Lagen samenvoegen in Photoshop of Photoshop Elements is relatief eenvoudig. Eerder deze week schreven wij al een introductie artikel over Photoshop lagen. In dit artikel lees en zie je precies hoe je dit kunt doen in de software gemaakt door Adobe.
Soms komt het voor dat je meerdere lagen in Photoshop hebt en dat je er een aantal wilt samenvoegen. De grote vraag is natuurlijk hoe dat moet. Als je beide lagen wilt samenvoegen moet je deze eerst rechts onderin selecteren in het lagen deelvenster. Dit kun je doen door één van de lagen aan te klikken en vervolgens de Ctrl toets ingedrukt te houden. Dan heb je de mogelijkheid om nog meer lagen te selecteren. Zodra de lagen die je met elkaar wilt samenvoegen geselecteerd zijn, klik je op de rechter muisknop. Je krijgt een aantal opties te zien. Van deze opties dien je ‘Lagen samenvoegen’ (Merge layers) te kiezen.
Snelle toeren en handig spiekbriefje
We hebben nog een leuke extra voor iedere Adobe Photoshop gebruiker, namelijk een spiekbriefje met sneltoetsen. Sneltoetsen zijn de toetsen op je toetsenbord waar een bepaalde Photoshop actie achter zit. Door veel sneltoetsen te gebruiken, kun je een stuk sneller werken in dit fotobewerkingsprogramma.
Wat volgen is een uitgebreide uitleg over lagen en wat je ermee kunt bereiken in Photoshop Elements, met voorbeelden en stappenplannen die je direct kunt toepassen.
Basis: wat zijn lagen en hoe werken ze?
De achtergrondlaag, afbeelding toevoegen als nieuwe laag in andere afbeelding en het venster voor lagen gebruiken vormen de basis van werken met lagen. Een laag is een deel van je afbeelding dat je apart kan bewerken, weergeven of verbergen of verplaatsen zonder dat dit een blijvende impact heeft op andere delen van je afbeelding. Een gewone JPG-afbeelding bestaat maar uit 1 laag, waarop dan alle data van de afbeelding wordt weergegeven. Door met lagen te werken kun je pixels wijzigen zonder de originele data permanent aan te passen.
Het venster lagen wordt meestal rechts weergegeven. De laag volgorde bepaalt wat je ziet: de bovenste laag staat natuurlijk bovenaan. De volgorde van de lagen bepaalt wat je ziet; de laag bovenaan is volledig zichtbaar. Een laag kan volledig bedekken wat onder ligt, maar ook gedeeltelijk hierdoor doorzichtig zijn als je met overvloeimodi en dekking werkt.
Standaard wordt het venster lagen weergegeven aan de rechterkant van je werkruimte. Je ziet onderaan aan de rechterkant de opties voor lagen. Een afbeelding kan uit veel verschillende lagen bestaan; een JPG bestaat uit 1 laag. Om de lagen te behouden voor later bewerken moet je opslaan in een formaat zoals PSD.
Laagtypes en basishandelingen
Er zijn meerdere laagtypes: pixellagen, tekstlagen, vormlagen, aanpassingslagen en meer. Bij het werken met meerdere lagen kun je filteren op het soort laag, zodat je snel ziet waar je mee bezig bent. Je kunt lagen verbergen met het oog-icoontje, kopiëren, dupliceren en verwijderen via de opties in het lagenpaneel.
Een voorbeeld: als je twee afbeeldingen opent, kun je lagen uit een afbeelding naar de andere afbeelding slepen. De volgorde van de lagen bepaalt wat je ziet; de bovenste laag toont zijn inhoud boven de onderste lagen. Je kunt lagen verplaatsen, groeperen, kopiëren en samenvoegen om je compositie te vormen.
Lagen samenvoegen en wat daarbij komt kijken
Het samenvoegen van lagen heeft als doel om de inhoud van meerdere lagen te combineren tot één laag. Dit kan handig zijn als je bijvoorbeeld een filter wilt toepassen op meerdere lagen tegelijk of als je een definitieve compositie wilt hebben. Het samenvoegen gaat als volgt: selecteer de lagen Vogels en Wolken en klik met de rechtermuisknop. Kies vervolgens Lagen samenvoegen (Merge layers). Dit is een handeling die je later niet meer ongedaan kan maken, dus hou daar rekening mee.
Een alternatieve techniek is Samenvoegen naar nieuwe laag: alle lagen van het document samenvoegen naar een bovenliggende laag, terwijl de onderliggende lagen behouden blijven. Hiervoor kies je de bovenste laag en gebruik je Ctrl+Shift+Alt+E of Cmd+Shift+Option+E. Deze sneltoets fungeert als een speciale functie die niet direct in de menu’s terug te vinden is.
Extra: koppelen, groeperen en kopiëren van lagen
Met koppelen kun je bewerkingen op meerdere lagen tegelijk toepassen. Selecteer twee of meer lagen en kies Lagen koppelen. De lagen krijgen een ketenicoontje in het deelvenster, wat aangeeft dat ze gekoppeld zijn. Laaggroepen zorgen voor overzicht: klik op het map-icoontje onderaan in het deelvenster Lagen om een groep te maken en sleep gewenste lagen hierin. Een groep kan eenvoudig geopend en gesloten worden en kan een aangepaste naam krijgen.
Koppen en kopieën: de meest gebruikte methode om snel een kopie van een laag te maken is Ctrl+J of Cmd+J. Een andere methode is Alt/Option ingedrukt houden en vervolgens met de muis de laag verplaatsen om kopieën op een andere plek te plaatsen.
Overvloeimodi, dekking en laagstijlen
Overvloeimodi bepalen hoe overlappende lagen zich gedragen. De standaardmodus is normaal, maar er bestaan vele andere modi die je kunt gebruiken om lagen beter te laten samengaan. Dekking bepaalt de transparantie van de laag als geheel. Een onderscheid tussen de vulling (die alleen de inhoud beïnvloedt, zonder effecten) en de dekking (die de hele laag beïnvloedt) is belangrijk bij het werken met effecten en tekst.
Laagstijlen kun je toepassen via de fx-knop onderaan in het lagenpaneel. Met Laagstijlen kun je randen, schaduwen en andere effecten koppelen aan een laag, zodat ze blijven gelden bij verplaatsing of aanpassing van de laag.
Laagmasks en slimme objecten
Laagmaskers laten je slechts een deel van een laag gebruiken. Met zwarte en witte penseel kun je delen verbergen of tonen om interessante composities te maken. Slimme objecten behouden resolutie bij het schalen van een laag, zodat je later altijd terug kunt naar de oorspronkelijke kwaliteit.
Om een laag om te zetten naar een slim object kies je Laag, Slimme objecten, Omzetten in slim object. Dit kan handig zijn wanneer je meerdere her-schaalmethoden wilt toepassen zonder kwaliteitsverlies.
Tekst, kleur en effecten
Tekst kan met het T-gereedschap op de foto worden getikt. Tekstopties zijn wat beperkter in Elements, maar je kunt wel schaduwen en andere effecten toevoegen via het effectenpaneel. Voor tekstlagen kun je ook complicaties zoals rondbuigen of extra schaduwen gebruiken, hoewel sommige opties in Elements verstopter kunnen zijn ten opzichte van Photoshop Professional.
Verlopen, kleurvullagen en andere opvullagen bieden extra manieren om een laag te vullen met kleur, verloop of patroon. Verloopvulling behoudt de verloopkleuren bij vergroting van canvas, en kan achteraf altijd aangepast worden door dubbelklik op de verlooplaag.
Aanvullende tips en oplossingen
Een nuttige tip is om de dekking en vulwaardes tegelijk aan te passen door op de-dekking te klikken en vervolgens te slepen. De verschil tussen vul en dekking is dat vul alleen de laaginhoud doorzichtig maakt, terwijl dekking de hele laag inclusief effecten beïnvloedt.
Als je wilt afleiden welke lagen nog bewerkt moeten worden, kun je de kleuren op de lagen toekennen via de kleurcodes in het lagenpaneel. Dit helpt bij overzicht en workflow, zeker bij projecten met veel lagen.
Samenvatting en toepassingen
De grootste troef van lagen is de controle die je hebt over het eindresultaat en de mogelijkheid om niet-destructief te werken. Met lagen kun je verschillende elementen zoals koeien, bergen of objecten combineren; de juiste volgorde en maskers maken complexe composities mogelijk zonder verlies van originaliteit van elke laag.
Video en beeldmateriaal
Hou er rekening mee dat in Photoshop Elements sommige geavanceerde opties mogelijk anders werken dan in de volledige Photoshop-versie. Voor een extra duidelijke demonstratie kun je onderstaande video en afbeelding gebruiken ter ondersteuning van de uitleg.

Hoe beheers je laagmaskers in Photoshop Elements? (Beginnerseditie)
Wil je nog meer leren? Bekijk aanvullende cursussen en oefenmateriaal over Photoshop Elements en Photoshop in Photofacts Academy, met speciale secties voor beginners en gevorderden.