Is de onderkant van een dak een plafond?

Voordat je begint met klussen aan je dak is het handig om te weten hoe een dak in elkaar zit en uit welke onderdelen een dak bestaat. Een tradtioneel dak in Nederland is hellend, oftewel een schuin dak. We somden in de inleiding al even kort de onderdelen van een traditioneel dak op. De dakbedekking is de bekleding van je dak, meestal dakpannen maar je kan ook een rieten dak, of leisteen hebben bijvoorbeeld. Op platte daken ligt vaak bitumen of EPDM. De dakbedekking is waterkerend en waterafvoerend. Het dakbeschot sluit je dak af. Het zorgt ervoor dat je dak winddicht is en het draagt de dakbedekking. Vroeger bestond dit deel vaak uit planken, maar tegenwoordig is het vaak plaatwerk met isolatie. De dakconstructie is het dragende gedeelte van het dak. Een dak bestaat uit verschillende balken die allemaal een andere benaming hebben.

Het gordingendak (soms keperdak genoemd) komt in Nederland veel voor. Een gording is een horizontale balk (meestal van hout) waarop het dakbeschot van een schuin dak wordt geplaatst. De gordingen lopen in de lengterichting van het dak en worden aan weerszijden ingemetseld in de muur. In de regel is de afstand tussen de gordingen 110 centimeter tot 150 centimeter. De dikte van de gordingen varieert meestal van 15 tot 22 centimeter. Een spant bestaat uit twee a drie houten balken en is een constructief onderdeel van het dak. De bekendste is de A spant, die letterlijk lijkt op de hoofdletter A of een driehoek. Een spantendak (ook sporendak genoemd) bestaat uit een reeks tot een 'driehoek' samengevoegde spanten die het dakbeschot dragen. Zo'n 'driehoek' heet een spant. Deze loopt van de nok tot de dakvoet, dus schuin omlaag. De spanten staan op regelmatige afstand van elkaar (vaak 45 tot 60 cm), waardoor de krachten gelijkmatig worden verdeeld. We bedoelen hiermee niet degene die huizen verkoopt, maar de verticale balk die aan de bovenzijde van het dakgebint de verbinding vormt tussen de twee spantbenen en de spantbalk. Een gebint is een dragende houtconstructie die de hoofddelen van een gebouw verbinden. Dit is de gording (horizontale balk) net onder de nok, meestal de hoogste gording. Eventuele kepers rusten hierop. Een koplat is een lat die wordt gebruikt bij het afwerken/aftimmeren van een kozijn en wel om de naad tussen muur en kozijn af te dekken. Een knieschot is een laag wandje dat bij schuine daken op de verdiepingsvloer staat. Vaak is dit wandje constructief en ondersteunt de daksporen.

De dakbedekking is de buitenste ‘schil’ van het dak. Doel van de dakbedekking is de dakconstructie te beschermen tegen weersinvloeden zoals regen, hagel, sneeuw, zon en wind. En soms ook om het gebouw tochtvrij te maken. Er bestaan veel verschillende soorten dakbedekkingen, zoals bitumen, dakpannen en het modernere EPDM voor platte daken. Bitumen is gemaakt van aardolie en maakt met name platte daken waterdicht. EPDM is een moderne synthetische rubberfolie dat zeer geschikt is om platte daken waterdicht te maken. EPDM is UV-bestendig en gaat zo’n 50 jaar mee en kan je op maat bestellen.

Bij een koud dakconstructie bevindt de isolatie zich aan de binnenzijde van de dakconstructie. De waterkerende laag (dakbedekking) bevindt zich direct boven op de dragende constructie. De dragende constructie bevindt zich dus aan de koude zijde van de isolatie. Bij een warm dakconstructie bevindt de isolatie zich aan de buitenzijde van de dakconstructie. Als het goed is weet je nu alle termen voor de onderdelen van je dak en kan je goed voorbereid aan de slag met je klus.

Bestel direct je EPDM op maat en al je gereedschappen bij ons en je krijgt het in één keer thuisbezorgd. Bij Kunststof-gevel.nl vind je alles voor een duurzame en stijlvolle afwerking van je overstek dakrand en plafond. Kies uit hoogwaardige, onderhoudsarme materialen zoals kunststof in diverse kleuren en stijlen. Perfect voor nieuwbouw en renovatie! Bestel eenvoudig online en geniet van topkwaliteit voor een scherpe prijs.

Een overstek dakrand is de uitloop van je dak voorbij de muren van je huis. Het is niet alleen een mooie afwerking, maar ook een slimme manier om je huis te beschermen tegen de elementen. Door een dakrand die uitsteekt, blijft regenwater bijvoorbeeld verder van je gevel en fundering. Daarnaast speelt een overstek ook een belangrijke esthetische rol. Het geeft je huis een strakke, afgewerkte uitstraling en kan zelfs de architectonische stijl van je woning versterken. Met materialen zoals kunststof, zoals die van Milexx, is een overstek dakrand niet alleen mooi, maar ook onderhoudsarm.

Het plafond aan de onderkant van een overstek - vaak ook wel dakoverstekplafond genoemd - heeft meer functies dan je denkt. Allereerst zorgt het voor een nette afwerking. Zonder plafond kijk je recht tegen de constructie van je dak aan, wat er rommelig uitziet. Daarnaast biedt het plafond extra bescherming. Het helpt voorkomen dat vogels, insecten en vuil zich ophopen onder je dakoverstek. Ook isolatie speelt een rol. Een plafond kan warmteverlies verminderen en zo bijdragen aan een energiezuiniger huis. De keuze van het plafond onder je overstek heeft een grote impact op de uitstraling van je woning. Niet alleen de stijl, maar ook het materiaal doet ertoe.

Infographic: Onderdelen van een traditioneel dak (gordingen, spanten, knieschot, dakbeschot, dakbedekking)

Kenmerkend voor het dakenlandschap van na 1940 is de enorme hoeveelheid platte daken; grijze, veelal met grind of grijze bitumen bedekte oppervlakken, soms met lichtkoepels of lichtstraten, ontluchtingspijpen en op grotere gebouwen doosvormige bouwsels voor de installatietechniek. Architectonisch niet aantrekkelijk, maar ook niet bedoeld voor het oog.

Afb. 1. Platte daken met bitumineuze dakbedekking in Utrecht- Kanaleneiland in 1983. Afb. 2. Materialen en dakhellingen. Afb. 3. Omslag boek Titaanzink in de bouw uit 1986. Afb. 4. Omslag boek Bitumineuze bouwstoffen uit 1948. Afb. 5. Constructie platte daken met isolatie. Afb. 6. Detail asfaltshingles bij de kubuswoningen in Rotterdam uit 1984.

Asfaltbitumen komen in natuurlijke vorm voor in asfaltmeren, vooral in Zuid-Amerika, maar worden sinds de late negentiende eeuw voornamelijk verkregen uit ruwe aardolie. Dat gebeurt door destillatie van het residu nadat alle andere vluchtige stoffen zijn gewonnen (straightrun). Bitumineuze dakbedekkingsmaterialen kunnen worden toegepast op vrijwel alle dakvormen en -hellingen tot circa 55 °C, ze zijn goedkoop en licht van gewicht. Daartegenover staan belangrijke nadelen: hun brandbaarheid is relatief groot en hun thermische isolatie en levensduur gering. Bovendien werden ze niet fraai gevonden, reden waarom men ze vooral toepaste op platte daken. Een met fijn grind of natuursteenslag ingewalste bovenste laag (gemineraliseerd bitumen) moest ze een aantrekkelijker aanzien geven en daarmee ook passend maken voor hellende, meer zichtbare daken.

Bij het traditionele ‘koude dak’ bevindt de dragende dakconstructie zich tussen de isolatielaag en de bedekking die het geheel waterdicht maakt. Van binnen naar buiten is dan de volgorde: isolatie, constructie, bedekking. Bij een dergelijk dak is de constructie niet beschermd tegen temperatuurschommelingen, waardoor bij krimp en uitzetting schade kan ontstaan aan de dakbedekking en de onderliggende constructie; bitumineuze dakbedekking kan weinig beweging opvangen, met scheuren en barsten als gevolg. Bij een warm dak ligt de isolatielaag tussen de dakconstructie en de dakbedekking. De dragende constructie is dus beschermd tegen temperatuurverschillen. Om vocht uit het gebouw niet in de isolatielaag te laten komen, pleitten bouwfysici begin jaren zestig voor een ventilatielaag tussen constructie en isolatie, dat wil zeggen aan de warme kant. Een andere mogelijkheid was het aanbrengen van een waterdampdichte laag, maar het bleek in de praktijk lastig om lekken daarin te voorkomen.

Bij een omgekeerd dak ligt de isolatielaag op de waterkerende dakbedekking: de volgorde van binnen naar buiten is dan constructie - bedekking - isolatie. Het omgekeerde dak werd vanaf begin jaren zeventig op grote schaal toegepast. Het werd gepromoot door The Dow Chemical Company (Dow) die in de jaren zestig het product Roofmate op de markt bracht, een beloopbare isolatieplaat van hard polyurethaanschuim (PUR) of geëxtrudeerd polystyreenschuim (XPS). Op een meestal steenachtige onderconstructie legde men gebitumeerd glasvlies, een gemodificeerd gebitumeerd polyestermat of een eenlaags kunststof dakbedekking, met daarop een isolatielaag zoals Roofmate die werd verzwaard met grind of tegels op tegeldragers. Aan de buitenkant was het verschil tussen een warm dak of een omgekeerde dakconstructie vaak niet waarneembaar; beiden werden afgedekt met grind of ander ballast. In het geval van een warm dak om de bitumineuze dakbedekking te beschermen tegen uv-licht en in het geval van een omgekeerd dak om de isolatielaag te verzwaren zodat het niet kon wegwaaien. Dat veranderde vanaf de late jaren zeventig, toen kunststof gemodificeerde bitumineuze dakbedekkingen op de markt kwamen. Deze waren beter bestand tegen zonlicht dan asfaltbitumen of mastiek, waardoor een afdeklaag op een warm dak niet meer nodig was. Op de omgekeerde dakconstructie bleef de ballastlaag wel vereist, want daar moest de isolatielaag op zijn plek worden gehouden.

Waarom was de Koude Oorlog koud?

In de periode 1940-1990 kwamen ter vervanging van de houten dakvloer dragende dakplaten op de markt. Deze waren gemaakt van verschillende materialen en kenden diverse mogelijkheden: van relatief eenvoudige enkelvoudige tot samengestelde platen die meerdere functies dienden. Bij die laatste spreken we van dakelementen. In de vroege jaren zestig konden de producten worden onderscheiden in vezelplaten, vezelcementplaten en gewapende lichtbetonplaten. In 1943 bracht de firma Halmplank uit Someren een in Nederland geproduceerde gelijknamige stroplaat op de markt: een plaat van geperste stro met bekleding van gebitumeerd kraftpapier, in 1963 omgedoopt tot Stramit. Door de bekleding met bitumen was deze beter brandwerend dan bijvoorbeeld de Oosterhoutse dakplaten, ofwel OB-platen, die sinds de late jaren twintig in Oosterhout werden gemaakt en een kern van riet hadden. Vezels konden worden gebonden met een kunsthars, zoals in de Linex vlasvezelplaten. In de meeste vezelplaten was echter cementmortel het bindmiddel. Tot die categorie horen dakplaten van houtwol- en houtspaancement zoals Heraklith en Durisol-Mevriet. Ze werden toegepast als dakbeschot op hellende daken en, mits voldoende dik en bewapend, op beloopbare flauwhellende daken. Durisol-Mevrietplaten bestonden uit geïmpregneerde, met cement gebonden houtspanen. Ze waren bijzonder omdat ze werden geleverd in een variant met een cement omhulde wapening in de trekzone en aan de bovenzijde een zandcement druklaag van 1 tot 1,5 centimeter. De firma Eternit uit Goor leverde asbestcement dakplaten, zoals de grote, dunne en lichte Romana en Gallia panelen. Van dit bedrijf kwamen ook Doublex dakbeschotplaten: vlakke, grijze platen met aan de zijkanten flenzen voor de onderlinge aansluiting. Schewill platen waren vlasvezel- of houtwolcementplaten met ventilatiekanalen voor vochtafvoer die in de jaren 1965-1975 veel zijn toegepast als isolatie op platten steenachtige daken. In de utiliteitsbouw waren dakplaten van lichtbeton gebruikelijker, omdat deze door hun grote afmeting beter aansloten op stalen of betonnen draagconstructies. Er zijn twee belangrijke soorten lichtbetonnen dakplaten: bimsbeton en gasbeton. Gasbeton, ook wel cellenbeton of schuimkalksteen genoemd, is een jongere uitvinding dan bimsbeton. Het bestaat uit een in een autoclaaf verhard mengsel van zand, cement en/of kalk, water en een gasontwikkelend middel als aluminiumpoeder. De Nederlandse productie van gasbeton begon in 1953 in Vuren bij de firma Durox. Een vroeg voorbeeld van een sandwichpaneel is de sinds 1955 bekende Dufaylite RA-dakplaat, met een kern van kraftpapier in een honingraatstructuur dat door formaldehydehars was verstijfd en in de oven gepolymeriseerd. Vanaf het midden van de jaren zestig kwamen kant en klare dakelementen op de markt. De opbouw van het dakvlak werd dus voor een groot deel al in de fabriek vervaardigd, wat de effectiviteit in de bouw ten goede kwam. In 1965 introduceerde de firma C. van Opstal in Oisterwijk de Opstalan, een met polyurethaan geïsoleerde vezelplaat voor schuine daken. Acht jaar later werd de productie opgevoerd en breidde men het assortiment uit met geïsoleerde dakelementen voor platte daken. In 1977 ontwikkelde Unidek in Gemert de eerste zelfdragende sandwichplaat met geëxpandeerd polystyreen (EPS, ook wel Tempex genoemd) als isolatiemateriaal. Opstalan en Unidek groeiden uit tot producenten en leveranciers van volledige dakelementen voor zowel platte als schuine daken, die alleen nog hoefden te worden afgewerkt met dakbedekking. Shingles zijn gemaakt van gebitumeerd vilt of glasvlies. Het zijn stroken van ongeveer een meter breed, waarin in het onderste deel de vorm van leien is uitgesneden. Door de insnijdingen steeds in het midden van de vlakken in de laag eronder te leggen, lijkt het dakvlak te zijn belegd met individuele ‘leien’. Shingles kwamen al in 1912 vanuit de Verenigde Staten op de Nederlandse markt en werden in de jaren zestig en zeventig populair. In Nederland werden ze onder meer geproduceerd door de in 1948 gestichte Key & Kramer Asphalt Ruberoid in Maassluis. Al in de vroege jaren zestig werd glasvlies als inlage geïntroduceerd, maar tot in de jaren tachtig bleef een drager van ruwvilt nog heel gebruikelijk. Vezelcementleien worden ook wel kunstleien genoemd. Ze bestaan uit een mengsel van portlandcement, water en minerale vezels voor de wapening. Het is het moderne goedkopere alternatief voor natuurleien en een van de eerste producten van de asbestcementindustrie. Vezelcementleien werden in verschillende kleurtinten, maten en vormen geproduceerd en toegepast. Met de overgang van asbest naar cellulosevezels vanaf de jaren tachtig werden ze gladder. Net als andere dakbedekkingsmaterialen van vezelcement hebben vezelcementleien een relatief korte levensduur van enkele decennia. Ze zijn bovendien gevoeliger voor vervuiling en mosvorming dan natuurleien. Een ander verschil met natuurleien is dat ze weliswaar in verschillende vormen en afwerking verkrijgbaar zijn, maar daarbinnen, en dus op een dak, geen variatie in kleur, glans, vorm en maat vertonen. Ook ontbreken de kenmerkende sporen van behakking die de randen van natuurleien wel hebben. Vezelcementleien zijn veelvuldig toegepast op daken en - veelal schuine - borstweringen. Afb. 1964 kwamen betonnen dakpannen op de markt, geproduceerd door Redland-Braas-Bredero (RBB) in Montfoort. In 1968 opende RBB een tweede fabriek in Tessenderlo in België en drie later nam het Interbema in Susteren over. De productie en het assortiment namen daarmee toe. Betonpannen waren groter dan gebakken pannen, waardoor er per vierkante meter dakvlak minder nodig waren en het dekken sneller ging, vandaar de naam snelle-kkers. Ze waren verkrijgbaar in verschillende tinten en door en door gekleurd, waardoor breuken en zaagsneden minder zichtbaar zijn. De lage kostprijs en snelle verwerking maakten de betonpan snel populair; tegen 1990 werden betonpannen meer toegepast dan keramische pannen. Het ruwe, bezande oppervlak maakt de betonpan gevoelig voor aanslag door mosgroei en algen. Dat laatste kon door behandeling met een acryl coating worden verminderd. Een ander nadeel van het bezande oppervlak was het zogenoemde afzanden wat tot verontreiniging van de dakgoot leidde. Eind jaren zestig verbeterde dat door een verandering in het productieproces.

Als u een plat dak van binnenuit gaat isoleren, creëert u een zogenaamd koud dak. Daarvoor kunt u het beste glaswol, steenwol of MW-35 gebruiken. Deze materialen hebben een open structuur en kunnen eenvoudig zelf geplaatst worden. Zelf een koud dak met glaswol, steenwol of MW-35 maken? Hieronder leest u stap voor stap hoe u te werk gaat! Bij een koud dak plaatst u isolatiemateriaal aan de onderkant van het plat dak. Daar zit de dragende constructie, bestaande uit houten balken. U meet daarom eerst op hoeveel ruimte er tussen die balken zit en telt daar 1 centimeter bij op. Met die extra centimeter kunt u de platen of rollen goed klemmen tussen de balken. Het is belangrijk dat de volledige balklat is opgevuld met isolatiemateriaal, dus bij balken van bijvoorbeeld 170x170 mm dient er een wol gebruikt te worden van 170 mm dik. Op basis van uw berekeningen snijdt u het isolatiemateriaal op maat. Daarvoor kunt u het beste een isolatiemes gebruiken. Vervolgens klemt u het isolatiemateriaal stevig vast tussen de houten balken van de constructie. U herhaalt deze stap totdat het hele plat dak is bedekt met isolatiemateriaal. Om vochtproblemen te voorkomen, bevestigt u klimaatfolie over het isolatiemateriaal. U snijdt de folie eerst op maat en bevestigt deze strak tegen het materiaal aan. Het is daarbij belangrijk dat de verschillende lagen elkaar overlappen. Nadat u de klimaatfolie heeft vastgeniet, werkt u ze af met damp-open plaatmateriaal. Het is aan te raden om hier platen te gebruiken met 4 afgeschuinde kanten, op deze manier kan er altijd een gaasband aangebracht worden tussen 2 platen. Een andere optie is het toepassen van stucplaten, hierbij wordt later een stuclaag aangebracht van circa 1 centimeter over het gehele oppervlak. Heeft u nog vragen? Neem dan contact met ons op.

Ventilatie is altijd nodig. Op zolder heb ik een plafond gemaakt (regelwerk tegen nokgording en gipsplaten ertegenaan). Geschilderd (latex) en randen netjes afgekit. Nu vraag ik mij af of ik boven dit plafond moet ventileren nu er lucht is ingesloten tussen het plafond en de dakelementen. Zie onderstaand mijn dakopbouw. Ventilatie is altijd nodig. Je tekent dat het vloertje is gemaakt van gipsplaat. Dank voor je reactie! Het is geen vloertje maar een houten regelwerk dat onder de nokgording hangt. De gipsplaat zit aan de onderkant. Boven het plafond kun je dus niet staan of zo. Er is in het midden. 20 cm ruimte boven. Is ventileren dan toch nodig? Dan weet ik genoeg!

tags: #is #de #onderkant #vanbeen #dak #een