Aan de hand van o.a. sprookjes, rijmpjes en spreekwoorden wordt kennis gemaakt met de kleuren van de regenboog. Met instructie en spelsuggesties. Voorzien van kleurentekeningen. Vanaf ca. Bram heeft ADHD, hij is o.a. erg druk op school. Maartje en Jeroen zijn ook druk, maar hebben geen ADHD. Wat houdt dat eigenlijk in, en wat is eraan te doen, met en zonder pilletjes? Met tips voor opvoeders en zwart-witte lijntekeningen. Om voor te lezen en over te praten. Vanaf ca. De ouders van Sterre (4) en Jordi (6) zijn gescheiden, omdat ze te veel ruzie hadden. Met tips voor opvoeders en paginagrote zwart-witte lijntekeningen. Hulpmiddel om met jonge kinderen te praten over echtscheiding. Vanaf ca. De ouders van Sterre (4) en Jordi (6) zijn gescheiden, omdat ze te veel ruzie hadden. Met tips voor opvoeders en paginagrote zwart-witte lijntekeningen. Hulpmiddel om met jonge kinderen te praten over echtscheiding. Vanaf ca. W.G.J. De moeder van het poesje Pip is anders dan andere moeders. Soms is ze heel lief om dan opeens heel boos te worden. Dat is niet makkelijk voor haar kinderen. Met zwart-witte tekeningen. Voorlezen vanaf ca. Aletha J. Over het algemeen ben ik erg te spreken over de kwaliteit van de artikelen in Onze Taal, maar in het decembernummer van 1997 trof ik iets aan waardoor ik toch echt even ging twijfelen. Iemand stuurt een ingezonden brief en maakt daarin melding van een verschijnsel dat hem is opgevallen: in verschillende talen worden dezelfde zaken aangeduid met verschillende woorden die echter uit dezelfde letters bestaan. Voorbeeld: appel/apple, parel/pearl/perla, NATO/OTAN. Maar de reactie van Jules Welling in het decembernummer is werkelijk van lagereschoolniveau. De briefschrijver wordt behandeld als een kind van acht dat de meester vertelt dat hem iets is opgevallen aan een paar woordjes, waarop de meester reageert met superlatieven als ‘een prachtige vondst’, ‘met recht een curiosum’ en ‘de eerste die het verschijnsel naar de oppervlakte bracht’. Het verschijnsel komt ook bínnen een taal voor: metre/meter; centre/center in respectievelijk het Engels en Amerikaans Engels. In het januarinummer beschrijft Ton van der Wouden ‘enkele Vlaamse taaleigenaardigheden’, waaronder culpabiliseren. Als Vlamingen iemand culpabiliseren (het woord staat niet in Van Dale), dan beschuldigen zij iemand, geven zij iemand de schuld, schrijft Van der Wouden. Vergist hij zich niet? Hij weet toch dat Vlamingen nog altijd proberen Franse woorden in het Nederlands in te lijven. Waarom dan niet even gekeken naar wat culpabiliseren in het Frans betekent? Niet ‘beschuldigen’, ‘de schuld geven’, maar ‘een schuldgevoel geven’, ‘een schuldgevoel oproepen’. Zo citeer ik, om het Nederlanders gemakkelijk te maken, uit Van Dale's Groot Woordenboek Frans-Nederlands. Het citaat dat Van der Wouden als voorbeeld geeft: ‘ik wil degenen die die huiszoekingen hebben gedaan, niet culpabiliseren’, betekent helemaal niet: ‘ik wil ze niet beschuldigen’, maar ‘ik wil ze geen schuldgevoel aanpraten’. Misschien kunnen we culpabiliseren toch maar beter in het Nederlands inlijven. De heer Van der Wouden verlustigt zich op bladzijde 14 van het januarinummer zoals zovelen voor, met en wellicht na hem, aan zogenoemde ‘Vlaamse taaleigenaardigheden’. Nederlanders zullen het nooit leren, hè? Hoe dikwijls moeten we hun nu nog proberen diets te maken dat het bij de meeste van deze ‘eigenaardigheden’ die (in dit geval door Van der Wouden) gesignaleerd worden, gaat om fouten of slordigheden of dialectismen of hoe je ze ook wilt noemen, die in Vlaanderen absolúút niet algemeen gangbaar zijn. Het woord muilen voor ‘tongzoenen’ bijvoorbeeld ken ik, als Antwerpse dialectspreker, helemaal niet: ik heb het zelfs nog nooit, waar dan ook in Vlaanderen, gehoord. Toegegeven, ik ben nog niet overal in Vlaanderen op bezoek geweest, maar dit is toch gewoon dialect, zou ik denken. Spreken mensen in Nederland dan misschien helemaal geen dialecten meer? Frank Jansen bespreekt op bladzijde 11 van het januarinummer het woord verklikkerbig in de betekenis ‘gezonde big die tussen de varkens in mogelijk besmette stallen wordt geplaatst om na te gaan of het pestvirus nog aanwezig is’. Ik ken nog een andere verklikkerbig. Voor een lieve vriendin aan wie het snoepen om gezondheidsredenen verboden werd, kochten wij ook een ‘verklikkerbig’ - dat wil zeggen een miniatuurvarken van kunststof. Je stopt het in de kast waar de lekkernijen bewaard worden. Is de verleiding te groot en open je behoedzaam de kast, dan knort het beest dat het een lieve lust is. Je loopt rood aan, want behalve de publieke vermaning is er nog de waarschuwing voor wat je te wachten staat als je weer gaat snoepen. Mr. E. Op bladzijde 9 van het januarinummer constateert de Taaladviesdienst dat het woord proactief betrekkelijk nieuw is. Als juridische term bestaat het echter al langer. Tijdens mijn rechtenstudie in de tweede helft van de jaren tachtig ben ik het woord een aantal malen tegengekomen. Als ik het me goed herinner, had proactief dan betrekking op het politieoptreden dat plaatsvond voordat er een strafbaar feit was gepleegd (de zogenoemde proactieve fase). Henk Tetteroo noemt in zijn reactie in het januarinummer schwalbe als voorbeeld van een vreemd woord dat geen Nederlands equivalent heeft. Het is een korte aanduiding voor een aanvallende voetballer die zich in het strafschopgebied van de tegenstander laat vallen om een strafschop te ‘versieren’. Aangezien ik het woord schwalbe niet erg mooi vind, gebruik ik valspel. Graag geef ik nog enkele voorbeelden van wat Herman J. De Belgische Spoorwegen bieden een kaart aan die de reiziger 40% reductie geeft als hij in een periode van hoogstens twee weken vijfmaal op hetzelfde traject heen en weer spoort. De unitaristische naam van de kaart is railflex. En wat dacht u van STAR 2000? Zo doopte de Belgische Spoorwegen een spoorherstructureringsplan. STAR staat daarbij voor ‘SpoorToekomst - Avenir du Rail’. Ook de bankwereld zoekt naar unitaristische termen. Herman Claeys noemde al Bancontact en Mister Cash, helemaal ingeburgerde systemen om geld uit de muur te halen. Een enkele keer doet men een beroep op Grieksklinkende termen. Denk maar aan Proton, de elektronische portemonnee. Even zelden moet het Latijn taaldoorbrekend werken: de draadloze telefoon van Belgacom heet Proximus. Hans Heestermans' artikel over het woord spin(de) (in ‘Vergeten woorden’, december 1997) voerde me onmiddellijk terug naar mijn jeugd in het vooroorlogse Nederlands-Indië. Daar was onze provisiekast de spenkast en de voorraadkamer (of gudang) de spenkamer. Ik heb dit altijd als een Indisch woord beschouwd en Van Dale verwijst ook inderdaad naar een Maleise oorsprong (sepen), maar de verwantschap met spinde is wel frappant! In het januarinummer stelt Joop van der Horst dat vaststaat dat... als ‘vast staat dat...’ geschreven moet worden. Ik ben dat met hem eens, maar de redenering waarmee Van der Horst zijn bewering schraagt, overtuigt me niet volledig. Het is zijn eigen - volgens hem ongrammaticale - voorbeeldzinnetje ‘Wegsturen ze toch iedereen’ dat twijfel zaait. Ik denk dat het verschil tussen beide zinnen te maken heeft met de mate waarin het vooropgeplaatste element een zelfstandige betekenis heeft. Vooropplaatsing lukt beter naarmate de betrokken elementen een zelfstandiger betekenis hebben. ‘Wég sturen ze toch iedereen’ heeft als overeenkomst met ‘vast staat (dat...)’ dat beide zinnen beginnen met een woord(deel) dat een zelfstandige betekenis heeft, weg respectievelijk vast. In het als ongrammaticaal gepresenteerde voorbeeld ‘opbel me maar’ heeft op geen zelfstandige betekenis, althans niet een die nog herkenbaar is in opbellen. Dat is van belang omdat een eigen betekenis het mogelijk maakt dit woord(deel) te benadrukken door het vooraan in de zin te zetten. Deze truc kan niet worden uitgehaald met woord(del)en die geen eigen betekenis hebben. Vergelijk de zin ‘Úít gingen haar kleertjes’ - smetteloos kinderboeken-Nederlands - maar eens met de onzin-zin ‘Uitperste hij de sinaasappel’. Het eerste uit heeft een zelfstandige betekenis: kleren (boeken, lampen) kunnen uit zijn. Het tweede uit heeft geen betekenis zonder het bijbehorende -persen. Zoals gezegd bestrijd ik Van der Horsts conclusie niet. Waar ik hierboven spaties heb geplaatst in de mijns inziens grammaticale voorbeeldzinnen neig ik ertoe inderdaad een spatie te plaatsen, omdat het hier nou juist gaat om op, uit, vast en weg als woorden met een zelfstandige betekenis. Daar staat tegenover dat dat dan ook geldt in ‘toen de kleertjes uitgingen’, waar toch niemand een spatie plaatst na uit.
Verbinding tussen kinderlijke thema’s en taalobservaties
Het verhaal over kinderen op school met ADHD en druk gedrag roept vragen op over hoe opvoeders met aandacht en structuur omgaan. De tekst biedt een reeks praktische kopjes zoals “Met tips voor opvoeders en zwart-witte lijntekeningen” en “Hulpmiddel om met jonge kinderen te praten over echtscheiding.” Deze elementen verbinden onderwijs, gezinsdynamiek en taalontwikkelingsvraagstukken.
Tegelijkertijd worden er voorbeelden gegeven uit de taalkunde die laten zien hoe woorden en betekenissen verschuiven over talen en dialecten heen. Dit leidt tot een bredere reflectie: taal verheft zich boven enkel woordbetekenis en wordt een venster op cultuur, opvoeding en communicatie in heterogene gezinnen. De combinatie van sprookjes, rijmpjes en spreekwoorden brengt kinderen in contact met de diversiteit van uitdrukkingen en leert hen associatief denken, wat belangrijk is bij het herkennen van emoties en sociale signalen.
Praktische toepassingen en infographics
- Spel- en leesuggesties gekoppeld aan kleuren van de regenboog als aanduiding voor emoties en stemmingen.
- Kleurentekeningen en zwarte-witte lijnen als hulpmiddel bij voorlezen en gesprek.
- Voorbeelden van schematische uitleg over scheidingen en ADHD via duidelijke tekeningen en korte teksten.
- Uitleg van taaleigenaardigheden en de betekenis van woorden in verschillende dialecten als basis voor taalbegrip en tolerantie.

In de voorbeelden uit de brontekst staan talrijke verwijzingen naar werkelijke publicaties en indrukken uit tijdschriften en taalkundige discussies, die dienen als illustratie voor hoe ouders, leraren en kinderen kunnen leren omgaan met taalverschillen, emoties en sociale uitdagingen. Het is mogelijk om deze thema’s te integreren in een lesprogramma met duidelijke doelstellingen, creatieve opdrachten en discussies die aansluiten bij de belevingswereld van jonge kinderen.
Aanvullende didactische elementen
- Voorleespagina’s met prenten die emoties uitbeelden en taalspelletjes rondom klanken en betekenissen.
- Praatgrid over echtscheiding met paginagrote lijnenplaten die gesprek aanmoedigen tussen opvoeders en kinderen.
- Discussiegroepen voor ouders over ADHD, gedrag op school en mogelijke behandelopties, met en zonder medicatie.
Laten we het over ADHD hebben.

De notities uit de lange tekstreeks van de bron onderstrepen bovendien dat taal voortdurend in beweging is; woorden krijgen nieuwe betekenissen, of worden vervangen door buitenlandse leenwoorden, terwijl sommige uitdrukkingen onbevattelijk blijven voor buitenstaanders. Deze dynamiek vraagt om een open houding bij opvoeders en leraren: luister naar kinderen, benoem gevoelens, en gebruik taal als brug naar begrip en verbondenheid in gezinnen met diverse achtergronden.
Tableau van sleutelpunten
| Onderwerp | Toepassing in lesmateriaal | Ondersteunend materiaal |
|---|---|---|
| ADHD en gedrag | Instructie en spelsuggesties | Tekeningen, praatkaarten |
| Echtscheiding | Praten met jonge kinderen | Paginalijnenplaten, hulpmiddelen |
| Taalverschillen | Discussies over culpabiliseren en leenwoorden | Voorbeelden uit bronteksten, woordenboeken |