Verschil tussen eb en vloed in meters: hoe groot kan het zijn en wat bepaalt het

Het is twee keer per dag eb en vloed. Vloed is de periode wanneer de waterstand stijgt tot het maximaal is. Eb is de periode wanneer het water zich terugtrekt. Eb en vloed worden hoofdzakelijk veroorzaakt door aantrekkingskracht van de maan. De zwaartekracht van de maan (en die van de zon in mindere mate) trekt aan de aarde, maar ook aan het water van de aarde. Hierdoor verplaatst het water naar de maankant van de aarde. Het is daar dan vloed. Hoe dichter de aarde bij de maan en de zon staat, hoe groter de aantrekkingskracht en hoe hoger het water staat. Omdat de aarde in 24 uur om zijn as draait hebben we zo ongeveer tweemaal per dag hoogwater en tweemaal per dag laagwater.

Foto: Adobe Stock / TasfotoNL

Verschil tussen eb en vloed niet overal hetzelfde

Het verschilt per locatie wanneer het eb of vloed is. Ook varieert het verschil tussen beiden per plaats. Als het water niet makkelijk naar en van de oceanen kan stromen is er weinig verschil. Een voorbeeld hiervan is de Straat van Gibraltar en de Middellandse Zee. Het oceaanwater moet door een versmalling om naar de Middellandse Zee te komen. Het verschil tussen laagtij en hoogtij is in de Middellandse Zee daarom nauwelijks zichtbaar. Het grootste verschil vind je terug in de Fundy Baai aan de Canadese oostkust. Het verschil kan hier wel vijftien meter zijn.

Vloed niet altijd even hoog? Hoe hoog de vloed op een locatie precies is wisselt. Dit komt doordat het water van de aarde niet alleen wordt aangetrokken door de maan, maar ook door de zon. De aantrekkingskracht van de zon is minder sterk dan van de maan, omdat de zon verder weg staat. Als de maan, de aarde en de zon op een lijn staan versterken de krachten die eb en vloed veroorzaken elkaar. Dit geldt voor volle maan en nieuwe maan. Het hoogwater is dan extra hoog. Dit heet springtij. Bij de maanfasen eerste kwartier en laatste kwartier (halve maan) werken de zon en maan elkaar tegen en oefent de maan zijn kracht dusdanig uit dat het verschil tussen eb en vloed afneemt. Dit wordt doodtij genoemd.

Strand. Foto: Annemarie van Iersel

Extra hoog springtij: Bij nieuwe maan is het springtij nog net wat hoger dan bij volle maan, omdat de zon en de maan dan aan dezelfde kant van de aarde staan en de aantrekkingskracht op het water in één richting wordt uitgeoefend. Springtij valt overigens niet op de dag van volle maan of nieuwe maan, maar twee dagen erna. Ook de eerste twee dagen na volle en nieuwe maan is de aantrekkingskracht nog groot en neemt de laagte van eb en de hoogte van vloed nog verder toe. Als er sprake is van een supermaan (of een dichtbijstand tijdens nieuwe maan) is de aantrekkingskracht nog een stuk groter dan bij een normale maan, laat staan een 'micromaan' (tegenhanger supermaan). Dit komt doordat de maan dan relatief dicht bij de aarde staat en meer aantrekkingskracht op het water kan uitoefenen.

Lees ook: Dit moet je weten over de invloed van het weer op eb en vloed

Wereldwijde voorbeelden en getijdenverschillen

De Bay of Fundy is een baai aan de Atlantische kust, gelegen tussen de Canadese provincies New Brunswick en Nova Scotia. Het is de plek waar 12 walvissoorten ieder jaar paren, spelen en plankton proberen te vangen. Het grootste verschil dat ooit is gemeten was in de nacht van 4 op 5 oktober 1869 tijdens een tropische storm. Hierbij werd een getijdeverschil in de Bay of Fundy gemeten van 21,6 meter. Het kanaal en geulen zoals Cape Chignecto en Minas Channel dragen bij aan deze krachtige getijdenstromen. Hopewell Rocks zijn iconische rotsformaties veroorzaakt door erosie van getijden; ze variëren van 13 tot 23 meter hoog.

Hopewell Rocks en Cape Hopewell

Op getijdenwateren zoals de Waddenzee is het aan te raden om bij het plannen van je vaartocht rekening te houden met het getij. De waterstand kan per dag meters verschillen, wat direct invloed heeft op de bevaarbaarheid van vaargeulen. Zonder inzicht in het getij loop je het risico vast te lopen of tegen sterke stroming in te varen.

Wat veroorzaakt het getij?

  • Aantrekkingskracht van maan en zon: De maan (en in mindere mate de zon) trekt aan het water op aarde, wat zorgt voor:
    • 2x per dag hoogwater en 2x per dag laagwater
    • Getijdestroming die iedere 6 uur van richting verandert
  • Belangrijke begrippen en fenomenen: Springtij, doodtij, verval, rijzing, LAT en LLWS.

Springtij en doodtij

Springtij is het moment waarop het verschil tussen hoog- en laagwater het grootst is. Treedt op 2 dagen na nieuwe of volle maan. Doodtij is het tegenovergestelde: het verschil is minimaal en treedt op 2 dagen na het eerste kwartier of laatste kwartier van de maan.

In de Nederlandse kust en in het Waddengebied verschilt het bereik van het getij. Het verschil tussen springtij en doodtij ten opzichte van gemiddeld hoogwater ligt in de orde van 50 cm in het wad. De stand van de maan en de zon, samen met de topografie van de kust, bepalen deze variaties per locatie.

Getijdiagrammen en tabellen

Richting en snelheid van de getijstromen

Varen op de Waddenzee wordt beïnvloed door de stroming: afhankelijk van de dagplanning kun je met de stroming meevaren en sneller vooruitgaan, of tegenstroom tegenkomen. Snelheden van getijstromen kunnen op delen van het wad tot 4 knopen (ruim 7 km/uur) bedragen; bij de Eems en het Duitse Wad kunnen stroomsnelheden van 5 of 6 knopen voorkomen. Schepen hebben meestal voldoende motorvermogen om tegen de stroom in te varen.

Om te weten welke kant de stroom op loopt, bestaan getijtabellen en kaarten die aangeven wanneer en waar hoog en laag water is. Bij Texel, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog stroomt de vloed vanuit de Noordzee naar binnen, dus vanaf laag water vaar je met de stroom mee naar Harlingen. Bij hoogwater kun je weer naar de eilanden toe varen.

Getijtafels en stroomkaarten

Droogvallen op de Waddenzee

Onze historische zeilschepen hebben een vlakke bodem en maken droogvallen mogelijk tijdens afgaand water. Dit is een unieke ervaring die je kunt meemaken tijdens een zeiltocht op de Waddenzee. Bij droogvallen varen we een paar uur voor laagwater naar zandbanken en wachten we tot het water terugkomt. We handelen volgens de erecode van het Wad om bodemdieren en vogels niet te verstoren. Aan boord hebben we kaartmaterialen en delen we graag onze kennis.

Bij Eb trek je het water terug en bij vloed stroomt het water terug tot aan de vloedlijn. Het wad reageert op de combinatie van getijden, wind en strandhelling. Elke locatie kan net iets anders zijn en de helling van het strand bepaalt hoe ver de eb- en vloedlijn uit elkaar ligt.

Waddenzee tijdens eb en vloed

Technische achtergrond en getijwetenschap

Het getij is een periodieke rijzing en daling van de waterspiegel, veroorzaakt door de aantrekkingskrachten van de maan en de zon op de draaiende aarde. Het is een golfbeweging die verschillende vormen aanneemt (dubbeldaags getij, enkeldaags getij, gemengd getij). Wanneer maan en zon in een lijn staan, versterken de krachten elkaar en treedt springtij op; wanneer ze haaks staan, treedt doodtij op. Moderne onderzoeken gebruiken harmonische analyse en Fourier-methoden om getijcomponenten te begrijpen en te voorspellen.

Praktisch wordt het getij voorspeld met behulp van getijtafels, tijdschalen en de fase van maanstanden. LAT (Lowest Astronomical Tide) dient als referentie op zeekaarten. LLWS werd lange tijd gebruikt maar is vervangen door LAT. Voor getij- en stromingsinformatie bestaan hulpmiddelen zoals de HP33 Stroomatlas, getijtafels en stroompijlen die richting en snelheid tonen.

Getijkundige concepten: springtij, doodtij, LAT

Samengevatte feiten en praktische tips

  • Eb en vloed wisselen twee keer per 24 uur en 50 minuten op aarde.
  • De maan is de belangrijkste oorzaak; de zon heeft een kleinere invloed.
  • Springtij treedt op twee dagen na volle- of nieuwe maan; doodtij twee dagen na het eerste- of laatste kwartier.
  • Het Scheepvaartverkeer op het wad hangt sterk af van getijden; plan vaartijden met getijkaarten en kaarten van stromingen.
  • Bij het wad kan het getij verschillen per locatie, waardoor waterdiepte en droogvallen variëren.

Achtergrond: historische en wetenschappelijke notities

De getijwerking werd lange tijd bestudeerd en verklaard via zwaartekracht en getijkrachten. Newton leverde de eerste grondslagen voor het begrip getij; later werkte Laplace dit uit tot een dynamische theorie. Harmonische analyse maakte het mogelijk om getijcomponenten te scheiden en te voorspellen. Het verschil in getij tussen western en eastern delen van het wad komt door kustvorm, diepte en landmassa’s die de golven hinderen of geleiden.

Eb en vloed

Informatie voor bezoekers van de Waddenzee

Let bij een vaartocht op de getijden, wind en de vorm van het strand. De afstand tussen eb- en vloedlijn varieert per locatie en per dag. Het wad biedt unieke kansen zoals droogvallen, maar ook risico’s als sterke stromingen. Gebruik betrouwbare getijtafels en volg lokale richtlijnen om de natuur te beschermen en veilig te varen.

Veelgestelde vragen over eb, vloed en getij

  1. Wat veroorzaakt getij? De aantrekkingskracht van de maan (en in mindere mate de zon) op het water veroorzaakt tweemaal daags hoog- en laagwater.
  2. Wat is springtij en wanneer treedt het op? Springtij is het maximale verschil tussen hoog- en laagwater; het treedt op twee dagen na volle maan of nieuwe maan op.
  3. Wat betekent LAT? LAT staat voor Lowest Astronomical Tide en dient als referentiepeil op zeekaarten.
  4. Hoe gekend zijn getijverschillen op de Waddenzee? Het wad kent flinke variaties; in sommige gebieden kunnen de verschillen tussen eb en vloed groter zijn dan gemiddeld.

tags: #hoeveel #meter #verschil #tussen #eb #en