de uitdrukking betekent: jeugd) zijn zelfbeheersing verliezen; in grote mate opgewonden raken van iets (bijv. muziek); een intense ervaring beleven. Oorspronkelijk gesignaleerd in jeugdige kringen, maar daar is ze tegenwoordig al passé en vervangen door een meer verkorte vorm: dakken. Dak in de betekenis van `hoofd, kop' is niet nieuw. Vgl. bijv. de zegswijze ‘op zijn dak krijgen’ (verwijten en beschuldigingen naar het hoofd geslingerd).
In marineslang komt dak in de zin van `hoofd' frequent voor, vooral in de zinswending ‘pijn in z'n dak hebben’. Soms versterkt tot 'uit zijn dakpan gaan'. Zie ook: dak*; het dak gaat eraf.
• Zij moeten uit hun dak kunnen gaan, zij moeten kunnen pogoën op de vulkaan. • Toen in januari '76 de eerste Ramones-plaat uitkwam ging ik helemaal uit mijn dak. • Door dat soort dingen ga ik uit mijn dak van woede. • Tot diep in '42 gaat de Berlijnse swingjeugd uit z'n dak op de `hot' klanken van swingbands uit de Lage Landen. (J.A. • Die junk was uit zijn dak gegaan en had met een mes een heel rek regenjassen toegetakeld. (Leon de Winter: SuperTex. • `Wauw!,' zei Dapper, kuchend als zijn autootje die morgen. • Die zaal was een orkaan van geluid. Fantastisch, ik ging helemaal uit mijn dak.
• Ik weet wel wat ik ga doen: ik ga me helemaal in andere kleren steken, ik ga op tangoles, ik ga een cursus Portugees doen, ik ga helemaal uit mijn dak. (Boudewijn Büch: De bocht van Berkhey. • Het publiek ging uit z’n dak. (J.A. Deelder: Angel Eyes. • ’k Ga volledig uit mijn dak, ’k buk mij om mijn sigaret op te rape… (Luuk Gruwez: De maand van Marie. • Wat is dansen eigenlijk makkelijk! Je moet gewoon uit je dak gaan alsof je net gescoord hebt. (Jan Eilander: Rafael. • Gelukkig was hij helemaal uit zijn dak van de coke, dus hij sloeg een paar keer mis en viel op de grond. (Cindy Hoetmer: Het beest in Daisy. • En néé, ik hoef niet te zien hoe anderen al schreeuwend en zwetend uit hun dak gaan onder leiding van Tony. (Rita Spijker: Kreukherstellend. • Het plan is dat we naar Berlijn rijden om daar compleet uit ons dak te gaan. (Kees van Nieuwkerk: Het is weer raak met Kees en Sjaak. • Het testbeeld heeft plaatsgemaakt voor beelden van Roos en Naat, die uit hun dak gaan op Time of my Life. (Gerwin van der Werf: Schooldagen. • In haar fleurige paardenbloemenjurk ging zij volledig uit haar dak. (Maarten Spanjer: Spanjer in stukken. • Gezellig vijf avonden achter elkaar in zo”n foute skihut samen met Anton aus Tirol uit ons dak gaan. (Jeroen Guliker: Harde noten. • Het jaar daarop speelden we zelfs Slayer weg op de grootste editie van Dynamo. Daar stonden 120.000 man uit hun dak te gaan, zo ver als je kon kijken. (Def P: Heen e… Onweer.
Het dak in vijf definities | 16-december-2018 |Niet alleen bouwkundig maar ook taalkundig is het dak een overkoepelende termLos van het archetypische zadeldak, dat vrijwel ieder kind tekent wanneer het een huis op papier zet, zijn er natuurlijk vele vormen en uitvoeringen van daken en dakbedekkingen te bedenken.Ook in het Nederlandse spraakgebruik komen daken en dakbedekkingen in allerlei vormen voor.Volgens het Groene Woordenboek:dak [het; -en] • bedekking van een gebouw, voertuig enz.; kap: dakstoel, nok(vorst), schilden (hellende zijvlekken), daklatten (tengels), balkwerk, hanenbalken, overstekende dakrand (met lijst), dakgoot en windveer) van een dak; schoorsteen op een dak; plat, schuin dak; helm-, lessenaars-, mansarde-, schild-, zaag-, zadeldak; onder één dak, in hetzelfde huis; geen dak boven het hoofd hebben, dakloos zijn; dakbalk, -bedekking, -beschot, -bint, -gebinte, -geraamte, -gording, -raam, -schoor, -spant(rib), -spar, -spruit, -terras, -tuin * hij kan het dak op, ‹spreektaal› opvliegen * onder dak zijn, gehuisvest, geborgen * iem. iets op zijn dak schuiven, hem er mee opschepen; iets, iem. op zijn dak krijgen * dat viel me koud op mijn dak, was een onaangename verrassing voor me * uit zijn dak gaan, ‹spreektaal› zijn beheersing verliezen * iets van de daken schreeuwen (verkondigen), rondbazuinen * het ging van een leien dakje, heel vlot

Volgens Wikipedia:DAK of dak kan zijn:dakconstructie, de afsluiting van de bovenste verdieping van een gebouw;DAK (bedrijf), afkorting van Deutscher Automobil Konzern, een historisch Duits merk van motorfietsen en auto's;Afrikakorps, afkorting van Deutsches Afrika Korps, het korps van Generaal Erwin Rommel in Afrika;DAK (atletiekvereniging), een atletiekvereniging in Drunen; Noord-Brabant.Een dakconstructie is een samenstel van balken van hout, staal, gewapend beton of voorgespannen beton, platen van gewapend beton of andere materialen, zonder de dakbedekking, die samen sterk genoeg zijn om alle belastingen zoals eigen gewicht, sneeuw, wind te kunnen dragen, zonder dat de constructie bezwijkt.
Volgens Joost de Vree:Joost de Vree heeft in zijn lexicon geen lemma voor “dak”.dak- of kapconstructies en daken, terminologieZie ook kapconstructies (voorbeeld van gebinten), gebinten, dakvormendakconstructie, kapconstructieMeestal wordt in de bouw over kapconstructie gesproken. Basistypen van schuine daken zijn de gordingenkap en sporenkap.De dakbedekking (bijvoorbeeld dakpannen) samen met de manier van bevestigen (bijvoorbeeld panlatten en dakbeschot) wordt dakhuid genoemd.De dragende constructie onder de dakhuid is de kapconstructie.Bij platte daken wordt meestal als constructie toegepast:- een betondak (één in het werk gestorte plaat of platen zoals breedplaten, soms ondersteund door liggers, meestal door kolommen)- een metalen dak (hallen, industrie, bijna altijd met liggers en eventueel kolommen als de overspanning te groot wordt)- een houten of houtachtig dak (schuren e.d., vaak houten balken als liggers).
Volgens het Kluwer Bouwkunde woordenboek Nederlands-Engels-Duits:D29 dak (het)EN roofDE Dach (o)Volgens Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse taal, kortweg de Dikke Van Dale:dak (o.; -en) [van dekken], 1 het gehele samenstel dat de bedekking vormt van een huis of gebouw, bestaande uit de kap, afgedekt met panne, leien, zink, ijzer, riet, stro, e.d., rustend op de muurplaat of balklaag: de zijden van een dak die schuin liggen en van boven elkaar onder een zekere hoek bij de noklijn naderen, of door een plat verbonden zijn heten ‘vlakken’ of ‘schilden’; (gez.) het dak van de wereld, hoogland in zuidelijk Centraal-Azië; een beschoten dak, onder de bedekking met planken beschoten; glazen dak, met glas afgedekt; hard dak, zie bij hard; week dak, met riet, stro, zoden enz.; Duits dak, met twee schilden; Hollands dak, met vier schilden; (zegsw.) op dat huis ligt een papieren, een zilveren dak of er liggen papieren balken onder, het is met de hypotheek bezwaard; onder dak, in (een) huis, binnen; (uitdr.) onder dak komen, huisvesting vinden; (uitdr.) hij is onder dak, heeft een dak boven zich, (ook) heeft een betrekking, is goed bezorgd; (uitdr.) onder dak brengen, huisvesting bezorgen, (ook) aan de man brengen; (uitdr.) onder één dak wonen, hetzelfde huis bewonen; (spr.) vrijen onder één dak (is geen ere, ‘t)is een groot gemak, het gemakkelijk vrijen als men in hetzelfde huis woont of vertoeft; (uitdr.) je mag blij zijn, als je tegenwoordig een dak boven je hoofd hebt, als je een woning, huisvesting hebt; (uitdr.) in het dak blijven (zitten of steken), onafgedaan blijven, vergeten worden (doelt oorspr. op rietdekkersgereedschap dat in het dakriet vergeten is); (zegsw., gew.) het weert op zijn dak, zie bij weren2; (uitdr.) iem. op zijn dak hebben, krijgen, voor hem te zorgen hebben, (ook) er last van hebben; (uitdr.) iem. op zijn of het dak vallen, onverwachts bij hem aankomen; (uitdr.) dat krijg ik op mijn dak, daarvan krijg ik de schuld, daar zal ik voor moeten boeten; (uitdr.) iem. iets of iem. op zijn dak schuiven, sturen, toeduwen, (ook) zich eraf maken en een ander ermee opknappen (m.betr.t. personen) afsturen op -; (uitdr.) het viel me koud op mijn dak, het was een zeer onaangename verrassing; (uitdr.) iem. op zijn dak komen, zitten, hem een standje geven, (ook) hem slaan, ranselen; (zegsw., gew.) het zal ook wel op zijn dak regenen, hij zal dat onaangename ook moeten ondervinden; (uitdr., inform.) ga nou gauw op ’t dak zitten!, uitdrukking waarmee men een verzoek afwijst of uitdrukt dat men iets niet gelooft; (zegsw.) de speelman is van het dak, de wittebroodsweken, de dagen van pret zijn voorbij; (zegsw.) er is (te veel) dak op het huis, er zijn te veel pannen op het dak, er zijn ratten op het dak, er zijn te veel mensen bij die het niet mogen horen; (gez.) het ging van een leien dakje, vlot en zonder stoornis, (ook) gezegd van iem. die vlot iets opzegt of voordraagt; (uitdr.) iets van (op) de daken verkondigen (vgl. Matth. De uitdrukking is - in een iets andere vorm - voor het eerst aangetroffen in de bekende verhalenbundel Camera Obscura (uit 1839) van Hildebrand (pseudoniem van Nicolaas Beets). Hildebrand heeft het dus over “mosschen” die “gaapten”. Mos(ch) en mus(ch) waren vroeger namelijk spellingvarianten. Er wordt weleens gedacht dat het in deze uitdrukking om mos zou gaan dat op daken groeit. Dat mos zou door de hitte uitdrogen en dan scheuren vertonen (gaan ‘gapen’). Deze aanname klopt niet. De uitdrukking komt namelijk al in de negentiende eeuw vaker voor met musschen die zitten te gapen van de hitte dan met mosschen. Bovendien werd mos in de plantkundige betekenis destijds standaard zónder ch geschreven, en in de vogelbetekenis mét ch, en dat laatste is de spelling die Hildebrand ook gebruikt. Waarom vallen in de uitdrukking ‘De mussen vallen van het dak’ in gebruik is gekomen, is niet duidelijk. Misschien vond men mussen die van het dak vallen van de hitte gewoon een sterker beeld dan mussen die zitten te gapen van de hitte. Er bestaat nog een uitdrukking met vallende mussen: ‘Er valt geen mus van het dak zonder dat het zo bedoeld is.’ Hiermee is bedoeld: ‘alles gebeurt met een reden, alles is voorbestemd’. Deze uitdrukking is gebaseerd op een tekst uit de Bijbel. In Matteüs 10:29 staat: “Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil”. ‘Er valt geen mus van het dak zonder dat het zo bedoeld is’ is vooral een vaste uitdrukking onder schrijvers en letterkundigen. Het Nieuw Bijbels Lexicon (2005) vermeldt dat het dan vooral gaat om “de almacht van de auteur ten opzichte van het verhaal dat hij vertelt”.

Als een project heel soepel verloopt, zeggen we ook wel eens dat het “van een leien dakje” gaat. Er is niet of nauwelijks tegenslag en het doel wordt probleemloos en snel bereikt. Pieter Corneliszoon HooftDe herkomst van deze uitdrukking is niet heel erg ingewikkeld. Wanneer we tijdens een flinke regenbui naar een gebouw met een dakdekking van leisteen kijken, zien we de regen daar in snelle vaart van af stromen. Het gaat soepel en er is nauwelijks weerstand, net als in figuurlijke zin bij sommige projecten. Hoe lang de uitdrukking al gebruikt wordt is niet helemaal duidelijk. In ieder geval werd hij al gebezigd door de beroemde dichter en schrijver P.C. Hooft. Wanneer iets gesmeerd ging zei men in de Zaanstreek vroeger ook wel dat iets “glooi liep”.
-Nederlandse spreekwoorden spreuken en zegswijzen - K. De Nederlandse taal barst van de spreekwoorden en uitdrukkingen. We kruipen door het oog van de naald, (ver)kopen weleens een kat in de zak en vallen daardoor af en toe door de mand. Maar waar komen die spreekwoorden eigenlijk vandaan? Over de herkomst van dit spreekwoord, dat ‘doorzien worden’ betekent, bestaat enige onduidelijkheid. Volgens F.A. Stoett (zie Onze Taal) ligt de oorsprong van deze uitdrukking er mogelijk in dat iemand een beschuldiging eerst ontkent en vervolgens moet toegeven dat dit toch waar is door de vele tegenargumenten of -bewijzen. Men is het er echter niet over eens waar het woord ‘mand’ vandaan komt. Er zou vroeger een straf kunnen zijn geweest, waarbij iemand zonder eten en drinken in een mand boven het water werd gehangen. Na verloop van tijd sneed de gestrafde dan zelf maar het touw door als hij het niet meer volhield. Ook zou het ermee te maken kunnen hebben dat meisjes vroeger een mand met een zwakke bodem gebruikten om jongens duidelijk te maken dat ze hun avances niet op prijs stelden.
Dit spreekwoord betekent dat iemand ternauwernood aan een bepaald gevaar ontkomt. Het spreekwoord heeft een Bijbelse oorsprong en is afgeleid van een uitspraak van Jezus: “Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van de naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.” Volgens Bijbel en Cultuur kan ‘het oog van de naald’ hierbij naar twee zaken verwijzen. Ten eerste kan het gaat om de naald waarmee kameeldrijvers hun tuig herstellen.
Volgens F.A. Stoett gaat de uitdrukking terug tot in de zeventiende eeuw. Een soldaat zonder hart, oftewel moed, onder zijn riem gold als een lafaard. Bij deze persoon is het dus nodig om extra hart (moed) in zijn lichaam aan te brengen, dus om hem een hart onder de riem te steken. Als tekstschrijver of communicatieprofessional op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen? Dan is Tekstblad jouw lijfblad. Want Tekstblad is hét tijdschrift over tekst en communicatie.
Van de speeches van Mark Rutte en de nieuwste inzichten in SEO tot de joviale toon waarop bedrijven als Etos en IKEA klanten aanspreken. En het blad wordt gemaakt door communicatiewetenschappers, schrijftrainers en tekstschrijvers.
Wanneer het heel warm is zeggen mensen vaak dat het zo warm is dat de ‘mussen dood van het dak vallen’. Over deze uitdrukking bestaat veel onduidelijkheid. Niemand weet precies waar de uitdrukking vandaan komt. Ook is niet helemaal bekend hoe lang deze uitdrukking al bestaat. De uitdrukking is pas in 1976 opgenomen in de Van Dale, maar bestond vermoedelijk al langer. De uitdrukking ontbreekt in bekende standaardwerken over spreekwoorden en gezegden, zoals die van F. A. Er bestaat een theorie over de uitdrukking dat de ‘mussen dood van het dak vallen’ niet juist is, maar dat het hier eigenlijk om mossen zou moeten gaan. Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Hélaam… De uitdrukking is mogelijk gebaseerd op Beets en Hildebrand, maar taalkundigen zoals Ewoud Sanders twijfelen aan die uitleg. De theorie dat mos in plaats van mussen hier moet staan, is omstreden. Behalve de mussen bestaat er ook de uitspraak dat mosschen op het dak gaapten. Taalkundigen benadrukken dat spellingvarianten en beeldvorming het ontstaan van zulke uitdrukkingen bepalen. De uitdrukking “Er valt geen mus van het dak zonder dat het zo bedoeld is” komt in literaire kringen voor en bevestigt een gevoel van lotsbestemming.