Wil je je regenpijp afkoppelen? Met deze tool kan je onderzoeken hoeveel ruimte je nodig hebt om het regenwater van je dak of andere verharde oppervlakken (terras, dak van schuur of garage) te bergen in je tuin. Een wadi is een met grassen begroeide en met grind gevulde greppel. Deze staat bij mooi weer droog maar vult zich tijdens een regenbui met regenwater. Het water dat op je dak valt wordt via de regenpijp en een open goot naar de wadi geleid. Wil je meer weten over een wadi en hoe jij er een kan aanleggen in je tuin?
Hoogteverschillen in je tuin zorgen ervoor dat water tijdelijk opgeslagen kan worden in de lager gelegen delen verder bij de woning vandaan. Zo blijven de hoger gelegen delen van de tuin, bijvoorbeeld het terras, na een zware regenbui droog. In de lager gelegen en onverharde delen van de tuin kan het water even blijven staan en geleidelijk wegzakken zonder dat je er hinder van ondervindt. Een voorbeeld hiervan is een verdiept aangelegd grasveld.
Een regenwatervijver is iets anders dan een gebruikelijke tuinvijver. In een tuinvijver heb je een vast waterpeil. Het waterpeil van een regenwatervijver wisselt. In de berekeningen gaan wij uit van mogelijke peilwisseling van 30 cm. Je kunt ook een grindstrook aanleggen. In een grindstrook of grindkoffer kan regenwater afkomstig van je verhard terras of je dak tijdelijk worden geborgen. Van daaruit kan het geleidelijk wegzakken in de ondergrond. De hoeveelheid regenwater die zo kan worden geborgen en geïnfiltreerd is afhankelijk van de afmetingen van de grindstrook en de doorlatendheid van de bodem. In deze tool is gerekend met een grindstrook van 50 cm diep. Wil je meer weten over het aanleggen van een grindstrook? Deze mini-rekentool houdt rekening met een bui van 40 of 60 mm per dag.
- Een bui van 60 mm valt ca.
- Om ervoor te zorgen dat het regenwater niet je huis inloopt, moet je ervoor zorgen dat het overtollige water weg kan lopen. Als er een sloot in de buurt is kan het daar naar toe afgevoerd worden. Als er geen sloot of andere mogelijkheid in de buurt is, kan dit betekenen dat je dat overtollige regenwater toch het riool in laat lopen via een overloop in je vijver, wadi of grindkoffer. Maak hiervoor een overloop naar het riool die als inlaatniveau het hoogst toelaatbare waterniveau heeft.
- De waterdoorlatendheid van de grond in je tuin bepaalt hoe snel water infiltreert en daarmee de benodigde afmetingen van de berging. Een lage waterdoorlatendheid bijvoorbeeld van kleigrond heeft een infiltratie van 0,1 meter water per dag of minder. Een gemiddelde waterdoorlatendheid betekent een infiltratie van ongeveer 1 meter water per dag. Een hoge waterdoorlatendheid van bijvoorbeeld zandgrond betekent een infiltratie van 2 meter water per dag of meer.
Graaf een gat van een 30 cm diep, vul dit met een emmer water en bepaal hoe lang het duurt voor het water is weggezakt. In de NEN 3215 staat omschreven hoe de afvoercapaciteit van hemelwaterafvoerbuizen (HWA-buizen) wordt bepaald. De afvoercapaciteit van een HWA-buis is mede afhankelijk van het model dakgoot waarop deze is aangesloten. Om te bepalen hoeveel Rheinzink HWA-buizen er nodig zijn moet er eerst worden bepaald wat de regenbelasting per dakvlak is. De regenbelasting wordt volgens de volgende formule bepaald: Regenbelasting per dakvlak (l/s) = α x i x β x Ad. Ad is het oppervlak van het dakvlak in m2. Het oppervlak wordt evenwijdig aan het dakvlak gemeten (dus geen horizontale projectie).
Het aantal en de diameter van de HWA-buizen wordt bepaald op basis van de uitkomst van deze berekening. Er gelden altijd een aantal basisvoorwaarden: Een dakvlak groter dan 100 m2 moet minimaal 2 afvoerpunten hebben; De maximale lengte van een dakgoot per HWA-buis is gerelateerd aan de diameter van de HWA-buis: diameter 60 en 70 mm: maximaal 10 meter; diameter 80 en 100 mm: maximaal 20 meter. De waterlijn van het dak moet binnen de vooropstand van de goot vallen. Voor de afvoercapaciteit per HWA-buis geldt een tabel in de download sectie. De verhouding tussen de goothoogte en/of gootbodem en de diameter van de HWA-buis bepaalt de afvoerfactor.
Een regenpijp (hemelwaterafvoerbuis) is doorgaans 60, 70, 80 of 100 mm in diameter; deze maat is afhankelijk van de verwachte hoeveelheid water die afgevoerd moet worden. In de praktijk is het verstandig grotere diameters te kiezen vanwege hevige regenval. Officiële ontwerpmiddellijnen zijn 57, 69, 77, 100, 117, 150 en 190 mm. Een speciale oplossing voor de afvoer van hemelwater is het pluvia-systeem waarbij het water uit diverse uitlopen verzameld wordt in een centrale afvoer.

Een goede gewoonte is om tijdens bouw of verbouwing voor een tijdelijke hemelwaterafvoer te zorgen: een flexibele slang met de diameter van de uitloop erboven en uitkomend in een deel van de tuin of bouwplaats waar het water weg mag lopen. De slang is vaak blauw van kleur voor duidelijkheid. Kritische noot: het groene sprookje van het afkoppelen van de hemelwaterafvoer van het riool kan problematisch zijn. Te veel bestrating, te weinig overloopmogelijkheden en onvoldoende opvang kan leiden tot wateroverlast, terwijl gemeenten soms subsidiëren voor afkoppelen.
De oplossing ligt in een gebalanceerde combinatie: bufferen in greppels, wadi's, grindkoffers en plassen zodat de infiltratie langzaam verloopt en de riolering ontlast wordt. Voor woningen kan 1-2 regentonnen nog steeds nuttig zijn om overtollig regenwater op te vangen en de openbare riolering te ontlasten. Een verantwoorde aanpak vereist echter dat er altijd een overloop naar het riool is om grootste overlast te vermijden.
Hoe ontwerp je een hemelwaterafvoersysteem? Het volledige ontwerpproces met berekeningen.
In de praktijk bestaan er meerdere systemen en opties: grindstroken, wadi's, regenwatertanks, infiltratiekratten en putten. Een regenpijp is meestal noodzakelijk om regenwater vanaf dakgoten af te voeren, en de keuze van verfijnde hulpstukken (bochten, koppelstukken, ophangbeugels, bladvangers) draagt bij aan een verstoppingsvrije werking. Een lijngoot en regenwaterafvoer helpen verstoppingen door bladeren en vuil te verminderen. Bij grotere dakoppervlakken kan het noodzakelijk zijn om meerdere afvoeren te plaatsen zodat regenwater snel en betrouwbaar wordt afgevoerd.
Een plat dak heeft meestal minder natuurlijke afvoer; hier loopt overtollig water vaak via een vergaarbak naar de regenpijp. Bij planning is het verstandig om de dakgoot te ondersteunen met beugels om doorhangen te voorkomen en voldoende afschot te waarborgen. Vermijd scherpe hoeken in de regenpijp en gebruik bij voorkeur twee keer 45° bochten in plaats van één 90° bocht om verstoppingen te voorkomen.
Wil je een regenpijp afkoppelen of een groter debiet realiseren? Diameterkeuzes variëren: tuinpijpen kiezen vaak 60-70 mm, voor zelfbouw wordt soms 80-100 mm gekozen. Een grotere diameter kan meer regenwater afvoeren maar vereist vaak een grotere goot of meerdere afvoeren. De belangrijkste regel: bereken de capaciteit op basis van dakoppervlak en neerslagverwachting zodat het systeem effectief water weg kan leiden.
Samenvatting van kernpunten- Gebruik regelmatige overloopsystemen en voldoende afvoerpunten bij grote daken.
- Beschouw infiltratie vs. rioolafvoer op basis van bodemdoorlatendheid.
- Overweeg wadi’s, grindstroken en regenwaterreservoirs ter buffering en waterbesparing.
- Werk met passende hulpstukken en vermijd te scherpe hoeken om verstoppingen te voorkomen.
- Bij hevige neerslag kunnen extra afvoeren of grotere diameter noodzakelijk zijn.
Documentatie en verdere leeswijzen: Vlakdakafvoeren en Zinken goten en hemelwaterafvoeren; onderhoud van hemelwaterafvoeren; Pluvia-systemen en verschillende uitlopen zoals onderuitloop en zijuitloop. De keuze voor Europese modellen kan montagesimpler maken doordat ze zonder solderen met zinklijm kunnen worden verbonden. De officiële ontwerpmiddellijnen en diameteropties zijn bedoeld om te zorgen dat elke hemelwaterafvoer de capaciteit heeft om droog te blijven, zelfs bij piekbelasting.