Maximale aantal elektriciteitskabels in PVC-buis op het dak: praktische richtlijnen en overwegingen

In de voorbereiding met het aanleggen van elektra is het verstandig om na te denken over installatiedraden (YMvK) en de juiste installatiebuizen. De gele installatiebuizen voor binnen worden ook wel elektrabuizen genoemd. De grijze installatiebuizen worden slagvaste hostalit buizen genoemd. De hostalit buizen worden voornamelijk voor kabels en buiten gebruikt. De installatiebuizen moeten goed worden afgestemd met de gekozen draden. Voor het gebruik van installatiebuizen gelden een aantal voorschriften en regels. Let op: Installatiebuizen mogen niet los komen te liggen. Monteer ze met klembeugels vast op de ondergrond. Verticale klembeugels moeten om de 40 cm worden bevestigd.

Afhankelijk van de diameter mag je per installatiebuis een maximaal aantal draden door een installatiebuis trekken. In de NEN 3174 en de NEN 3530 is beschreven welke regels hiervoor gelden. De meest gebruikte gladde installatiebuizen hebben een diameter van 16 mm (inch: 5/8″) en 19 mm (inch: 3/4″). De meest gebruikte flexibele installatiebuizen hebben een diameter van 16 mm (inch: 5/8″) en 19 mm (inch: 3/4″). Per buis is het mogelijk om verschillende VD draden te combineren. Let op dat uitbreiding van een installatie met flexibele buizen moeilijker is dan met PVC buizen.

Bij het kiezen tussen een flexibele buis en een PVC installatiebuis let je vooral op waar de buis komt te liggen, hoeveel bochten je nodig hebt en hoeveel bescherming de bedrading moet krijgen. Een flexibele buis is handig wanneer je de buis wilt wegwerken in wanden, plafonds of vloeren en wanneer je veel bochten of obstakels hebt, omdat deze eenvoudig te leggen is en vaak sneller te monteren. Een nadeel kan wel zijn dat het trekken van draden lastiger wordt bij veel bochten of lange lengtes. Hiervoor kun je beter een flexibele buis met trekdraad gebruiken. Je kan natuurlijk ook recht leggen. Zorg dan voor voldoende ondersteuning en werk met klemmen en beugels om de buis stevig vast te zetten.

Infographic: Overzicht installatiebuizen ( PVC vs. flexibele )

Een PVC buis is geschikt wanneer de buis extra stevig moet zijn, bijvoorbeeld in een schuur, garage of kelder, en bij lange rechte trajecten omdat het trekken van draden vaak eenvoudiger gaat. Per groep mag je gebruik maken van één installatiebuis. Wanneer je twee groepen nodig hebt, dan heb je voor elke groep een aparte installatiebuis nodig. Voor lasdozen of inbouwdozen geldt dezelfde regel als bij de installatiebuizen. Per lasdoos of inbouwdoos mag maximaal één aparte groep worden gebruikt. Een uitzondering wordt wel gemaakt bij een fornuisgroep. Een fornuisgroep kan bestaan uit twee gekoppelde 1 fase groepen, deze kun je zien als één groep.

Heb je vragen over installatiebuizen of wens je graag meer informatie over elektra aanleggen? Om leidingwerk, bedrading of kabels vakkundig weg te werken geven wij u hier uitleg, aanleg tips en aandachtspunten bij de aanleg van het leidingwerk van elektra. We gaan in op de verschillende materialen die nodig zijn om elektra op een provisionele wijze weg te werken. Hoewel het een hele klus lijkt om elektra bedrading goed weg te werken, is het met een goed plan en goede voorbereiding met de juiste materialen prima te doen. Zeker in een situatie als u gaat verbouwen & schilderen of behangen is het aan te raden om na te denken over de plek van inbouw elektra schakel materialen. Hier moet positie van het leidingwerk op aangepast worden.

  1. Bedrading van twee (of meer) verschillende groepen mag nooit door één buis gaan, en nooit in één inbouw- of lasdoos zitten. Een mantelbuis mag maximaal voor 1 groep worden gebruikt, heb je 2 of meer groepen dan heb je voor elke groep een aparte mantelbuis nodig. Ook een lasdoos of inbouwdoos mag maximaal voor 1 groep worden gebruikt. De enige uitzondering is een kookgroep. In een flexibele buis mogen minder draden getrokken worden dan in een schuifbuis (= gewone installatiebuis).
  2. Het hangt van het type en diameter mantelbuis af hoeveel installatie draden maximaal in een mantelbuis mogen zitten. Tip: trek NOOIT (in een mantelbuis) een extra installatiedraad bij aanwezige installatiedraden. Naast dat het moeilijker is heeft u een grote kans om andere installatiedraden te beschadigen met in het ergste geval brand tot gevolg, dus altijd alle draden tegelijk trekken.
  3. Een elektra mantelbuis is voor het geleiden en deels beschermen van elektriciteitsbedrading. Dit kan in en op de muur zijn. We spreken dan van inbouw of opbouw mantelbuizen of leidingen. De mantelbuis wordt vaak onzichtbaar weggewerkt in de muur (inbouw). Als de mantelbuis zichtbaar is dan spreken we van opbouw.
  4. De elektradraden kunnen met een trekveer in de mantelbuis worden getrokken. Aftakkingen en elektrainstallatiedraad verbindingen worden gemaakt in lasdozen en centraaldozen. Er zijn verschillende type elektra mantelbuizen. Een mantelbuis zet je vast met zadels en pluggen.
  5. Bij een lasdoos kunt u verschillende elektra draden aan elkaar verbinden en achteraf kunt u er nog bij. Een lasdoos beschermt de verbinding en koppelpunten van installatiedraden. Er zijn verschillende trek- of lasdozen, afhankelijk van hoeveelheid richtingen en hoeken. Een Kabeldoos gebruikt u voor buitenshuis om verschillende grond- en buitenkabels aan elkaar te verbinden. Een inbouwdoos heeft een beschermende functie en vormgeving voor inbouw schakelmateriaal.
Diagram van mantelbuizen en lasdozen in een woning

Er zijn verschillende dieptes van inbouwdozen, afhankelijk van de dikte van de muur. Dieptes zijn vaak 4 tot 5 cm. Door een sparing te maken door te hakken of te frezen in de muur, kun je leidingen wegwerken, waarna er overheen gestuukt kan worden. Dit is ideaal bij renovaties. Andere manieren om kabels uit het zicht te houden zijn kabelgootjes of het verwerken onder een plint. Een voorbeeld van slim omgaan met kabels is het verwerken van de telefoon- of televisies aansluitingen bij het nieuw leggen van een laminaatvloer. De kabel kan dan in het isolatiemateriaal van de vloer worden verwerkt. Het wegwerken van bekabeling kan soms ook vrij goed in de vloerafwerking die je gaat toepassen. Met name bij de aanleg van laminaat of een houten vloer is er sprake van een isolatielaag waar je laagspanningskabels (bijv. TV, telefoon of data) kunt wegwerken.

De werken aan elektriciteit, stroom en elektra-installaties brengen gevaren met zich mee. Vaak wordt erbij een kookgroep (4x 230V) of een krachtgroep gebruikt. Een hoofdschakelaar is verplicht en alle groepen moeten achter een aardlekschakelaar van 30 mA. Een eindgroep is maximaal 16 ampere (max 3680 Watt) als dit een automaat is met karakteristiek B. Zonnecelinstallaties moeten achter een aardlekschakelaar worden aangesloten. Zes belangrijke regels: maximaal twee aardlekschakelaars, alle aansluitpunten beschermd geleid, en een mantelbuis mag niet meer dan 60% gevuld zijn. In 16 mm buis kunnen 5 draden van 2,5 mm² of 3 draden van 2,5 mm² en 4 draden van 1,5 mm² worden getrokken; in flexibele buis gelden vergelijkbare but iets strengere aantallen.

In de loop der tijd zijn de wettelijke eisen veranderd. De NEN1010 beschreef als eerste veiligheidsnorm de minimale eisen, en de Regeling Bouwbesluit maakt delen wettelijk bindend. Een uitzondering geldt als alternatief minstens gelijkwaardig is aan de norm. Buizen en dozen moeten bovendien zodanig geplaatst worden dat ze bereikbaar en overzichtelijk blijven. Open en/of losse bedrading is niet toegestaan. Grote huishoudelijke apparaten zoals wasmachine, droger, boiler en vaatwasser vereisen meestal een aparte eindgroep met wandcontactdoos bij elk apparaat.

Schematische weergave: verdeling van eindgroepen en aardlekbeveiliging

Diepte en capaciteit blijven afhankelijk van toepassing en gebruiksdoel. Voor dakinstallaties geldt: houd rekening met de afstand tot aansluitpunten, het aantal bochten en de gewenste bescherming van de bedrading. Een mantelbuis dient zoveel mogelijk apart te blijven voor elke groep. Een extra tip: gebruik altijd één maat grotere buis dan strikt noodzakelijk om trekkracht te optimaliseren bij toekomstige aanpassingen. Combineer bij voorkeur geen stroomkabels met signaalkabels in dezelfde mantelbuis.

Samenvattend:

  • Beperk het aantal draden per buis volgens diameter en type buis (glad vs. flexibel).
  • Bevestig draden en buizen met geschikte montagematerialen; voorkom losliggende leidingen.
  • Houd schematische scheiding aan tussen sterkstroom en zwakstroom waar mogelijk; vermijd mengingen in dezelfde buis.
  • Plan kabellijningen zo dat onderhoud en toekomstige vervanging eenvoudiger is.
  • Zorg voor optimale diepte, hoogte en bereikbaarheid volgens de relevante normen en voorschriften.

tags: #hoeveel #elctrabuizen #in #pvc #buis #op