 1000. De uitgang -ink is Saksisch, en komt dus in Scandinavië en Engeland ook voor (zie bijv. Eilert Ekwall (1962). English place-names in -ing . Lund: C. W. K.Gleerup). Mogelijk hebben 'Wilbrink' en 'Wiltink' dezelfde betekenis, wat kan verklaren dat een Wiltink een enkele keer Wilbrink heet (Jan Wiltink, doopboek Zelhem), en omgekeerd. Wiltink komt in de 14e eeuw voor als erf Wiltink of Wyltinck in Hassel, Lemele onder Ommen, Gorssel en Ruurlo.
In Wolde bij Hengelo (ws Ov) heeft in de late middeleeuwen volgens Hekket (1996) Oost-Nederlandse familienamen (maar bij Slicher van Bath niet te vinden) een hof Wilbrink gelegen. Er zijn ongetwijfeld nog andere geslachten Wilbrink, zoals waarschijnlijk de in Twente in de 18e eeuw voorkomende namen, die niet lijken te zijn verbonden met de genoemde takken A, B of C. Er is een boerderij Wilbrinkshof te Wals, gemeente Gendringen. (Tekening BWB 310 oll. SHBO, ook afgedrukt in Piet van Cruyningen: W. C. H. Staring en de rationalisering van de landbouw. In SHBO Historisch Boerderij-onderzoek 2002 De Graafschap p. 59. Als ik me goed herinner stamt de naam uit begin van de 19e eeuw. Nee, ik weet niet welke Wilbrink destijds voor die naam verantwoordelijk was.

12. Hier worden Ben en Jan geboren, onder de zorg van dokter Pont. Na de oorlog verhuizen ze naar 't Haneke in Oosterhuizen. Omdat Jan bij de VAD (Veluwse Autobus Dienst) in Apeldoorn gaat werken verhuist het gezin naar het Loo. Het afgebeelde kaartje toont het gebied waar de kinderen opgroeien: aanvankelijk tegenover de Keizerskroon en de bakkerij van Schuppers, in 1949 aan de Loseweg met uitzicht op de paleislanen, na 1956 aan de Koningstraat links op de Rapen-blok kaart. Het is zomaar mogelijk dat de daar afgebeelde eenzame boerderij aan wat ongetwijfeld pas veel later de Koningstraat heet, identiek is aan het pand op nr 53, dat vroeger een eenvoudige boerderij moet zijn geweest. Het op de kaart afgebeelde gebied behoorde in vroeger eeuwen aan het Kapittel van St Marie in Utrecht. Opvallend is overigens het blok huisjes (?) langs de Oude Haven, waarvan begin jaren vijftig geen spoor meer over was (wel stonden er toen dichter bij de hoek aan de paleiskant een ws viertal onbewoonbaar verklaarde woninkjes die toen nog wel bewoond werden).
Onze overburen van 1947-1949: De Keizerskroon, vriendjes: Hans en Boudewijn. Links, niet op de foto, het Prinsesjeshof, waar Peter Wolters woonde. Rechts de bakkerij van Schuppers, ca 1950 afgebroken. Huis Dillenburg. De linkerhelft van 1949 tot 1956 bewoond door Jan en Eef en de kinderen, ook nog even door Adrie en Bertha. De foto dateert van een paar decennia eerder. Bethel, ook na de oorlog nog lang de (ook onze) kleuterschool (en zondagschool) van Het Loo. Naast de school het huis van Klooster, ervoor het landje van Bosman. Aan de 1e Koningdwarsstraat; aan de linkerkant van deze weg lag de tuin van ons latere sigarenwinkeltje op nr 53 aan de Koningstraat. Na de kleuterschool ging het naar de Koningsschool, de link laat een schoolfoto zien die ergens rond 1900 gemaakt moet zijn. Geintje. (de antieke foto’s van de Koningsschool staan op parkenbuurt.nl, de groepsfoto 1952 is vergroot 3Mb beschikbaar, scan van foto ter beschikking gesteld door Wim Grefhorst, of zie een andere foto en scan 400Kb van onbekende herkomst).
Enkele namen in 1952: links juffrouw Nikkels en meester Polman, rechtsboven: meesters De Boer en Mennink, rechts: juffrouw Dronkers en het hoofd Kerkmeijer. Derde rij, van links naar rechts: NN, Wim Visch, NN, Gerrit Slijkhuis, Hogenkamp, NN van Geuns?, Hans Rotmans, NN, Wim Klumpert, Wim de Graaf, Bennie Wilbrink, Martie van de Berg, Wim Grefhorst, Harry Van Neck, NN Maureau, Wim van Werven, NN, Joop Angelier, Jopie Kooyman, Peter Mennink, Chris de Grip?, NN, NN, NN, Jan Viezee, NN, NN. Tweede rij, vlnr: ‘Mug’ (Wim Meyer?), NN, Wim Meurs, Egbert Reinders, Combrink?, Freddie Kuiper, Bennie Laning, NN Kanselaar?, NN, NN, NN, NN, NN, NN, Peter Wolters, NN, NN, NN, NN, NN, NN, Dickie Braakhekke, NN uit Radio Kootwijk, Wim Udink, Hans Koldenhof, NN. De overigen zijn mij werkelijk een raadsel, behalve Wim van Werven (derde vanaf Polman), kennelijk speelde je vooral met klasgenootjes. Gerrit van Asselt niet gevonden, Japie Kragt zie ik niet; Peter Veenhuizen heb ik niet thuis kunnen brengen, hij is aan de huidige Koningsschool verbonden.

Beekbergen heeft in de vorige eeuw een enorme ontwikkeling doorgemaakt van voornamelijk agrarische gemeenschap naar vestigingsplaats van renteniers, inrichtingen en toeristische industrie, en uiteindelijk als woongemeenschap. Een beeld van Beekbergen in de vijftiger jaren, zoals ik het intensief heb gekend, is gegeven door G. C. Kamerling: De plaats van Beekbergen en Loenen in de Gemeente Apeldoorn, in het Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, april 1959. 24. “Bie de kruijenierswinkel en brandstoffenhandel van Beernd Wilbrink zie’k de Ford-vrachwagen in ’t Slagerspaadjen kloar stoan um noar De Woeste Hoeve te goan met ’n vrach eierkoalen.” Gradus Hogeweij (2000). Van beiden wat. p. 13
Langs verhalende notities: schilderij: door J.A. De kleine afbeelding van Johanna en Berend klikt door naar een foto van mogelijk het jonge echtpaar, met ingekwartierde militairen. De andere personen zijn staand: Jet en Dolf, zittend: Albert. De grote afbeelding van Johanna en Berend klikt door naar een foto van Bartje van Amersfoort met kinderen. Ik moet nog nagaan wie er opstaan. In ieder geval met baby (Reintje?): Aaltje, voor haar zittend Berta?. Berend heeft de hand op de schouder van Johanna. Rechts: Albert. Staand naast Berend: Dolf. Ik mis Johannes, maar zou hij er in postuniform bij staan?
Derde alinea’s en familierelaties gaan verder met specifieke biografische aantekeningen over personen als Johanna van Kralingen, Jan Muller, en anderen, inclusief details van huizen, winkels en local history van Beekbergen. Het document beschrijft ook later sportieve ontwikkelingen en lokale clubs zoals Angelslo, inclusief oprichting, beheer en prestaties door de jaren heen.

Voetnoten en historische context
Het verhaal verweeft genealogische takken A tot D, plaats- en familiegeschiedenissen, en verwijzingen naar publicaties zoals Veluwse Geslachten, Nobelaanbouw en SHBO-onderzoek, waarmee het de complexe erfenis van de Wilbrink-namen illustreert. De tekst belicht daarnaast urbanistische veranderingen in Twente en de Veluwe, en hoe familierelaties zich door de tijd heen ontwikkelen.
- Tak A: Beekbergen en Velp
- Tak B: westelijke Veluwe en Zandvleugel
- Tak C: Loenen
- Tak D: Beekbergen
Belangrijke thema's
- Genealogie: verschillende takken van Wilbrink en hun stamvaders.
- Historische bronnen: kerken, kaarten, en historische registraties.
- Lokale geschiedenis: Beekbergen en omgeving, dorpsleven na de oorlog.
- Naamgeving: betekenis van Wilbrink en verwante familienamen.