Aanbouw van een woonboot: vergunningen en mogelijkheden

De gemeente heeft een vast aantal ligplaatsen voor woonboten gereserveerd.

Voor het aanleggen van een woonboot heeft u een omgevingsvergunning voor een ligplaats nodig.

Een omgevingsvergunning vraagt u aan via het Omgevingsloket.

Uw woonboot aanleggen mag alleen op de aangewezen plaatsen.

U heeft hiervoor een omgevingsvergunning van de gemeente nodig.

Koopt u een woonboot met een omgevingsvergunning voor een ligplaats? Dan moet u de vergunning overzetten op uw naam.

Heeft u een ligplaats gekregen? Vergeet niet uw woonboot aan te sluiten op de waterleiding en het riool.

Houd er rekening mee dat u misschien ook een andere vergunning nodig heeft.

Via het Omgevingsloket kunt u een vergunningcheck doen.

Daar vraagt u ook de omgevingsvergunningen aan.

Als bedrijf heeft u hiervoor eHerkenning nodig.

Zo vraagt u een ligplaatsvergunning aan:

  • Ga naar het Omgevingsloket
  • Doe de vergunningcheck
  • U ziet of u een vergunning nodig heeft.
  • U kunt de vergunning meteen aanvragen.

Log in: voor uzelf: met DigiD voor een bedrijf: met eHerkenning

U geeft door: gegevens over het vaartuig, gegevens over de afmeerlocatie, gegevens over de voorzieningen die u eventueel nodig heeft (gas, water, elektriciteit).

De gemeente stelt onder andere voorwaarden op het gebied van openbare orde, veiligheid en volksgezondheid.

De gemeente beslist binnen 8 weken na ontvangst van uw aanvraag.

Deze termijn mag de gemeente eenmaal verlengen.

U kunt bezwaar maken tegen de beslissing op uw aanvraag.

Doe dit binnen 6 weken.

Bent u het daarna niet eens met de uitspraak op het bezwaarschrift?

Wie op een woonboot woont heeft te maken met regels bij het kopen, verkopen of afmeren van een woonboot.

Bestaande woonboten kopen of verkopen: geef door wie de nieuwe bewoner is.

Bestaande woonboten hebben een vergunning op naam van Rijnland.

De vergunningen hebben geen einddatum.

Bij verkoop gaat de vergunning over op de volgende bewoner.

Die hoeft dus geen nieuwe vergunning aan te vragen.

In dat geval betaalt u jaarlijks een vergoeding voor het gebruik van ons water.

Lees hier meer over op de pagina over Vastgoed.

Voor nieuwe woonboten gelden regels.

Voor het afmeren van een nieuwe woonboot gelden regels van Rijnland.

Lees meer hierover op de pagina Vergunningen.

Daar vindt u ook een link naar de vergunningencheck.

Dit is een hulpmiddel om te bepalen welke Rijnlandse regels voor u gelden.

Controleer ook of uw woonboot in een water komt waarvan Rijnland eigenaar is.

Afvalwater mag u niet in het oppervlaktewater lozen.

In de praktijk betekent dit dat u de woonboot op de riolering aansluit.

Toestemming van anderen: De gemeente bepaalt hoeveel woonboten in een watergang zijn toegestaan.

De provincie bepaalt in landelijk gebied of de boot storend is in het landschap.

Voor grote vaarwegen kan de provincie vaarwegbeheerder zijn.

Inleiding

De gemeente heeft een aantal ligplaatsen voor woonboten gereserveerd.

Een ligplaatsvergunning vraagt u aan bij de gemeente.

Omschrijving

Uw woonboot aanleggen mag alleen op de aangewezen plaatsen.

Kooopt u een woonboot met een ligplaatsvergunning?

Heeft u een ligplaats gekregen?

Vergeet niet uw woonboot aan te laten sluiten op de waterleiding en het riool.

Uw omgevingsvergunningen

Uw woonboot aanleggen mag alleen op de aangewezen plaatsen.

Koopt u een woonboot met een omgevingsvergunning voor een ligplaats?

Heeft u een ligplaats gekregen?

Houd er rekening mee dat u misschien ook een andere vergunning nodig heeft.

Via het Omgevingsloket kunt u een vergunningcheck doen. Daar vraagt u ook de omgevingsvergunningen aan.

Als bedrijf heeft u hiervoor eHerkenning nodig.

Infographic: stappen plan voor vergunningen en literatuurlocatie

Voorwaarden U moet de regels van de gemeente opvolgen op het gebied van openbare orde, veiligheid en gezondheid.

Let op Op dit moment zijn er geen ligplaatsen beschikbaar in de gemeente.

Kosten U betaalt € 103,- voor de behandeling van een aanvraag (tarief 2026).

Termijn De gemeente besluit binnen 8 weken over uw aanvraag. Lukt dat niet? Dan mag de gemeente deze periode 1 keer verlengen met 6 weken.

Bezwaar en beroep

Bent u het niet eens met het besluit van de gemeente? Dan kunt u bezwaar maken.

Daarmee laat u weten waarom u het er niet mee eens bent.

Ook andere mensen die direct gevolgen van het besluit hebben, kunnen bezwaar maken.

Bezwaar maken moet binnen 6 weken.

Bent u het niet eens met dat nieuwe besluit? Dan kunt u aan de rechtbank vragen of de gemeente een goed besluit heeft genomen. Dat heet ‘in beroep gaan’.

Doe dat binnen 6 weken.

U kunt alleen in beroep gaan als u bezwaar heeft gemaakt.

Wetgeving en verwerking van gegevens

Gegevensverwerking: Als u een aanvraag of melding doet, heeft de gemeente uw persoonsgegevens nodig. De gemeente behandelt uw persoonsgegevens zorgvuldig.

De gemeente vraagt alleen om gegevens die nodig zijn voor het afhandelen van uw aanvraag of melding.

Kloppen uw gegevens niet? Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is geen omgevingsvergunning nodig voor het (ver)bouwen van een drijvend bouwwerk met een woonfunctie.

Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) en nevenfuncties daarvan.

Een melding bij de gemeente is genoeg. Het (ver)bouwen wordt dan getoetst door een kwaliteitsborger.

De technische regels voor drijvende bouwwerken staan, net als voor grondgebonden bouwwerken, in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Daarnaast gelden de (ruimtelijke) regels uit het omgevingsplan. Daarin staan vaak eisen aan ligplaatsen en het uiterlijk van woonboten.

Als iemand daarvan wil afwijken, moet hij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit aanvragen.

Ook kan het omgevingsplan een binnenplanse vergunningplicht voor het bouwen bevatten.

Let op: in hoeverre nog andere regels van het Bbl van toepassing zijn op deze woonboten, hotels of restaurants is momenteel juridisch niet aan te geven.

Artikel 131 van de Woningwet regelde vroeger dat de bouwtechnische regels niet golden voor onder andere woonboten die al voor 1 januari 2018 bestonden.

In artikel 2.31 van het Bbl staat dat de technische regels uit het Bbl niet van toepassing zijn op een woonfunctie door functiewijzigingen van een schip.

Voor drijvende bouwwerken die nieuw gebouwd worden, zijn sommige eisen uit het Bbl aangepast, versoepeld of niet van toepassing verklaard (artikel 4.10 Bbl).

In de praktijk blijkt dat de eisen van een aantal nieuwbouwregels niet altijd haalbaar zijn.

Dit komt doordat gemeenten uit ruimtelijk oogpunt eisen aan ligplaatsen stellen.

Soms gelden voor veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid de regels voor bestaande bouw uit hoofdstuk 3 van het Bbl in plaats van die voor nieuwbouw (artikel 4.10, lid 1 Bbl).

Deze afwijkingen zijn in lijn met de lagere eisen die in het Bbl ook gelden voor het bouwen van grondgebonden woningen in particulier eigendom.

Voor drijvende bouwwerken gelden deze lagere eisen niet alleen voor gebruik als woning, maar ook voor ander gebruik.

Gaat het om een drijvend bouwwerk zonder toegankelijkheidsector? Zoals een woonboot?

Gaat het om een drijvend bouwwerk met toegankelijkheidssector? Zoals drijvende restaurants, theaters en winkels die kunnen hebben? Dan is een steiger een optie om de bereikbaarheid van het gebouw vanaf de openbare weg te realiseren.

Veel drijvende bouwwerken hebben een ligplaats en liggen niet op een perceel.

Daarom is het toegestaan om van een fictieve afstand van 2,5 m uit te gaan tussen het drijvende bouwwerk en de perceelsgrens.

Uitgaan van deze fictieve afstand is overigens een optie.

De regels over vluchtroutes spreken soms van 'aansluitend terrein'.

Het is toegestaan om de steiger tussen het drijvende bouwwerk en de wal als 'aansluitend terrein' te beschouwen bij het toepassen van die regels.

Hierdoor mag een vluchtroute van een drijvend bouwwerk uitkomen op een steiger.

Zonder deze mogelijkheid zou een vluchtroute bij een drijvend bouwwerk moeten uitkomen bij de oever of wal.

Dit zouden dan zwaardere eisen kunnen inhouden voor de steiger.

Met name bij een zogenaamde enkele vluchtroute over een steiger waarbij mensen langs andere woonboten moeten vluchten.

De verplichting tot aansluiting op het distributienet voor elektriciteit, gas en warmte is nog niet van toepassing.

Een aansluiting op vrijwillige basis is wel mogelijk.

Maar na het in werking treden van de Omgevingswet, kan de gemeente dit aanpassen.

Regels over deze aansluitingen staan dan namelijk in het omgevingsplan.

In het Bbl staan regels over de stabiliteit, het drijfvermogen en de sterkte van een drijvend bouwwerk voor nieuwbouw en verbouw.

De regels sluiten aan bij de NTA 8111.

Het rapport van Hageman biedt handvatten voor de beoordeling.

Op zich kunnen nieuw te bouwen drijvende bouwwerken aan de eisen voor energiezuinigheid uit het Bbl voldoen.

Maar bij nieuwe drijvende bouwwerken op bestaande ligplaatsen ontstaan problemen.

Er gelden hogere eisen zoals een maximaal primair fossiel energiegebruik van 70 kWh/m²·jr en een Rc-waarde van minimaal 3,7 m²·K/W.

Hogere eisen leiden bij bestaande ligplaatslocaties tot te kleine gebruiksruimten, omdat de isolatieschil te dik wordt.

Er geldt hierbij dezelfde Rc-waarde voor het hele drijflichaam van het drijvende bouwwerk.

Soms moet een drijvend bouwwerk verplaatst en teruggeplaatst worden.

Wanneer het bouwwerk verplaatst wordt, hoeft de eigenaar niet opnieuw een vergunning voor een bouwactiviteit aan te vragen of een melding in te dienen.

Het moet om hetzelfde bouwwerk gaan dat op de oorspronkelijke plaats wordt teruggeplaatst.

Is het bouwwerk verbouwd en heeft het andere afmetingen gekregen die niet meer passen binnen de oude vergunning?

De gemeente kan in een omgevingsvergunning opnemen dat het drijvende bouwwerk na verplaatsing teruggeplaatst mag worden op de oorspronkelijke plaats.

Wordt een drijvend bouwwerk permanent op een andere plaats in het water geplaatst? Dan is er sprake van een nieuwe situatie.

Er is dan een nieuwe melding of een vergunningaanvraag nodig voor de technische bouwactiviteit.

De technische eisen blijven bij een permanente verplaatsing hetzelfde.

Drijvende objecten van vóór 1 januari 2018 en een schip met een nieuwe functie, moeten alleen voldoen aan de zorgplicht voor de gezondheid of de veiligheid en brandveiligheid.

Veel gemeenten kennen een ligplaatsverordening vanwege toezicht op de ligplaatscapaciteit, openbare orde en vlotte en veilige doorvaart.

In de meeste ligplaatsenverordeningen staat dat een ligplaatsvergunning nodig is.

Deze ligplaatsvergunning staat los van de omgevingsvergunning of melding voor een bouwactiviteit.

Of van de omgevingsplanactiviteit, bestaande uit het te bouwen van een drijvend bouwwerk.

Woonboot kopen of verkopen stuk moeilijker - RTL NIEUWS

Kaart: overzicht van ligplaatsen en watergangen

Belangrijke samenvatting

De gemeente heeft een vast aantal ligplaatsen gereserveerd en beslist binnen 8 weken op aanvragen.

Een omgevingsvergunning voor een ligplaats is nodig om een woonboot aan te leggen.

Bij verkoop gaat de vergunning over op de volgende bewoner, wat Tijd en kosten kan besparen.

Nieuwe woonboten vallen onder aanvullende regels van Rijnland en mogelijk onder een vergunningencheck.

tags: #is #een #aanbouw #bij #een #woonboot