Hydrocefalus: symptomen, afvoerproblemen van hersenvocht en belemmeringen door cysten

Hydrocefalus, oftewel waterhoofd, ontstaat wanneer de ventrikels in de hersenen meer hersenvocht bevatten dan normaal en de afvoer hiervan verstoord raakt. De schedel vormt een afgesloten ruimte; bij teveel vocht kan de druk in de hersenen toenemen, wat hersenweefsel kan beschadigen en leiden tot neurologische, emotionele en cognitieve problemen. Liquor, ook wel liquor cerebrospinalis genoemd, beschermt de hersenen en het ruggenmerg en transporteert voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen.

Oorzaken en pathologie

Een aangeboren waterhoofd ontstaat vaak door een vernauwing tussen derde en vierde hersenkamer (aqueduct van Sylvius). Traumatisch hersenletsel kan tijdelijke ventriculomegalie geven; bij kinderen kan post-traumatische vergroting van de kamers voorkomen. Hersenbloedingen, ontstekingen en tumoren kunnen de afvoer van hersenvocht belemmeren en hydrocefalie veroorzaken. Een hersentumor kan zowel de afvoer belemmeren als leiden tot toegenomen vochtophoping in de ventrikels. Een belangrijke vorm is de Normale Druk Hydrocefalie (NPH), waarbij drukopbouw sluipenderwijs optreedt bij ouderen en Alzheimer-achtige of dementie-achtige symptomen kan nabootsen.

Andere oorzaken zijn onder meer een combinatie met aangeboren afwijkingen zoals Arnold-Chiari-syndroom en Dandy-Walker-syndroom. Ook verworven cysten in de hersenen kunnen de afvoer van liquor verstoren of drukplossen veroorzaken.

Arachnoïdale cysten en andere cysten in de hersenen

Arachnoïdale cysten zijn met vocht gevulde holtes in de hersenen die meestal asymptomatisch blijven. Ze komen vooral in de middelste schedelgroeve bij de slaapkwab voor en kunnen soms prikkelbaarheids- of hoofdpijnklachten geven door ruimte-innemende druk. Grote cysten kunnen de werking van omliggende hersenweefsel beïnvloeden, epilepsie veroorzaken of het zicht beïnvloeden door druk op de oogzenuw. Sommige cysten raken in verband met hydrocefalie wanneer ze de liquorafvoerwegen sluiten.

Neuroepitheliale cysten, waaronder epidermoïde en colloïdale cysten, bevatten vaak een brijachtige massa en zijn doorgaans moeilijk, soms onmogelijk, met een naald weg te zuigen. Deze cysten ontstaan vaak tijdens de ontwikkeling van de hersenen en kunnen zowel in de cortex als diepere structuren gelegen zijn. Behandeling kan bestaan uit fenestratie (opening tussen cyste en omringende ruimte), endoscopische chirurgie of craniotomie; in sommige gevallen volstaat observatie bij afwezigheid van klachten. Bij een grotere cyste of wanneer verbinding met liquorwegen ontbreekt, kan een drain of shunt nodig zijn.

Dermoid- en epidermoidcysten hebben verschillende kenmerken: dermoidcysten bevinden zich vaak in het midden van het lichaam en bevatten talg en soms haren; epidermoidcysten komen ook elders voor en bestaan uit huidschilfers. Behandeling van deze cysten vereist meestal chirurgische verwijdering; volledig verwijderen kan soms moeilijk zijn door ligging nabij belangrijke bloedvaten en zenuwen, en resten kunnen opnieuw groeien. Infectiegevaar is een mogelijke complicatie na ingrepen; meningitis-symptomen kunnen tijdelijk voorkomen zonder echte ontsteking.

Symptomen en herkenning

Hydrocefalus bij volwassenen en oudere kinderen kent vaak hoofdpijn, misselijkheid en braken, plus cognitieve achteruitgang en gangstoornissen bij normale of lage drukhydrocefalie. Bij baby’s is de fontanel gespannen of bol en kunnen de schedelnaden nog niet gesloten zijn; zoals een ‘sunset’-fenomeen kan optreden wanneer het naar beneden kijken moeilijker wordt. Arachnoïdale cysten veroorzaken vaak geen klachten, maar kunnen hoofdpijn, duizeligheid, epileptische aanvallen en visusklachten met zich meebrengen wanneer druk op aangrenzend hersenweefsel ontstaat.

Diagnose en beeldvorming

Diagnose van hydrocefalus en cysten gebeurt primair met CT- of MRI-scans. Voor baby’s kan een echografie via de fontanel worden toegepast. Bij arachnoïdale cysten kan MRI-details leveren: deze cysten verschijnen donker op T1-gewogen beelden en licht op T2-gewogen beelden, zonder diffusierestrictie en zonder contrasterende wandkleuring.

Behandeling en management

Hydrocefalus met afvoerproblemen wordt vaak behandeld met een shunt, een buisje met klep die vocht afvoert van de ventrikels naar de buikholte (ventriculoperitoneale shunt) of soms naar het hart (ventriculo-atriale shunt). Bij obstructieve hydrocefalus kan een derde ventriculostomie (insnijding van de bodem van de derde ventrikel) de vochtafvoer heropenen. Mogelijke complicaties van shunts zijn onder andere verstopping door bloedklonters of littekenweefsel, overdrainage (daarna klappen van de ventrikels) en infectie. Thermen met arachnoïdale cysten kunnen door fenestratie of endoscopische afbraak van verbindingen tussen cyste en liquorruimten behandeld worden; in sommige gevallen volstaat drainage of volledige verwijdering van de cyste. Bij volwassenen blijven sommige cysten bestaan na operatie, terwijl bij kinderen de groei van hersenen de cyste tot verdwijnen kan brengen bij vroege behandeling.

Een interdisciplinaire aanpak is essentieel: neuroloog, neurochirurg en zelfstandig team (onder meer orthopedische en pediatrische specialisten) stemmen behandelkeuzes af op kind of volwassene, afhankelijk van de locatie en grootte van de cyste of hydrocefalus en op de algehele gezondheidstoestand. Rehabilitatie en psychosociale ondersteuning kunnen nodig zijn voor impact op dagelijkse leven, school en werk.

Prognose en levensverwachting

De prognose is afhankelijk van de oorzaak en de grootte van de cyste of hydrocefalus en de aanwezigheid van bijkomende aandoeningen. De meeste hersencysten zijn goedaardig en kunnen zonder behandeling stabiel blijven; bij klachten kan operatie of shuntoplossing de resultaten aanzienlijk verbeteren. De levensverwachting varieert met de onderliggende aandoening en respons op behandeling. Bij NPH kunnen verbetering van mobiliteit en cognitieve functies optreden na behandeling, maar de respons is afhankelijk van de ernst en duur van symptomen.

Samenvatting van belangrijkste punten

  • Hydrocefalus ontstaat door ophoping van hersenvocht door blokkade of overproductie; kan leiden tot hersenfunctiestoornissen.
  • Arachnoïdale cysten zijn meestal asymptomatisch maar kunnen druk op hersenweefsel geven en hydrocefalie compliceren.
  • Diagnose via CT/MRI; behandeling met shunt of chirurgische fenestratie/ventriculostomie bij indicatie.
  • Complicaties van shunts omvatten infectie, verstopping en overdrainage; follow-up is cruciaal.
  • Prognose hangt af van oorzaak, grootte en tijdigheid van behandeling; kinderen vertonen betere groeivooruitzichten bij vroege interventie.
Infographic over werking en afvoer van hersenvocht (ventrikels, aquaduct, shunt)

2-minuten neurowetenschap: hydrocefalie

Overzichten en aanvullende informatie

Een overzicht van mogelijke shuntcomplicaties: verstopping, infectie, overdrainage en werking van klep. Een opsomming van foto- en scankenmerken bij arachnoïdale cysten en neuroepitheliale cysten helpt bij differentiatie in beeldvorming. Voor professionals bevat literatuurverwijzingen naar studies over chronische hydrocefalus bij volwassenen en management van arachnoïde cysten.

tags: #hersencyste #stagneert #afvoer #hersenvocht