In de late negentiende eeuw ontdekten zowel diaconieën als kerken in Nederland de noodzaak van opvang en onderwijs voor kinderen met verstandelijke beperkingen. Het dringende probleem werd tijdens een vergadering van de diaconieën van de Nederduitsch Gereformeerde Kerken in Nederland op 22 maart 1888 besproken, waarna een commissie tot de conclusie kwam dat zij dit initiatief niet zelf zouden overnemen, maar dat enkele leden op persoonlijke titel verder zouden gaan met de oprichting van de Vereniging ’s Heeren Loo.
De Vereniging tot opvoeding en verpleging van idioten en achterlijke kinderen werd zo geboren, met Fokko Kortlang als eerste directeur. Hij maakte een studiereis naar Duitsland, vertaalde een opleidingsboek voor personeel uit het Duits en nam de structuur van betrekkelijk kleine paviljoenen over. Op 3 februari 1891 ging ’s Heeren Loo Ermelo van start, met een duidelijke scheiding tussen jongens en meisjes, een lijn die tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw bleef gelden. Kortlang, streng voor zichzelf en anderen, vervulde meerdere rollen: directeur, administrateur en boekhouder tegelijk, en ontwierp bovendien alle nieuwe paviljoens.
Uitbreiding en parallelle initiatieven
In de beginjaren van de twintigste eeuw kreeg Kortlang binnen ’s Heeren Loo aandacht voor verwaarloosde jeugd, wat in 1907 leidde tot de oprichting van Groot-Emaus in Ermelo voor verwaarloosde kinderen met een lichte verstandelijke beperking. In 1911 volgde Lozenoord voor de opvang van zwakzinnige meisjes. Rond de eeuwwisseling ontstonden ook rooms-katholieke instellingen zoals Huize Sint Anna te Heel (1879), ’t Hoog Huis te Oss (1897), Huize Assisië te Udenhout (1904), Huize Boldershof te Druten (voor idiote meisjes, 1907) en Huize Sint Joseph te Heel (1910).
’s Heeren Loo groeide zo snel dat er uiteindelijk acht nieuwe inrichtingen op het land openden. In de jaren negentig van de twintigste eeuw werden fusies gesloten met andere instellingen. Toch behield ’s Heeren Loo lange tijd grote terreincomplexen met paviljoenen, terwijl elders werd gepionierd met kleinere wooneenheden en maatschappelijke integratie van mensen met een verstandelijke beperking. Pas in de jaren negentig begonnen kleine wooneenheden in woonwijken op te komen en werden inrichtingsterreinen opengesteld voor niet-gehandicapte bewoners.
Verzorging, doelstellingen en financiën
Aanvankelijk was het doel van ’s Heeren Loo om kinderen door opvoeding en aangepaste scholing klaar te maken voor participatie in de maatschappij, en om ernstig gehandicapte kinderen te beschermen tegen misbruik en mishandeling. Sindsdien is dat doel uitgebreid: zorg kan ook in de maatschappij worden geboden en mensen met een verstandelijke beperking kunnen deelnemen aan het sociale leven met variërende niveaus van begeleiding. In het begin werd alles mogelijk gemaakt met collectieve bijdragen; een nieuw paviljoen koste 10.000 gulden en werd door gelovigen door het hele land bijeengezameld.
Religieuze en regionale context: Rooms-Katholieke instellingen en verkenning van erfgoed
Rondom de eeuwwisseling ontstonden er rooms-katholieke instellingen zoals Huize Assisië te Udenhout, Huize Boldershof te Druten en Huize Sint Anna te Heel, die gezamenlijk een Nederlandse traditie van zorg voor mensen met verstandelijke beperkingen illustreerden. Deze instellingen en hun erfgoed worden vandaag de dag bestudeerd door historici en musea, waaronder virtuele tentoonstellingen en publicaties die terugkijken op honderd jaar zorg en de transitie naar hedendaagse zorgconcepten. Het verhaal van Huize Assisië, Nu Prisma, blijft een belangrijk referentiepunt in Brabant voor de zorggeschiedenis en de maatschappelijke transitie.

Sociaal en sportief leven in Ermelo en omstreken
In Ermelo en omgeving speelden sport en verenigingsleven een cruciale rol in de gemeenschap. Klaas van Putten, een lange tijd actief bij DVS en betrokken bij Ajaxvoetbal, illustreert hoe sportfamilies zich in deze regio ontwikkelden. Ajax, EFC en DVS waren in de beginjaren voorlopers van lokaal voetbal, waarbij de samenwerking tussen clubs en de opkomst van verenigingen als DVS belangrijke stappen waren in de opbouw van sportinfrastructuur en -cultuur in Ermelo. De club DVS kende successen, waaronder kampioenschappen en een groeiende jeugdcompetitie die uiteindelijk leidde tot de oprichting van de Veluwse Jeugd Commissie om jeugdvoetbal in de regio beter te organiseren.
Het lokale erfgoed, de bouw en ontwikkeling van dorpen zoals Ermelo, Hulshorst en omstreken worden herkend in het landschap van paviljoenen, hofsteden en landgoederen. Essenburg en Hulshorst zijn herkenbare voorbeelden van landgoederen met uitgestrekte parken, waterpartijen en historische gebouwen die de regionale identiteit van de Veluwe ondersteunen. Openbare musea en virtuele tentoonstellingen werpen vandaag een licht op deze erfenis en brengen generaties samen met het verleden.
Personen en anekdotes uit de gemeenschap
Herman Ermelo, de verhalenverteller en verzamelaar, maakte een fascinerende verbinding tussen Open Doors, erfgoed en moderne verhalen. In Ermelo werd een mobiel museumtemmen deels ontwikkeld rondom het verhaal van Open Doors, met undergroundverhalen van het IJzeren Gordijn en de roep om vrijheid. Verhalen van mensen zoals Herman Brand en Jan Geitenbeek tonen hoe erfgoed en ideële zorg een levende beweging blijven, met collecties en tentoonstellingen die publiek en gemeenschap verbinden.
Ook de verhalen van Klaas van Putten en zijn tijd bij DVS en Ajax laten zien hoe sport en gemeenschap verweven zijn met lokale identiteit en herinneringen. De combinatie van verhalend erfgoed en hedendaagse museale presentaties biedt een rijk palet aan bronnen voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van zorg, religieuze stromingen, sport en lokale ontwikkeling in Oost-Nederland.